De bijbelse zienswijze ten aanzien van seks
VOOR veel oprechte katholieken is alleen al de gedachte dat Maria seksuele gemeenschap met haar man Jozef gehad zou hebben onvoorstelbaar en schokkend. Dit komt doordat de hele houding van hun kerk ten aanzien van seks de gemiddelde katholiek de indruk heeft gegeven dat iemand niet echt heilig kan zijn als hij of zij gemeenschap heeft, ook al is het binnen het huwelijk. Maar zijn huwelijk en heiligheid onverenigbaar? Wat toont de bijbel aan?
In het oude Israël verlangde God dat priesters heilig waren, en toch mochten zij trouwen (Leviticus 21:6, 7, 13). In de christelijke gemeente was Petrus — die door de Katholieke Kerk als de eerste paus wordt beschouwd — een gehuwd man, evenals het merendeel van de apostelen (Matthéüs 8:14; 1 Korinthiërs 9:5). Binnen de christelijke gemeente kon een „opziener” („bisschop”, in de katholieke Petrus-Canisiusvertaling) „de man van één vrouw” zijn (1 Timótheüs 3:2). En „oudere mannen” („priesters”, PC) konden gehuwd zijn (Titus 1:5-8). Trouwens, alle getrouwe eerste-eeuwse christenen waren „Gods uitverkorenen, heilig en bemind”, en velen van hen waren gehuwd (Kolossenzen 3:12, 18-21). Het zou zinloos zijn te beweren dat dit seksloze huwelijken waren, want dat zou lijnrecht in tegenspraak zijn met de in 1 Korinthiërs 7:2-5 gegeven apostolische raad.
Volgens de bijbel zijn derhalve huwelijk en heiligheid niet onverenigbaar. Zou God over zichzelf spreken als de ’echtgenoot’ van Israël, en zou de bijbel over Christus spreken als de „man” van de christelijke gemeente, als er iets onreins aan de huwelijksverhouding was? — Jesaja 54:5; 62:4, 5; Efeziërs 5:23-32; Openbaring 19:7; 21:2, 9.
Wij kunnen derhalve zonder gewetensbezwaar het duidelijke bijbelse getuigenis aanvaarden dat Jozef na de maagdelijke geboorte van Jezus een normaal huwelijksleven met Maria heeft geleid en andere zonen en dochters bij haar heeft verwekt. Dit waren Jezus’ vleselijke halfbroers en -zusters, daar Maria aan elk van hen het leven had geschonken (Matthéüs 1:24, 25; Markus 3:31). Dit weerhoudt ons er geenszins van Maria lief te hebben en te respecteren als een heilige vrouw, evenmin als het feit dat Sara Isaäk baarde, Petrus ervan heeft weerhouden haar tot de „heilige vrouwen” uit de oudheid te rekenen. — 1 Petrus 3:5-7; Hebreeën 11:11, 12.
Echtscheiding en anticonceptie
Terecht gaat de Katholieke Kerk echtscheiding tegen en veroordeelt ze abortus. Maar wordt ze door de bijbel gesteund wanneer ze echtscheiding onder alle omstandigheden verwerpt en staande houdt dat „bij werkelijk iedere huwelijksdaad de mogelijkheid tot het overbrengen van leven moet openblijven”? — Humanae Vitae.
Oorspronkelijk heeft God het huwelijk ingesteld als een permanente verbintenis tussen één man en één vrouw (Genesis 2:22-24). Jezus heeft deze maatstaf binnen de christelijke gemeente hersteld door te verklaren: „Wat God . . . onder één juk heeft samengebracht, brenge geen mens vaneen.” Hij voegde er echter aan toe: „Al wie zich van zijn vrouw laat scheiden, behalve op grond van hoererij, en een ander trouwt, [pleegt] overspel.” — Matthéüs 19:4-6, 9; 5:32.
De bijbel zegt dus dat seksuele ontrouw een geldige basis voor echtscheiding is, de enige geldige basis zelfs. De Katholieke Kerk heeft noch zichzelf noch haar miljoenen lidmaten een dienst bewezen door in deze kwestie veeleisender te zijn dan de Schrift. Over de gevolgen die dit beleid door de hele geschiedenis heen heeft gehad, verklaart The New Encyclopædia Britannica: „De starre monogamie was niet vreemd aan het algemeen gebruikelijke en wijd en zijd gedulde overspel, dat door de Rooms-Katholieke Kerk als aanvaardbaarder werd beschouwd dan echtscheiding.”
Wat geboortenbeperking betreft: De vooraanstaande katholieke theoloog Augustinus (354-430 G.T.) beschouwde seksuele gemeenschap, zelfs binnen het huwelijk, als zondig indien er ook maar iets werd gedaan om bevruchting te verhinderen. Dit is nog steeds min of meer de zienswijze van de Katholieke Kerk, door paus Paulus VI in zijn encycliek Humanae Vitae uit 1968 omschreven en door paus Johannes Paulus II bevestigd. Het is een beleid dat onder oprechte katholieken tot grote verontrusting heeft geleid. Maar de bijbel verbiedt anticonceptie niet; er staat over de kwestie niets in.
Anderzijds keurt de bijbel abortus af, zoals blijkt uit het verslag in Exodus 20:13 en 21:22, 23. Hiertoe behoren ook methoden voor geboortenbeperking die hun werking hebben nadat de bevruchting heeft plaatsgevonden, aangezien dit neerkomt op het doden van een persoon die reeds in ontwikkeling is. Afgezien hiervan laat de bijbel de kwestie van gezinsplanning over aan het geweten van ieder christelijk echtpaar. Door hardnekkig vast te houden aan dit kerkelijke standpunt inzake geboortenbeperking is Rome uitgegaan „boven hetgeen geschreven staat” in Gods Woord. — 1 Korinthiërs 4:6, de katholieke Willibrordvertaling.
De bijbel en het celibaat
Hoewel, zoals wij reeds gezien hebben, het verplichte celibaat geen bijbels vereiste is, spreekt de bijbel wel over vrijwillig ongehuwd zijn. Jezus verklaarde: „Sommigen zijn van de geboorte af niet tot seksuele activiteit in staat; sommigen zijn opzettelijk zo gemaakt; en sommigen zijn er die vrijwillig afstand van seks hebben gedaan ter wille van Gods heerschappij. Laat hij die ertoe in staat is deze leer aanvaarden” (Matthéüs 19:12, NAB). Jezus zei dus niet dat het celibaat verplicht zou zijn; zoals wij eveneens al hebben opgemerkt, waren zelfs sommigen van zijn apostelen gehuwd. — Markus 1:29, 30; 1 Korinthiërs 9:5.
Ook de apostel Paulus spreekt over een vrijwillig celibaat voor zowel christelijke mannen als christelijke vrouwen, en legt uit: „Ik wens u geen beperkingen op te leggen, maar wel wil ik bevorderen wat goed is, wat u zal helpen u geheel aan de Heer te wijden” (1 Korinthiërs 7:8, 35, 38, 40, NAB). Het is volstrekt duidelijk dat vanuit bijbels gezichtspunt de ongehuwde staat een gave is die sommige christenen, van beide seksen, kunnen ontwikkelen ten einde zich vollediger en vrijer aan Gods dienst te wijden. Er behoeft geen eed aan te pas te komen, noch mag er enigerlei dwang worden uitgeoefend. — 1 Korinthiërs 7:28, 36.
Integendeel, het verplichte celibaat zou een teken van afval zijn, zoals wij in 1 Timótheüs 4:1-3 lezen: „Toch zegt de Geest uitdrukkelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, en aan dwaalgeesten en duivelse leringen gehoor zullen geven, door de huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten hebben toegeschroeid. Lieden, die verbieden te trouwen.” — PC.
Houd vast aan de bijbelse zienswijze
Speurwerk in katholieke naslagwerken brengt aan het licht dat de katholieke leer en het katholieke beleid in zaken die met seks te maken hebben, diep geworteld zijn in heidense mysteriereligies. Het gevolg is geweest dat het huwelijk omlaag is gehaald, dat er een schuldcomplex in seksuele aangelegenheden in het leven is geroepen en dat vele oprechte katholieken lasten zijn opgelegd.
Anderzijds toont de bijbel aan dat het huwelijk eerbaar is en dat seksuele gemeenschap binnen de huwelijksregeling een christelijke man of christelijke vrouw niet belet in Gods ogen heilig te zijn. Er wordt tevens in onthuld dat een vrijwillig ongehuwde staat geestelijk lonend kan zijn wanneer men zijn tijd en energie in Gods dienst gebruikt.
Wij hopen dat deze korte bespreking van aangelegenheden die met seks verband houden een hulp kan zijn voor denkende katholieken en alle anderen die verontrust zijn geraakt en zelfs geleden hebben onder strenge leringen die teruggaan op de Babylonische mysteriën uit de oudheid. Zoals zoveel autoriteiten getuigen, zijn deze leringen onbijbels. Indien de leer van een religieus lichaam niet met de Schrift in overeenstemming is, kunnen godvrezende mensen het daarmee zonder gewetensnood oneens zijn. Al zulke personen worden aangemoedigd de leer van de kerk te onderzoeken in het licht van Gods Woord, indachtig de verzekering van Jezus: „Indien gij trouw blijft aan mijn woord, zijt gij waarlijk mijn leerlingen. Dan zult ge de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.” — Johannes 8:31, 32, WV.
[Illustratie op blz. 11]
Men hoeft niet ongehuwd te zijn om Gods Woord te prediken. De apostel Petrus was het ook niet