Hoe een popartiest iets veel beters vond
Voor talloze jongeren over de gehele wereld is een verafgode popster hèt symbool van succes. Vandaar ook dat popgroepen en popzangers zo’n verregaande invloed hebben op de vorming van de levenshouding van hun fans. In een serie interviews met een correspondent van Ontwaakt! besprak een voormalige popster, wiens platen een verkoopcijfer van in de miljoenen haalden, wat voor hem werkelijk succes is. De volgende samenvatting van hoogtepunten uit deze gesprekken zal wellicht nuttig blijken voor elkeen die succes in het leven tracht te bereiken. En jonge mensen zullen er wellicht door geholpen worden hun eigen opvattingen te herzien.
Vraag: Wat gaven je ouders je voor onderricht?
Antwoord: In feite niet veel. Toen ik zes jaar was, gingen mijn vader en moeder — welgestelde mensen — scheiden. En aangezien ik bij mijn moeder bleef wonen, had mijn vader niet veel over mijn opvoeding te zeggen. Ze was tamelijk streng, maar toen ik 11 was, moest ik van de Virgin Islands, waar we woonden, naar een kostschool in het noordoosten van de V.S. Daar was ik het grootste deel van de tijd zonder familieleden, zodat ik van die zijde weinig leiding ontving.
Vraag: Je bedoelt in morele zin?
Antwoord: Precies. Ik bedoel dat toen ik later in mijn leven iets verkeerds deed, ik wel wist dat het verkeerd was, maar geen enkele reden had om anders te handelen. Andere mensen deden verkeerde dingen en leken daar wel bij te varen. Dus waarom ik niet? Niemand had er ooit de tijd voor afgenomen me iets anders te leren.
Vraag: Hadden je ouders bepaalde plannen in verband met je toekomst — wat je zou worden?
Antwoord: Mijn ouders wilden eigenlijk dat ik òf naar Annapolis zou gaan [de Marine-Academie van de VS] òf naar West Point [de Landmacht-Academie]. Nadat ik dan ook van een school voor voorbereidend hoger onderwijs was weggestuurd, zonden ze me naar een voorbereidende school voor Annapolis, in de Amerikaanse staat New Jersey. Mijn vader en zijn broer hadden daar via de gouverneur van de Virgin Islands nog kans toe gezien. Na een aantal jaren op die school, kwam ik tot de slotsom dat ik in de marine nooit carrière zou willen maken. Toen kwam mijn oom met het plan mij naar de Syracuse-Universiteit te zenden om daar mijn MBA (accountants-graad) te halen en in Wall Street te gaan werken. Maar ik wilde iets anders. En begrijpelijk ook, want ik was al vanaf mijn negende jaar enorm geïnteresseerd in muziek. Als 14-jarige had ik mijn eerste professionele optreden op Puerto Rico. Het was dan ook feitelijk vanzelfsprekend dat ik na mijn middelbare school naar Greenwich Village in New York ging. In die tijd, ik spreek nu over het begin van de jaren ’60, leek het wel of iedereen daar schilder, musicus, dichter of schaker was — allemaal echte „bohémiens”.
Vraag: Vond je daar veel geluk?
Antwoord: Nee, dat niet zozeer. We deelden met z’n vijven of zessen een appartement, verdienden als groep twee dollar per nacht — en waren de sterren van de show in de koffiehuizen waar we optraden! Mensen als Richie Haven, Bill Cosby, Richard Pryor en Peter, Paul and Mary traden daar in die tijd op. Soms kwam ook Bob Dylan voor een gastoptreden.
Vraag: Wat was het morele klimaat daar?
Antwoord: Volkomen immoreel — ik zal het daarbij laten.
Vraag: Je ging van Tommy Ray en zijn Carib Steel Band naar de T-Bones, is het niet?
Antwoord: Ja, dat klopt. De T-Bones waren een groep uit Californië die van de Alka-Seltzer-reclameleuze „No Matter What Shape Your Stomach’s In” een lied maakten waarvan een miljoen platen werden verkocht. Ze zagen me in New York en vroegen of ik me bij hun groep wilde aansluiten. Zo kwam ik in Californië terecht.
Omstreeks 1965 maakten we een tournee door Japan. Een aantal nummers van de T-Bones waren daar enorme hits geworden. Die tocht bracht me wel aan het denken. Ik begon in te zien hoe krankzinnig de wereld in feite, was — hoe tijdens de oorlog het ene volk werd geleerd het andere volk te haten, terwijl we in feite toch allemaal mensen zijn — één mensenras. En dan was er ook de vreemde manier waarop de mensen je als artiest bezagen — alsof je niet echt een mens was. Afijn, ik begon door dat alles wel ernstig na te denken.
Vraag: Leidde dat tot enige veranderingen in je leven?
Antwoord: Nee, niet diepgaand. Maar er kwamen wel enkele professionele veranderingen voor me. De T-Bones vielen uiteen en ik bracht een groep samen die zich Shango noemde. We schreven voor de grap een song over de aardbevingsangst in Californië. „Day after Day” heette het, en het werd nummer één op de hitlijst van de westkust [van de Verenigde Staten]. Dit overtuigde mij ervan dat ik nu echt op weg was zelf een succes van mijn leven te maken. In die tijd ontmoette ik ook mijn toekomstige vrouw in Las Vegas. Na getrouwd te zijn, kochten we een kleine boerderij in Palmdale (Californië), waar ik kon schrijven en mijn album kon voorbereiden.
Op de boerderij verbouwden we zelf al onze groente en raakten erg geïsoleerd van de buitenwereld — we gingen met niemand meer om. Toen kwamen op een dag twee oude leden van de T-Bones bij me langs. Ze speelden in een club en vroegen of ik mee wilde doen. We vormden een groep, met in mijn achterhoofd toch altijd nog het plan eens solo-artiest te worden. Van de eerste song die we opnamen, in 1971, werden binnen zes maanden bijna 2 miljoen platen verkocht.
Vraag: Werd je dochter Daisy niet geboren in de tijd dat je eerste opname met deze groep op de markt verscheen?
Antwoord: Ja, Daisy werd in oktober 1971 geboren. Ik ging weg voor een tournee van vijf weken toen ze nog maar tien dagen oud was. Onderweg als succesvol artiest — naar wereldse maatstaven gemeten, dan wel te verstaan — met een verdienste van 4000 dollar per avond — werden me heel wat immorele voorstellen gedaan. Vanwege de druk, het reizen en de tijd die ik moest besteden om aan de top te blijven — wat ik toch altijd had gewild — raakte de verhouding tussen mij en mijn vrouw erg gespannen. De situatie werd zelfs zo erg dat we uit elkaar gingen. Zij ging naar huis, naar Texas, en ik bleef in Los Angeles.
Nog een reden waarom we uit elkaar gingen, was dat ik niet werkelijk het geluk en de vrede had gevonden die ik van het succes had verwacht en ik op zoek was gegaan naar God. Ik had allerlei huichelachtigheid in de kerken van de christenheid waargenomen en daarom wendde ik mij tot Oosterse religies. Ik vond een mediterende goeroe, zittend op een berghelling, vrediger dan iemand die op een kansel stond en in een cadillac reed. Tenminste dat was mijn beeld van de geestelijkheid.
Ondertussen had ik eindelijk de financiële mogelijkheden om het solo-album te maken dat me al die jaren al voor ogen had gestaan. Ik schreef het, zong het en nam het op. Het was, naar ik dacht, een goed album geworden. Maar plotseling kwam er een volledige en onverwachte wending in mijn leven.
De oorzaak daarvan was de drummer die voor ons speelde en die vóór die tijd voor Janis Joplin had gedrumd, tot het moment dat zij stierf. Hij was niet alleen een fantastische drummer, maar ook een erg gewetensvol mens. Hij zou je nooit beliegen, en dat was voor mij een erg ongewone eigenschap, die ik maar bij heel weinig mensen in mijn omgeving had aangetroffen. Zijn vrouw studeerde met Jehovah’s Getuigen, en op een dag vroeg hij me of ik zin had om mee te gaan naar een van hun vergaderingen. Ik had tot dan toe nog nooit van de naam Jehovah gehoord. Aangezien de drummer uit Louisiana kwam, dacht ik dat hij tot een van die vreemde religies daar behoorde.
Ik zei: „Ik ga met je mee.” Maar toen had ik al besloten hem van dat „gekke” geloof te redden door het met behulp van mijn oosters-religieuze achtergrond aan de kaak te stellen.
Ik ging naar een van de bijbelstudiegroepen op dinsdagavond die in het huis van iemand in Burbank (Californië) werd gehouden. Ze gebruikten er een bijbelstudiehulpmiddel dat heette: „Het herstel van het Paradijs voor de mensheid — door de Theocratie!” Het ging over de herbouw van Gods tempel in Jeruzalem en de profetieën van Haggaï en Zacharia. Ik dacht: „Wie bekommert zich nou nog om de herbouw van iets in 520 vóór onze jaartelling?” Maar de mensen daar wekten mijn belangstelling. Sommigen gaven verkeerde antwoorden, maar niemand zei: „Ach, stommeling, je kunt beter je mond houden!” Het was een heel gemengd gezelschap, zwarten, blanken, Spanjaarden, jong en oud. Iedereen had iets vriendelijks over zich. Er waren geen ego-problemen — vooral wanneer je uit een popgroep komt, merk je dat. En daar kwam vooral nog bij dat deze mensen me gelukkig toeschenen. En dat was ik allerminst.
De boekstudieleider was een jonge man. Ik dacht: „Ik heb de hele wereld al doorgereisd. Hoe zou hij nu meer van het leven weten dan ik?” Toch sprak er uit zijn antwoorden, wanneer hij het over God had, kalmte en vertrouwen. Na de studie vroegen ze de drummer en mij om koffie te blijven drinken. We bleven daar tot vier uur in de ochtend. Ik stelde elke vraag die ik maar kon bedenken en de studieleider beantwoordde ze allemaal rechtstreeks uit de bijbel. Tegen die tijd was ik ervan overtuigd dat dit de waarheid was.
Ik vroeg: „Wat moet ik doen om me aan te sluiten?” Hij zei: „Je sluit je niet aan bij Jehovah’s Getuigen. Je wordt er één.” Dat was dinsdagnacht, 6 februari 1973. Woensdag had ik mijn eerste bijbelstudie. En donderdag knipte ik mijn haar en veranderde mijn kapsel, om meer te voldoen aan het bescheiden uiterlijk van iemand die God wil dienen. Omdat ik drugs en alle vormen van onreinheid al uit mijn leven had gebannen als deel van mijn poging meer over God te weten te komen, mocht ik de Getuigen reeds vrijdag in hun predikingswerk vergezellen. Sindsdien ben ik daar nooit meer mee opgehouden.
Na al die jaren van zoeken, herkende ik de waarheid onmiddellijk toen ik ermee in aanraking kwam, en ik wilde haar ook nooit meer laten schieten.
Vraag: Hoe ging het met het solo-album dat je net had gemaakt?
Antwoord: Dat solo-album was iets dat ik altijd had willen maken. Maar ik wist dat ik op pad moest om de verkoop ervan te stimuleren. Ik moest kiezen: dat doen of leven naar de waarheid van Gods Woord. Het was mijn eigen persoonlijke beslissing, want als ik weer op reis zou gaan, zou ik opnieuw elke dag geconfronteerd worden met de drugs en de immoraliteit. En ik besefte dat ik daar ten slotte voor door de knieën zou gaan. Daarom nam ik op dat moment mijn beslissing: Jehovah dienen.
Vraag: Dus je ging de muziek uit?
Antwoord: Als beroepsmusicus — ja. Het was moeilijk. Om te beginnen moest ik mijzelf een plaats verwerven in Jehovah’s organisatie. Dat betekende dat ik van allerlei contracten en verplichtingen moest afkomen die me anders steeds dieper in het leven zouden trekken dat ik achter me wilde laten. De grote reden dat ik de muziek verliet — en ik houd van muziek en speel nog altijd mee in de congresorkesten van Jehovah’s Getuigen — was dat ik gelukkig wilde zijn! Onder alle wereldse personen die ik in de showbusiness heb gekend, heb ik er nog nooit eentje werkelijk gelukkig gezien. De Getuigen bezitten datgene waar deze mensen naar zoeken: de „grote vrede”, de rust die de wereld niet bezit. De wereld heeft die vrede niet en daarom kunnen de mensen haar niet vinden. De mensen beseffen de waarheid niet van wat Jezus zei: „Komt allen tot mij die zwoegt en zwaar beladen zijt, en ik zal u verkwikken.” — Matth. 11:28.
Vraag: Toen men je vroeg: „Waarom blijf je niet in de muziek en gebruik je je muziek niet om je geloof te verkondigen?” wat antwoordde je toen?
Antwoord: Er is niets verkeerds aan het spelen van muziek. Dat moet wel duidelijk gesteld worden. Maar de manier waarop ik haar beoefende, het schrijven van songs, de optredens en altijd onderweg, dat soort van leven zou ik nooit kunnen combineren met het dienen van mijn Schepper, zoveel wist ik al wel van de waarheid uit de bijbel. Ik heb vele Getuigen ontmoet die voortreffelijke studio-musici zijn. Zij gaan naar de studio, spelen daar hun muziek en gaan naar huis. Zij hebben er de juiste kijk op.
Vraag: Heeft je nieuwe kennis je geholpen je slechte huwelijkssituatie te herstellen?
Antwoord: Mijn vrouw en ik hadden altijd van elkaar gehouden. Alleen mijn zucht naar wat ik als succes beschouwde, deed al het andere, met inbegrip van mijn huwelijk, op de tweede plaats belanden. Zodra ik echter de bijbel begon te bestuderen, belde ik haar op om te vertellen dat ik bezig was mijn leven te veranderen. Ik bad tot Jehovah dat zij en ik en onze dochter weer samen zouden kunnen zijn. En dat gebed is beslist verhoord. Binnen een maand waren ze weer bij me in Californië. En binnen drie weken daarna begon mijn vrouw met mij en mijn dochter de vergaderingen in de Koninkrijkszaal te bezoeken. Hoewel ze eerst alleen maar kwam om niet alleen thuis te zijn, begon een van de leden van de gemeente een studie met haar en het duurde niet lang of ze deelde dezelfde overtuiging als ik. Zo kwam ons gezin weer bij elkaar. We waren gelukkiger dan ooit. En ik moest toegeven dat dit hetgeen was waar ik al die tijd naar had gezocht.
Vraag: Hoe zou je het leven dat je nu leidt, willen vergelijken met je leven van vroeger?
Antwoord: Geen vergelijking mogelijk! Dit is het leven. Ik tracht jonge mensen — en ook oudere — te helpen dat te beseffen. Maar ik ben er niet zo zeker van of iedereen daarvan wel gediend is. Vroeger was dat al zo. Dan kwamen er bijvoorbeeld kinderen naar me toe om me om mijn handtekening te vragen — echt heel leuke, aardige kinderen. Maar zelfs toen al zei ik: „Waarom wil je mijn handtekening? Ik ben een mens, net als jullie. Ik beoefen nu toevallig dit beroep. Maak je niet druk over handtekeningen. Dat is niet goed.” De mensen willen dat niet horen. Het is moeilijk om wanneer je iets gedaan hebt wat mensen graag zelf zouden willen doen, te zeggen dat zij het niet moeten doen. Dat willen ze gewoon niet horen. Tenminste, dat is mijn ervaring.
Vraag: Zijn er niet nog altijd heel veel mensen die worden aangetrokken door roem en geld, alle twee dingen die de wereld neigt te vereenzelvigen met succes?
Antwoord: Misschien zouden de mensen bij wie dat het geval is, er wat verder over moeten nadenken, zodat ze niet net als ik door ondervinding wijs hoeven te worden. Wat is namelijk het geval? Iedereen wil bemind worden om dat wat hij als persoon is. In de amusementswereld is het duidelijk dat je alleen maar bemind wordt om je geld, je succes en je connecties. Ik voor mij kon liefde voor God en liefde voor mijn naaste niet combineren met dat soort van leven, omdat er geen ware liefde en menselijke goedheid in te vinden is.
Vraag: Wat is succes?
Antwoord: Voor mij is succes, bezig zijn met het dienen van Jehovah God. Mijn vrouw en ik hebben de grote vreugde gesmaakt zes andere personen te mogen helpen de waarheid uit de bijbel te leren kennen. Zij zijn gedoopt om hun opdracht aan Jehovah God te symboliseren en dienen hem nu samen met ons. Dat is waar succes.
Het is interessant wat Jezus opmerkte over de weg die naar succes leidt. Hij zei: „Nauw is de poort en smal de weg die naar het leven voert.” Maar dat is wèl de weg naar succes, de enige weg naar succes. Mijn vrouw en ik bidden steeds of Jehovah ons en al onze andere christelijke broeders en zusters op die weg wil houden! — Matth. 7:14.