Jehovah’s Getuigen komen bijeen in Polen
● Vier vergaderingen in vier steden
● Afgevaardigden uit 16 landen
● Een totaal aantal aanwezigen van 94.134
● Totaal aantal dopelingen — 3140
ZIJ kwamen met tienduizenden. Met auto’s, gecharterde bussen, speciale treinen en per vliegtuig stroomden zij in augustus 1985 Warschau, Poznań, Katowice en Wroclaw binnen. Zij waren daar om de „Rechtschapenheidbewaarders”-congressen van Jehovah’s Getuigen bij te wonen.
De Poolse Getuigen in deze gaststeden waren bij hun aankomst aanwezig om hen te begroeten. Dit trok vooral de aandacht op de Internationale Luchthaven van Warschau, waar afgevaardigden arriveerden uit West-Europa, Azië, Noord-Amerika en andere plaatsen. Zij verwelkomden hun bezoekers met een brede glimlach en een handdruk, sommigen met stevige omhelzingen en vele kussen. Er waren tolken om de communicatie wat te vergemakkelijken, maar het enthousiasme van de begroetingen overwon alle taalbarrières. In sommige gevallen werden er boeketten in de handen van de vrouwen gedrukt, en kinderen kwamen naar voren met een knicksje en een blij „Hallo!” in het Pools.
Aan zulke vreugdevolle begroetingen waren echter weken van hard werk voorafgegaan. Nadat de Poolse autoriteiten vriendelijk toestemming hadden verleend om de congressen te houden, werd er een ontzaglijke hoeveelheid werk gestart om alles in gereedheid te brengen.
Congresvoorbereidingen
Er moest een onderkomen gevonden worden voor de duizenden bezoekers. Alleen al in Warschau moest worden voldaan aan 11.000 aanvragen voor slaapplaatsen. Er moesten stadions worden gezocht waarin de congressen konden worden gehouden. Ze werden gevonden, in Warschau en Wroclaw voor de periode van 16-18 augustus, en in Poznań en Katowice (Chorzów) voor 23-25 augustus. Maar het vinden van de stadions was nog maar een deel van het werk. Verschillende kranten berichtten over het werk dat de Getuigen verzetten om de stadions geschikt te maken voor gebruik. Eén bericht luidde:
„Vijf weken lang zijn Jehovah’s Getuigen bezig geweest met intensieve voorbereidingen en reparaties aan het Slaski Stadion [Chorzów, gemeente Katowice]. Een paar ton afval is per vrachtwagen uit het stadion en van het terrein eromheen verwijderd, en tweemaal zo veel is ter plekke aan de vlammen prijsgegeven. Het hoge gras is gemaaid, en de gazons rond het stadion zijn weer keurig. Het kampeerterrein dat in een schroothoop was ontaard, is weer op orde gebracht. De zitplaatsen van de tribune, die achter elkaar geplaatst een lengte zouden hebben van 35 kilometer, zijn gerepareerd en schoongemaakt. 78.000 zitplaatsen zijn geschilderd. . . . Alle zeven toiletten waren volledig vernield. De ruiten waren kapot. De deuren waren weggebroken. De kranen afgerukt, de afvoer verstopt. . . . Men mag wel zeggen dat Jehovah’s Getuigen gewoon een geschenk uit de hemel zijn voor het bestuur van het Slaski Stadion, vooral met het oog op de geplande voetbalwedstrijd tussen Polen en België in september.”
In totaal zijn er zo’n 10.500 vrijwilligers onder de Getuigen met het bovengenoemde karwei bezig geweest. Zij hebben ook alle relingen en hekken geschilderd, de vernielde toiletruimten opgeknapt en geschilderd, en 132 toiletten met stortbak aangelegd. Geen wachtende rijen, zelfs niet voor de damestoiletten! Over dit werk voor het congres in Katowice stond in een ander nieuwsbericht: „De totale waarde van de verrichte werkzaamheden is geschat op 12 miljoen zloty’s [een 240.000 gulden].” Er werden soortgelijke reparatiewerkzaamheden verricht aan de andere drie stadions.
Waarnemers onder de indruk
Er vielen heel wat waarderende opmerkingen te beluisteren. Een regeringsfunctionaris zei: „U hebt alles tot in de puntjes georganiseerd. Waar wordt u dat bijgebracht?” Eén stadionbeheerder zei: „In de 25 jaar dat ik hier heb gewerkt, heb ik nog nooit zo’n orde gezien.” Een andere stadiondirecteur zei: „Waarom werken uw mensen zo plichtsgetrouw? Zulke werknemers zouden wij graag willen hebben!” En in een ander stadion zei de directeur: „Ik had het werkelijk niet voor mogelijk gehouden dit stadion nog in orde te brengen, maar u hebt het klaargespeeld.” Eén geïmponeerde waarnemer zei: „Er straalt iets ongewoons van jullie uit!”
Na afloop van het congres in het stadion van Warschau zei een gids tegen een groep jonge toeristen die bezienswaardigheden aan het bekijken waren: „Lange tijd was dit stadion verwaarloosd en smerig. Onlangs hebben Jehovah’s Getuigen het gehuurd voor hun religieuze congres. En kijk nu eens wat zij hier aan het doen zijn! Hoe alles veranderd wordt! Zij werken vrijwillig. Sterker, zij werken gratis!”
Over de hele wereld hetzelfde programma
Het congresprogramma zelf was in essentie gelijk aan wat in andere landen werd geboden, maar alleen iets verkort omdat de Poolse congressen twee en een halve dag duurden in plaats van drie en een halve dag. Vier leden van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen — A. D. Schroeder, M. G. Henschel, T. Jaracz en D. Sydlik — spraken op elk van de vier congressen. Hun lezingen werden vertaald in het Pools. Afgevaardigden uit verschillende landen brachten groeten en korte boodschappen over, die uit het Engels, Frans, Duits en Zweeds in het Pools werden vertaald, tot verrukking van het publiek.
Een afgevaardigde uit Denemarken merkte op hoe bekwaam de Poolse sprekers waren en maakte speciaal gewag van het Jobdrama: „Hoewel wij de taal niet verstonden, maakte het drama van Job grote indruk op ons. Het werd heel goed gespeeld. Aangezien wij vertrouwd waren met het verhaal, konden wij het verloop volgen, terwijl onze aandacht niet in beslag werd genomen door de vele details in het gesprek met de drie ’vrienden’; wij konden ons volledig concentreren op de sfeer en de gevoelens. Wij konden zowel zien als horen dat Job werkelijk ziek was, dat hij leed en veel pijn onderging, wij konden horen hoe onaangenaam de drie zogenaamde vrienden waren. Velen in het stadion zaten openlijk te huilen.”
Op alle congressen werden van groepen Jehovah’s Getuigen in diverse plaatsen de groeten voorgelezen en met donderend applaus ontvangen.
Bezienswaardigheden
Veel afgevaardigden uit andere landen maakten van de gelegenheid gebruik om interessante plaatsen in Polen te bezoeken. Sommigen bezichtigden het geboortehuis van Frédéric Chopin en dat van Marie Curie in Warschau. Anderen brachten een bezoek aan de toeristenplaats Zakopane met zijn fraaie houten huizen en kleurrijke winkelcentra, en lieten zich met een stoeltjeslift tot hoog in de schilderachtige bergwereld brengen. Tijdens hun autoritten naar deze bezienswaardigheden zagen de afgevaardigden het prachtige Poolse landschap waar op de velden hele families — jong en oud, mannen en vrouwen — samen aan het werk waren om de oogst binnen te halen.
Van bijzonder belang was het voormalige nazi-concentratiekamp in Oswiecim (Auschwitz). Eén groep Getuigen werd op hun tocht door het kamp begeleid door Josef, een voormalige gevangene van Auschwitz. Gewoonlijk is het een schokkende en deprimerende rondgang. Daar zijn de galgen, de muur waartegen veel gevangenen werden doodgeschoten, de verbrandingsovens, veel foto’s — en voortdurend vraagt men zich af of dit allemaal wel waar kan zijn. Niet dat men daaraan twijfelt, maar het afgrijselijke ervan maakt het haast ongelooflijk! Er waren de verschillend gekleurde driehoeken voor het identificeren van de verschillende categorieën gevangenen — slechts één categorie gevangenen om religieuze redenen, de Bijbelonderzoekers (Jehovah’s Getuigen) die een paarse driehoek droegen.
Maar nu Josef ons rondleidde, werd het bijna een aanmoedigende, verheffende ervaring. Hij vertelde zijn levensverhaal. Hij had zich beziggehouden met de politiek, maar zijn vader en moeder werden Getuigen. Toen zijn vader stierf en de Getuigen een begrafenisdienst hielden, raakte Josef onder de indruk van de enorme opkomst en de liefde die hij onder de Getuigen zag. Hij maakte een eind aan zijn politieke activiteiten zonder echter een Getuige te worden. Kort daarna werden Josef, zijn moeder en zijn zuster naar Auschwitz gezonden.
Zijn moeder werd naar de verbrandingsovens gestuurd. Zijn zuster is uiteindelijk met een verwoeste gezondheid weer vrijgekomen. Hij werd naar een kamp in Duitsland gezonden. Daar ontmoette hij een Getuige die met hem praatte, en hij werd een van Jehovah’s Getuigen. Hij was zelfs een van degenen die hebben meegelopen in de beruchte dodenmars. (Dit is gedetailleerd beschreven in het artikel „Integrity Outlives Concentration Camp”, in de uitgave van 1 september 1945 van The Watchtower.)
Tijdens de rondleiding in Auschwitz toonde Josef de ruimte waarin hij gevangen had gezeten, en waar zijn moeder werd vastgehouden, en de verbrandingsovens waar zijn moeder was gecremeerd. Maar zijn houding was een voorbeeld voor allen. Geen bitterheid. Het was een plaats waar rechtschapenheid jegens God had gezegevierd, waar vele Getuigen getrouw aan Jehovah waren gestorven. Door hem rondgeleid te worden was net alsof men samen met een ijverige Getuige in een moeilijk gebied was. Eén Getuige in de groep kocht enkele prentbriefkaarten van een verkoopster. Josef vroeg: „Heb je haar getuigenis gegeven?” „Nee.” Onmiddellijk was hij verdwenen om haar getuigenis te geven. In het concentratiekamp Auschwitz rondlopen waar zulke verschrikkelijke gruweldaden zijn bedreven, zou beslist heel deprimerend kunnen zijn, maar door een rondleiding van Josef werd het een inspirerende ervaring.
Waardering tot uitdrukking gebracht
Jehovah’s Getuigen hebben het gewaardeerd deze congressen te mogen houden. De Poolse regeringsfunctionarissen en stadiondirecties betoonden zich meewerkend en hartelijk tegenover de congresgangers. Dit droeg zeker bij tot het welslagen en de vreugde van deze bijzondere gelegenheid. Ook brachten in alle congressteden de grote kranten verslag over de congressen uit, en werd er zowel op de radio als op de televisie aandacht aan besteed.
Een van de sterkste indrukken die de weer afreizende afgevaardigden bijbleven, was echter de gastvrijheid van de Poolse Getuigen. Hun congressen waren doortrokken van een geest van vreugde en ijver. Zij deelden hun lunchpakketten met de bezoekende afgevaardigden. Zij nodigden hen uit in hun huizen. Zij kookten maaltijden voor hen, waaronder enkele speciale Poolse gerechten. De warme glimlach op hun gezichten, hun omhelzingen en kussen zullen de afgevaardigden uit andere landen zich nog lang herinneren.
De gevoelens van de Poolse Getuigen worden misschien het best weergegeven en samengevat in de volgende uit het hart komende boodschap die werd voorgelezen na de slottoespraak op de congressen in Katowice en Warschau. Ze werd vertaald in het Engels en Duits en kreeg een enthousiast applaus.
Geliefde broeders en zusters uit minstens 16 landen van de wereld!
Jullie hebben je heel veel moeite en offers getroost om te kunnen delen in onze vreugde. Alleen ware vrienden kunnen zo iets doen.
De meesten van jullie konden het merendeel van de woorden die hier werden gesproken niet verstaan, maar desondanks hebben wij het volste vertrouwen dat jullie doordrongen zijn van de geest die er op dit congres heerste.
Wij zijn verenigd in onze aanbidding van onze grote God, Jehovah, en in onze liefde voor hem en voor elkaar.
Wij allen prediken dezelfde boodschap — het goede nieuws van het Koninkrijk. Vertel onze vrienden alsjeblieft dat wij de gehele gemeenschap van broeders waarlijk liefhebben en dat wij vastbesloten zijn onze rechtschapenheid jegens Jehovah God tot het einde toe te bewaren.
Zoals de spreker in de slotlezing reeds zei, zijn wij gelukkig dat jullie onze liefdevolle groeten met jullie mee zullen nemen naar de broeders in jullie eigen land.
Wij zijn blij en dankbaar met jullie verenigd te zijn als rechtschapenheidbewaarders in de wereldomvattende broederschap.
Wij danken jullie allen.
Op zondag 29 september werd er in een uitzending van de Poolse nationale radio een 30 minuten durend programma over de congressen gepresenteerd, met inbegrip van het enthousiaste zingen van het Koninkrijkslied „Zie Jehovah’s leger”. Ja, door deze serie congressen in Polen werd opnieuw een klinkend antwoord gegeven op de in Genesis 18:14 gestelde vraag: „Is voor Jehovah soms iets te buitengewoon?”
[Kader op blz. 13]
Warschau, 16-18 augustus
Hoogtepunt aanwezigen 27.271
Aantal dopelingen 879
Wroclaw, 16-18 augustus
Hoogtepunt aanwezigen 16.003
Aantal dopelingen 545
Poznań, 23-25 augustus
Hoogtepunt aanwezigen 19.305
Aantal dopelingen 715
Katowice, 23-25 augustus
Hoogtepunt aanwezigen 31.555
Aantal dopelingen 1001
Totaal van de vier congressen
Hoogtepunt aanwezigen 94.134
Aantal dopelingen 3140
[Kader op blz. 14]
WIJ ZULLEN HET NOOIT VERGETEN
Jullie bezoek aan Polen zullen wij nooit vergeten,
Broeders en zusters uit zo vele landen.
Aan Jehovah’s rijke tafel hebben wij aangezeten
Als één standvastig volk saamgesmeed door nauwe banden.
Dit zullen wij nooit vergeten.
De taal vormde een probleem, dat is waar,
Maar liefde vond een manier om te zeggen,
’Wij houden van elkaar.’
Dit zullen wij nooit vergeten.
Op een dag in het Paradijs als Christus’ onderdanen,
Zullen wij ongetwijfeld hieraan denken onder tranen,
Toen onze harten elkaar ontmoetten, hebben wij reeds geweten,
Dit, onze geliefde broeders, zullen wij nooit vergeten.
— Gecomponeerd door een Poolse Getuige.
[Illustratie op blz. 9]
Stadionterrein in Poznań wordt opgeknapt
[Illustraties op blz. 10, 11]
Overzichtsfoto van het congres in Warschau
De doop op het congres in Warschau
[Illustraties op blz. 12]
Enkele Japanse en andere congresafgevaardigden
Broeder Schroeder spreekt 18.200 toe in het KS Warta Stadion te Poznań, Polen