Bouwen voor de eeuwigheid
IEMAND zei: „Wij bouwen voor de eeuwigheid.” Maar wat voor soort van bouwen kon hij bedoeld hebben — wat is bouwen voor de eeuwigheid?
Om dat te weten te komen, moeten wij teruggaan naar een bekendmaking die op zondag 30 juli 1978 gedaan werd ten overstaan van ongeveer 50.000 personen in Düsseldorf in Duitsland en voor een al even verraste menigte van bijna 60.000 man in het Olympisch Stadion van München. Het Besturend Lichaam van Jehovah’s Getuigen had besloten in de Duitse Bondsrepubliek grond aan te kopen waarop een geheel nieuw bijkantoorcomplex kon worden gebouwd.
Waarom was het nodig?
Tegen het eind van de jaren ’70 begon het Wachttorengenootschap over te gaan op een andere methode van drukken, waarbij men onder meer gebruik ging maken van gecomputeriseerde fotocompositie en gecomputeriseerd zetwerk. Het Duitse bijkantoor, dat de opdracht kreeg deze veranderingen eveneens door te voeren, besefte dat deze omschakeling zou betekenen dat er een nieuwe bedrijfsuitrusting moest worden aangeschaft en dat er meer ruimte moest komen.
Ook ging men steeds duidelijker inzien dat er grotere faciliteiten nodig zouden zijn om een ongehoord grote toename in het predikingswerk te kunnen opvangen. Jehovah’s belofte: „De kleine zelf zal tot duizend worden, en de geringe tot een machtige natie”, zou niet onvervuld blijven. Dat kon niet onvervuld blijven, want Jehovah had beloofd: „Ikzelf, Jehovah, zal het te zijner tijd bespoedigen.” — Jesaja 60:22.
Geruime tijd geleden, in 1947, had het Genootschap in Wiesbaden een gebouw verkregen voor zijn bijkantoor en deze faciliteiten waren herhaaldelijk uitgebreid om de vraag naar lectuur te kunnen bijhouden. Maar het aantal talen waarin de lectuur werd gedrukt en het aantal verkondigers dat van lectuur moest worden voorzien, bleven groeien. Weer werd het nodig uit te breiden. Maar alle mogelijkheden voor een uitbreiding in Wiesbaden waren intussen volledig uitgeput. Er moest een nieuwe plek gevonden worden. Maar de vraag was: waar?
„Jehovah weet al waar het nieuwe Bethel gebouwd moet worden”, zei Martin Poetzinger, een lid van het Besturend Lichaam van Jehovah’s Getuigen, tot de leden van het Duitse bijkantoorcomité. „Die plaats bestaat al, maar hij zal jullie volharding in het zoeken ernaar op de proef stellen.” En zo begon de speurtocht — een speurtocht waarbij voordat ze achter de rug was 123 verschillende plaatsen in meer dan 70 gemeenten zouden worden geïnspecteerd.
Locatie nummer 99 wekte bij enige leden van het bijkantoorcomité een voorzichtig enthousiasme. Maar aangezien anderen minder onder de indruk waren, zette men de speurtocht voort. Net toen men op het punt stond een andere plaats te kiezen, werd het bijkantoorcomité er kennelijk door Jehovah toe geleid nog eens naar locatie nummer 99 te gaan kijken. Ditmaal waren zij het er allen over eens dat dit werkelijk de plaats van Jehovah’s keuze was. Zonder aarzeling werden er regelingen getroffen voor de aankoop van 65 afzonderlijke percelen, die samen één groot perceel van 30 hectare vormden.
Een bijzonder gepaste plaats
Van meet af aan maakten Jehovah’s Getuigen plannen om het hele ontwerp en de hele bouw in eigen hand te houden. Er zouden ettelijke honderden personen worden ingeschakeld als de kern van een bouwploeg of bouw-„familie”, die in omvang zou variëren doordat anderen zich er voor kortere of langere tijd bij aansloten — misschien voor een week of twee, of misschien alleen in de weekeinden.
Het bleek buitengewoon goed van pas te komen dat er op het terrein al drie flatgebouwen stonden. Doordat ze slechts gedeeltelijk bewoond waren, leverden ze ruimte op die onmiddellijk in gebruik genomen kon worden om een gedeelte van de bouwploeg te huisvesten. Er kwamen meer kamers beschikbaar naarmate de oorspronkelijke bewoners de een na de ander ongeveer 30 flats ontruimden.
Ook in andere opzichten bleek deze locatie bijzonder passend. Ze lag in de kleine gemeente Selters/Taunus aan het westelijke uiteinde van het Taunusgebergte, in de buurt van hoofdverkeersaders en grote steden, en toch in een tamelijk landelijke omgeving. Selters is een begrip in Duitsland — en zelfs niet onbekend in andere delen van de wereld — dank zij het mineraalwater dat daarvandaan komt onder de naam Selters water of Seltzer water. En nu zou dit centrum het nog gezondere en meer verkwikkende geestelijke water, het water der waarheid, voortbrengen. Hoe toepasselijk!
Het bouwterrein lag op een heuvel met uitzicht over Selters. Het heette daar Am Steinfels, en inderdaad is de heuvel aan de ene kant een steile rots. Deze combinatie van rots en water zou bijbelonderzoekers kunnen doen denken aan de voorzieningen die Jehovah God voor zijn volk, de Israëlieten, trof toen zij door de wildernis zwierven op weg naar het Beloofde Land. Jesaja 48:21 beschrijft wat er eens gebeurd was, met de woorden: „Zij werden niet dorstig toen hij hen zelfs door verwoeste plaatsen deed gaan. Water uit de rots deed hij voor hen te voorschijn stromen, en hij ging ertoe over een rots te splijten, opdat er water uit zou stromen.” Nu zou Jehovah symbolisch voorzieningen treffen voor duizenden oprechte personen door het waarheidswater in de vorm van bijbels en bijbelverklarende publikaties uit de Steinfels van Selters te laten stromen om hun geestelijke dorst te lessen. Hoe toepasselijk!
Voor de eeuwigheid?
Geen gebouw blijft eeuwig bestaan. Het zou dan ook aanmatigend zijn te denken dat de gebouwen die in Selters werden opgetrokken daarop een uitzondering zouden vormen. Maar één ding staat vast. Deze gebouwen hebben nu al een bijdrage geleverd, en zullen dat blijven doen, tot een ander soort bouwwerkzaamheden, waarvan de resultaten wel eeuwig zullen blijven bestaan. Misschien vraagt u zich af wat voor bouwwerkzaamheden dat dan wel zijn.
In de eerste plaats zal de bijbelse lectuur die hier gedrukt wordt het geloof van ontelbare mensen opbouwen door nauwkeurige kennis van Gods voornemens aan hen over te dragen. Dit zal er weer toe leiden dat zij hun leven aan Jehovah opdragen en in overeenstemming brengen met de vereisten voor eeuwig leven in zijn nieuwe samenstel van dingen. De uitwerking van deze geestelijke bouwwerkzaamheden zal eeuwig standhouden.
Dan is er het aspect van de vriendschappen die er zijn opgebouwd. Ongeveer één op de zeven Getuigen in de Duitse Bondsrepubliek heeft een aandeel gehad aan de eigenlijke bouwwerkzaamheden in Selters, hetzij gedurende een aantal dagen, weken of maanden, of tijdens weekeinden. Daartoe behoorde ook een bijna 90-jarige Getuige, die ongenodigd kwam opdagen. Toen hij te horen kreeg dat hij een aanvraag had moeten insturen en dan een uitnodiging had moeten afwachten, antwoordde hij met een ondeugende glinstering in zijn ogen: „Je gelooft toch zeker zelf niet dat jullie mij op mijn leeftijd zouden hebben uitgenodigd om te komen helpen als ik eerst een aanvraag had ingestuurd?” Wat een kostbaar voorrecht is het vriendschappen op te bouwen met christenen die zo’n bereidwillige en vastberaden geest aan de dag leggen! Het kan niet anders of een aantal van deze vriendschappen zal eeuwig standhouden.
Natuurlijk is de vriendschap die christenen het kostbaarst achten de vriendschap die zij kunnen ontwikkelen met Jehovah. De bouw van de nieuwe bijkantoorfaciliteiten bood allerlei gelegenheden om die vriendschap te verdiepen en deze raad op te volgen, die Jezus de discipelen gaf: „Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige rijkdom, opdat wanneer deze u in de steek laat, zij u mogen ontvangen in de eeuwige woonplaatsen.” — Lukas 16:9.
Tienduizenden getuigen van Jehovah — rijk en arm, jong en oud — hebben miljoenen bijgedragen om de nieuwe faciliteiten te helpen financieren. Dank zij hun edelmoedigheid kon het hele project worden voltooid zonder dat het nodig was geld te lenen van wereldse instanties of schulden te maken. Wie een juist gebruik maakt van „onrechtvaardige rijkdom”, kan verzekerd zijn van de vriendschap van Jehovah en zijn Zoon Jezus Christus en van eeuwigdurende zegeningen.
Iedereen die op een of andere manier bij het bouwproject betrokken was, kreeg de gelegenheid aan de voortreffelijke christelijke eigenschappen geloof, volharding, hoop en liefde te bouwen en ze te versterken. En hoe dikwijls zijn de christelijke hoedanigheden lankmoedigheid, barmhartigheid, vergevensgezindheid en zelfbeheersing niet op de proef gesteld, ten gevolge van onze onvolmaaktheid, vooral onder de druk van veel werk dat binnen de gestelde tijd klaar moet komen! Degenen die in Selters hebben gewoond en gewerkt, hebben praktische christelijke levenslessen gekregen die voortreffelijke, eeuwigdurende vruchten zullen voortbrengen.
De grote dag
Vanaf de bekendmaking van de bouwplannen tot aan het inwijdingsprogramma op 21 april 1984 waren 2091 dagen omgevlogen. Natuurlijk was dit voor Jehovah, voor wie „duizend jaren als één dag” zijn, niet meer geweest dan wat acht minuten en vijf seconden voor mensen zouden zijn (2 Petrus 3:8). En nu het meeste bouwwerk gedaan was, scheen het voor velen nauwelijks langer geweest te zijn, precies zoals Psalm 90:4 over Jehovah zegt: „Want duizend jaren zijn in uw ogen slechts als de dag van gisteren wanneer die voorbijgegaan is, en als een wake in de nacht.”
De inwijdingsplechtigheden zouden op een zaterdag plaatsvinden. Op donderdag luidde een van de weersberichten op de radio: „Het ziet ernaar uit dat Duitsland het mooiste weekeind van het jaar tegemoetgaat.” De omroeper had gelijk. De dag begon met stralende zonneschijn. Maar voor degenen die de inwijdingsplechtigheden bijwoonden zou het zelfs nog „het mooiste weekeind van het jaar” geweest zijn als het geregend of gesneeuwd had.
De uitnodigingen om in Selters aanwezig te zijn, waren beperkt tot leden van de Bethelfamilie, de bouwploeg van het moment, leden van andere Bethelfamilies — er waren 24 landen vertegenwoordigd — reizende opzieners en verkondigers die langdurig aan de bouw hadden gewerkt. Een andere liefdevolle voorziening hield in dat iedere Getuige in Duitsland die 60 jaar of langer gedoopt was, een uitnodiging kreeg. Wat was het grandioos dat meer dan 200 van hen aanwezig konden zijn!
Een bijzondere bron van vreugde was de aanwezigheid van vrijwel het voltallige Besturend Lichaam, van wie elk lid een korte aanmoedigende toespraak hield. Broeder F. W. Franz, de president van het Genootschap, sprak de inwijdingstoespraak uit, waarin hij een overzicht gaf van de hedendaagse geschiedenis van Jehovah’s Getuigen en liet uitkomen hoe het nieuwe Bethelcomplex een belangrijke rol zou spelen bij de toekomstige toename.
In feite had iedere Getuige in Duitsland op een of andere manier bijgedragen tot het welslagen van de bouw van de nieuwe bijkantoorfaciliteiten — fysiek, financieel of door middel van ondersteunende gebeden. Zo had iedereen er recht op de grote dag mee te maken. Daarom waren er regelingen getroffen om het volledige programma via een telefoonverbinding uit te zenden naar gehuurde zalen in elf in het hele land verspreide steden. En zo hebben in Selters en deze andere elf steden 97.562 personen van het programma kunnen genieten. Allen kregen als aandenken een exemplaar van een smaakvolle 16 pagina’s tellende informatiebrochure, hetzij in het Engels of in het Duits, compleet met vierkleurenfoto’s. Ook voor Getuigen die niet aanwezig konden zijn, werden exemplaren beschikbaar gesteld.
Tijdens het programma werden allen herinnerd aan het unieke voorrecht dat christenen in deze tijd hebben om getrouw met Jehovah samen te werken (2 Korinthiërs 6:1, 2). Dit was destijds in 1978 het thema van de dag geweest op het congres waar het nieuwe bouwproject werd aangekondigd. En wat was het passend dit thema nu voor het inwijdingsprogramma te gebruiken, na het unieke voorrecht om onder Jehovah’s leiding en gesteund door zijn heilige geest getrouw te werken aan een project tot zijn eer! Maar dit unieke voorrecht om getrouw met Jehovah samen te werken in verband met de nieuwe bijkantoorfaciliteiten, was slechts een voorproefje van het voorrecht dat Gods volk in de toekomst zal smaken — wanneer zij eeuwig met Jehovah zullen kunnen samenwerken!
Om 17.42 uur precies werd het inwijdingsprogramma beëindigd — veel te snel! Maar voor sommigen was dit weekeind van bijzondere theocratische activiteiten nog niet afgelopen. Op zondag verspreidden de leden van het Besturend Lichaam zich over zeven congreshallen van Jehovah’s Getuigen in Duitsland om een gehoor van in totaal 14.248 personen toe te spreken. Het voortreffelijke onderwijs dat deze genodigden ontvingen, werd later doorgegeven aan hun mede-Getuigen in de gemeenten thuis.
De maandagochtend brak aan, stralend en zonnig, alsof „het mooiste weekeind van het jaar” nog geen afscheid wilde nemen. Na deze opwindende dagen van activiteit was de Bethelfamilie van Selters weer aan het werk in hun nieuwe woon- en werkomgeving aan de Steinfels. Zij voelden zich gelukkig en geborgen.
Het nieuwe Bethel (hetgeen „huis van God” betekent), hoog op zijn Steinfels genesteld, was zojuist opgedragen aan de dienst voor God, van wie David had gezegd: „Gezegend zij Jehovah, mijn Rots” (Psalm 144:1). De fundamenten waren werkelijk op rotsen gebouwd, zowel letterlijk als symbolisch. Daarom zal het blijven bestaan — de letterlijke bouwwerken zolang het nog Jehovah’s wil is. Maar hoe staat het met het belangrijkere geestelijke bouwwerk ten behoeve waarvan deze gebouwen zijn opgetrokken? Ja, dat bouwwerk blijft tot in alle eeuwigheid!
[Kaart/Illustratie op blz. 20]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
West-Duitsland
Selters
[Illustraties op blz. 22]
Administratiegebouw
De Koninkrijkszaal
[Illustraties op blz. 23]
Eetzaal
De Bethelbibliotheek