Wat maakt iemand tot een misdadiger?
„IK GELOOFDE dat crimineel gedrag een symptoom was van verdrongen conflicten die waren voortgekomen uit vroege trauma’s en gebrek aan liefde . . . Ik dacht dat mensen die het pad van de misdaad opgingen, slachtoffers waren van een psychische stoornis, van een onderdrukkend sociaal milieu, of beide. . . . Ik zag misdaad als een haast normale, zo al niet te verontschuldigen reactie op de uitmergelende armoede, onzekerheid en wanhoop waarvan hun leven doortrokken was” (Inside the Criminal Mind). (Wij cursiveren.) Dat was de zienswijze van psychiater Stanton Samenow voordat hij honderden criminelen begon te interviewen.
In een poging uit te leggen waarom iemand een misdadiger wordt, hebben psychiaters en andere deskundigen een veelheid van redenen geopperd — werkeloosheid, weinig onderwijs, liefdeloos gezinsleven, onevenwichtige voeding, psychische druk en nog meer. Hoewel deze factoren van invloed kunnen zijn, mogen wij niet voorbijgaan aan een ander feit — miljoenen mensen verduren deze omstandigheden dagelijks zonder de oplossing te zoeken in misdaad.
Misdadigers — zelf slachtoffer, of alleen slachtoffers makend?
Na langdurig onderzoek kwam Dr. Samenow tot een andere benadering. Hij schrijft: „De essentie van deze benadering is dat misdadigers verkiezen misdaden te plegen. Misdaad woont in de persoon en wordt ’veroorzaakt’ door de manier waarop hij denkt, niet door zijn omgeving.” (Wij cursiveren.) „Misdadigers zijn de oorzaak van misdaden — niet de slechte buurten, falende ouders, televisie, school, drugs of werkeloosheid.”
Dit bracht hem tot een andere kijk op de geest van de misdadiger. Hij vervolgde: „In plaats van misdadigers als slachtoffer te beschouwen, zagen wij hoe zij anderen tot slachtoffer maakten en dat echt uit vrije verkiezing.” Daaruit volgt voor hem dat de misdadiger niet op een presenteerblaadje excuses voor zijn gedrag aangereikt moet krijgen maar dat hij zich van zijn eigen verantwoordelijkheid bewust moet worden. — Zie op blz. 9 „Profiel van een geharde misdadiger”.
Rechter Lois Forer van Pennsylvanië, die pleit voor een verandering in het strafmaatstelsel van de Verenigde Staten, schrijft: „Mijn conclusies zijn gebaseerd op het geloof dat ieder menselijk wezen verantwoordelijk is voor zijn daden.” — Criminals and Victims, blz. 14.
Waarom kiest iemand voor het kwaad?
De gevolgtrekking die Dr. Samenow bereikt is eenvoudig: „Gedrag is hoofdzakelijk een produkt van het denken. Alles wat wij doen wordt voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door denken.” Hoe kan crimineel gedrag dus veranderd worden? Hij antwoordt: „De misdadiger moet leren denkpatronen die jarenlang zijn gedrag hebben geleid, te identificeren en vervolgens uit te bannen.” (Wij cursiveren.) Deze eenvoudige conclusie stemt overeen met wat de bijbel leert.
De bijbelschrijver Jakobus legde uit: „Een ieder wordt beproefd doordat hij door zijn eigen begeerte meegetrokken en verlokt wordt. Vervolgens baart de begeerte, als ze vruchtbaar is geworden, zonde” (Jakobus 1:14, 15). Met andere woorden, hoe wij handelen hangt af van de wijze waarop wij denken. Een verkeerde begeerte is het resultaat van een denkproces. Een zonde of een misdaad is het resultaat van een onjuist verlangen en een slechte keus.
Paulus richt de aandacht op dat fundamentele belang van het denkproces voor een verandering van persoonlijkheid door te spreken van „de kracht die uw denken aandrijft” (Efeziërs 4:23). De Jerusalem Bible vertolkt die passage met „Uw geest moet vernieuwd worden door een geestelijke omwenteling”. Zo moet er ook nu een radicale verandering van denken komen, aangezien „misdaad voortvloeit uit de wijze waarop iemand denkt”. — Inside the Criminal Mind.
Hiermee is nog geen antwoord gegeven op de vraag: Hoe is de misdadiger in eerste instantie aan zijn anti-sociale denkpatronen gekomen?
Wanneer de zaden worden gezaaid
„Leid een knaap op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken” (Spreuken 22:6). Deze bijbelse stelregel raakt de kern. De sleutel is ’de knaap op te leiden’, niet de jonge man, maar eerder — de knaap. Waarom is het noodzakelijk zo jong te beginnen? Omdat de patronen van denken en gedrag al in de heel vroege jeugd worden vastgelegd.
Het is waar dat sommige negatieve trekken al vanaf de geboorte zijn ingebouwd omdat wij allen onvolmaakt worden geboren (Romeinen 5:12). De bijbel zegt dan ook: „Dwaasheid is aan het hart van een knaap gebonden.” De schriftplaats voegt er echter aan toe: „De roede van streng onderricht is wat ze ver van hem zal verwijderen.” — Spreuken 22:15.
Veel misdadigers proberen hun gedrag te rechtvaardigen door terug te gaan naar invloeden in hun kinderjaren en de schuld op hun ouders, onderwijzers en anderen te schuiven. Dr. Samenow trekt een andere conclusie: „Misdadigers beweren dat zij werden verworpen door ouders, buren, scholen en werkgevers, maar zelden vertelt een misdadiger waarom hij werd verworpen. Als jong kind al was hij gluiperig en opstandig, en hoe ouder hij werd, hoe meer hij tegen zijn ouders loog, hun eigendommen stal en beschadigde en hen bedreigde. Hij maakte het leven thuis ondraaglijk . . . Het was de misdadiger die zijn ouders verwierp in plaats van omgekeerd.” — Zie op blz. 8 „Profiel van een misdadigertje in de dop”.
Ja, de zaden van crimineel gedrag worden vaak gezaaid in de jeugd en soms zonder het te weten gevoed door al te toegeeflijke ouders. Dr. Patterson, psycholoog aan het Oregon Social Learning Center, gelooft dat „het meeste delinquente gedrag waarschijnlijk ontstaat door onbekwaam ouderschap”. Hij verwijst naar ouders „die niet in staat zijn duidelijke regels te handhaven, die niet op de naleving ervan kunnen toezien en zelfs kleine overtredingen niet met niet-lichamelijke straffen kunnen afdoen”.
Dr. Samenow besluit: „Wanneer een crimineel kind gaat afwijken van de verwachtingen van zijn ouders en de maatschappij, gaat het om meer dan geïsoleerde daden. Reeds vóór de schoolgaande leeftijd beginnen zich patronen te ontwikkelen die deel gaan uitmaken van een criminele levensstijl.” (Wij cursiveren.) Sommige psychologen gaan zich dan ook richten op misdaadpreventie in de jeugd door hulp aan te bieden aan die ouders en kinderen bij wie een potentieel misdadigheidsprobleem bestaat.
Criminaliteit met haar oorzaken en mogelijke oplossingen is een ingewikkeld onderwerp. Zou een verbetering van werkgelegenheid en milieu de situatie voor sommigen veranderen? Zijn meer en grotere gevangenissen de oplossing? Zou meer politie op straat de criminaliteit terugdringen? Ja, is er eigenlijk wel een praktische oplossing voor misdaad in onze huidige menselijke maatschappij?
[Kader/Illustraties op blz. 8]
Profiel van een misdadigertje in de dop
Als kind is de misdadiger een persoon met een ijzeren wil die verwacht dat anderen hem in alles zijn zin geven. Hij neemt risico’s, komt in moeilijkheden en vindt dan dat anderen hem uit de penarie moeten helpen en vergiffenis moeten schenken.
De ouders worden de eersten van een lange lijst van slachtoffers.
Het kind werpt een steeds ondoordringbaarder barrière tegen communicatie op. Hij leeft een leven dat hij voor zijn ouders wil verbergen. Wat hij doet, is iets wat hun niet aangaat.
Hij liegt zo vaak en zo lang dat het dwangmatig lijkt. Maar hij heeft het liegen volledig onder controle.
Het kind minacht niet alleen de raad en het gezag van zijn ouders maar ook de wijze waarop zij leven, ongeacht hun sociale en financiële omstandigheden. Voor hem gaat het er in het leven uitsluitend om zich te amuseren.
Wanneer er meer kinderen in het gezin zijn, maakt hij ook hen tot zijn slachtoffers, hij intimideert hen, beschikt over hun bezittingen en geeft hun de schuld als er straf dreigt.
De delinquent kiest de omgang met jongeren die risico’s nemen en doen wat verboden is.
De delinquent weigert zich te onderwerpen aan de autoriteit van wie maar ook. In plaats daarvan verkiest hij zich met iets opwindenders bezig te houden, vaak iets wat verboden is.
De ouders van deze kinderen weten vaak niet waar ze zijn, niet vanwege nalatigheid van hun zijde maar vanwege de vindingrijkheid waarmee het kind zijn bezigheden weet te verbergen.
De delinquent neemt, maar geeft zelden. Hij weet niet wat vriendschap is omdat vertrouwen, loyaliteit en met elkaar delen onverenigbaar zijn met zijn stijl van leven.
Een deel van het sociale milieu van de jeugddelinquent wordt gevormd door alcoholgebruik, dat voor hem al vóór de puberteit begint.
De crimineel verwerpt de school lang voordat de school hem verwerpt. Hij maakt misbruik van de school en gebruikt die als terrein waar hij misdrijven kan plegen of als een dekmantel.
Wat anderen bezien als in moeilijkheden raken is voor hem een oppepper van het beeld dat hij van zichzelf heeft.
(Merk alstublieft op dat een of twee factoren nog geen aanwijzing hoeven te vormen dat een kind zich gaat ontwikkelen tot een beroepsmisdadiger. Maar wanneer vele ervan aanwezig zijn, bestaat er reden voor bezorgdheid.)
[Kader op blz. 9]
Profiel van een geharde misdadiger
Misdadigers zijn in hun hart anti-werk.
De dringendste aangelegenheid voor een misdadiger is misdaad, niet een geregelde baan.
Hij is er stellig van overtuigd dat zijn vakbekwaamheid en unieke talenten hem van de gewone massa onderscheiden.
Hij waardeert mensen alleen als zij buigen voor zijn wil. Zelfs het beeld dat hij van zijn moeder heeft, schommelt tussen een heilige en een duivelin, afhankelijk van hoe snel zij doet wat hij wil.
Een misdadiger vindt niet dat hij jegens iemand verplichtingen heeft, en rechtvaardigt zijn daden maar zelden voor zichzelf.
Zijn trots is van dien aard dat hij beslist weigert zijn eigen feilbaarheid te erkennen.
De misdadiger wil niet dat andere familieleden kritiek hebben op zijn gedrag.
De misdadiger kent het onderscheid tussen goed en kwaad. Wanneer het hem uitkomt, gehoorzaamt hij de wet wel degelijk.
Zoals met alles, gebruikt de misdadiger religie voor zijn eigen doeleinden.
De misdadiger giet zijn verhaal met zorg in een zodanige vorm dat het een naar hij hoopt overtuigend verslag is van het waarom van wat hij deed.
De misdadiger beschouwt zijn slachtoffer helemaal niet als een slachtoffer. Hij is zelf het slachtoffer omdat hij werd gepakt.
(De beschrijvingen op blz. 8 en 9 zijn gebaseerd op Inside the Criminal Mind.)