De zienswijze van de bijbel
Is Pasen een feest voor christenen?
HOE beziet u Pasen? Voor de zesjarige Alexandra in Canada betekent het een feestje. ’Je gaat cake eten bij je vriendinnetjes’, zei ze. ’Je schrijft aan de paashaas als hij je chocolade-eieren heeft gebracht.’ Voor anderen betekent het weinig meer dan een paar dagen extra vrij van het werk of van school, een lang weekeinde. En toch is Pasen voor velen het belangrijkste religieuze feest van het jaar, een feest om het feit te vieren dat Jezus Christus drie dagen nadat hij ter dood was gebracht, opgestaan is ten leven. Maar hoe beziet God Pasen? Steekt er meer achter dan alleen de herdenking van Christus’ opstanding? Als wij Gods goedkeuring willen genieten, is het heel belangrijk dit te weten.
Er is geen twijfel aan dat Christus’ opstanding van het grootste belang is, de kern van het christelijke geloof. De apostel Paulus beklemtoonde dit door te schrijven: „Indien Christus niet is opgewekt, is onze prediking stellig vergeefs, en ons geloof is vergeefs. Indien bovendien Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos; gij zijt nog in uw zonden” (1 Korinthiërs 15:14, 17). Wil onze aanbidding dus aangenaam zijn in Gods ogen, dan moeten wij geloof oefenen in de opstanding van Jezus.
Maar achter Pasen steekt meer dan het vieren van de opstanding van Christus. De mensen hebben de bijbelse betekenis van die gebeurtenis genomen en er symbolen en gebruiken aan toegevoegd die hun oorsprong hebben bij volken uit de oudheid die valse goden dienden. Beschouw bijvoorbeeld eens een welbekend attribuut van Pasen in sommige landen — het konijn. „De heidenen uit de oudheid gebruikten het konijn als symbool van het overvloedige nieuwe leven in het voorjaar. . . . De eerste vermelding van het konijntje als paassymbool vinden wij omstreeks 1572 in Duitsland”, zegt The Catholic Encyclopedia for School and Home. Ook de paasgebruiken van kruisbroodjes, bontgekleurde eieren of chocoladeklokjes hebben hun wortels in heidense religie. En hoe ongelooflijk het ook is, zelfs de naam van het feest in sommige landen (Engels: Easter, Duits: Ostern) houdt verband met een heidense godheid. The Westminster Dictionary of the Bible verklaart dat Easter „oorspronkelijk het lentefeest ter ere van de Teutoonse godin van licht en lente [was] die in het Angelsaksisch Eastre heette. Reeds in de achtste eeuw werd de naam door de Angelsaksen overgedragen op het christelijke feest ter viering van de opstanding van Christus”.
Deze heidense herkomst wordt algemeen erkend en is terdege gedocumenteerd. De vraag is of het er iets toe doet. Ziet God, aangezien Pasen ten doel heeft Christus te eren, voorbij aan het feit dat de gebruiken, en in sommige talen zelfs de naam, verband houden met de aanbidding van andere goden?
Hoe God Pasen beziet
In de eerste twee van de Tien Geboden die door bemiddeling van Mozes gegeven werden, zei God: „Ik ben Jehovah, uw God . . . Gij moogt nooit enige andere goden hebben tegen mijn persoon in . . . want ik, Jehovah, uw God, ben een God die exclusieve toewijding eis” (Deuteronomium 5:6-9). Zelfs de schijn van valse aanbidding zou niet worden geduld, zoals telkens weer gebleken is uit Gods bemoeienissen met de natie Israël.
Toen bijvoorbeeld Mozes nog op de berg Sinaï was, waar hij die geboden op twee stenen tafelen ontving, begonnen de Israëlieten symbolen van de Egyptische religie te vermengen met hun aanbidding van Jehovah. Nadat er van het volk gouden oorringen waren ingezameld, werd er een gegoten beeld van een kalf vervaardigd. Toen volgde de bekendmaking: „Dit is uw God, o Israël, die u uit het land Egypte heeft opgevoerd.” Het bijbelse verslag vertelt ons: „Ten slotte riep Aäron [Mozes’ broer] uit en zei: ’Morgen is er een feest voor Jehovah.’ De volgende dag stonden zij derhalve vroeg op en gingen brandoffers brengen en gemeenschapsoffers aanbieden. Daarna ging het volk zitten om te eten en te drinken. Voorts stonden zij op om zich te vermaken.” — Exodus 32:1-6.
Net als degenen die het hedendaagse paasfeest vieren, beleden de Israëlieten de ware God te aanbidden. Het werd immers „een feest voor Jehovah” genoemd? Zij waren van plan Jehovah met het beeld in verband te brengen. Maar toch maakten zij plezier op een feest waaraan een nabootsing van een Egyptische godheid te pas kwam, Apis misschien, die werd voorgesteld als een jonge stier. Was God ermee ingenomen? Allerminst. Het scheelde niet veel of hij had om die reden de natie in het verderf gestort! — Exodus 32:7-10.
Zo verwacht God ook van christenen dat zij hun aanbidding rein en onbesmet houden, en niets van doen hebben met gebruiken, symbolen of feesten die met valse goden in verband staan. Ter illustratie: Veronderstel dat u wist dat een bepaald mes voor een onfris doel was gebruikt. Hoe zou u het vinden datzelfde mes te gebruiken om er uw voedsel mee te snijden en te eten? God heeft met eigen ogen de onverkwikkelijke heidens-religieuze praktijken gezien waarin Pasen zijn oorsprong vindt. Dient zijn zienswijze voor ons niet de doorslag te geven?
De apostel Paulus schreef: „Wat voor deelgenootschap hebben rechtvaardigheid en wetteloosheid? Of wat heeft licht met duisternis gemeen? Welke overeenstemming bestaat er voorts tussen Christus en Belial? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? En welke overeenkomst heeft Gods tempel met afgoden?” Het antwoord: Helemaal geen. Hij vervolgt: „’Gaat daarom uit hun midden vandaan en scheidt u af’, zegt Jehovah, ’en raakt het onreine niet langer aan’, ’en ik zal u aannemen.’” — 2 Korinthiërs 6:14-17.
God heeft vanaf de vroegste tijden beklemtoond dat zijn volk hem exclusieve aanbidding moet schenken en niets van doen mag hebben met de begeleidende verschijnselen van valse religie. Ware christenen tonen waardering voor de opstanding van Christus, niet door een feest te vieren dat uit het heidendom is overgenomen, maar in plaats daarvan, en in overeenstemming met Jezus’ gebod, door zijn dood te herdenken en door net als Jezus er voortdurend naar te streven God te behagen door Hem met geest en waarheid te aanbidden. — Lukas 22:19; Johannes 4:24.
[Inzet op blz. 17]
Ziet God, aangezien Pasen ten doel heeft Christus te eren, voorbij aan het feit dat de gebruiken verband houden met de aanbidding van andere goden?
[Illustratie op blz. 16]
Wat hebben deze dingen met Jezus te maken?