Een rock-ster zijn was niet voldoende
ACHTTIEN jaar geleden was ik een rock-ster, en mijn populariteit bereikte steeds groter hoogten. „Je bent een geluksvogel, Bruce!” zeiden mijn vrienden terwijl zij afgunstig keken naar de dingen die ik had en waarvan zij alleen maar konden dromen. „Ik wou dat ik in jouw schoenen stond. Je ziet er goed uit; je bent populair bij de vrouwen; je hebt geld; je bent niet getrouwd en je kunt gaan en staan waar je wilt! Bijna overal waar je komt herkennen mensen je. Besef je wel hoe gelukkig je bent?”
’Als al deze dingen die ik heb, dan de maatstaven zijn waarnaar geluk wordt afgemeten,’ zo vroeg ik mij af, ’waarom heb ik dan geen innerlijke rust en tevredenheid?’ Later ontdekte ik dat degenen die naar waar geluk zoeken door zo’n leven na te streven, niet op het goede spoor zitten.
Laat mij u uitleggen wat er gebeurde.
Mijn zangcarrière begon in de jaren ’60. Ik ging op school in de Frans-Canadese provincie Quebec en ik zong wel eens op schooluitvoeringen, toen ik een leerling ontmoette die gitaar speelde. Wij vormden een muziekgroepje dat niet alleen plaatselijke populariteit verwierf, maar ook wat bekendheid kreeg.
Een organisator van een schooldansfeest hoorde van mijn talenten en bood mij vijf dollar per song als ik samen met een populaire band op zijn feest wilde zingen. Ik stemde toe. Toen ik de danszaal binnenkwam, trof ik een propvolle zaal met danslustigen. Maar toen de band begon te spelen en ik begon te zingen, dacht de menigte jongeren niet meer aan dansen en dromden zij voor het podium samen. Het dansfeest was veranderd in een show!
De musici wilden mij als zanger bij hun groep hebben. Ik ging ermee akkoord en wij kregen bekendheid als The Sultans. In 1965 schreef onze manager ons in voor een wedstrijd voor rockgroepen waaraan veel publiciteit werd gegeven. De eerste prijs was een wekelijkse show bij een van de grootste televisiestations in Quebec. Van 28 uit de hele provincie afkomstige bands waren wij degenen die de eerste prijs behaalden! Zo begon ons tv-debuut.
Wij brachten singletjes uit en ze schoten naar de top van de hitlijsten, en onze televisieshow werd door andere stations overgenomen. In korte tijd werden wij de bekendste groep in Quebec, met een platenverkoop van meer dan een half miljoen. Uiteindelijk verliet ik The Sultans en ging op de solotoer. Voordat wij echter uit elkaar gingen, hadden wij een afscheidstournee. In Montreal gaven wij in 1968 ons laatste concert. Een menigte van 8000 mensen kwam ons vaarwelzeggen. Wij waren onder de indruk. Die menigte was groter dan de menigten die internationale sterren als de Rolling Stones, Johnny Hallyday en Adamo toentertijd op de been konden brengen.
Als soloartiest had ik meer vrijheid en verdiende ik vanzelfsprekend veel meer geld. Deze nieuwe vrijheid stelde mij in staat voor tien weken op vakantie te gaan in Europa, wat mij een gelegenheid bood mijn leven als rock-ster vanuit een reëler oogpunt te analyseren. Wat ik zag, baarde mij zorgen. Ik was nu 21 jaar en werd met de dag eerzuchtiger, en rivaliteit hoorde er gewoon bij als je vooruit wilde komen.
Bij mijn terugkomst in Quebec had ik al gauw twee van mijn platen aan de top van de hitparade. Vervolgens werd ik op La Gala des Artistes in 1969 uitgeroepen tot de Artiest van het Jaar. Ondanks de schijnwerpers en de schittering van de avond voelde ik mij innerlijk nog steeds niet tevreden. Ik walgde van de corruptie in het systeem en de manier waarop jonge mensen in de muziekbusiness worden behandeld. Niettemin zat ik er nu zelf in verstrikt. Bepaalde vragen kwamen keer op keer in mijn gedachten terug, zoals: ’Waartoe leidt het leven?’ ’Waarom ga ik door met dit beroep?’
In 1969 werd rock-idool Brian Jones van de Rolling Stones op 26-jarige leeftijd dood in zijn zwembad gevonden. Tegen het eind van 1970 stierven de populaire blues- en rock-artiest Jimi Hendrix en de beste rock-zangeres van Amerika, Janis Joplin, beiden op 27-jarige leeftijd ten gevolge van drugs of daarmee verband houdende oorzaken. Tien maanden later stierf een andere grote rock-ster, Jim Morrison, de lead-zanger van The Doors, op een leeftijd van 27 jaar. Allen stierven op het hoogtepunt van hun carrière! Ik zag dat ikzelf ook verzeild was geraakt in een immorele levensstijl en druggebruik. Het werd mij duidelijk dat ik er niets voor voelde in de voetsporen te treden van deze superhelden van de rockmuziek.
Maar de vraag bleef bestaan: ’Wat is het werkelijke doel van het leven?’
Ik zag mijn moeder, een vrouw die haar portie moeilijkheden in het leven had gehad omdat zij zonder echtgenoot twee jongens had moeten opvoeden, ouder worden. Zij had zich dapper van haar verantwoordelijkheden gekweten, maar waarvoor? Om voortdurend ouder te worden, te verzwakken, ziek te worden en te sterven? Was dit het doel van het leven? Deze onbeantwoorde vragen frustreerden mij.
In de loop der jaren had ik alle geloof in en respect voor mijn kerk en haar leringen verloren. Ik twijfelde sterk aan het bestaan van God. Ik had met nieuwe en verschillende drugs geëxperimenteerd, maar ik was er depressief en bij tijden zelfs paranoïde van geworden.
Menend dat een radicale verandering mij heel goed zou doen, ging ik op zoek naar werk buiten de muziekwereld. Ik werd in 1975 aangenomen door een staalconstructiebedijf op basis van een zeven maanden durend contract. Gedurende die maanden in de staalbouw werd mijn aandacht getrokken door een oudere werknemer die in tegenstelling tot de anderen zo kalm en vredig scheen. Hij vertelde mij dat hij in de bijbel las, en daarom besloot ik er een te kopen om te zien of ik erdoor geholpen zou worden innerlijk vrede te vinden.
Toen dat contract afliep en ik werd ontslagen, kwam ik tot de conclusie dat ik op eerbare wijze in mijn onderhoud kon voorzien als schrijver-componist. Op die manier hoefde ik niet langer in de spotlights te staan en kon ik nog steeds de voldoening smaken met muziek bezig te zijn, want ik hield nog steeds veel van zingen. Ik las ook elke morgen een hoofdstuk uit de bijbel.
Daar ik overdag vaak in mijn flat was, kreeg ik van tijd tot tijd bezoek van de Mormonen, van een parochiepriester en van Jehovah’s Getuigen. Ik raakte altijd heel gemakkelijk met hen in gesprek over het doel van het leven. Tamelijk snel drong het tot mij door dat Jehovah’s Getuigen anders waren. Zij waren nederig en toonden oprechte belangstelling voor mij, en wat het belangrijkste was, zij baseerden hun antwoorden strikt op de bijbel, iets wat de vertegenwoordigers van de andere religies niet deden.
Ondanks mijn sceptische aard stemde ik erin toe de bijbel te bestuderen met Roger, een Getuige van mijn eigen leeftijd. Vaak probeerde ik onder de wekelijkse bijbelles uit te komen, maar Roger hield aan — waar ik hem nu heel erg dankbaar voor ben. Hij hielp mij de antwoorden te vinden op de vragen die mij zo lang dwars hadden gezeten.
De eerste vergadering die ik in de Koninkrijkszaal bijwoonde, raakte werkelijk mijn hart. Hier vond ik weer nederige mensen die zich oprecht om hun naasten bekommerden. En de verschafte inlichtingen waren rechtdoorzee en kwamen uit de bijbel. Voor het eerst begon ik Gods voornemen met de mens te begrijpen. Ik raakte minder ontdaan door de onrechtvaardigheid van dit oude stelsel, wetend dat God spoedig zal optreden en, zoals beloofd in Psalm 37:29 en Daniël 2:44, een paradijs van vrede voor deze aarde zal bewerkstelligen onder de Koninkrijksregering van Christus.
Vanaf dat moment werd ik door de praktische raad uit de bijbel geholpen om in mijn leven „dingen recht te zetten” (2 Timótheüs 3:16, 17). Ik trouwde Danièle, het meisje van wie ik hield en met wie ik had samengewoond. En spoedig daarna droeg ik mijn leven aan Jehovah op om hem te dienen. Mijn vrouw stemde erin toe de bijbel te bestuderen en mettertijd droeg ook zij zich aan Jehovah op.
„Het was niet gemakkelijk veranderingen in mijn leven aan te brengen”, bekent Danièle. „Niettemin was ik met Jehovah’s hulp en de steun en het goede voorbeeld van Bruce in staat werkelijk geluk te vinden in de rechtvaardige beginselen van de bijbel.” Wij werden beiden in 1978 gedoopt.
Hoewel ik blij ben met mijn werk op de Internationale Luchthaven Montreal, waar ik met in- en uitklaren van goederen te maken heb, gaat mijn hart uit naar mijn voornaamste activiteit als bedienaar van het evangelie. Het schenkt mij werkelijk heel veel vreugde anderen te helpen door middel van een studie van de bijbel, net zoals ik geholpen ben. Deze manier van geven is beslist ’gelukkiger dan ontvangen’. — Handelingen 20:35.
Bovendien ervaar ik heel veel vreugde en tevredenheid doordat ik als een dienaar in de bediening in de plaatselijke gemeente anderen kan helpen. Ik leid een heel druk en gevuld leven, maar ik kan naar waarheid zeggen dat ik nu de innerlijke vrede ervaar waarnaar ik op zoek was, en mij werkelijk in het leven verheug. Al mag er dan een eind gekomen zijn aan mijn carrière in de show-wereld, ik ben Jehovah werkelijk dankbaar dat er voor mij een heel nieuw leven, „het werkelijke leven”, is opengegaan. — 1 Timótheüs 6:19.
Ja, ik houd nog steeds van muziek! Ik houd vooral van klassieke muziek, folk-rock en sommige vormen van jazz, maar ik ben nu wat selectiever geworden in de soort muziek waarnaar ik luister. Sommige van de moderne songs bevatten een immorele en op drugs gerichte boodschap. Dergelijke muziek helpt mij niet mijn leven en gedachten in overeenstemming te brengen met Gods wil. Nu zing ik gewoon voor mijn plezier. Dat is de reden waarom ik het nu heel fijn vind om met mijn vrouw en vrienden gezellig bij elkaar te zijn en dan allemaal de gelegenheid te krijgen te zingen.
Als ik terugkijk op mijn zangcarrière, zie ik hoe mijn geluk afnam naarmate mijn populariteit steeg. Maar nu ik de show-wereld heb verlaten en een getuige van Jehovah ben geworden, is mijn populariteit misschien wel afgenomen, maar mijn geluk blijft groeien.
Mensen die deze internationale organisatie van Jehovah’s Getuigen niet kennen, denken dat de ontmoediging me te veel is geworden of dat ik mij aan de bijbel vastklamp als een kruk. Een radiopresentator zei over mijn leven, nadat hij een van mijn platen had gedraaid: „Jammer genoeg ging het niet zo goed met Bruce. Hij is een van Jehovah’s Getuigen geworden.” Het enige wat ik hierop wil antwoorden, is: „Kijk zelf wat de bijbel voor u kan doen. Voor mij was het het beste wat mij ooit is overkomen.”
„Inderdaad”, valt Danièle mij bij, „doordat wij tot een kennis van de bijbelse waarheid kwamen, zijn Bruce en ik in staat gesteld ons leven een werkelijk doel te geven.” — Zoals verteld door Bruce Huard.
[Inzet op blz. 19]
Al gauw bereikten twee van mijn platen de top van de hitparade
[Inzet op blz. 20]
Ik walgde van de corruptie van het systeem
[Inzet op blz. 21]
De praktische raad uit de bijbel hielp mij om in mijn leven „dingen recht te zetten”
[Inzet op blz. 21]
Geven is beslist ’gelukkiger dan ontvangen’
[Illustratie op blz. 20]
Prediking en studie dragen ertoe bij dat Danièle en ik een gelukkig en voldoening schenkend leven leiden