Zuid-Afrika — Vele rassen, vele conflicten, maar sommigen vinden vrede
Door Ontwaakt!-correspondent in Zuid-Afrika
ZUID-AFRIKA is een land van opvallende contrasten. Brede vruchtbare vlakten, uitgestrekte woestijnen, bergketens, rivieren die door smalle bergengten stromen en door groene dalen kronkelen. Een fascinerende verscheidenheid aan dieren, vogels en plantengroei. En bovendien treft men hier een rijke verscheidenheid aan mensenrassen.
Droevig genoeg heeft deze mengeling van rassen echter problemen gebracht. „Zuid-Afrika”, zo schreef Laurens van der Post, „heeft een grotere verscheidenheid aan menselijke spanningen dan enig ander land ter wereld: er zijn spanningen tussen blanken en Aziaten, zwarten en Aziaten, blanken en kleurlingen, Afrikanersa en Britten, en tussen Afrikaners en Britten enerzijds en zwarten anderzijds.”
Wie was hier het eerst? Vreemd genoeg was dat geen van bovengenoemde volken! „Het is onloochenbaar dat de Bosjesman de ’oudste inwoner’ is onder alle huidige stammen en dat de anderen immigranten zijn, de zwarten vanuit het noorden, de blanken vanuit het zuiden”, schreef Dr. Tyrrell in Tribal Peoples of Southern Africa. De Bosjesmannen zijn een in hun voortbestaan bedreigd ras. Zij hebben een wat geelachtige bruine huid en lijken in lengte veel op de pygmeeën in Centraal-Afrika. Zij behoren tot de laatste mensen op aarde die zich als jagers en voedselverzamelaars in leven houden.
Een sterke gelijkenis met de Bosjesmannen vindt men bij de Hottentotten — naar verondersteld een vermenging van Bosjesmannen en zwarten. Ook zij waren jagers, maar in tegenstelling tot de Bosjesmannen hielden zij hun eigen vee en schapen. Omdat de Hottentotten in de zuidelijke kuststreken woonden, waren zij de eersten die in contact kwamen met de blanken — die zich vanaf 1652 op de zuidpunt van Afrika kwamen vestigen.
Vanaf de vierde eeuw begonnen Afrikaanse stammen in het zuiden van Afrika door te dringen. Mettertijd ging het aantal zwarten in de miljoenen lopen — verdeeld over honderden stammen, met ieder zijn eigen stamhoofd. Sommige stammen met dezelfde taal vormden grotere nationale groepen, zoals bijvoorbeeld de Zoeloe, Xhosa, Sotho, Tswana, Pedi, Venda en Tsonga.
De strijd om land
De levenswijze van de Bosjesmannen was niet verenigbaar met die van de Hottentotten en de Afrikaanse stammen. Nog heviger werd de strijd om land na de komst van de Europeanen, die grote boerderijen voor hun vee nodig hadden. Ondanks zijn ongelofelijke moed moest de kleine jager wijken, uiteindelijk het onderspit delvend voor de veel verder ontwikkelde wapens van de blanke. Sommigen gingen in andere naties op, zoals de Sotho, terwijl anderen zich in de onherbergzame Kalahariwoestijn wisten te handhaven.
Na aanvankelijk wel oorlog gevoerd te hebben, waren de Hottentotten meer bereid zich over te geven en de blanke kolonisten te dienen. Na verloop van tijd gingen zij op in de Kaapkleurlingen, een hartelijk, vriendelijk volk van gemengd ras — waaronder ook Europese voorouders — in huidkleur variërend van blank tot donkerbruin.
Met de eliminatie van de Bosjesman en de onderwerping van de Hottentot kwam er nog geen vrede voor Zuid-Afrika. Het boek Gold and Workers verklaart: „Er begon een bittere strijd om land, eerst in het oostelijk deel van de Kaapkolonie tussen de Xhosa en de Hollanders en later de Britten, dan later in Natal tussen de Zoeloe en de Hollanders en de Britten . . . Het keerpunt kwam toen Engeland grote legers naar Zuid-Afrika stuurde. Dit gaf de doorslag. Met hun paarden, hun moderne geweren en hun kanonnen waren zij ten slotte in staat de Xhosa in de Oostkaap en de Zoeloe in Natal te verpletteren.”
Twintig jaar later, in 1899, begon de oorlog tussen de Britten en de Boeren, die bijna vier jaar duurde. Het was een conflict tussen blanken van Engelse en Hollandse komaf, dat meer dan 40.000 levens heeft gekost. Denk u eens in wat de zwarten nu te zien kregen. Hier waren „christenen”, die hun de bijbel kwamen brengen, elkaar aan het afslachten.
Zwarten en Aziaten
Hoe staat het met de zwarten, die de meerderheid vormen in Zuid-Afrika? Zijn zij verenigd? In het begin van de negentiende eeuw overwon een machtige Zoeloestrijder, Tsjaka, een aantal naburige stammen. Zijn veroveringen brachten een kettingreactie van stammenoorlogen teweeg, die miljoenen doden tot gevolg hadden.
Toen in de laatste eeuw rijke goudvelden werden ontdekt en de industrie opkwam, zijn de zwarten uit hun stamgebieden geleidelijk aan verhuisd naar de steden van de blanken om werk te zoeken. Eén derde van de zwarte bevolking, onder wie vele talen vertegenwoordigd zijn, leeft nu bijeen in woonwijken vlak bij blanke gemeenschappen. Eén voorbeeld is de zwarte woonstad Soweto, met ongeveer één miljoen zwarten, een satellietstad van de grootste stad van Zuid-Afrika, Johannesburg. De zwarten in deze woonwijken hebben vele Europese gewoonten overgenomen, maar hebben wel nog veel van hun stamgeloof bewaard.
Bij de rijke verscheidenheid aan rassen komen dan ook nog de meer dan 100.000 zwarte mijnwerkers uit de buurlanden Botswana, Lesotho, Swaziland, Malawi en Mozambique. Deze mannen komen geld verdienen voor hun gezinnen thuis. Zij wonen in mijnwerkersdorpen waar tussen de verschillende nationaliteiten vaak gevechten uitbreken.
Ten slotte zijn daar nog de meer dan een half miljoen Aziaten in Zuid-Afrika. Hoe zijn die hier gekomen? In de negentiende eeuw regeerde Engeland over het Zuidafrikaanse kustgebied Natal. De macht van de Zoeloe was nog niet gebroken en zij weigerden te werken op de suikerplantages van de blanken. Vanaf 1860 werden er dus arbeiders uit India gehuurd, en de meesten van hen gaven er de voorkeur aan om na het aflopen van hun contract te blijven. De immigratie uit India duurde voort tot 1911, tegen welke tijd 150.000 mannen, vrouwen en kinderen Zuid-Afrika tot hun thuis hadden gemaakt, als een verdere verrijking van de verscheidenheid aan rassen. Helaas vormen ook zij geen eenheid. Onder hen zijn hindoes, moslems en een aantal die tot de verschillende kerken van de christenheid behoren, en er bestaat tot op heden nog steeds vijandigheid tussen sommige zwarten en Indiërs.
Misschien kunt u als lezer nu begrijpen waarom de reeds aangehaalde Zuidafrikaanse schrijver zei dat zijn land ’een grotere verscheidenheid aan menselijke spanningen heeft dan enig ander land ter wereld’. Kort geleden heeft de regering, die uitsluitend uit blanken gevormd is, nieuwe plannen opgesteld, in de hoop de Indiërs en de kleurlingen tevreden te stellen. Maar vele blanken waren daar sterk op tegen, hetgeen geleid heeft tot het oprichten van een nieuwe politieke partij.
Het boek South Africa 1982 schat dat meer dan 83 procent van de Zuidafrikanen, blank en zwart, er aanspraak op maakt een christen te zijn. Maar de verdeeldheid onder hen heeft velen een afkeer van het christendom ingeboezemd. Betekent dit dat de bijbel niet deugt? Neen, want de bijbel veroordeelt duidelijk „vijandschappen, twist, jaloezie, . . . verdeeldheid” en verklaart dat „wie zulke dingen beoefenen, Gods koninkrijk niet zullen beërven” (Galáten 5:20, 21). De bijbel is juist een sterke kracht tot eenheid gebleken in het door strijd verscheurde Zuid-Afrika.
Alle rassen in vrede verenigen
Zelfs al in 1915 werd dit verslag uitgebracht: „Raciale tegenstellingen worden door christelijke liefde opgeheven, en Brit en Boer worden één in Christus Jezus. . . . Wat een schitterende band van eenheid is dit, die . . . blanke, zwarte en gele mensen bijeenbrengt.” Dit bericht doelde op een congres van Bijbelonderzoekers (Jehovah’s Getuigen) dat in die tijd in Zuid-Afrika gehouden werd.
Bestaat er momenteel zo’n onvervalste eenheid van christenen? Is deze eenheid blijven bestaan en gegroeid? Ja, inderdaad, zoals werd getoond door de 7.792.109 mensen van alle rassen die over de hele wereld op 4 april 1985 vredig samenkwamen om de dood van Jezus Christus te herdenken. — Lukas 22:19.
Deze ware christelijke eenheid van Jehovah’s Getuigen kan gemakkelijk worden waargenomen onder de ongeveer 200 vrijwillige werkers van alle rassen die op hun hoofdkantoor voor Zuid-Afrika harmonieus samenwerken om bijbelverklarende lectuur in vele talen te vertalen en te drukken. Deze lectuur bevat geen politieke propaganda maar vestigt de aandacht op het „goede nieuws van het koninkrijk” — Gods instrument om op de gehele aarde vrede te brengen. — Matthéüs 6:10; 24:14; Daniël 2:44.
Kan deze Koninkrijksboodschap, die door Jehovah’s Getuigen wordt gepredikt, werkelijk diepgewortelde rassenvooroordelen wegnemen?
Beschouw eens het geval van Samuel Mase, een Xhosa. Drie keer is hij door blanken aangevallen. Hij was bitter en gedesillusioneerd, maar iets hielp hem om te veranderen: „Toen ik bij Jehovah’s Getuigen kwam, bemerkte ik het grote verschil met andere religies. In de Church of England waren er regelmatig ruzies tussen Sotho en Xhosa. Maar wat een eenheid, harmonie en liefde vond ik onder de Getuigen. Naarmate mijn studie vorderde, ging ik beseffen dat zelfs die blanken die mij eens aanvielen, dit als gevolg van hun onvolmaaktheid deden, net zoals zwarten ook andere zwarten van dezelfde stam aanvallen.” Gedurende de afgelopen veertig jaar heeft Samuel op zijn beurt een grote verscheidenheid aan mensen geholpen geloof in Gods koninkrijk te stellen.
Isaac Langa, een Zuidafrikaan, groeide op in de zwarte woonwijk Alexandra in Johannesburg. Hij was sterk racistisch ingesteld, haatte de blanken en beschouwde de Zoeloe-natie als superieur aan andere zwarten. Isaac bezocht bijeenkomsten die waren georganiseerd door een verboden antiregeringsgezinde organisatie, en raakte betrokken bij de rellen van 1976 in Zuid-Afrika. Hij vertelt: „Velen werden door de politie doodgeschoten; sommigen werden voor hun leven verminkt. Toen ik dit allemaal zag, groeide er in mij een geest van wraak. Ik wilde mij een automatisch geweer aanschaffen en er zoveel mogelijk neerschieten voor ik zelf gedood werd. Omdat ik nergens een geweer te pakken kon krijgen, besloot ik het voorbeeld van anderen te volgen die naar buurlanden waren vertrokken voor een militaire opleiding.”
In deze beslissende periode kwam Isaac in contact met Jehovah’s Getuigen die met hun van-huis-tot-huisprediking bezig waren. Er werden boeken bij hem achtergelaten waarin de bijbelse boodschap werd uiteengezet, en één in het bijzonder, Ware vrede en zekerheid — Uit welke bron?, maakte een blijvende indruk op hem. Hij vertelt: „Nu had ik de ware vrede waarnaar ik op zoek was. Ik leerde dat de bijbel zegt: ’Dat wat krom wordt gemaakt, kan niet recht worden gemaakt’, en: ’Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten’. Het werd mij dus duidelijk dat onze strijd tevergeefs was omdat er geen vrede op aarde door tot stand zou komen. Alleen Gods koninkrijk zal dat doen.” — Prediker 1:15; Jeremia 10:23.
Nog een voorbeeld is dat van een Afrikaner die opgevoed werd met een haat tegen zwarten. Hij heeft vaak, samen met twee kameraden, ’s nachts iedere Afrikaan die zij op straat tegenkwamen, in elkaar geslagen. Toen begon hij met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen. Hij bezocht een vergadering waar ook Afrikaanse Getuigen aanwezig waren, en werd getroffen door de liefde tussen de rassen. Later ging hij bij een Getuige werken en werd voor een opdracht naar een afgelegen gebied gestuurd. „Het was winter en erg koud en ik sliep in een metalen hutje”, vertelt hij. „De vrachtwagenchauffeur, die een Afrikaanse Getuige was, kwam daar aan en ik nam wat van mijn dekens, lakens en een kussen om een bed voor hem te maken.” Dit wekte de verbazing op van een andere zwarte die wist hoe deze man zich vroeger had gedragen. Na vele jaren zegt deze Afrikaner, die vroeger zwarten haatte en nu een Getuige is: „Tegenwoordig is er voor geweld geen plaats meer in mijn leven. Het is moeilijk geweest om na zo vele jaren te veranderen, maar ik maak geen onderscheid meer tussen rassen, hoewel mensen in de wereld mij uitschelden voor ’kafferboetie’ [negervriend].”
Een gemeente, die is samengesteld uit kleurlingen, blanken en Indiërs, had in haar gebied een aantal mijnwerkersdorpen. Zij besloten deze te gaan bewerken en begonnen de bijbelse boodschap onder deze zwarte arbeiders te verbreiden. Al spoedig begon een aantal, met inbegrip van buitenlandse Getuigen, de vergaderingen te bezoeken en goede vorderingen te maken. De gemeente bericht: „Er waren vrienden uit Malawi, Zimbabwe, Lesotho, Mozambique, Transkei, Zoeloeland en zelfs Angola. Zij spraken zo’n zeven verschillende talen en daarom werd Zoeloe gebruikt voor de algemene communicatie, maar de commentaren op de vergaderingen werden in alle talen gegeven. Openbare lezingen werden uit het Engels of Afrikaans in het Zoeloe vertaald.
De toestand buiten de gemeente deed de liefde onder de gemeenteleden nog duidelijker aan het licht komen. Een paar jonge bendeleden vielen regelmatig de Afrikaanse arbeiders uit het mijnwerkersdorp lastig, en hebben enkelen van hen doodgestoken. Er ontstond een verschrikkelijke vijandigheid die het voor iedereen onveilig maakte. En toch was er in de Koninkrijkszaal duidelijk liefde zichtbaar in de glimlachen, het handen geven, het gelach, en de warme belangstelling voor elkaar.”
Na een beschrijving van een vergadering waar zo’n onpartijdige liefde zichtbaar was, besloot het verslag: „Het deed ons allen beseffen hoe prachtig het zal zijn wanneer alle bewoners van de gehele aarde verenigd zullen zijn in de aanbidding van Jehovah en allen te zamen zullen wonen in volmaakte harmonie.”
Jehovah’s Getuigen in Zuid-Afrika geloven werkelijk dat dit zal gebeuren, omdat God het beloofd heeft. Niet alleen dat zij een diepe waardering koesteren voor de rijke verscheidenheid die nu onder hen bestaan, maar ook zien zij uit naar de tijd dat zij met rechtvaardige mensen uit alle rassen voor altijd op een gereinigde aarde zullen wonen. — Psalm 37:29; Openbaring 7:9, 14; 21:3-5.
[Voetnoten]
a Afstammelingen van Europeanen, hoofdzakelijk Hollanders, die het Afrikaans ontwikkelden. Vroeger meest boeren, en daarom ook de Boeren genoemd.
[Illustratie op blz. 19]
Bosjesman
[Illustratie op blz. 20]
Zoeloevrouwen
[Illustratie op blz. 21]
Boeren