Hirosjima — Is de les vergeten?
DE JAPANNERS stonden die middag van 15 augustus 1945 huilend rond hun radiotoestellen. Zij luisterden naar de stem van hun keizer: „In overeenstemming met wat tijd en noodlot voorschrijven, hebben Wij besloten de weg te banen voor een algemene vrede voor alle toekomstige generaties door het ondraaglijke te dragen en het onduldbare te dulden.”
Nauwelijks een week daarvoor had het Japanse volk gehoord dat een nieuw soort bom Hirosjima en Nagasaki had verwoest. Nu werd hun verteld dat de oorlog in de Stille Oceaan was afgelopen — en dat zij hadden verloren. Er vielen tranen van verdriet maar ook tranen van opluchting.
De oorlog had een hoge tol geëist. De mensen waren lichamelijk en emotioneel aan het eind van hun krachten, het land was verwoest. Er waren meer dan 3 miljoen Japanners gedood en 15 miljoen waren dakloos geworden. Negentig grote steden waren herhaaldelijk gebombardeerd, met het gevolg dat twee en een half miljoen gebouwen en huizen waren verwoest. Tokio was in de as gelegd, de bevolking van de stad gedecimeerd. Dat was de tragedie van de nederlaag — een donker moment in de geschiedenis in het land van de reizende zon.
Pogingen om oorlog af te zweren
Te midden van de puinhopen van een nederlaag valt het niet moeilijk om in te zien dat oorlog zinloos is, een verspilling van mensenlevens en kostbare goederen. Onmiddellijk na de oorlog herschreef Japan dus zijn grondwet naar democratische beginselen en zwoer oorlog voorgoed af. Artikel 9 van de nieuwe grondwet luidt:
„Oprecht strevend naar een op recht en orde gebaseerde internationale vrede, doet het Japanse volk voorgoed afstand van oorlog als een soeverein recht van de natie alsmede van dreiging met of gebruik van geweld als middel voor het beslechten van internationale geschillen.
Ten einde het in de voorgaande paragraaf uiteengezette doel te bereiken, zullen er nooit land-, zee- en luchtstrijdkrachten alsook andere middelen voor het voeren van oorlog op na worden gehouden. Het recht van de staat om oorlog te voeren, zal niet worden erkend.”
Te oordelen naar deze krachtige en nobele verklaring leek Japan een les te hebben geleerd. Het Japanse volk heeft inderdaad een grote afschuw van oorlog en is vooral bevreesd voor een kernoorlog. Het land heeft ten aanzien van kernwapens een drieledige beleidslijn aangenomen: ze niet maken, niet in bezit hebben en niet op zijn grondgebied toelaten. Elk jaar komen honderdduizenden Japanners in het hele land bijeen om te demonstreren tegen kernwapens. Kernwapens mogen nooit meer worden gebruikt — waar dan ook!
Een verwonderlijk herstel — Waartoe zal het leiden?
Nu, 40 jaar na Hirosjima, biedt de flonkering van de welvaart van het hedendaagse Japan een welhaast ongelooflijk contrast. Zonder de lasten van militaire uitgaven heeft Japan zich volledig kunnen concentreren op de wederopbouw. Waar eens alles in puin lag, verrijzen nu prachtige, van air-conditioning voorziene huizen en wolkenkrabbers. Glimmende auto’s, goedgeklede mensen en dure restaurants vormen een hele tegenstelling met de armoede en ontberingen van de directe naoorlogse jaren. Winkels bieden een ruim aanbod van allerhande luxeartikelen, en fabrieken produceren een eindeloze stroom goederen voor de eigen en de buitenlandse markt. Ja, Japan is een van de welvarendste landen ter wereld geworden.
Maar wat heeft de materiële voorspoed gebracht? Heeft de economische zekerheid de herinnering aan Hirosjima en Nagasaki doen vervagen? Is met de littekens van de oorlog ook de afschuw voor oorlog verwijderd?
Uit recente opinieonderzoeken blijkt dat hoewel Japanners nog steeds willen dat hun regering kernwapens blijft afwijzen, er pessimisme over de toekomst bestaat. De helft van degenen die werden ondervraagd, vreest de mogelijkheid van een kernoorlog. Ook denkt een toenemend aantal personen dat Japan binnen tien jaar over nucleaire wapens zal beschikken. Vanwaar deze vrees? Wel, beschouw de opvolgende ontwikkelingen eens.
Na de oorlog werd er een Nationale Politiereserve van 70.000 gewapende infanteriesoldaten opgericht. Later werd deze sterkte uitgebreid tot 250.000 man, gegroepeerd in een klein leger, een kleine vloot en een luchtmacht en kreeg de naam jieitai, of ’Zelfverdedigingsstrijdmacht’. Nochtans bedroeg Japans militaire begroting slechts één procent van zijn bruto nationaal produkt. Maar nu de spanning in vele delen van de wereld oploopt, wordt er aandrang op Japan uitgeoefend om zijn defensieve vermogen te vergroten en zijn defensieuitgaven te verhogen.
Onlangs sprak premier Nakasone over zijn voornemen om van Japan „een groot vliegdekschip” te maken. In weerwil van de publieke opinie maakt men plannen om de defensieuitgaven in 1985 tot wel 7 procent te verhogen. En volgens The Daily Yomiuri heeft Japan zich uitgesproken voor een vijfjarenplan (1986-1990) voor systematische en gestage opbouw van de defensie — in mankracht, oorlogsschepen, onderzeeërs en vliegtuigen.
Er worden niet alleen veranderingen opgemerkt in het regeringsbeleid, maar ook in de houding van mensen tegenover oorlog. In 1970 werd een van de meest traumatische politieke uitbarstingen in de Japanse geschiedenis ontketend toen het naoorlogse militaire veiligheidsverdrag — dat bepaalde dat de Verenigde Staten in tijd van nood bescherming zouden bieden en in ruil daarvoor over militaire bases in Japan zouden beschikken — werd verlengd. Toen het verdrag echter in 1980 opnieuw werd verlengd, was er geen enkel protest van enige betekenis.
De kwestie is dat er in het huidige Japan weinig mensen onder de 50 jaar zijn die zich de oorlog herinneren of erover willen praten. Sommigen zien in het zorgvuldig herschrijven van schoolboeken een poging om belangrijke feiten die tot die verschrikkelijke oorlog leidden, volkomen uit te wissen. Net zoals golven geleidelijk voetstappen op een strand uitwissen, zo beïnvloeden veranderende wereldtoestanden de politieke zienswijzen van mensen. Belangrijke vragen in de geest van velen zijn: Wat zal Japan doen wanneer er zich in de toekomst een of andere noodsituatie voordoet? Zou Japan weer oorlog voeren als er een geldige reden voor schijnt te bestaan? Is de tragische les van Hirosjima vergeten?
Alleen de tijd zal leren welke koers de natie als geheel zal inslaan. Maar vele personen in Japan hebben in deze kwestie reeds een persoonlijke beslissing genomen. Eén van die personen bevond zich op het moment dat de bom ontplofte, in de gevangenis van Hirosjima, maar hij overleefde de vernietiging in een cel diep in die gevangenis. Hij zat niet gevangen wegens een of andere misdaad, maar omdat hij gewetensbezwaren had tegen deelname aan oorlog. Hij was een getuige van Jehovah.
Door een studie van de bijbel had hij Gods zienswijze over door mensen gevoerde oorlogen aanvaard en had hij geleerd dat Gods koninkrijk het enige middel is waardoor ware vrede tot stand kan komen. (Zie Jesaja 2:4; Daniël 2:44.) Omdat hij uit liefde voor God en zijn naasten deze boodschap had gepredikt, zat hij in die gevangenis opgesloten.
Momenteel zijn in Japan meer dan 100.000 personen zoals hij er druk mee bezig „dit goede nieuws van het koninkrijk” te prediken (Matthéüs 24:14). Velen van hen hebben de verschrikkingen van Hirosjima en Nagasaki persoonlijk meegemaakt. Hoe een van die personen door die buitengewone ervaring ertoe aangezet werd naar iets beters te zoeken — en wat zij gevonden heeft — is een verhaal dat wij u graag willen laten lezen.
[Illustratie op blz. 7]
Hirosjima nu; het gebied linksonder toont hetzelfde deel van de stad als op de foto op blz. 4 (uit de tegenovergestelde richting)