Het bewaren van rechtschapenheid in Argentinië beloond
MEER dan 30 jaar hebben Jehovah’s Getuigen in Argentinië hun Koninkrijksactiviteiten onder grote druk moeten verrichten. Niettemin hebben zij altijd hun christelijke neutraliteit bewaard, elke vorm van afgoderij vermeden en zich in elk opzicht aan de bijbel gehouden (Johannes 17:16; Exodus 20:4-6; 1 Johannes 5:19). Zij zijn er ook mee voortgegaan het door God opgedragen werk te verrichten en de rechtvaardige maatstaven van zijn Woord hoog te houden. Hun getrouwe volharding werd beloond toen zij op 9 maart 1984 officieel als religie werden erkend.
Gelukkig heeft de huidige Argentijnse regering zich een wijs en verlicht oordeel gevormd over de Getuigen en hun schriftuurlijke standpunt. In erkenning van hun status als religieuze organisatie en uit respect voor de vrijheid van aanbidding werden de kinderen van Jehovah’s Getuigen onlangs vrijgesteld van deelname aan patriottische ceremonies. Interessant is in dit verband het volgende bericht, dat op 18 augustus 1984 in de bekende krant La Nacion van Buenos Aires verscheen:
„Uitzondering op schoolregels inzake de vlaggegroet”
„Om religieuze redenen kunnen leerlingen van onderwijsinstellingen als zij staan opgesteld om onderricht te ontvangen in het hijsen en strijken van de vlag, afstand doen van deze eer, aldus een besluit van het Ministerie van Onderwijs en Justitie, getekend door Dr. Carlos Alconada Aramburù.
Dit is een wijziging van de laatste paragraaf van het punt ’Nationale Vlag’ B 2 van besluit No. 1635/78, dat luidde: ’Leerlingen kunnen deze eer (toewijzing voor het dragen, hijsen en strijken van de vlag) niet afwijzen om religieuze redenen of welke reden dan ook die zij zouden willen aanvoeren.’
Op deze manier wordt een groot aantal problemen vermeden die zich op veel scholen hebben voorgedaan als daar leerlingen waren die leden zijn van bepaalde religies die de verering verbieden van emblemen die geen exclusieve voorstelling van God vormen, of eenvoudig prediken dat alle aanbidding van beeltenissen of aardse symbolen zondig is.
Het ministeriële besluit vermeldt met name dat de weigering aan deze plechtigheid deel te nemen gebaseerd moet zijn ’op de principes van een religie of cultus die door de staat wordt erkend en is ingeschreven bij het Nationale Ministerie voor Buitenlandse Betrekkingen en Godsdiensten’ en past deze regel toe op ’de verering, ontplooiing en het dragen van het nationale embleem, insignes en symbolen in de kleuren van het land, en het zingen van het volkslied’.
Ten slotte wijst het ministeriële besluit No. 1818 erop dat ’deze maatstaf zal gelden, mits de wijze waarop men zich van deelname onthoudt, van respect getuigt en een persoonlijke aangelegenheid is, en geen manifestaties van aanstootgevend gedrag, openlijke belediging, minachting of oneerbiedigheid wakker roept’.”
Op dezelfde datum bracht de Clarin, een krant uit Buenos Aires, een soortgelijk bericht met de kop: „Groter respect voor vrijheid van aanbidding” en voegde eraan toe:
„In geen geval openlijke beledigingen”
„In dit geval geeft het besluit van het Ministerie te kennen dat het criterium zal gelden mits de onthouding getuigt van respect, geheel persoonlijk is, geen aanstoot geeft en niet gepaard gaat met openlijke beledigingen, minachting of oneerbiedigheid.
Met hetzelfde decreet werd besluit No. 1635 van 1978 nietig verklaard waarin was vastgelegd dat geen enkele leerling zich kon onttrekken aan de genoemde handelingen en eerbewijzen door zich op religieuze of andere redenen te beroepen.
Het inmiddels herroepen besluit was herhaaldelijk betwist, in het bijzonder door de aanhangers van Jehovah’s Getuigen die, uit eerbied voor hun religie, weigeren verering te schenken aan de nationale symbolen van elk land.
Deze kwestie veroorzaakte talloze conflicten tijdens het militaire bewind aangezien de leerlingen die aan dit beginsel vasthielden van school werden gestuurd, wat zo ver ging dat zij voor de lagere rechtbanken werden gedaagd.
Ook werden volgelingen van deze sekte gedurende de periode van 1976 tot 1983 tot gevangenisstraffen veroordeeld omdat de militaire autoriteiten dit beschouwden als een belediging of een schande voor de natie die ervoor had gezorgd dat zij elementair en in sommige gevallen hoger onderwijs hadden genoten.”
Het doet goed om respect te zien betonen voor de vrijheid van aanbidding. En de nu genomen maatregelen zijn inderdaad een grote beloning gebleken voor de Argentijnse getuigen van Jehovah die zo getrouw hun rechtschapenheid hebben bewaard.