De alpenmarmot — Het dier dat fluit
Door Ontwaakt!-correspondent in Frankrijk
„KIJK daarboven, bij die rotsen!”
Onze gids beduidt ons stil te staan en wijst naar een dier dat zo’n honderd meter van ons vandaan op zijn achterpoten zit.
„Dat is een marmot”, zegt hij. „Als we dichterbij komen, zal hij fluiten en zullen jullie zijn metgezellen naar hun holen zien verdwijnen.” De marmot die wij kunnen zien, zit op een rotsblok vanwaar hij een duidelijk zicht op de omgeving heeft.
Wij gaan verder en al gauw roept Hans uit: „Luister! De wachtpost van de marmotten fluit het alarmsignaal! Hij heeft ons gezien!” De marmot verdwijnt.
Ze leven op grote hoogte
„Nu ze ons toch gezien hebben,” vervolgt Hans, „is het misschien beter een tijdje te rusten en dan vertel ik jullie wat meer over dit boeiende diertje. Het is een aan de eekhoorn verwant knaagdier, maar de marmot heeft niet de pluimstaart van de eekhoorn geërfd. Hoewel de Zuidamerikaanse capybara en de bever de grootste knaagdieren zijn, komt daarna de marmot, met een gewicht van ongeveer zes kilogram en een lengte die varieert van 60 tot 75 centimeter.”
„Worden marmotten behalve in de Alpen ook nog ergens anders aangetroffen?” vraagt Jacqueline.
„Jawel hoor, maar meestal op grote hoogten, tussen de 1200 en 3200 meter. Hoewel in het Franse en Zwitserse Juragebergte en in Oostenrijk sommige dieren ook wel op een hoogte van slechts 800 meter leven, zijn de Alpen en de Karpaten het natuurlijke leefgebied van de marmot. De mens heeft ze echter ook ingevoerd in het Zwarte Woud in Duitsland, en in de gebergten van de Jura, Auvergne en de Pyreneeën in Frankrijk. Nu heb ik het over de marmotten die in Europa en Siberië te vinden zijn, maar er zijn andere soorten zoals de bobakmarmot die in de steppen van Rusland en Turkije woont, en de bosmarmot of ’woodchuck’ in Noord-Amerika.”
„Kijk, daar is er een!” Wij houden ons allemaal stil en de marmot komt langzaam uit zijn hol te voorschijn en wordt geheel zichtbaar. De afstand is klein genoeg om zijn donkerbruine rug en zijn roodachtig-gele buik te zien en zelfs zijn kleine oortjes. Als hij zijn kop in onze richting draait, kunnen wij een paar uitpuilende ogen onderscheiden en twee snijtanden die zich achter een gespleten bovenlip vertonen.
„Marmotten hebben een heel scherp gehoor,” fluistert Hans, „maar nog opmerkelijker is hun gezichtsvermogen, want ze hebben een gezichtsveld van naar schatting 300 graden, ook naar boven, vanwaar hun aartsvijand, de steenarend, naar beneden schiet.”
„Is de arend hun enige vijand?”
„Nee want ze moeten ook rekening houden met vossen. Ook jaagt de mens op de marmot om zijn vacht en vet, maar in de meeste landen is de jachttijd maar kort en is het jagers verboden vallen te zetten, of dieren uit te graven.”
„Hoe verdedigt de marmot zichzelf?” vraagt Jacqueline, bewogen door de gedachte dat dit arme schepseltje met zulke vijanden te doen heeft.
„Wanneer ze in het nauw worden gedreven”, legt Hans uit, „zullen marmotten zich naar hun vijand omdraaien en bijten. Ze weten zich echter gewoonlijk door vluchten in veiligheid te brengen, want ze dwalen nooit erg ver van een van hun holen af.”
Nu begrijpen wij waarom ze een wachtpost nodig hebben zoals het dier dat wij rechtop zagen zitten toen wij kwamen.
„Maar marmotten houden er ook van om op hun achterpoten te zitten eten”, voegt Hans eraan toe. „Hun voedsel bestaat voor het grootste deel uit malse groene grassen en planten, en als wij in een beschermd natuurgebied zouden zijn geweest waar niet gejaagd mag worden en waar de dieren gewend zijn aan bezoekers, zouden wij zelfs dicht genoeg kunnen naderen om onze arm uit te strekken en er een met de hand te voeren.”
De slaapkamer van de marmot
Verderop langs de weg merk ik dat bepaalde delen van het berglandschap er als een stuk Zwitserse kaas uitzien, en ik informeer naar de reden.
Onze gids antwoordt: „Dat is kenmerkend voor marmotten. Hun lange stevige poten zijn ontworpen om te graven. Naast ondiepe vluchtholen graven ze ook zomer- en winterholen.”
Hans in de rede vallend, vraag ik: „Waarom zijn er twee soorten holen?”
„In de eerste plaats blijven marmotten alleen ’s zomers op grote hoogte en dalen ze later af naar lagere weidegronden om hun winterverblijven te graven. In middelhoge en lagere gebieden kunnen de twee holen echter heel dicht bij elkaar liggen. Het zomerhol kan wel tien meter lang zijn en verscheidene verbrede gedeelten hebben die als kamers dienen. Het hol ligt ongeveer 50 tot 90 centimeter onder de oppervlakte en loopt er min of meer parallel mee. Hier zal moeder marmot na een drachttijd van 33 tot 35 dagen een nest van twee tot vier jongen ter wereld brengen.
Het winterhol daarentegen is een toonbeeld van onderaardse bouwkunst. De opening en achterliggende gang zijn 15 centimeter in doorsnede; de gang kan wel 10 meter lang zijn en gaat tot een diepte van enkele meters voordat hij zich verbreedt tot een grote ronde uitholling — de slaapkamer.”
„Bedoel je dat ze zelfs voor een slaapkamer zorgen?” vraagt Jacqueline verbluft.
„Ja inderdaad, en nog een behoorlijk grote ook. De kamer is vaak meer dan een meter breed en is bedekt met gras en droge bladeren. Er zijn zelfs kleine openingen die als latrine dienen. In de winter wordt het hol afgesloten met een hoop uitgegraven aarde.”
De lange slaap
„Maar dat is nog niet alles”, vervolgt Hans. „Het meest opmerkelijke van marmotten is hun vermogen een winterslaap te houden. Ze gaan tegen het eind van september slapen en worden pas wakker in april, of nog wel later. Misschien lukt het ons een dier in het oog te krijgen dat bezig is wat droog gras of hooi in zijn bek mee te slepen om er een slaapkamer mee te bekleden. Een ander interessant feit is dat marmotten voor hun winterslaap hun ingewanden zuiveren door te vasten en geleidelijk hun darmen te legen.”
„Zodat hun vredige slaap dus niet verstoord wordt?”
„Inderdaad. Als het hol eenmaal is afgesloten zal het dier zich ineenrollen en gaan slapen en elk bewustzijn en gevoel verliezen. Men heeft opgemerkt dat ze slechts één tot vier keer per minuut ademhalen in plaats van de normale 25 tot 30 keer. Ook hun hartslag daalt van 90 tot ongeveer 10 slagen per minuut, waardoor de bloedcirculatie enorm afneemt.”
„Maar bestaat er geen gevaar voor bloedstollingen?”
„Het schijnt dat een speciaal mechanisme de produktie van heparine, een stollingsremmende stof, in werking stelt. Dit proces begrijpt men echter nog niet zo goed. De lichaamstemperatuur kan wel tot vier graden Celsius dalen zonder schadelijke uitwerking.”
„Wat gebeurt er als zijn temperatuur zelfs nog verder daalt?” Klaarblijkelijk wil Jacqueline alles weten.
„Een ander niet verklaard mechanisme zal het dier dan wakker maken, en hij zal onmiddellijk warmte beginnen te produceren. Hetzelfde gebeurt om de drie à vier weken als hij wakker wordt om zijn blaas te legen, waarna hij weer in zijn eerdere verdoving terugvalt. Men veronderstelt dat deze stijging van de lichaamstemperatuur wordt teweeggebracht door een adrenalinetoevloed in de bloedbaan.”
Jacqueline maakt zich zorgen om hun overleving onder zulke omstandigheden: „Wat eten ze in al die tijd?”
„Marmottenpastei!” antwoordt Hans lachend. „Ik zal het je uitleggen. Het dier teert op zijn eigen vet en zal 25 tot 50 procent van zijn oorspronkelijke gewicht verliezen.”
Tijd om wakker te worden
„Zijn het de hogere temperaturen waardoor de marmotten in mei ontwaken?”
„Men denkt niet dat dit het geval is, omdat de omringende temperatuur vaak nog erg laag is, maar door een of andere onbekende oorzaak begint de lichaamstemperatuur van de marmot te stijgen en wordt hij opnieuw een warmbloedig zoogdier. Op die manier wordt hij gedwongen naar voedsel te zoeken, waarbij hij zich zo nodig zelfs door de sneeuw een weg naar buiten graaft.”
Wij werden ertoe aangezet na te denken over de toepasselijke woorden van de psalmist: „Hoe talrijk zijn uw werken, o Jehovah! Gij hebt ze alle in wijsheid gemaakt” (Psalm 104:24). Inderdaad, alles wat wij zojuist over de marmot te weten zijn gekomen laat Gods wijsheid goed uitkomen en moedigt ons aan eer te geven aan onze Grote Schepper die alle dingen op volmaakte wijze heeft gemaakt!