Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 22/12 blz. 26-28
  • Welke weg bewandelt de Wereldraad van Kerken?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Welke weg bewandelt de Wereldraad van Kerken?
  • Ontwaakt! 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Zouden christenen bekeerlingen moeten maken?
  • De weg waarheen?
  • De Wereldraad van Kerken — een tegen zichzelf verdeeld huis
    Ontwaakt! 1976
  • Hoe beziet God de Nationale Raad van Kerken in Amerika?
    Ontwaakt! 1970
  • Pogingen om tot eenheid te komen
    Ontwaakt! 1991
  • Het kenteken van de geest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 22/12 blz. 26-28

Welke weg bewandelt de Wereldraad van Kerken?

„ANTI-DEMOCRATISCH!” „Voortdurende manipulatie, de opzettelijke onderdrukking van zienswijzen die tegen de aanvaarde partijpolitiek ingaan.” Een beschrijving van een of ander despotisch regime? Neen! Het oordeel van een geestelijke over een algemene vergadering van de Wereldraad van Kerken die hij als afgevaardigde bijwoonde. Maar hij is er ook van overtuigd dat de Wereldraad zich op de goede weg bevindt. Wat gebeurde er op die assemblée dat er zulke tegenstrijdige reacties loskwamen? Wat is de juiste weg?

De zesde algemene vergadering van de Wereldraad werd vorig jaar in Vancouver (Canada) gehouden en duurde 18 dagen. Aanwezig waren, naast duizenden bezoekers, 838 afgevaardigden van 253 kerken, die vele verschillende religies uit meer dan 90 landen vertegenwoordigden. Zij waren bijeengekomen om het thema „Jezus Christus, het leven van de wereld” te beschouwen, en om wegen naar eenheid te verkennen.

De oecumenische weg van de Wereldraad begon in de jaren na de Eerste Wereldoorlog toen enkele religieuze waardigheidsbekleders bijeenkwamen om te zien wat gedaan kon worden om de scheuringen in de christenheid te helen. Een aantal conferenties over oecumene leidden in 1948 in Amsterdam tot de vorming van de Wereldraad. Het is een gemeenschap van kerken, geen superkerk; een forum voor het uitwisselen van zienswijzen, met eenheid als bestemming. Het vignet van de Raad is een boot met een kruis als mast; het devies van de Raad: oikoumene, wat „de hele bewoonde aarde” betekent. Van dit Griekse woord is het woord „oecumenisch” afgeleid, wat door één woordenboek wordt gedefinieerd als „strevend naar wereldomvattende christelijke eenheid”.

Alhoewel het lidmaatschap openstaat voor alle kerken die in de leerstelling van de Drieëenheid geloven, is de grootste kerk van de christenheid — de Rooms-Katholieke Kerk — niet toegetreden. Niettemin heeft ze de laatste tijd waarnemers naar de assemblées van de Raad gezonden.

Aanvankelijk was de meerderheid van de leden van de Raad uit de westerse wereld afkomstig. Maar door aanvullingen uit communistische en derde-wereldlanden sloeg de balans geleidelijk door naar de andere kant. Nu schijnt het „een kerkelijke kloon van de Verenigde Naties te zijn”, aldus het tijdschrift Time. Tegen 1968 had de raad weinig vorderingen gemaakt in de richting van „de zichtbare eenheid” die men nastreefde. Eredienst en evangelisatie waren lastige onderwerpen die het gebrek aan een dergelijke eenheid alleen maar onderstreepten. Het sociale evangelie kreeg daarom de voornaamste aandacht. Dat was een streven dat beslist brede ondersteuning zou verwerven. Predik gerechtigheid en vrijheid voor degenen die worden uitgebuit.

De Londense Daily Telegraph voorzag een speciaal artikel van de kop: „Geestelijken die een ander evangelie verkondigen”. In het artikel stond: „Ook sommige activiteiten van de kerken worden wellicht door gelovigen bezien als zaken die niet vallen binnen het rechtmatige terrein van religieuze activiteit, het verbreiden van het Evangelie. . . . Het beruchtst is de Wereldraad van Kerken die heeft aangekondigd nog eens £320.000 [ƒ 1,4 miljoen] te zullen schenken aan 47 ’bevrijdingsbewegingen’.” Het Leger des Heils was hier zo gebelgd over dat het zich uit de Raad terugtrok en nu slechts de status bezit van lid zonder zeggenschap.

Velen binnen de Wereldraad zijn van mening dat geweld geoorloofd is wanneer bevrijding niet door onderhandelingen verkregen kan worden. Allan Boesak, de voorzitter van de Wereldbond van Gereformeerde/Hervormde Kerken, redeneerde op de assemblée van de Wereldraad in Vancouver als volgt: „Wanneer onderdrukte mensen worden geconfronteerd met de situatie van jarenlange geweldloze strijd waarop geen reactie is gekomen, en zij het geweer opnemen, dan moet de Kerk duidelijk kiezen voor de onderdrukten.” Bijna alle 3000 toehoorders gaven hem een staande ovatie.

Is de weg die de Raad bewandelt dezelfde weg als werd bewandeld door Jezus Christus, in wiens naam de assemblée bijeengekomen was? Jezus, die zich heel goed bewust was van de onderdrukking en het lijden van mensen, leerde zijn toehoorders niet uitzien naar een tijdelijke politieke oplossing, maar naar een volledige oplossing door middel van Gods koninkrijk. In de Bergrede zei hij: „Dit zeg ik u: Verhef u niet tegen de man die u onrecht aandoet” (Matthéüs 5:39, The New English Bible). Ook gaf hij de raad: „Blijft dan eerst het koninkrijk en Zijn [Gods] rechtvaardigheid zoeken, en al deze andere dingen zullen u worden toegevoegd” (Matthéüs 6:33). Jezus trachtte niet een bestuurshervorming tot stand te brengen. Hij leerde zijn volgelingen geduldig op Gods koninkrijk te wachten. Alleen het Koninkrijk zal — door een indrukwekkend ingrijpen op de juiste tijd ervoor — vrede, rechtvaardigheid en gelijkheid voor de menselijke familie brengen. Nooit stond hij politiek activisme voor. Nooit ondersteunde hij joodse bewegingen voor het omverwerpen van het Romeinse juk, hoewel hij daartoe werd uitgenodigd. — Johannes 6:15.

Zouden christenen bekeerlingen moeten maken?

Een van de beleidslijnen die men in Vancouver voor de toekomende tijd vastlegde, betrof de noodzaak de evangelisatie te bevorderen. Gedurende enkele jaren had de nadruk op het sociale evangelie de traditionele evangelisatie verdrongen. Men is nu van plan de evangelisatie nieuw leven in te blazen. Er rijzen interessante vragen. Hoe staat het met het uitdragen van het evangelie tot grote delen van de menselijke familie die de waarheid van het vergaderingsthema — „Jezus Christus, het leven van de wereld” — niet aanvaarden? Hoe staat het bijvoorbeeld met moslims, hindoes en boeddhisten? Wat zijn de kerken van de Wereldraad van plan te gaan doen om de diepe en unieke waarheden van de bijbel tot de hele mensheid te prediken?

Volgens het woordenboek heeft „bekeren” geen negatieve klank. Het betekent eenvoudig „iemand bewegen om van het ene naar het andere geloof over te gaan”. Is dat niet precies wat Jezus zijn volgelingen onderwees te doen? „Maakt discipelen van mensen uit alle natiën”, gebood hij (Matthéüs 28:19). Jezus’ intieme metgezel, de apostel Petrus, zei op nadrukkelijke en ondubbelzinnige wijze over zijn Meester: „Er [is] in niemand anders redding, want er is onder de hemel geen andere naam die onder de mensen is gegeven, waardoor wij gered moeten worden.” — Handelingen 4:12.

De wereld in het algemeen beziet religies die anderen proberen te bekeren met afkeuring. En de Wereldraad heeft zijn eigen definitie voor bekeren; men zegt dat het „een onwaardige vorm van getuigenis” is. Voor de contacten met niet-christelijke religies gebruikt de Raad bij voorkeur het woord „dialoog”, welk begrip men definieert als een „ontmoeting waarin mensen met verschillende aanspraken ten aanzien van de uiteindelijke, laatste werkelijkheid kunnen samenkomen en deze aanspraken kunnen onderzoeken in een geest van wederzijds respect”.

Geen door het evangelie geïnspireerde overtuiging en geestdrift. Niets over het maken van discipelen. Als dit de manier is waarop de lid-kerken van de Wereldraad hun evangelisatie willen verrichten, hoe zullen mensen dan ooit discipelen kunnen worden van „Jezus Christus, het leven van de wereld”, en de weg tot redding gaan bewandelen?

John Whale schreef in de Londense Sunday Times: „Groeiende aantallen westerse christenen vinden het een onaangenaam idee het woord te verbreiden omdat men daaruit zou kunnen opmaken dat het christendom juist zou zijn en andere religies verkeerd, misschien doemenswaard verkeerd. Maar zij vinden het niet prettig dit te moeten zeggen.”

Heeft de Wereldraad zich ten doel gesteld de „hele bewoonde aarde” — de oikoumene — op de brede oecumenische weg naar eenheid te krijgen, ongeacht het geloof dat wordt beleden? Is deze beschroomde benadering geboren uit een vurig verlangen tot evangelisatie of is het een symptoom van een gebrek aan overtuiging? De rooms-katholieke priester Tissa Balasuriya schreef in One World (Eén wereld), het officiële tijdschrift van de Wereldraad: „De God van de christenen is geen particularistische godheid waar christenen en hun kerken het alleenrecht op hebben. Bevrijd van gevangenschap aan de christenen zou Christus worden bezien als de God die door alle theïsten wordt aanvaard.”

De apostel Paulus dacht er echter anders over. Hij schreef: „Zij geloven niet omdat de boze god van deze wereld hun geest in duisternis heeft gehouden. Hij weerhoudt hen ervan het licht te zien dat hen beschijnt, het licht van het Goede Nieuws dat handelt over de glorie van Christus.” En later in dezelfde brief: „Tracht niet als gelijken samen te werken met ongelovigen, want het is onmogelijk. Hoe kunnen goed en slecht deelgenoten zijn? Wat heeft licht uit te staan met duisternis? Welke overeenstemming bestaat er tussen Christus en de Duivel?” — 2 Korinthiërs 4:4; 6:14, 15, Today’s English Version.

De weg waarheen?

Ondanks alle tegenstellingen is de Wereldraad vol vertrouwen dat men een redelijk succes kan behalen met het volgen van deze oecumenische weg. De vraag is: Is dat de juiste weg voor christenen? Is het de smalle weg die naar het leven voert? Of is het de brede weg die aan bijna iedereen plaats biedt en waarvoor Jezus’ toehoorders werden gewaarschuwd die te vermijden? — Matthéüs 7:13.

Jezus zei over zijn volgelingen: „De wereld heeft hen gehaat, omdat zij geen deel van de wereld zijn, evenals ik geen deel van de wereld ben.” En tot Pilatus zei hij: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld” (Johannes 17:14; 18:36). De Wereldraad beschouwt het zijn christelijke plicht de wereldaangelegenheden zo krachtig als in zijn vermogen ligt, te beïnvloeden. De Raad maakt zich aldus tot een deel van de wereld en negeert de bijbelse waarheid en Jezus’ geboden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen