Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. De God die aarde en hemel maakte (Gen. 2:4)
5. Van koningen wordt dit gezegd als zij hun koningschap opnemen (Dan. 11:2, 3; 12:1)
9. Deze lengtemaat bestond ook in een iets langere versie (Ezech. 40:5)
10. Abednego, maar dan zijn oorspronkelijke naam (Dan. 1:6, 7)
11. Wie Jehovah zo bejegenen, krijgen van hem dezelfde bejegening (1 Sam. 2:30)
13. Al Sems nakomelingen via deze achterkleinzoon waren voor het bijbelverslag van belang (Gen. 10:21)
15. Hiermee spreekt Paulus de wens uit dat hij goede dingen aangaande hen zal horen (Fil. 1:27)
17. Een uitnodiging om over te nemen (Openb. 22:17)
19. Uiting van belangstelling, van goedgunstige aandacht (Ruth 2:10)
22. Plannen maken voor wat schadelijk is, daar is de goddeloze goed in (Ps. 36:4)
23. „Mijn worstelingen” betekent zijn naam (Gen. 30:8)
25. Veelvuldig voorkomend veelvoud (Ezech. 47:3-5)
29. „Rechter” was de betekenis van zijn naam (Gen. 30:6)
30. Voorzetsel
33. Voorganger van Éljakim (Jes. 22:15-24)
36. Aan wie de gehoorzaamheid der volken zal behoren (Gen. 49:10)
37. Een nieuwe naam (Gen. 35:10)
38. Aanraken was al verkeerd geweest, en zij ----! (Gen. 3:6)
39. Kracht geven (Jes. 41:10)
40. Een drankoffer goot hij op de zuil uit (Gen. 35:14)
Verticaal
1. Wat wil Paulus kunnen doen op de dag van Christus? (Fil. 2:16)
2. Soms als andere naam voor de berg Sinaï, maar algemener als benaming voor het hele bergachtige gebied rondom die berg (Ex. 3:1, 2; Hand. 7:30)
3. Geen gering voorrecht om God in gebed zo te mogen aanspreken! (Matth. 6:9)
4. Nakomeling van Aser, waarschijnlijk dezelfde als de even daarvoor genoemde Hotham (1 Kron. 7:35, 32)
6. Niet Mordechaï kwam eraan te hangen maar Haman zelf (Esth. 5:14; 7:10)
7. Echtgenoot van Jochébed (Ex. 6:20)
8. Hij zal zo ongeveer de eerste zijn geweest die een regenboog heeft gezien (Gen. 9:12, 13)
12. Voorzetsel: ---- deze dingen (Openb. 7:9)
14. Nadat hij 40 jaar rechter was geweest over Israël, stierf hij op 98-jarige leeftijd (1 Sam. 4:15, 18)
16. Jehovah luistert ernaar (Spr. 15:29)
17. Een van de zonen van Ruben, met Jakob en zijn huis naar Egypte gekomen (Gen. 46:9)
18. Roep gericht tot dorstigen, met daarna een vorstelijk aanbod (Jes. 55:1, 2)
20. Geen zal er dan meer zijn, want geen droefheid zal er nog reden toe geven (Openb. 21:4)
21. Een wonder van deze profeet stelde een weduwe in staat haar schulden te betalen (2 Kon. 4:1-7)
24. Benadrukkend dat dit voor ieder van dezen geldt (Mark. 3:35)
26. Hier symbolisch bedoeld; de letterlijke blijft wel degelijk (Openb. 21:1)
27. Griekse zilvermunt; ongeveer dezelfde waarde als de denarius, en die vertegenwoordigde een dagloon van een landarbeider (Luk. 15:8)
28. Dit verschijnsel meende men te horen (Hand. 2:2, 6)
29. Paulus predikte er; een van zijn latere reisgenoten kwam er vandaan (Hand. 14:20, 21; 20:4)
31. Beeldspraak voor wat onbetekenend of waardeloos is; Job vergeleek er de uitspraken van zijn zogenaamde vertroosters mee (Job 13:12)
32. Zoveel is een afgod (1 Kor. 8:4)
33. Hoewel versterkt (als het dezelfde stad betreft), toch later door de Filistijnen ingenomen (2 Kron. 11:7; 28:18)
34. Aansporing tot voortdurende krachtsinspanningen (Matth. 7:7)
35. Een boomsoort die een welriekende substantie oplevert (Hoogl. 4:14)
OPLOSSING OP BLZ. 25
Oplossing horizontaal
1. JEHOVAH
5. OPSTAAN
9. EL
10. AZARJA
11. EREN
13. HEBER
15. MAG
17. KOM
19. NOTITIE
22. BERAMEN
23. NAFTALI
25. DUIZEND
29. DAN
30. AAN
33. SEBNA
36. SILO
37. ISRAËL
38. AT
39. STERKEN
40. STORTTE
Oplossing verticaal
1. JUICHEN
2. HOREB
3. VADER
4. HELEM
6. PAAL
7. AMRAM
8. NOACH
12. NA
14. ELI
16. GEBED
17. KARMI
18. HE
20. TRAAN
21. ELISA
24. AL
26. ZEE
27. DRACHME
28. BRIES
29. DERBE
31. AS
32. NIETS
33. SOCHO
34. BLIJFT
35. ALOË