De „weg der goden” — Waar heeft hij Japan gebracht?
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
ER IS geen stichter van bekend. Er bestaat geen geloofsbelijdenis of officiële leer van. Het heeft geen kerken of iets dat op kerkdiensten lijkt. Er is geen religieuze hiërarchie en niet eens een religieus boek dat vergelijkbaar is met de bijbel. Toch is het een levenswijze die van generatie op generatie is doorgegeven en momenteel door zo’n 78 miljoen Japanners wordt beleden. Het wordt aangeduid als sjintoïsme.
De oorsprong van het sjintô ligt verborgen in mythologie. ’In het begin’, zo luidt de legende, hadden de god Izanagi en de godin Izanami seksuele betrekkingen. Hieruit werden niet alleen de bomen, de bergen en het land geboren, maar ook zo’n acht miljoen andere goden en godinnen! Djimmoe Tennō, de eerste keizer van Japan, zou een directe afstammeling zijn geweest van een van deze godinnen — Amaterasoe Ō Mikami, de zonnegodin. Achting voor deze goden en verering ervan vormt de basis voor het sjintô, hetgeen betekent „weg der goden”.
Maar waar heeft de „weg der goden” Japan gebracht? Heeft deze weg kunnen voorzien in de geestelijke behoeften van de bewoners van dat land?
De weg van bijgeloof en vrees
Het sjintoïsme geeft geen nauwkeurige omschrijving van wat er bij de dood gebeurt. (Het kent geen equivalent van „hemel” en „hel” zoals de christenheid dat heeft.) Hoewel de dood als „een vloek, een tragedie, een ongeluk” wordt gezien, is de overheersende gedachte dat de dode een geest wordt die een familie zegeningen kan schenken. Een sjintô-boek zegt: „De mensen van deze wereld leven na de dood voort, en blijven de zegeningen ontvangen van de goden, dat wil zeggen, de geesten van de hemel en aarde. Ook wij, met onze onstoffelijke zielen, leven samen dit leven van de mens.”
Welke uitwerking heeft geloof in geesten van overledenen op de Japanners gehad? In plaats van hen met hoop te vervullen heeft het talrijke bijgelovige praktijken doen ontstaan. Als bijvoorbeeld een gezin van sjintoïsten door onheil getroffen wordt, zullen zij misschien geloven dat zij bepaalde overleden voorouders verwaarlozen. Als er een nieuw huis of een nieuwe auto wordt gekocht, worden er vaak uitbanningsrituelen verricht om ’boze geesten’ te verwijderen. Voordat er ergens gebouwd wordt, komt een sjintô-priester met een draagbaar altaar om de bescherming van voorouderlijke goden in te roepen.
In plaats van zijn aanhangers te verlichten heeft het sjintô de gelovigen dus eenvoudig op de weg van bijgeloof en vrees geleid, precies dezelfde weg die ook door de religies van het oude Babylon is gebaand. In zijn boek The Religion of Babylonia and Assyria maakte Morris Jastrow duidelijk hoe voor de oude Babyloniërs ’de dood een overgang was naar een ander soort van leven’. Wat het sjintoïsme ook heel sterk laat uitkomen, is de relatie tussen de zonnegodin en haar mannelijke nakomelingen. Er zijn rituelen waarin de keizer naar Ise gaat, waar de zonnegodin een heiligdom heeft, om haar daar „verslag” uit te brengen. Dit doet denken aan de relatie tussen Nimrod en zijn moeder, de zogenoemde Semiramis. En terwijl Semiramis de dochter van de visgodin Atargatis zou zijn, was de moeder van keizer Djimmoe de dochter van de „Zeekoning”.
’Een geestelijk wapen’
In het verleden heeft het sjintoïsme er veel toe bijgedragen dat de Japanners vasthielden aan hoge morele maatstaven. Het versterkte de gezinsbanden. En door diepe eerbied in te prenten voor de keizer, die zowel soeverein als religieuze leider was, droeg het bij tot nationale eenheid. Het heeft Japan echter wel bijna tot de nationale ondergang gebracht.
In de Encyclopædia Britannica (uitgave 1966) lezen wij hierover: „Te beginnen met de Chinees-Japanse oorlog (1894-95) was het streven van Japan gericht op vergroting van zijn grondgebied en vanaf die tijd tot aan de periode van de Tweede Wereldoorlog werd het sjintô door de militaristen en extreme nationalisten gemanipuleerd als het geestelijke wapen waarmee de natie gemobiliseerd werd om de voorspoed van de troon te beschermen.” Het sjintô werd aldus een werktuig dat bijdroeg tot Japans deelname aan de Tweede Wereldoorlog.
Na Japans totale nederlaag geboden de overwinnende geallieerden dat het staats-sjintô ontbonden werd. Beroofd van ondersteuning en controle door de regering werden de sjintô-heiligdommen onafhankelijk. De keizer zelf schokte de natie door zijn aanspraken op goddelijkheid te laten varen en te zeggen: „De banden tussen Ons en Ons volk hebben altijd berust op wederzijds vertrouwen en genegenheid. Ze zijn niet afhankelijk van wat niet meer dan legenden en mythen zijn. Ze zijn niet gebaseerd op de onjuiste gedachte dat de keizer goddelijk is en dat het Japanse volk superieur is aan andere rassen en voorbeschikt om de wereld te regeren.”
Toch betekende dit niet het einde voor het sjintoïsme. Het ontbonden staats-sjintô reorganiseerde zich in een organisatie die Jinja Honcho (Associatie van sjintô-heiligdommen) werd genoemd. Deze vertegenwoordigt zo’n 80.000 sjintô-heiligdommen. Hoewel formeel de president van deze associatie het hoofd van de sjintô-religie zou zijn, is dat in werkelijkheid voor de meesten nog steeds de keizer.
Het sjintô is echter niet opgewassen gebleken tegen moderne problemen. Het heeft geen oplossing gebracht voor het enorme probleem van discriminatie van Koreanen en Chinezen van de tweede en derde generatie die in Japan zijn geboren en opgegroeid. Het sjintô heeft geen richtlijnen te bieden om jeugdmisdaad en gewelddadigheid op scholen te beteugelen. Het neemt geen standpunt in met betrekking tot abortus en de vrijere seksuele moraal waar Japan steeds sterker mee te maken krijgt. In de publikatie „Outline of Shinto Teachings” van de Jinja Honcho lezen wij als reden hiervoor: „Het sjintô kent geen beperkingen door concrete teksten of dogma’s.”
Een andere tekortkoming van het sjintô is dat de aanhangers er geen hoop voor de toekomst aan kunnen ontlenen. Het sjintô houdt zich alleen met het heden bezig. Geen wonder dus dat duizenden Japanners met het sjintô hebben gebroken en belangstelling hebben opgevat voor de bijbel. Anders dan bij het sjintô legt de bijbel wel uit waarom de mens op aarde is en ook wat de toekomst zal brengen. De bijbel geeft morele leiding en verschaft een deugdelijke basis voor geloof — geen mythologische verhalen. Het sjintô mag dan de „weg der goden” zijn, de bijbel zegt: „Ook al zijn er die ’goden’ worden genoemd, hetzij in de hemel hetzij op de aarde, zoals er vele ’goden’ en vele ’heren’ zijn, in werkelijkheid is er voor ons maar één God, de Vader (1 Korinthiërs 8:5, 6). Jehovah’s Getuigen helpen duizenden in Japan deze ’ene God’ bij naam te leren kennen.
[Illustratie op blz. 13]
Sjintô-heiligdom waar mensen komen bidden