Verovering in naam van de kerk
„Als Jezus nu zou leven, zou hij een vrijheidsstrijder zijn.” Deze woorden, geuit door een vooraanstaande protestantse kerkfunctionaris, zijn kenmerkend voor een tendens in de hedendaagse christenheid. Een Afrikaanse bisschop prijst het „rechtvaardige geweld” van succesvolle revolutionairen. Protestantse kerken geven schenkingen aan nationalistische guerrilla-organisaties. Priesters laten zich leiden door een „bevrijdingstheologie” en nemen de wapens op. Religieusgezinde mensen blijken in toenemende mate bereid geweld te gebruiken om hun doeleinden te bereiken. Bent u van mening dat dit juist is? Het onderstaande artikel bespreekt een historisch voorbeeld van zulk „christelijk” gebruik van geweld. Het bevat enkele ontnuchterende lessen.
GOUD, eer en het evangelie. Deze drie dingen vormden naar verluidt de aanleiding tot de kolonisatie van het Amerikaanse continent. Een van de kolonisten bekende dat hij naar Amerika ging „om God te dienen . . . en ook om rijk te worden”!
In 1992 zal het 500 jaar geleden zijn dat Columbus de eerste overtocht over de Atlantische Oceaan maakte en daarmee de weg opende voor die kolonisatie. Columbus’ heldhaftige reis luidde een opwindende periode in van ontdekkingsreizen op het Amerikaanse continent. Het resultaat? Onnoemelijk grote rijkdommen stroomden over de Atlantische Oceaan naar Europa, en de Europese religie werd op vreemde bodem geplant. De kosten? Die kwamen grotendeels voor rekening van de inheemse bevolking, die werd onderworpen en wier aantallen werden gedecimeerd door het krachtige optreden, het bedrog, de wreedheid en de onbekende ziekten van de vreemdelingen.
Deze vreemdelingen werden later conquistadores (veroveraars) genoemd. Zij waren, zoals historicus J. F. Bannon het stelt, „een merkwaardige combinatie van heilige en duivel”. Hun dapperheid valt niet te ontkennen, en enkele van hun wapenfeiten zijn bekend bij iedere schooljongen.
Wie heeft niet gehoord van Vasco Núñez de Balboa, die te voet de Panamese landengte overstak, door kilometers van onbekende wouden, bergen en moerassen, en toen als eerste blanke de Stille Oceaan zag? Of Hernán Cortés, die met zijn mannen tot in de verre uithoeken het gebied doorkruiste dat nu Mexico heet, om de Azteken te onderwerpen? Dan waren er nog Francisco Pizarro en zijn broers die na meer dan twee jaar van felle gevechten in wat nu Peru heet, het uitgestrekte Inkarijk onderwierpen. Een ander was Pedro de Valdivia, die in zuidelijke richting trok, Chili veroverde en de Araukanen uit hun gebied verdreef.
Hoe kwam het dat zij die gevestigde rijken zo gauw konden veroveren? Er waren veel redenen voor. Cortés’ succes tegen de Azteken bijvoorbeeld was waarschijnlijk ten dele toe te schrijven aan de onrust die binnen het Azteekse rijk heerste. Ook werden de Azteken voor het eerst geconfronteerd met Europese kruisbogen, musketten, zwaarden en ruiters. Bovendien geloofde de Azteekse heerser Montecuzoma dat Cortés een terugkerende god was.
Ongeacht de reden, de succesvolle conquistadores werden spoedig gevolgd door „boer, gouddelver en priester, allen toegerust om zich een blijvend tehuis te scheppen in een nieuwe wereld”. Maar wat had religie met de verovering te maken?
In dienst van hun religie
Inderdaad, bekering was een belangrijk motief in het grote avontuur. In Spanje, het thuisland van de meerderheid der conquistadores, hadden twee belangrijke vorstelijke personen, Ferdinand en Isabella, „een golf van nationalistische en religieuze geestdrift ontketend” die haar grootste uiting vond in de verovering van Latijns-Amerika. — The Encyclopædia Britannica.
In 1493 verdeelde paus Alexander VI de wereld tussen de Portugese en Spaanse ontdekkingsreizigers; aan Spanje schonk hij alles wat westelijk lag van een denkbeeldige lijn van Noord- naar Zuidpool op 480 kilometer ten westen van de Kaapverdische Eilanden. Dit was „in ruil voor de bekering van de heidenen”. Later bekrachtigden beide mogendheden deze verdeling bij het Verdrag van Tordesillas, en brachten een wijziging aan door de lijn naar het westen te verleggen.
Interessant genoeg is de uitwerking van deze pauselijke inmenging nog steeds merkbaar. Ten tijde van de ontdekking bleek de kust van wat nu Brazilië is, in het Portugese deel van de wereld te liggen. Bijgevolg spreekt men in Brazilië zelfs tot op heden Portugees, terwijl men in de rest van Zuid- en Midden-Amerika voornamelijk Spaans spreekt.
Het blijkt dat vele van de conquistadores het religieuze aspect van hun missie niet vergaten. Professor P. J. Mahon en de jezuïtische priester J. M. Hayes schrijven: „De bekering van de inboorlingen was een doel dat Cortés nooit uit het oog verloor. In een van zijn rapporten aan de keizer, gedateerd in 1524, zegt hij: ’Zo vaak ik aan uwe Heilige Majesteit heb geschreven, heb ik uwe Hoogheid verteld van de bereidwilligheid van sommige van de inboorlingen om ons Heilige Katholieke geloof te aanvaarden, en christenen te worden. En ik heb uwe Keizerlijke Hoogheid mijn smeekbeden doen toekomen dat u de goedheid mag hebben om te dien einde te voorzien in religieuze personen die een goed en voorbeeldig leven leiden.’” — Trials and Triumphs of the Catholic Church in America.
De historicus William H. Prescott voegt eraan toe: „Niets lag de Spaanse regering nader aan het hart dan de bekering van de Indianen. Het vormde het constante hoofdthema van hun instructies, en het gaf de militaire expedities op dit westelijk halfrond enigszins het voorkomen van een kruistocht.” Maar merk het volgende op: „Men twijfelde in het geheel niet aan de doeltreffendheid van de bekering, hoe plotseling de ommekeer ook mocht zijn of hoe gewelddadig de middelen. Het zwaard was een goed argument wanneer de tong te kort schoot.”
Niettemin verrichtten deze avonturiers hun werk vaak met een merkwaardige mengeling van oprechtheid en wreedheid. Neem bijvoorbeeld wat gebeurde met Atahualpa, de koning van de Inka’s.
De bekering van Atahualpa
De veroveraar van het Inkarijk was Pizarro. Met slechts weinig soldaten tot zijn beschikking, meende Pizarro dat de gevangenneming en gijzeling van Atahualpa de enige manier was waarop hij het Inkarijk kon onderwerpen. Hij trof regelingen om de Inkaheerser op 16 november 1532 in Cajamarca te ontmoeten. Maar voordat Atahualpa aankwam, stelde Pizarro heimelijk zijn kanonnen en soldaten aan drie kanten van het stadsplein op. Toen arriveerde de heerser zelf met meer dan 3000 van zijn mannen — allen ongewapend, op kleine knotsen en slingers na.
Historicus Robert Barton beschrijft wat volgde: „Een dominicaner monnik, Vicente de Valverde, naderde de draagstoel met de bijbel in zijn hand om de heilige krachten van het christendom te verklaren. Hij begon met het beschrijven van de Schepper, en sprak nog uitvoeriger over Jezus Christus en Zijn verheven offer aan het kruis. Tot slot vroeg hij Atahualpa zijn eigen heidense religie af te zweren en de heerschappij te erkennen van Keizer Karel V die hem voortaan in deze wereld zou beschermen, zoals Jezus dat zou doen in de wereld hierna.” — A Short History of the Republic of Bolivia.
De Inkaheerser moet zich zeer hebben verwonderd over deze uiteenzetting. Volgens Barton antwoordde hij: „’Wat uw God betreft, Hij werd ter dood gebracht door mannen die Hijzelf heeft geschapen, terwijl de mijne’, wijzend op de grote rode zon die op dat moment juist achter de sierra’s onderging, ’de mijne voor eeuwig leeft en zijn kinderen beschermt. Krachtens welke autoriteit zegt u deze dingen?’” De monnik wees op de bijbel en overhandigde hem aan Atahualpa, die hem op de grond wierp. Vicente raapte zijn bijbel op en haastte zich om Pizarro te vertellen wat er was gebeurd. Naar verluidt heeft hij gezegd: „Val onmiddellijk aan. Ik verleen u absolutie.” Pizarro gaf het signaal voor de aanval en honderden weerloze Indianen werden afgeslacht en Atahualpa werd gevangengenomen.
Atahualpa onderhandelde met Pizarro over zijn vrijlating. Hij bood een enorme losprijs in goud en zilver aan, en Pizarro zei die te zullen aanvaarden. Maar toen de schat stipt werd afgeleverd, herriep Pizarro zijn belofte. Atahualpa werd berecht en als een afgodendienaar tot de brandstapel veroordeeld. Velen van Pizarro’s adviseurs protesteerden tegen zo’n verraderlijke daad — de priester Valverde echter niet. Ten slotte bekeerde Atahualpa zich tot het christendom en werd gedoopt. Niettemin werd hij op 29 augustus 1533 door wurging om het leven gebracht.
Pizarro voltooide vervolgens de verovering van het Inkarijk. Terwijl hij hiermee bezig was, „bouwde hij kerken, haalde hij afgoden omlaag, en stelde hij op de hoofdwegen kruisen op” (The Trials and Triumphs of the Catholic Church in America). Maar denkt u dat de religie die hij aldus verbreidde, het echte christendom was?
Wat was het resultaat?
Militair gezien was de onderneming een succes. De kleine groepjes conquistadores vergrootten het imperium van hun thuislanden en de meesten van hen oogstten voor zichzelf goud en roem. Maar bereikten zij met hun geweld enig christelijk doel?
Een tijdlang moet dat zo geleken hebben. „De priesters die de vroege expedities vergezelden, vernietigden in rechtvaardige verontwaardiging tempels en afgodsbeelden en veroordeelden het heidendom; massabekeringen begonnen toen zendelingen uit Spanje aankwamen . . . Indianen ontvingen het doopsel met grote geloofsijver” (Encyclopædia Britannica). Hoe diepgaand waren de bekeringen echter?
De historicus Ruggiero Romano geeft als commentaar: „De oorspronkelijke bewoners van dit land zijn, hoewel lange tijd in het evangelie onderwezen, momenteel net zo min christenen als in de tijd van de kolonisatie, want wat het geloof betreft, zijn zij nu niet verder dan destijds . . . In het huidige Bolivia en het zuiden van Peru leeft nog steeds de verering van de oude heidense godheid Pacha-Mama (Moeder Aarde), hoewel ze is opgenomen in de verering van de Maagd. . . . In Mexico is de verering van de Virgen de Guadalupe geworteld in de cultus van de godin Tonantzin (Moeder der goden).” — Mecanismos da Conquista Colonial.
Dezelfde schrijver zei: „De evangelisatie liep in veel gevallen op een mislukking uit . . . Waarom? Omdat geweld ook een overheersende invloed op de evangelieprediking heeft. Hoe kan men een religie brengen die liefde voorstaat, wanneer men meent dat ’niemand eraan kan twijfelen dat buskruit, gebruikt tegen ongelovigen, als wierook voor de Heer is’?”
Neen, werkelijk christelijke doeleinden kunnen nooit met zulke gewelddadige middelen worden bereikt. Bekeringen te vuur en te zwaard kunnen nooit resulteren in de veranderde persoonlijkheid en persoonlijke toewijding die het ware christendom verlangt. De „evangelisten” raken veeleer zelf verdorven. Merk op dat in veel van de landen die werden ontsloten door de conquistadores, die er èn het zwaard èn de bijbel brachten, nog steeds bittere conflicten en verdeeldheid heersen. En momenteel propageren sommige priesters en nonnen daar vanuit een „bevrijdingstheologie” een strijd met moderne wapens.
Jezus’ benadering was anders. Herinnert u zich zijn reactie tijdens de nacht waarin hij werd gearresteerd toen de apostel Petrus hem met een zwaard trachtte te beschermen? Jezus zei: „Steek uw zwaard weer op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard vergaan” (Matthéüs 26:52). Wat later op diezelfde dag zei Jezus tot Pontius Pilatus: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld. Indien mijn koninkrijk een deel van deze wereld was, zouden mijn dienaars hebben gestreden, opdat ik niet aan de joden overgeleverd zou worden. Maar mijn koninkrijk is nu eenmaal niet uit deze bron.” — Johannes 18:36.
Die onbevreesde en tot nadenken stemmende woorden tonen dat indien Jezus nu als mens op aarde zou zijn, hij zeker geen vrijheidsstrijder zou zijn die zijn toevlucht zou nemen tot wapens. Daaruit volgt dat degenen die werkelijk in Jezus’ voetstappen treden, niet in zulk geweld verwikkeld kunnen raken (1 Petrus 2:21-23). Aangezien dit zo is, moeten wij de vraag stellen: Wiens „koninkrijk” werd in werkelijkheid door krijgslieden zoals Cortés en Pizarro vertegenwoordigd? En voor wiens „koninkrijk” strijden die activistische protestantse en katholieke bedienaren van nu? Het is duidelijk dat zij dat niet doen voor het Koninkrijk waarover Jezus Christus regeert.
[Inzet op blz. 26]
De conquistadores verrichtten hun werk vaak met een merkwaardige mengeling van oprechtheid en wreedheid
[Inzet op blz. 27]
Alhoewel zij een religie brachten die liefde voorstond, bezagen zij buskruit dat tegen de ongelovigen werd gebruikt als „wierook voor de Heer”