„De eeuwigdurende maagdelijkheid van Maria” — Een leer en haar gevolgen
HET zal sommige lezers wellicht verbazen of zelfs schokken „de eeuwigdurende maagdelijkheid van Maria” beschouwd te vinden onder het algemene thema „Hoe de Katholieke Kerk seks beziet”. Het is beslist niet onze bedoeling katholieken aanstoot te geven of Maria omlaag te halen. Wij hebben zelfs het grootste respect voor haar als een van de getrouwe discipelen van Christus.
Bovendien zijn wij het volkomen eens met de zienswijze dat Maria maagd was toen zij Jezus baarde (Matthéüs 1:18-23). De vraag is echter: Is Maria haar hele aardse leven maagd gebleven?
Veel katholieken twijfelen
Katholieke naslagwerken onthullen dat katholieke geleerden hebben betwijfeld of Maria haar leven lang maagd gebleven is. De bijbel zelf maakt ettelijke malen gewag van Jezus’ „broers” en „zusters” (Matthéüs 12:46, 47; 13:55, 56; Markus 6:3; Lukas 8:19, 20; Johannes 2:12; 7:3, 5). Sommige katholieken beweren echter dat deze woorden „bloedverwanten” zoals neven en nichten aanduiden. Is dit waar?
The New Catholic Encyclopedia verklaart: „De Griekse woorden . . . die worden gebruikt om de verhouding tussen Jezus en deze bloedverwanten aan te duiden, hebben in de Grieks-sprekende wereld van de tijd waarin de evangelist leefde, de betekenis van een volle broer en zuster, en zouden door een Griekse lezer vanzelfsprekend in deze betekenis worden opgevat.” Ook erkent The New American Bible, een katholieke vertaling, in een voetnoot bij Markus 6:1-6, waar Jezus’ broers en zusters genoemd worden: „De kwestie van de betekenis [van deze woorden] hier zou niet gerezen zijn indien de kerk niet in de eeuwigdurende maagdelijkheid van Maria had geloofd.”
De bijbel toont duidelijk aan dat Maria behalve Jezus nog andere kinderen had. De leer van de Katholieke Kerk dat dit niet zo is, heeft een controverse in het leven geroepen. De katholieke auteur J. Gilles, die al het schriftuurlijke bewijsmateriaal over het onderwerp grondig heeft onderzocht, kwam tot de slotsom: „Kortweg en in gematigde taal, uit loyaliteit aan de [Katholieke] Kerk, geloof ik dat ik mijn onderzoek als volgt kan samenvatten: . . . De VIER CANONIEKE EVANGELIËN verschaffen eensluidende bewijzen . . . dat Jezus in zijn familie echte broers en zusters had. . . . Tegenover dit samenhangende, solide bewijsmateriaal lijkt het traditionele standpunt [van de Katholieke Kerk] kwetsbaar en broos.”
Als dus de bijbel geen bewijs levert van „de eeuwigdurende maagdelijkheid van Maria”, waar is dit geloof dan vandaan gekomen?
De oorsprong van het geloof
„Bij verschillende oude religies”, merkt de jezuïetenpriester Ignace de la Potterie op, „had maagdelijkheid een sacrale waarde. Bepaalde godinnen (Anat, Artemis en Athena) werden maagden genoemd.” Maar wat heeft dat met Maria te maken? De katholieke priester Andrew Greeley legt uit: „Het Mariasymbool koppelt het christendom rechtstreeks aan de oude religies met hun moedergodinnen.”
Ernst W. Benz, hoogleraar in de kerkgeschiedenis, weidt uit over deze koppeling aan oude heidense religies. „De verering van de moeder Gods”, zo schreef hij in The New Encyclopædia Britannica, „kwam echt op gang toen onder Constantijn de Christelijke Kerk de keizerlijke kerk werd en de heidense massa’s de kerk binnenstroomden. . . . De vroomheid en het religieuze besef [van de volken] waren duizenden jaren lang gevormd door de cultus van de ’grote moeder’-godin en de ’goddelijke maagd’, een ontwikkeling die helemaal tot op de oude volksreligies van Babylonië en Assyrië terugging . . . In weerwil van de ongunstige uitgangspunten die de traditie van de Evangeliën bood, vond de cultische verering van de goddelijke maagd en moeder binnen de Christelijke Kerk een nieuwe uitdrukkingsmogelijkheid in de aanbidding van Maria.”
Maar wat bewoog de Kerk van Rome ertoe de cultus van de „grote moeder”-godin en de „goddelijke maagd” aan te passen en over te nemen? Eén reden was dat de „heidense massa’s” die zich bij de kerk aansloten het wilden; ze voelden zich thuis in een kerk die een ’grote maagdelijke moeder’ vereerde. „In Egypte”, merkt professor Benz op, „werd Maria al in een vroeg stadium aanbeden onder de titel van God-barende (Theotokos).” De cultus van de „goddelijke maagd” werd dus overgenomen om de „heidense massa’s” die de kerk binnenstroomden, ter wille te zijn.
Aan de verering van Maria werd kracht bijgezet door het eerste oecumenische Concilie van Nicea, dat in 325 G.T. werd gehouden. Hoe dat zo? Welnu, daar werd de leerstelling van de Drieëenheid tot officieel katholiek leerstuk verheven, zodat in de Niceaanse geloofsbelijdenis kwam te staan dat Jezus God is. Daardoor werd Maria zogenaamd de „God-barende” of „moeder Gods”. En zoals professor Benz zei: „Het Concilie van Efeze (431) verhief deze aanduiding tot het niveau van een dogma.” De volgende stap was Maria tot „eeuwigdurende maagd” te verklaren. Dit vond plaats toen Maria tijdens het tweede Concilie van Constantinopel in 553 G.T. de titel „eeuwige Maagd” kreeg.
Gevolgen van deze leringen
Professor J. J. Pelikan van de Yale-universiteit schrijft: „De groei van het ascetisch ideaal in de kerk verleende steun aan deze zienswijze dat Maria het model van de levenslange maagd was.” Dit „ascetisch ideaal” trad ook aan het licht in de ontwikkeling van het kloosterwezen en het celibaat in de eeuwen na Nicea. Honderdduizenden katholieke priesters, monniken en nonnen hebben ernaar gestreefd — sommigen met succes, velen tevergeefs — een leven van onthouding te leiden omdat hun kerk geleerd heeft dat seks en heiligheid onverenigbaar zijn.
Het is veelbetekenend dat de vooraanstaande kerkelijke autoriteit „Sint” Augustinus „de erfzonde vereenzelvigde met seksuele wellust”. Het is waar dat de meeste hedendaagse katholieke theologen deze interpretatie niet meer onderschrijven. Maar wekken de leerstelling van de eeuwigdurende maagdelijkheid van Maria en de wet op het verplichte celibaat voor priesters niet de indruk dat seks onrein is? En heeft het hernieuwde beleid van het Vaticaan ten aanzien van echtscheiding en geboortenbeperking het probleem voor miljoenen katholieken niet nog gecompliceerder gemaakt?
Nog belangrijker: Wat is de bijbelse zienswijze ten aanzien van seks?
[Inzet op blz. 8]
„De VIER CANONIEKE EVANGELIËN verschaffen eensluidende bewijzen . . . dat Jezus . . . echte broers en zusters had.” — Katholieke schrijver
[Illustratie op blz. 8]
’Het Mariasymbool koppelt het christendom aan de oude religies met hun moedergodinnen’