Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 22/3 blz. 13-15
  • Een blik op Indiaanse juwelen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een blik op Indiaanse juwelen
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het „pompoenbloesem”-halssnoer
  • „Fetisj”-juwelen
  • Niet alles werkelijk Indiaans
  • De christelijke zienswijze verkrijgen
  • Hoe ziet hun toekomst er uit?
    Ontwaakt! 1996
  • Ik was een fetisj-priesteres
    Ontwaakt! 1975
  • Fetisjen — Kunnen ze u beschermen?
    Ontwaakt! 1986
  • Juwelen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 22/3 blz. 13-15

Een blik op Indiaanse juwelen

ZODRA ik bij mijn bij eerste bezoek aan het zuidwesten van de Verenigde Staten uit de trein stapte, kreeg ik een paar leden te zien van het volk dat bekendstaat als „de eerste Amerikanen”. Naast elkaar, hun rug tegen een muur, zaten daar enkele Indiaanse vrouwen van de Navajo-stam. De meesten van hen waren gekleed in een zwartfluwelen blouse en een lange plooirok. Maar het was iets anders dat mijn aandacht gevangen hield.

Al deze vrouwen waren rijkelijk getooid met uit turkoois en zilver vervaardigde juwelen. Aan beide armen hadden ze een verscheidenheid van armbanden hangen. Rond hun middel droegen ze een leren riem die versierd was met een reeks grote ovalen stukken zilver. Om hun hals hingen zoveel sierlijke halssnoeren, dat die de voorkant van hun blouse haast aan het oog onttrokken. Voor iedere vrouw lag een deken met nog meer voorbeelden van Navajo-juweelkunst.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik besloot iets meer over de juwelen van Amerikaanse Indianen te weten te komen. Laat mij enkele resultaten van mijn onderzoek, waartoe ook interviews met Indiaanse handwerkslieden behoorden, met u delen.

Het „pompoenbloesem”-halssnoer

Een specifiek voorbeeld van Indiaanse juweelkunst is het „pompoenbloesem”-halssnoer. Aan sommige van de kralen ervan zijn bloembladachtige stukjes zilver bevestigd, die een beetje naar boven en naar buiten gebogen zijn om op bloemen te lijken. De oorsprong van dit ontwerp is duidelijk terug te voeren tot de Spaanse veroveraars die deze streek eeuwen geleden bezochten. De Spanjaarden gebruikten zilveren afbeeldingen van granaatappels als versiering voor hun broek en wambuis. De Indianen, die niets afwisten van granaatappels, vonden de decoratie lijken op de bloesem van een pompoen en noemden haar daarom zo.

Een belangrijk kenmerk van het pompoenbloesem-halssnoer is de hoefijzer- of halvemaanvormige hanger. De naam die de Navajo’s hieraan geven is naja, hun woord voor „halve maan”. Zo nu en dan zijn er aan de uiteinden van het hoefijzer afbeeldingen van handen te vinden.

Velen geloven dat de halve maan ook door de Spanjaarden aan de Navajo-Indianen is doorgegeven, maar dat de oorsprong ervan veel verder terug ligt in de geschiedenis. Het boek The Navajo and Pueblo Silversmiths (De zilversmeden van de Navajo- en Pueblo-Indianen) zegt hierover: „Dit symbool was oud toen Columbus de oceaan overstak naar de nieuwe wereld. . . . In het kort gezegd was het een amulet van de Oude Wereld, dat bevestigd werd aan het tuig van een paard, bij voorkeur aan het toom, om het dier tegen het boze oog te beschermen”.

Is deze halsketting met zijn naja in de moderne tijd van religieuze betekenis? De meningen hierover verschillen. Sommigen geloven dat het een vruchtbaarheidssymbool is. Een andere mening is dat het „ongeluk” van de uiteinden van de halve maan wegvlucht. Sommigen bezien de handen die zich soms op de uiteinden van een naja bevinden, als een aanduiding dat het voorwerp de bezitter kan beschermen. Toch zijn dit, over het geheel genomen, persoonlijke meningen. Tegenwoordig is men het er niet algemeen over eens wat de betekenis van het pompoenbloesem-halssnoer is.

„Fetisj”-juwelen

Een ander type van Indiaans juwelierswerk wordt als een soort „fetisj” verkocht. Een fetisj is een stoffelijk voorwerp waarin, naar men gelooft, een god of geest huist, wat er een soort magische kracht aan geeft. De Zuñi, een volk van Pueblo-Indianen in het westen van de Amerikaanse staat New Mexico, genieten erkenning als bijzonder bedreven fetisj-vervaardigers.

Over het algemeen beziet men de meeste van deze fetisjen louter als kunstvoorwerpen. De Zuñi-Indianen verwierven hun naam en vaardigheid als fetisj-snijders echter door ze voor religieuze doeleinden te vervaardigen. De Zuñi-Indianen geloven dat fetisjen mensen bij hun problemen kunnen helpen. Elke fetisj wordt als iets levends beschouwd, dat bijzondere zorg nodig heeft. Het wordt bewaard in een speciaal kruikje en op ceremoniële wijze „gevoed” met maïsmeel.

Niet alles werkelijk Indiaans

In de begintijd van de Indiaanse zilversmeedkunst waren blanke handelaren de tussenpersonen tussen de handwerkslieden en de kopers. In hun begeerte winst uit hun handel te slaan, beïnvloedden deze handelaren de smeden tot het vervaardigen van produkten die er voor blanken „Indiaans” uitzagen. „Zonder deze suggestie van ons eigen [blanke] ras met betrekking tot ’Indiaanse’ kunst”, zo schrijft een specialist op het gebied van Indiaanse juwelen, „zou de Indiaanse edelsmid er net zo weinig toe geneigd zijn geweest een pijl als versiering op zilveren voorwerpen te gebruiken, als een boer een ploegschaar als symbool of versiersel op zijn gordijnen of tapijten zou gebruiken.”

Toen de trein en de auto steeds meer souvenir-jagende toeristen naar het zuidwesten brachten, werden er vlak bij reservaten werkplaatsen opgezet om zilveren juwelen te vervaardigen. Werknemers namen Indianen in dienst om aan de lopende band sieraden te maken, die konden worden voorzien van het kenmerk „Indian made”. Zelfs een buitenlandse staat kwam ermee op de markt, door één van haar steden om te dopen tot „Reservaat” en haar produkten dan als „in Reservaat gemaakt” te bestempelen. De laatste tijd is men echter steeds meer teruggekeerd tot de regeling dat men individuele handwerkslieden hun eigen creaties laat uitwerken.

Een nadere beschouwing van het Indiaanse handwerk onthult een overvloed van symbolen en ontwerpen buiten die welke we reeds noemden. Velen voelen zich verplicht de „betekenis” van al deze symbolen te achterhalen. Enkele handelaren zijn zelfs zo ver gegaan, dat ze verklaringen hebben verzonnen als middel om klanten tot de aanschaf van voorwerpen te verleiden. Het blad Southwestern Indian Arts and Crafts (Kunstvoorwerpen en Handwerk van de Zuidwestelijke Indianen) zegt hierover: „Het merendeel van het gedrukte materiaal dat Indiaanse ontwerpen ’verklaart’, is feitelijk nergens op gebaseerd.”

De christelijke zienswijze verkrijgen

Hoe zouden personen die God wensen te behagen, het kopen of bezitten van dit soort juwelen moeten bezien? Sommige voorwerpen, zoals fetisj-juwelen, staan rechtstreeks in verband met praktijken van afgodenaanbidding. Betreffende zulke dingen zegt de bijbel: „Welke overeenkomst heeft Gods tempel met afgoden? . . . ’„Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af”, zegt Jehovah, „en raakt het onreine niet langer aan”’” — 2 Kor. 6:16, 17.a

En wat valt er te zeggen over de halve maan? Het is waar dat vroeger halve manen gebruikt werden als amulet om het „boze oog” af te weren en misschien als vruchtbaarheidssymbool. Maar over de halve maan in het algemeen schrift een erkend expert op het terrein van Indiaanse kunstvoorwerpen en handwerk:

„Tegenwoordig verschijnt hij in het Zuidwesten in een grote verscheidenheid van vormen, maar wordt niet beschouwd als een gelukshanger of amulet. De wijdverbreide verhalen waarin de naja- en de pompoenbloesem-halsketting als vruchtbaarheidssymbolen worden beschouwd, zijn voortbrengselen van de verbeelding van de blanken en niet gegrond op Indiaanse legenden, godsdienstige gedachten of gebruiken.” — Southwestern Indian Arts and Crafts, door Tom Bahti.

Het met de hand gemaakte juwelierswerk van de Amerikaanse Indianen is inderdaad kunstzinnig en mooi. Terwijl veel ervan niet in verband staat met onbijbelse aanbidding, wordt het echter in enkele streken bij zulke aanbidding gebruikt. Wanneer christenen derhalve willen beslissen of het bezitten van zulke juwelen is toegestaan, zullen ze zich door hun eigen aan de hand van de bijbel gevormde geweten moeten laten leiden. — Rom. 14:2-4. — Ingezonden.

[Voetnoten]

a Zie het artikel „Zijn het afgodische versieringen?” in de Ontwaakt! van 22 april 1977, blz. 21-25.

[Illustratie op blz. 14]

Voor sommigen kunstvoorwerpen — voor anderen fetisjen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen