Voetbalvandalisme — ziekte of symptoom?
Door Ontwaakt!-correspondent op de Britse Eilanden
„HET belooft een opwindende, echte Europa-Cup-finale te worden”, schreef de Londense Times op 29 mei 1985. Er werd echter ook gemeld: „Brussel bereidt zich voor op de komst van de supporters van Liverpool . . . Er is een enorme veiligheidsoperatie opgezet.”
Toch kwamen 38 personen om het leven en raakten meer dan 150 gewond toen vechtersbazen in het Brusselse Heizelstadion te keer gingen bij een ontmoeting tussen teams uit Engeland en Italië. De Londense Daily Mail berichtte:
„De tragedie ontstond toen Liverpool-supporters, wellicht na te zijn uitgedaagd, een uur voordat de wedstrijd had moeten beginnen, een aanval deden op een gedeelte waar zich Juventus-aanhang bevond. Er was daar slechts een zwakke afscheiding tussen de twee groepen fans, en de Liverpool-supporters klommen eroverheen en trokken die omver. De muur en de dranghekken stortten in onder het gewicht van de in paniek vluchtende Italianen . . .
Mannen die na het instorten van de muur met hun onderlichaam onder het puin beklemd zaten, schreeuwden het uit van de pijn, terwijl zij hun armen uitstaken in een smeekbede om hulp.
Maar om hen heen en boven op hen waren de supporters nog steeds aan het vechten, elkaar trappend en stompend en projectielen slingerend . . . De gevechten waren op de televisie te zien in meer dan 80 landen die een directe reportage van de wedstrijd uitzonden . . . Meer dan anderhalf uur na de tragedie, terwijl aanvoerders van beide ploegen om kalmte smeekten, waren supporters van beide zijden nog steeds bezig de Belgische oproerpolitie te honen en te bekogelen met flesjes, blikjes, stenen, keien en vuurwerk.”
Zulk gewelddadig vandalisme is echter niets nieuws. Relschoppende fans zijn al veel vaker de oorzaak geweest van paniek, vluchtende menigten en doden tijdens en na afloop van voetbalwedstrijden. In dezelfde maand van de ramp in Brussel vielen er acht doden en raakten 51 gewond in rellen in het Olympisch Stadion van Mexico-Stad! En om nog wat andere incidenten te noemen:
In oktober 1982 kwamen na een voetbalwedstrijd in het Lenin-stadion in Moskou 20 mensen om het leven. In februari 1981 werden er nog eens 19 gedood in Piraeus (Griekenland). In augustus 1980 stierven er 16 in Calcutta (India). In februari 1974 vonden er in Caïro (Egypte) 48 de dood toen zij onder de voet werden gelopen. In juni 1968 hadden gevechten onder supporters in Buenos Aires (Argentinië) 72 doden tot gevolg. En in mei 1964 stierven op zijn minst 318 personen en raakten 500 gewond in Lima (Peru) toen er gevechten uitbraken nadat een scheidsrechter een Peruaans doelpunt had afgekeurd.
Voetbalvandalisme heerst echter vooral onder Britse supporters. De Londense Times drukte een deprimerende lijst af van daden van vandalisme tijdens Britse voetbalwedstrijden in de afgelopen 23 jaar. Supporters van Britse clubs hebben huisgehouden in Europese steden zoals Rotterdam, Parijs, Saint-Étienne, Turijn, Madrid, Basel, Oslo, Amsterdam, Brussel, Valencia, Kopenhagen, Luxemburg en Lissabon. Geen wonder dat Europeanen voetbalvandalisme „de Britse ziekte” noemen.
In een verslag over de tragedie in Brussel gaf de Times-verslaggever David Miller uiting aan de gevoelens van velen: „Als er buiten een stoet ambulances en eerste-hulpeenheden zorg draagt voor de doden en gewonden, in een tafereel dat doet denken aan een slagveld, en wanneer na afloop het vechten op gruwelijke wijze op straat wordt voortgezet, dan moet hieraan een halt worden toegeroepen.”
Voetbalvandalisme is inderdaad een maatschappelijke plaag. Maar is het geweld waarmee dit vandalisme gepaard gaat, slechts een symptoom? Zo ja, van welke ziekte?
Een zieke maatschappij?
Voetbal werd in de Londense Sunday Times beschreven als een „spiegel van de maatschappij, en de maatschappij die wij nu hebben, is gemeen, hebzuchtig en gewelddadig”. De krant voegde eraan toe: „Voetbal is op zich genomen niet de oorzaak van geweld, maar het vormt er een perfect toneel voor . . . Het trekt geweld aan en kanaliseert het, terwijl dat geweld anders zou sluimeren of sporadisch tot uitbarsting zou komen.”
Het geweld dat zich manifesteert in de rivaliteit tussen voetbalclubs, vindt een voorbeeld in andere daden die door veel zogeheten ordelievende burgers worden vergoelijkt. In zijn boek We Hate Humans verklaart David Robins na zeven jaar voetbalvandalisme te hebben bestudeerd: „De neiging van landen om grensgeschillen op gewelddadige wijze op te lossen, en dat met slechts een heel zwakke verwijzing naar idealen of morele maatstaven, kan door de niet politiek onderlegden worden geïnterpreteerd als gewoon een volwassen versie van voetbaloorlog.”
Vandaar dat het tijdschrift The Economist adviseerde: „Terwijl een beschaamd Engeland nadenkt over de tragedie van Brussel, zou het er goed aan doen het stelsel van culturele waarden te onderzoeken dat dit mogelijk heeft gemaakt.”
Vandalisme identificerend als een symptoom van een zieke maatschappij, klaagde de voorzitter van de Engelse politiebond, Charles McLachlan, over het gebrek aan discipline tegenwoordig en riep op tot een betere begeleiding voor de jeugd. Commissaris Robert Bunyard van het politiekorps van Essex beschreef de rellen tijdens voetbalwedstrijden als „de concentratie van gedrag waaraan mensen zich ook elders overgeven”.
Is de ziekte waarvan de menselijke maatschappij doortrokken is, in een laatste, terminaal stadium? Of is er nog genezing mogelijk? Welke behandeling zal slagen?
De symptomen behandelen
Men heeft al voorgesteld pasjes en fouillering in te voeren om het aantal raddraaiers en vechtersbazen in de voetbalstadions te verminderen. Rechter Popplewell van het Hooggerechtshof concludeerde na een onderzoek naar de veiligheid van voetbal dat het verplichtstellen van lidmaatschapskaarten voor supporters zou bijdragen tot een vermindering van het vandalisme. Dit voorstel zou, indien uitgevoerd, gelegenheidsbezoekers verhinderen een voetbalwedstrijd bij te wonen. „Dat is naar mijn mening een prijs die publiek en club moeten betalen om al het geweld rondom voetbal terug te dringen”, aldus Popplewell.
Een van de andere aanbevelingen van Popplewell was dat de politie maximaal gebruik maakt van gesloten televisiecircuits om vechtpartijtjes op de tribunes te signaleren. In enkele gebieden is men al met die suggestie aan het werk gegaan, en de politie zet daar speciale voertuigen in. Vanuit deze wagens kan men de gebeurtenissen met kleurenvideocamera’s in de gaten houden. Wanneer moeilijkheden worden waargenomen kan de politie de individuele relschoppers identificeren en vervolgens fotograferen.
Plannen om de alcoholverkoop in, bij of zelfs op weg naar de voetbalstadions te verbieden, zal hopelijk ook tot een vermindering van geweld leiden. De Londense Times gaf als redactioneel commentaar: „Het Britse voetbal zal uiteindelijk misschien moeten worden gespeeld in versterkte amfitheaters met ijzeren kooien waar eens open tribunes waren, en ademanalyse-apparatuur [om op alcohol te testen] bij elk tourniquet . . . Toekomstige voetbalwedstrijden hebben dan misschien niet de opwinding en de romantiek van het nationaal spel van weleer. Maar in ieder geval zal het dan weer een spel zijn, een spel dat het spelen waard is en ook veilig te exporteren is.”
Zulke maatregelen, hoewel goed bedoeld, bestrijden de symptomen, maar doen niets aan het voortwoekeren van de ziekte zelf. The Guardian Weekly bracht het zo onder woorden: „Geen enkel spel is fortificaties waard die zich alleen maar met de symptomen bezighouden, maar niet de ziekte aanpakken.” Hoe kan de ziekte doeltreffend worden behandeld? Hoe kan vandalisme niet alleen uit sportevenementen maar uit de hele maatschappij uitgebannen worden?
Een eind aan vandalisme
De gruwelijke gebeurtenissen van 29 mei stonden in schril contrast met wat er twee maanden later gebeurde in de zalen van het tentoonstellingspark in Heizel, op slechts 500 meter van het voetbalstadion. Het deed denken aan het verschil tussen een woeste winterse zee en een kalme zee in de zomer. Er kwam daar van 25 tot 28 juli 1985 opnieuw een grote, veeltalige menigte bijeen. Maar de sfeer was totaal anders.
Deze menigte was bijeengekomen voor een vierdaags districtscongres van Jehovah’s Getuigen. Zij waren daar om meer te vernemen over christelijke rechtschapenheid, en zij hoorden tot nadenken stemmende besprekingen over onderwerpen zoals „In een godloze wereld rechtschapen aan waarheid vasthouden” en „Gods tijden en tijdperken — Waarop wijzen ze?” Terwijl het aantal bezoekers tot 27.402 steeg, werd er niet gestolen en niet gevochten en raakte niemand gewond zoals dat allemaal bij die andere mensenmassa het geval was geweest. De vergadering werd veeleer gekenmerkt door haar vrede en orde.
Op vrijdagmorgen werd het programma onderbroken door een bommelding. Maar merk eens op hoe verschillend deze menigte op druk reageerde: Er werd een mededeling gedaan, en iedereen verliet op ordelijke wijze de hal. Een journalist klokte de tijd voor de evacuatie — deze duurde slechts acht minuten. Eén zaal werd in slechts vier minuten ontruimd! Dit tot grote ontsteltenis van een vrouwelijke afgevaardigde. Zij had de — volle — zaal verlaten om naar het toilet te gaan, waar geen luidsprekers waren. Toen zij slechts vijf minuten later terugkwam, was de zaal volkomen leeg. Er was niemand te zien! Zij was helemaal in de war totdat zij erachter kwam wat er was gebeurd.
De zalen bleven een uur leeg terwijl de politie en 500 vrijwilligers alle gebouwen doorzochten. Er werd geen bom gevonden, en het congresprogramma werd vervolgd.
Ook in Engeland brachten een 142.859 mensen vier dagen door in tien verschillende stadions als bezoekers van de „Rechtschapenheidbewaarders”-congressen van Jehovah’s Getuigen, en hun samenzijn werd niet ontsierd door enige vorm van vandalisme. Een bestuurslid van een voetbalclub zei zelfs: „Er vindt nooit ook maar één confrontatie plaats . . . De vredige sfeer . . . werkt aanstekelijk.”
De congresgangers tegenover bezoekers van voetbalwedstrijden stellend, zei een politieman in Manchester: „Toeschouwers van voetbalwedstrijden bezien ons als vijanden en nemen geen notitie van ons. Maar uw mensen sloven zich uit om vriendelijk te zijn.” „Als iedereen zo georganiseerd was . . . als u, zou ik mijn baan kwijt zijn.”
Waardoor kwam het dat deze menigten zo anders waren dan de toeschouwers van voetbalwedstrijden? Dat kwam niet door gebruikmaking van fouilleringen of bewaking met een gesloten televisiecircuit. Neen, het was het feit dat de mensen zelf een vredige levenswijze hadden aangenomen. Velen van hen leidden voorheen een gewelddadig leven. De verandering kwam echter toen zij regelmatig de bijbel gingen bestuderen en de leer ervan in hun leven gingen toepassen, en omgang zochten met anderen die de bijbelse raad opvolgen om ’vrede te zoeken en die na te streven’. — 1 Petrus 3:11.
Op zich genomen zullen deze activiteiten de aarde nog niet bevrijden van alle geweld, met inbegrip van voetbalvandalisme. Dit zal gebeuren wanneer Gods koninkrijk in de aardse aangelegenheden zal ingrijpen en alle onrechtvaardigheid en geweld zal verwijderen. Dan zal er vrede heersen onder de „Vredevorst”. — Jesaja 9:6.
Jehovah’s Getuigen doen u een warme uitnodiging toekomen om hun Koninkrijkszalen en congressen te bezoeken. Sla voor uzelf gade hoe mensen hun leven blijvend veranderen door de beginselen toe te passen die in de bijbel worden uiteengezet.
[Inzet op blz. 20]
„Een avond van pure waanzin heeft het voetbal met bloed bespat, en wij zullen het niet kunnen vergeten.” — Het Franse tijdschrift Onze
[Illustratie op blz. 21]
Waarom hier zo’n rust?
[Illustratieverantwoording op blz. 19]
ROSSEL and CIE, S.A., Brussel