De „nieuwe moraal” — Oogst ze wat ze heeft gezaaid?
„GOD heeft vuur en zwavel vervangen door AIDS”, schreef een verontwaardigde lezer aan de New York Post. Velen zijn met hem van mening dat de epidemische toename van AIDS, herpes en andere seksueel overdraagbare aandoeningen meer is dan een produkt van de zogenaamde seksuele revolutie. Zij zien dit verschijnsel als de goddelijke straf voor vrij geslachtelijk verkeer.
Het schrikbeeld van de SOA-epidemie is beslist angstaanjagend. Maar de bijbel geeft niet te kennen dat God in deze tijd gebruik maakt van ziekte als straf voor weerspannig gedrag. Kwalen en ziekte zijn het onvermijdelijke gevolg van de overgeërfde zonde waaronder de gehele mensheid gebukt gaat (Romeinen 5:12). Daardoor komt het dat zelfs godvrezende, rechtschapen levende mensen soms het slachtoffer worden van verwoestende ziekten.
Niettemin kan men zijn levenslot — met inbegrip van zijn gezondheid — dikwijls verbeteren door aan Gods maatstaven vast te houden. De bijbel veroordeelt bijvoorbeeld het overmatig gebruik van alcoholische dranken (1 Korinthiërs 6:9, 10; 1 Timótheüs 3:8). Spreuken 23:29-34 somt enkele van de redenen op waarom dit een gezond standpunt is:
„Wie heeft wee? Wie heeft ongemak? Wie heeft twisten? Wie heeft bezorgdheid? Wie heeft wonden zonder reden? Wie heeft dofheid van ogen? Zij die lange tijd bij de wijn verblijven . . . Op het laatst bijt hij net als een slang, en hij scheidt gif af net als een adder. Uw eigen ogen zullen vreemde dingen zien, en uw eigen hart zal verkeerde dingen spreken. En gij zult stellig worden als iemand die in het hart van de zee neerligt, ja, als iemand die in de top van een mast neerligt.”
Verwondingen, een verwoeste gezondheid, hallucinaties — allemaal akelige gevolgen van dronkenschap. Maar men kan God niet de schuld geven van deze kwalen. Men doet ze zichzelf aan door Gods maatstaven te negeren. In Galáten 6:7, 8 zegt de bijbel: „Wordt niet misleid: God laat niet met zich spotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten; want wie met het oog op zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten.”
Datzelfde beginsel is van toepassing op de seksuele moraal. In 1 Korinthiërs 6:18 waarschuwt de bijbel: „Ontvliedt de hoererij. . . . Hij die hoererij beoefent, zondigt tegen zijn eigen lichaam.” „Hoererij” heeft betrekking op een aantal seksuele zonden, waaronder voorechtelijke seks en homoseksualiteit. Merk op dat het een zonde tegen het eigen lichaam is. „Het lichaam nu is niet voor hoererij”, verklaart Paulus (1 Korinthiërs 6:13). Het voortplantingsvermogen van de mens werd ontworpen voor een heilig doel: de aarde te bevolken met rechtschapen kinderen (Genesis 1:28). Seksuele betrekkingen zouden tevens dienen als een bron van wederzijds genot voor huwelijkspartners. — 1 Korinthiërs 7:3-5; Spreuken 5:18-20.
Vrij seksueel verkeer is een bespotting van deze zegenrijke regeling. Daarom zijn deze praktijken moreel verderfelijk, en maken ze iemand onrein in Gods ogen. Uiteindelijk leiden ze tot het oordeel dat in 1 Korinthiërs 6:9, 10 onder woorden wordt gebracht: „Noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch mannen die er voor tegennatuurlijke doeleinden op na worden gehouden, noch mannen die bij mannen liggen . . . zullen Gods koninkrijk beërven.” Iemand die ’zondigt tegen zijn lichaam’ kan echter ook in fysieke en morele zin ’oogsten wat hij heeft gezaaid’. Door seksueel contact overgedragen ziekten vormen slechts een onderdeel van een heel pakket van problemen waarmee de beoefenaars van vrij seksueel verkeer te maken kunnen krijgen: uiteengevallen of slechte huwelijken, telkens opnieuw liefdesverdriet, angst voor zwangerschap, wantrouwen jegens anderen. Ook homoseksuelen ’ontvangen in zichzelf de volledige vergelding die hun voor hun dwaling toekwam’, zegt de bijbel (Romeinen 1:27). Hun schandelijke obscene seksuele handelingen — of die nu met veelvuldig wisselende partners of in een „monogame” relatie bedreven worden — zijn „tegennatuurlijk” (Romeinen 1:26). Dient het ons dan te verbazen dat hun levenswijze gepaard gaat met een hele reeks fysieke problemen?
Geen vrijblijvend seksueel plezier
De SOA-plaag heeft dus meer gedaan dan een paar mensen lichamelijk ongemak bezorgen. Ze heeft een schaduw geworpen over een levenswijze die vrijheid beloofde maar die velen niets anders dan hartzeer en ellende heeft opgeleverd. De gedachte dat men met „de pil” en penicilline zonder gevolgen ongeoorloofde seks kan bedrijven, is naïef en absurd gebleken. Natuurlijk scheppen christenen volstrekt geen behagen in het lijden van anderen. Zij hopen echter wel dat degenen die verstrikt zijn in een levenswijze van vrij seksueel verkeer, eens ernstig zullen nadenken over hun levenswijze en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Het is niet te laat — of te moeilijk — voor hen om de nodige veranderingen aan te brengen. Christenen in de oudheid zijn erin geslaagd uit de valstrik van seksuele immoraliteit te ontsnappen. In deze tijd hebben Jehovah’s Getuigen duizenden anderen geholpen dit eveneens te doen. — 1 Korinthiërs 6:9-11.
Het is echter droevig te moeten zeggen dat de meerderheid vastbesloten schijnt te volharden in hun zelfzuchtige handelwijze. Het is net zo min waarschijnlijk dat de angst om een geslachtsziekte op te lopen op de lange duur de kuisheid zal bevorderen als dat de angst voor atoombommen de vrede zal bevorderen. Een student merkte op: „Ik veronderstel dat iedereen zich beslist wel ongerust maakt over AIDS en herpes. Maar ik denk dat ze onder de meesten van mijn leeftijdgenoten geen enkele rem hebben gezet op de seksuele revolutie.”
Dus of AIDS, herpes of hun andere fatale kameraden nu epidemisch blijven toenemen of stilzwijgend het veld zullen ruimen, doet niet ter zake. In beide gevallen is aan de glanzende façade van de „nieuwe moraal” onherstelbare schade toegebracht. Ze is aan de kaak gesteld als een onvruchtbare, onproduktieve en gevaarlijke levenswijze. Voorstanders van ’vrije liefde’ ontdekken aldus tot hun verslagenheid dat ongeoorloofde „liefde” uiteindelijk toch niet zo „vrij” is.
Werkelijk, de prijs is gewoon te hoog.