Een blik op de wereld
In deze uitgave wijdt Ontwaakt! dit gehele gedeelte aan een crisis die is gerezen in ’de bakermat van de democratie’.
Religieuze vervolging in Griekenland — Waarom?
OP ZONDAG 15 juni 1986 kwamen zo’n 700 christelijke getuigen van Jehovah bijeen voor een vreedzame vergadering in de Galaxias-bioscoop in Larisa. Zij hielden hun halfjaarlijkse kringvergadering, met het doel de bijbel te bestuderen en de daarin vervatte christelijke beginselen beter in hun dagelijks leven toe te passen.
Deze bijeenkomst was in overeenstemming met de nieuwe, in 1975 van kracht geworden Griekse grondwet, die verklaart: „Grieken hebben het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen.” Ze verklaart tevens: „De vrijheid van religieus geweten is onschendbaar.” De grondwet voegt hieraan toe: „Alle bekende religies zijn vrij en hun godsdienstige riten mogen ongehinderd worden verricht en zijn bij de wet beschermd.”
Op die dag in juni deden zich echter omstreeks 11 uur ’s morgens onheilspellende ontwikkelingen voor rond de bioscoop waar deze christelijke getuigen van Jehovah vreedzaam vergaderd waren. De plaatselijke krant I Larisa verhaalt wat er gebeurde: „Honderden mensen, voornamelijk leden van de christelijke [Grieks-orthodoxe] organisaties van onze stad, begonnen zich onder leiding van enkele priesters te verzamelen en hun afkeuring kenbaar te maken over degenen die zich in de bioscoop bevonden — meer dan 700 Jehovah’s Getuigen. De menigte leek de bioscoop te zullen binnendringen om een eind te maken aan de vergadering.”
Het gepeupel hield de bioscoop urenlang omsingeld en de situatie werd zeer dreigend. Wat voorkwam dat deze tegen Jehovah’s Getuigen gerichte actie van het gepeupel uitmondde in geweld?
Geweld van gepeupel afgewend
Het krantebericht vervolgt: „De officier van justitie verscheen met een groot aantal politieagenten en hield de demonstranten in bedwang, die vanaf de overzijde van de straat bleven doorgaan met boe-geroep en met het zingen van hun psalmen en kerkliederen.”
Hoe ontkwamen de Getuigen ten slotte aan deze gespannen situatie? Het plaatselijke dagblad Eleftheria verhaalt: „De officier van justitie van het Eerste Gerechtshof, mr. Spiros Spiliopoulos, . . . moest verscheidene uren blijven en al zijn . . . diplomatieke vermogens aanwenden om de mensenmenigte ertoe te bewegen zich te verspreiden, wat tegen half drie ’s middags, net toen de Getuigen de bioscoop zouden verlaten, gelukte, zodat potentiële gewelddadigheden werden voorkomen.”
Dat er bij die gelegenheid een reëel gevaar van geweld bestond, bleek heel duidelijk uit deze, door dezelfde bron geciteerde woorden van een priester: „De volgende keer dat de burgemeester de bioscoop aan [de Getuigen] geeft, zullen wij onze spaden nemen en alles in elkaar slaan!”
De bisschop spreekt
Hoe dachten de hogere kerkelijke autoriteiten over dit schandalige gedrag van de priesters en hun volgelingen? Eleftheria berichtte: „Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid, bisschop Seraphim, liet zich gunstig uit over de menigte gelovigen die aan de demonstratie deelnam.” De krant voegde eraan toe dat hij „uiting gaf aan zijn oprechte vreugde over de dynamische aanwezigheid van de [orthodoxe] mensen en van ganser harte wenst dat de Heer de gelovigen zal steunen en sterken zodat, wanneer de noodzaak zich voordoet, zij hun aanwezigheid op een dynamische en doeltreffende wijze kunnen doen gevoelen”.
De bisschop kritiseerde de stad Larisa omdat ze erin had toegestemd dat de bioscoop door de „vijanden van de kerk en van ons land voor hun antichristelijke bijeenkomst” werd gebruikt. Hij uitte toen deze bedekte bedreiging aan het adres van de politieke autoriteiten: „Ons land, heren, is officieel een orthodoxe natie, en haar dienaren hebben niet het recht haar vijanden actief te steunen.” Hij voegde eraan toe: „De christelijk-orthodoxe mensen staan dit niet toe en zullen hun leiders dit niet vergeven.”
Reacties van de pers
Vele Griekse waarnemers walgden van dit nieuwe staaltje van onverdraagzaamheid van de zijde van de Grieks-Orthodoxe Kerk. Tientallen jaren lang zijn de Getuigen het mikpunt geweest van vervolging en vernedering door de geestelijkheid.
De plaatselijke krant I Alithia publiceerde een artikel van Sarantos Vounatsos getiteld „Randverschijnselen van het leven — Farizeïsch gedrag”. In zijn commentaar op de actie van het gepeupel vroeg hij: „Waarom gebeuren al deze dingen? En wie waren de hoofdpersonen? Als ik mij niet vergis, hadden de [Getuigen] de een of andere vergadering. En de anderen? Enkele priesters en het gepeupel dat hen volgde!”
Vounatsos vervolgde: „’Aan de paal met [de Getuigen]’, schreeuwde het gepeupel. Maar waren deze mensen, dit gepeupel, christenen? Dat is wat zij schreeuwden, en fanatiek bovendien! En ongelukkigerwijs was hun ’leider’ een tierende . . . priester! Hij uitte bedreigingen, godslasteringen, preekte met veel vertoon, en deed op zeker moment ook denken aan een ’kaper’ omdat hij onder het tonen van zijn horloge aankondigde dat allen die binnen zaten vijf minuten de tijd hadden om de bioscoop te verlaten, omdat anders . . . de executie zou beginnen! ’Anders komen wij binnen en slaan wij hun de hersens in, mijn broeders’, heeft men hem horen zeggen.”
De schrijver veroordeelde de priesterlijke actie tegen de Getuigen en vroeg: „Waarom? Hebben zij u gekrenkt? Hoe? Door bijeen te komen? Waarom houdt u dan niet ook een bijeenkomst? Hebben zij u een klap gegeven? Keer hun dan uw andere wang toe! Maar u eist oog om oog! Waarom? Hebben zij u een mes op de keel gezet? En zult u geweld gebruiken? Het was een vergissing om priester te worden! . . . Wilt u zich gedragen als een Farizeeër? Wees dan voorzichtig, want als u zo doorgaat zult u niet langer [Gods] barmhartigheid of genade genieten, en die van ons evenmin.”
In juli publiceerde de Atheense zondagskrant Eleftherotipia een artikel getiteld: „Religieuze vervolgingen: Europa klaagt Griekenland aan als kerkelijke fanatici brandstichten, dreigen en molesteren”. De krant meldde dat de buitenlandse pers aandacht is gaan schenken aan de kwestie van de godsdienstvrijheid in Griekenland. Ze haalde de Wall Street Journal van 16 juni 1986 aan, die een artikel publiceerde, getiteld: „Grieks-Orthodoxe Kerk onderdrukt activisten van andere sekten, zo luiden hun beschuldigingen”.
Eleftherotipia verklaarde dat de Orthodoxe Kerk een Departement tegen Ketterij heeft in de diplomatenwijk van Athene. In een kantoor aldaar schrijft de priester Antonios Alevizopoulos „traktaten tegen de activiteiten van leden van evangelische en pinksterkerken en Jehovah’s Getuigen, in zijn ogen allen ketters, die ’het individu en de maatschappij bedreigen’”.
Het artikel citeert een protestantse zendeling die zegt dat in de afgelopen jaren vele honderden zijn gearresteerd wegens proselitisme, „onder wie alleen al in 1983 890 Jehovah’s Getuigen”.
Hetzelfde bericht in Eleftherotipia somde vervolgens enkele grove wandaden op die tegen Jehovah’s Getuigen in Griekenland zijn bedreven. Daaronder waren gevallen dat woonhuizen van Getuigen in brand werden gestoken en dat van een vergaderzaal toegangsdeur en ramen werden vernield, en pogingen om bijbelse bijeenkomsten van de Getuigen te verstoren.
Het toppunt was dat naar verluidt een 79-jarige Getuige op straat werd aangevallen door een monnik, wat uiteindelijk leidde tot de dood van het slachtoffer. Geen wonder dat dezelfde krant sprak over „de broosheid van de godsdienstvrijheid in de bakermat van de democratie”.
Schokt het u te weten dat Griekenland, dat eeuwenlang ’de bakermat van de democratie’ is genoemd, zelfs nu nog het toneel vormt van religieuze vervolging en onverdraagzaamheid en dat priesters in staat zijn allerlei gepeupel op te hitsen? Hoe kan het dat er nog steeds zo’n situatie bestaat in een land waar godsdienstvrijheid duidelijk door de grondwet wordt erkend?
Verouderde wet
Wat deze dingen mogelijk maakt, is een nog steeds bestaande, verouderde wet die echter niet in de grondwet is opgenomen. Bijna een halve eeuw geleden, tegen het eind van de jaren ’30, werd Griekenland, hoewel het een monarchie was, geregeerd door de dictator Metaxas. In die tijd werd een wet aangenomen die ten doel had de bouw van plaatsen van aanbidding die niet Grieks-orthodox waren, te beperken.
Die verouderde wet omvatte de volgende bepaling: „Een ieder die proselitisme beoefent, wordt gestraft met gevangenzetting en een boete.” Maar hoe werd proselitisme gedefinieerd? Die wet verklaarde: „De term ’proselitisme’ omvat het volgende: elke directe of indirecte poging om zich in te dringen in het religieuze geweten van andersdenkende personen met het doel hun geweten inhoudelijk te veranderen.”
Op basis van die definitie zou het zelfs illegaal zijn om geloofsverschillen te bespreken! Dat zou kunnen worden beschouwd als het ’indringen in het religieuze geweten van een ander met het doel dit inhoudelijk te veranderen’! Maar het vervolgen en gevangenzetten van ordelievende mensen wegens het uitwisselen van meningen over religie betekent een terugkeer tot de middeleeuwen. In geen enkele westerse democratie wordt thans nog een dergelijke onverdraagzaamheid betracht.
Door deze verouderde wet toe te passen wordt Jehovah’s Getuigen en anderen in Griekenland groot onrecht aangedaan. En hierdoor wordt de voortreffelijke beginselen van vrijheid die door de Griekse grondwet worden gewaarborgd, een slechte dienst bewezen.
Rechtszaken op Kreta
Inzake godsdienstvrijheid rees onlangs ook een geschil in de Griekse eiland-provincie Kreta. Daar ondernamen Jehovah’s Getuigen gerechtelijke stappen om te worden ingeschreven als een wettelijk erkend genootschap. Over dat verzoek werd gunstig beslist. Maar de bisschoppen van Kreta protesteerden bij de rechtbank, waarop de positieve beslissing werd ingetrokken.
Op welke gronden? Dat de leringen van Jehovah’s Getuigen niet stroken met de definitie van wat christelijk is volgens de interpretatie van de Grieks-Orthodoxe Kerk! Maar Jehovah’s Getuigen staan over de hele wereld bekend als christenen die geloven in Jezus Christus als de Verlosser, de goddelijke Zoon van God, en die zijn leer gehoorzamen. Dat Jehovah’s Getuigen een christelijke religie zijn, is door regeringen in de hele wereld zo grondig wettelijk bevestigd dat de bewering van de kerk gewoon absurd is.
Jehovah’s Getuigen zijn in beroep gegaan bij een hogere Griekse rechtbank. Zij vertrouwen erop dat het recht zal zegevieren zonder de aanmatigende invloed van de Grieks-orthodoxe geestelijkheid.
Zoals het er nu voor staat, strekt de wet inzake proselitisme (en de beslissing van het Griekse hof) de Griekse regering tot oneer. Ook wordt hierdoor de internationale reputatie van het land dat bekendstaat als ’de bakermat van de democratie’ omlaaggehaald.
Daarom hopen wij dat de Griekse rechtspraak een beslissing zal nemen die strookt met de voortreffelijke grondwet en met de beginselen van godsdienstvrijheid zoals die staan vermeld in de door de Verenigde Naties opgestelde en ook door Griekenland onderschreven Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.