„Mijn succesvolle strijd tegen kanker”
ROSE MARIE is een heel gelukkige, hartelijke vrouw uit Texas (VS) van in de zestig. Zij ontdekte in 1964 voor het eerst dat zij een tumor had, omstreeks het begin van haar menopauze. Hier volgt haar aanmoedigende verhaal:
Toen ik voor het eerst merkte dat ik een knobbeltje in mijn borst had, vroeg ik mij bezorgd af wat het kon zijn. Mijn man bracht mij daarom naar het ziekenhuis voor controle. Dat was het beangstigende deel — zitten wachten op het vonnis. Ik herinner mij dat ik, toen ik ten slotte te horen kreeg dat ik misschien borstkanker had, mij voelde alsof iemand mij een schop in mijn maag had gegeven. Toen begon een periode van besluiteloosheid — wat moesten wij doen? Enkele artsen drongen aan op een operatie en andere artsen adviseerden een alternatieve behandeling. Hoe kwamen wij tot een besluit?
Mijn man sprak met een bevriende arts die zei dat hoewel de meeste knobbeltjes in de borst goedaardig waren, de kans bestond dat het een kwaadaardig gezwel was. Wij hadden dus de keus uit het erop te wagen en een operatie uit te stellen of het knobbeltje onmiddellijk te laten weghalen. Gezamenlijk besloten wij dat ik de operatie zou laten verrichten. Het knobbeltje werd verwijderd en bleek niet kwaadaardig. Ik slaakte een zucht van verlichting.
In 1965 ontdekte ik een ander knobbeltje in dezelfde borst. Dit was een tegenslag, maar geen nederlaag. Ik werd nogmaals geopereerd, en ook dat knobbeltje bleek goedaardig. Figuurlijk gesproken hield ik mijn adem in toen er twee jaar lang geen problemen waren. Toen ontstond er in 1967 in dezelfde borst een derde knobbeltje. De artsen gaven opdracht tot een zorgvuldig weefselonderzoek en het bleek kwaadaardig te zijn. De borst moest worden afgezet. Zo onderging ik een maand later een „enkelvoudige” mastectomie.
Acht jaren gingen voorbij zonder enige verdere problemen. Ik begon het gevoel te krijgen dat ik de kanker had verslagen. Toen vond ik in 1975 een knobbeltje in mijn andere borst. Gezien mijn verleden kozen de artsen voor een mastectomie van die borst. Om er zeker van te zijn dat de kanker zich niet zou verspreiden, schreven zij ook een aantal bestralingen voor. Ik moet toegeven dat deze procedure mij angst aanjoeg. Waarom?
Elke keer moest ik samen met andere mensen die ook bestralingstherapie kregen, op mijn beurt wachten. Hun gezichten en lichamen waren beschilderd met rode kleurstof als schietschijven waarop het bestralingskanon gericht moest worden. Dat was een onthutsend gezicht. Vervolgens moest ik alleen de speciale bestralingskamer in. Het leek allemaal zo griezelig omdat ik wist dat daar een onzichtbare kracht bezig was zowel mijn kwaadaardige als mijn gezonde weefsel te vernietigen. In ieder geval werd ik in de loop van ongeveer vijftien weken dertig keer bestraald. Sindsdien is slechts tweemaal een kleine operatieve ingreep nodig geweest voor goedaardige gezwellen op mijn rug en hoofd.
Kracht om te overleven
Ik ben werkelijk dankbaar dat ik 22 jaar nadat mijn eerste tumor verscheen nog steeds leef. Wat heeft mij geholpen tijdens deze beproevingen te volharden? In de eerste plaats mijn echtgenoot, die mij steun gaf. Hij regelde het telkens zo dat hij mij naar het ziekenhuis kon begeleiden, ook alle keren dat ik werd bestraald. Ik geloof dat een goede vriend of familielid die je steun geeft als je naar een ziekenhuis gaat beslist noodzakelijk is. Maar het moet iemand zijn die sterk en positief ingesteld is, geen sentimenteel mens. Ik raak gemakkelijk aan het huilen en ik heb niet iemand nodig die mij in dat opzicht aanmoedigt.
Ik bemerkte ook dat mijn artsen een geweldige hulp waren. Wij hadden het geluk dr. James Thompson als arts te hebben, toentertijd een van de beste. Hij had een warme manier van doen, zelfs in de operatiekamer. Hij was ook openhartig over mijn toestand, zonder ruw of bot te zijn.
Ik heb geleerd niet over mijn omstandigheden te blijven piekeren. Ik heb mijn gedachten en mijn leven altijd gevuld met interesses en bezigheden. Ik houd van lezen, maar de verhalen moeten een opgewekt thema hebben. Ik wil niet denken aan sombere onderwerpen. En ik heb een hekel aan ziekenhuisverhalen op de tv!
Wat heeft mij tijdens mijn ziekte geholpen? Een van de dingen die ik waardeerde, waren al die kaarten en brieven waarin mij beterschap werd gewenst. Het was zo aanmoedigend te weten dat zo velen aan mij dachten. Wanneer je ziek bent, ben je niet altijd in de stemming om visite te ontvangen, maar hun kaarten zijn zeer welkom. Natuurlijk waardeerde ik degenen die, als zij op bezoek kwamen, opbouwend en positief spraken. Niemand heeft behoefte aan een verhaal over een familielid dat drie jaar geleden aan kanker gestorven is! Fijngevoeligheid wordt dus tijdens een ziekenbezoek beslist op prijs gesteld.
Natuurlijk heeft mijn geloof als getuige van Jehovah mij enorm geschraagd. Voor zover mogelijk ben ik ook actief gebleven in de christelijke bediening. Het prediken en onderwijzen van de bijbelse hoop op Gods nieuwe samenstel en de opstanding heeft mij geholpen mijn eigen geloof te verdiepen. Nu, in 1986, ben ik blij dat ik nog steeds leef en in staat ben mijn leven te vullen met activiteiten in Jehovah’s dienst. — Ingezonden.
Vooruitgang in de behandeling van kanker in recente jaren heeft ervoor gezorgd dat men bij sommige patiënten kan volstaan met lumpectomie (eenvoudige verwijdering van het gezwel en enig omliggend weefsel). De keuze van behandeling hangt echter van veel factoren af. — Red.