De zienswijze van de bijbel
Fetisjen — Kunnen ze u beschermen?
„TUSSEN nu en de oogsttijd zal Daniel sterven!”
Met deze sombere woorden schokte de Westafrikaanse fetisjpriester het gezin dat vóór hem stond. Toch was dit gezin niet komen vragen om inlichtingen over de jonge Daniel, maar over zijn vader, die ernstig ziek lag. Nadat de priester een verzameling botjes, schelpen en steentjes had geraadpleegd, had hij hun verzekerd dat vader, als de juiste offers werden gebracht en de juiste rituelen uitgevoerd, spoedig geheel zou herstellen! Maar tot hun afgrijzen voegde de priester eraan toe dat de jonge Daniel binnenkort door een verschrikkelijke ziekte geveld zou worden!
Het gezin richtte zich smekend tot de priester. Er moest toch wel iets aan te doen zijn? Op hun aandringen nam de priester nogmaals zijn toevlucht tot waarzeggerij. Ja, er was één straaltje hoop! De priester zei dat Daniel uitsluitend van een op handen zijnde dood gered kon worden als hij voortdurend een magische munt, een fetisj, aan een koord om zijn middel zou dragen.
Daniel werd onmiddellijk uit school ontboden en men legde hem zijn gevaarlijke toestand uit. Maar Daniel weigerde de koperen munt die hem aangeboden werd! Hoewel hij geen christen was, geloofde hij eenvoudigweg niet dat een munt de kracht bezat om zijn leven in stand te houden.
Machtig of machteloos?
Kunnen fetisjen degenen die ze gebruiken werkelijk beschermen? Het geloof in fetisjen is allerminst nieuw. Ze werden vereerd in het oude Rome, Griekenland, Babylon en Egypte. En in deze tijd is het geloof erin wijd verbreid. Een houten beeld behoedt een dorp tegen kwaad. Een vader hangt een speciale zak aan het plafond om boze geesten te weren. Een moeder bindt een leren buideltje om haar dochters hals om een ziekte te weren. Een hoofdman draagt een nijlpaardetand — bij wijze van verzekering tegen toverkunsten van vijanden.
Weliswaar zullen veel westerlingen zich verheven achten boven het geloof in zulke voorwerpen, maar de Encyclopedia Americana brengt ons in herinnering: „Hoewel dikwijls wordt gedacht dat het fetisjisme tot primitieve samenlevingen beperkt is, treft men het in iedere samenleving in zekere mate aan.” De westerling die stiekem een konijnepootje in zijn zak heeft of die een hoefijzer boven zijn deur hangt, is dus eveneens een fetisjist!
Het is interessant dat degenen die zulke voorwerpen gebruiken, dikwijls geloven dat de magische eigenschappen van deze voorwerpen afkomstig zijn van God. Maar wat zegt God zelf over fetisjen? Bij monde van zijn profeet Jeremia geeft hij een antwoord dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: „Ze [fetisjbeelden] zijn als vogelverschrikkers op het veld, die niet eens kunnen spreken; altijd moet men ze dragen, want ze kunnen niet gaan; vreest ze niet: ze kunnen geen kwaad doen, maar goed evenmin.” (Wij cursiveren.) — Jeremia 10:5, Petrus-Canisiusvertaling.
Merk op dat net zoals een levenloze vogelverschrikker niet in staat is goed of kwaad te doen, ook fetisjen niets kunnen uitrichten. Ze kunnen niet lopen of praten. Ze kunnen verbrijzeld, door vuur vernietigd of in de rivier gegooid worden, ze kunnen ten prooi vallen aan mot en roest. Als ze dus niet bij machte zijn zichzelf te beschermen, hoe ter wereld kunnen ze dan anderen beschermen?
Wat er achter het bedrog zit
Is het u opgevallen dat er bedrog in het spel is? Vogels worden bedrogen door ze in de waan te brengen dat een vogelverschrikker een levend wezen is. Ook mensen worden op de onjuiste gedachte gebracht dat fetisjen kracht bezitten en iets met hun welzijn te maken hebben.
Een Ontwaakt!-verslaggever bijvoorbeeld kreeg toestemming om een fetisj te fotograferen die zich in een museum bevond. Het was een Afrikaanse leren muts die naar men zei krachten bezat waardoor een krijger onoverwinnelijk werd in de strijd. Toen de hoofdsuppoost gevraagd werd of iemand model zou kunnen staan met die muts, antwoordde hij: „Dat kan ik niet toestaan. De hoed heeft nog steeds magische eigenschappen. Hij zou onheil kunnen aanrichten.”
Het is dus duidelijk dat ontwikkelde mensen door middel van fetisjen bedrogen kunnen worden. Maar wie zit er achter zulk bedrog? Het is duidelijk dat het niet Jehovah is, „de God der waarheid”, die magische praktijken immers veroordeelt (Psalm 31:5; Deuteronomium 18:10-14). Het is daarentegen Gods voornaamste vijand, Satan de Duivel. Hij is de aartsbedrieger die samen met de demonen die zijn onderdanen zijn, „de gehele bewoonde aarde misleidt”. — Openbaring 12:9.
Als wij de bron van het fetisjisme kennen, gaan wij beseffen dat degenen die het beoefenen, zonder het zelf te weten naar demonen opzien voor bescherming en zekerheid. Is dat verstandig? Beslist niet! Jezus identificeerde Satan als „een doodslager” en „de vader van de leugen”. Satanische machten willen niet beschermen, maar overheersen. Hun doel is niet behouden, maar vernietigen. — Johannes 8:44.
Degenen die Jehovah willen behagen, moeten dus hun spiritistische voorwerpen vernietigen, net als de vroege christenen in Efeze deden (Handelingen 19:19). ’Maar is het niet waar’, zullen sommigen misschien tegenwerpen, ’dat sommigen die geprobeerd hebben fetisjen te vernietigen, aan aanvallen uit het geestenrijk kwamen bloot te staan?’ Ja, maar dit is niet te wijten aan het ontbreken van bescherming door een levenloos stuk hout, steen of textiel. Blijkbaar worden de demonen woedend omdat zij dat contactpunt met de stoffelijke wereld kwijt zijn geraakt. — Vergelijk Matthéüs 8:28-32.
Bedenk echter dat Jehovah en zijn getrouwe engelen veel machtiger zijn dan goddeloze geesten, en hun te hulp zullen komen die God in geloof aanroepen. Zoals Spreuken 18:10 zegt: „De naam van Jehovah is een sterke toren. Hier snelt de rechtvaardige binnen en ontvangt bescherming.”
Fetisjen kunnen die bescherming niet geven. Ze zijn bedrog, oplichterij. Vraag het maar aan de man Daniel, die aan het begin van dit artikel werd genoemd. De daar beschreven gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in 1935. Hoewel zijn vader onder fetisjistische „bescherming” stond, stierf hij binnen een maand. Maar Daniel, die het fetisjisme had verworpen, was veroordeeld binnen zes maanden te sterven. Nu, vijftig jaar later, is hij nog springlevend en gezond.
Waarom dus de instrumenten van goddeloze geesten gebruiken? Die instrumenten zijn levenloos, even machteloos als een vogelverschrikker. Werkelijke geborgenheid en bescherming zijn afkomstig van Jehovah God.
[Illustratie op blz. 27]
Deze fetisj zou een krijger onoverwinnelijk maken in de strijd. — Freetown Museum, Sierra Leone