Trinidad bouwt een zaal in vier dagen!
„ALS jullie die kerk in vier dagen kunnen bouwen, geef ik jullie al het ijs dat jullie nodig hebben, gratis!” Dat was het uitdagende aanbod van de ijsverkoper toen hij hoorde dat de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen in de buurt bezig was met een poging een Koninkrijkszaal te bouwen in vier dagen. Hij was bereid te wedden dat zij dat niet zouden kunnen. Dit was immers Trinidad, waar overschrijding van de streefdatum heel normaal is in de bouwwereld, en de gemeente Siparia had slechts 72 leden. Aangezien Jehovah’s Getuigen niet gokken, kochten zij van de ijskoopman genoeg ijs om koude dranken te maken voor de 300 transpirerende vrijwilligers en gingen daarmee weer terug naar het bouwterrein. — Jesaja 65:11.
Zouden zij het klaarspelen? Zij dachten van wel. Zij hadden per slot van rekening gedurende de afgelopen zes maanden het hele project uitgestippeld. De fundering was een maand tevoren gelegd, toen bepaalde sanitaire en elektrische inrichtingen waren geïnstalleerd, en de benodigde materialen lagen op de bouwplaats opgeslagen.
Terwijl buren nieuwsgierig toekeken, begon het werk op vrijdagavond 17 mei 1985 toen meer dan honderd vrijwilligers op het bouwterrein samenstroomden. Toen zaterdag 18 mei aanbrak, had men het geraamte voltooid, was er een begin gemaakt met de dakbedekking en begonnen de metselaars hun stenen te vermetselen. Tegen het middaguur zat het dak erop, was het geluidssysteem aangelegd en verscheen er een bord waarop met enig voorzichtig vertrouwen werd meegedeeld:
Bouw Koninkrijkszaal
Geschatte bouwtijd — 4 dagen
18, 19, 25, 26 mei
Maar wie waren deze werkers? De werkploeg was samengesteld uit mensen met een heel verschillende achtergrond. Er was hier een jonge arts die de verf met bijna chirurgische precisie aanbracht. En de vrouw die daar bezig was het podium te bouwen? Zij is een alleenstaande ouder die een taxi bestuurt om in haar levensonderhoud te voorzien. Een metselaar die al 40 jaar in het vak zit, werkte schouder aan schouder met iemand die net op de technische school zijn metselopleiding voltooid heeft. Ook moeten wij melding maken van de vrouwen die niet alleen kookten, maar greppels groeven, schilderden, het gazon aanlegden, stenen versjouwden en muren bepleisterden.
Hoe reageerden de mensen uit het publiek? Toen het water opraakte en verder pleister- en metselwerk onmogelijk leek, liet de brandweercommandant uit de buurt, die het geweldig vond wat daar werd ondernomen, ’s nachts drie keer water brengen. Hij nam zelfs vrienden mee om hun zelf te laten zien wat er tot stand werd gebracht. Een vrouw die aan de overkant van de straat tegenover de zaal woonde, stond de Getuigen welwillend toe om op haar grond materialen op te slaan. Zij woonde de eerste vergadering bij die in de zaal werd gehouden.
En hoe staat het met onze eerdergenoemde ijsverkoper? Tegen de tweede dag was alle ijs op. Hij had echter gezien hoever het werk was gevorderd en bood de Getuigen geld aan om meer ijs te kopen. Ja, nu gelooft hij dat Jehovah’s Getuigen in vier dagen een zaal kunnen bouwen!