Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 22/6 blz. 24-27
  • Zij verweerden zich tegen verkrachters

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Zij verweerden zich tegen verkrachters
  • Ontwaakt! 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Behandel hem met respect
  • Thuis weerstand bieden
  • Verzet buitenshuis
  • Erop voorbereid zijn weerstand te bieden
  • Verkrachting — Een toenemende verschrikking
    Ontwaakt! 1980
  • Hoe met verkrachting om te gaan
    Ontwaakt! 1993
  • Hoe u zichzelf kunt beschermen
    Ontwaakt! 1980
  • Feiten over verkrachting
    Ontwaakt! 1993
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 22/6 blz. 24-27

Zij verweerden zich tegen verkrachters

VERKRACHTERS proberen een vrouw gewoonlijk te pakken te krijgen op een afgezonderde plek waar geen mensen in de buurt zijn. Soms hebben zij een wapen en dreigen er gebruik van te zullen maken als het slachtoffer niet meewerkt. Moet een christelijke vrouw zich rustig onderwerpen?

Nee, deze situatie is niet hetzelfde als wanneer een man alleen geld of materiële bezittingen eist. Een vrouw zou er verstandig aan doen hem die te geven. Maar de verkrachter vraagt iemand Gods wet te overtreden door hoererij te bedrijven. Onder die omstandigheden is een christen verplicht zich te verzetten. — 1 Korinthiërs 6:18.

’Maar zou verzet niet gevaarlijk kunnen zijn?’ vraagt iemand misschien. Jawel, dat is mogelijk. Toch kan het heel goed nog gevaarlijker zijn zich niet te verzetten, zoals een instructeur in zelfverdediging tegen verkrachting opmerkt: „Je loopt de kans dat hij je gewoon vermoordt als hij klaar is, zodat je hem later niet zult kunnen identificeren.”

Behartigenswaard is ook het volgende commentaar van gezaghebbende zijde: „Ondanks de populaire opvattingen over de gewelddadigheid van mannen en de zogenaamde veiligheid als je maar toegeeft, is nog nooit aangetoond dat verzet van de kant van een slachtoffer van verkrachting in een poging om te ontsnappen, een aanrander ’uitdaagt’ om een moord te plegen.” De volgende ervaring illustreert dit.

Twee jonge vrouwen waren in een wasserette toen er een man binnenkwam die hen onder bedreiging met een pistool naar een kamer aan de achterkant van het gebouw dreef. Hij beval hun zich uit te kleden. Zij weigerden en baden hardop tot Jehovah om hulp. Ten slotte vertelden zij de man, die nu in verwarring was gebracht, dat zij Jehovah’s Getuigen waren en dat het in strijd was met hun geloof te doen wat hij verlangde; zij zouden het niet doen, ook al schoot hij hen dood. Het resultaat? De gefrustreerde aanrander ging ervandoor.

Behandel hem met respect

Het aanstaande slachtoffer dient te bedenken dat de verkrachter een mens is. Ongetwijfeld zijn er omstandigheden in zijn leven waardoor zijn gedrag in de hand is gewerkt. Hoewel een vrouw dus niet van angst ineen moet krimpen of zich door een verkrachter mag laten intimideren, dient zij hem wel met begrip, als een medemens, te behandelen. Een vrouw die in een flatgebouw in New York woont, schrijft:

„Gewoonlijk let ik goed op als ik de lift neem. Zoals altijd keek ik ook eerst goed in deze voordat ik instapte, en alles was in orde. Maar net voordat de deur helemaal dichtging, rukte een grote kerel de deur open en kwam bij mij in de lift staan. Terwijl hij instapte, gooide hij mij een pak met zes blikjes bier toe, en ik ving het op. Het overrompelde mij.

Terwijl de deur dichtging, keerde hij mij de rug toe en frommelde wat aan zijn broek. Toen draaide hij zich om en keek mij aan. Ik keek niet naar zijn broek, maar keek hem in de ogen. Ik gooide hem zijn pak bier toe en zei: ’Alstublieft, uw bier terug.’

Op hetzelfde ogenblik, voor hij iets kon ondernemen, begon ik te praten. Ik zei dat ik een getuige van Jehovah was en dat ik naar de dertiende verdieping ging om een bijbelstudie te leiden bij een gezin dat op mij zat te wachten. Ik bleef maar praten en vertelde hem over het bijbelonderwijs dat wij geven. Wij waren nu halverwege de dertiende verdieping en terwijl ik voortdurend bleef praten en hem recht aankeek, liet ik niets van angst blijken. Toen gebeurde er iets geks. Hij begon te vertellen dat hij van de bijbel hield en dat hij uit het Zuiden kwam en dat zijn familie God ook liefhad.

Intussen waren wij op de dertiende verdieping aangeland, en hij hield de deur voor mij open. Hij vroeg mij of ik hem de eer wilde aandoen hem een hand te geven. Dat deed ik, en hij schudde hem er zowat af. Toen zei hij dat hij mij wilde bedanken omdat ik de eerste blanke vrouw was die hem niet met minachting in haar ogen had aangekeken, en dat ik oprecht tegen hem had gepraat. Toen wenste hij mij goedendag en veel succes met mijn bijbelstudie.”

Thuis weerstand bieden

Vooral een verkrachting in iemands eigen huis kan traumatisch zijn, omdat de omgeving voortdurend aan het voorval blijft herinneren. Hoeveel beter is het daarom weerstand te bieden! Een moeder die kans had gezien een verkrachting in haar eigen huis in Detroit te voorkomen, vertelt hoe zij dat heeft klaargespeeld.

„Omstreeks half zes in de ochtend werd ik gewekt door het geluid van voetstappen. Eerst wist ik niet zeker van welke kant ze kwamen. Ik keek op mijn horloge en zag dat het nog te vroeg voor mijn oudste dochter was om zich klaar te maken voor school. Mijn man is reizend musicus en hij was niet thuis. Ik had beneden geslapen. Aangezien ik wist dat er niemand boven was, kwam ik tot de conclusie dat de geluiden uit het voorportaal kwamen. Daarom deed ik het licht daar aan. Onmiddellijk hoorde ik voetstappen de trap afhollen en toen ik mij omdraaide stond er een onbekende man.

Omdat de man zijn hand in zijn jas hield alsof hij een pistool had, zei ik: ’Als u mij wilt vermoorden, doe het dan.’ Hij zei dat hij een pistool had en mij zou neerschieten als ik niet alles deed wat hij beval. Hij droeg me op alle lichten uit te doen en op de divan te gaan zitten. Ik deed de lichten uit maar weigerde op de bank te gaan zitten. Hij zei dat hij mij zou vermoorden als ik mij niet door hem liet verkrachten. Toen begon hij mij naar de bank te duwen, en daarom haalde ik Matthéüs 16:26 aan, waar staat: ’Want wat voor nut zal het voor een mens hebben als hij de gehele wereld wint, maar zijn ziel verbeurt? of wat zal een mens geven in ruil voor zijn ziel?’

De man hield op met duwen en vroeg mij wat die schriftplaats betekende. Ik legde uit dat ik de hoop op een opstanding en eeuwig leven in een aards paradijs zou hebben als ik mij tegen hem verzette en mijn God en mijn echtgenoot trouw bleef en vanwege die trouw vermoord werd. Maar dat als ik zou toegeven en hij mij verkrachtte, ik uiteindelijk toch dood zou gaan en geen hoop op een opstanding zou hebben.

De indringer wist dat hij mij niet kon overhalen mij door hem te laten verkrachten, en daarom begon hij aan mijn kleren te rukken. Ik herinnerde mij de schriftplaats in Deuteronomium hoofdstuk 22, waar staat dat als je in de stad wordt aangevallen en niet schreeuwt, dit gelijkstaat met toegeven. Toen zei ik heel luid: ’Schei uit! Alstublieft! Nee! Niet doen! Meneer, gaat u alstublieft weg!’

Ik wist dat dit niet alleen Jehovah welgevallig zou zijn, maar ook mijn kinderen duidelijk zou maken dat dit geen televisiedialoog was, maar een man die hun moeder aanrandde. Ook zei ik ’meneer’ tegen hem, zodat zij zouden weten dat ik hem niet kende. De man zei dat ik mijn mond moest houden, maar ik zei dat ik moest schreeuwen telkens als hij mij aanviel.

De man deed weer een uitval naar mij en ik begon hardop te bidden: ’O Jehovah, help mij alstublieft!’ Hij hield even op en vroeg tegen wie ik het had. Dus legde ik uit dat Jehovah de naam van God is, dat God een naam had, net als hij.

In een poging om mij werkelijk angst aan te jagen, vroeg de man of ik wel eens gelezen had over hele gezinnen die werden vermoord en later gevonden. Hij zei dat hij dat met mij en mijn kinderen zou doen als ik hem tenminste niet bepaalde lichaamsdelen liet strelen. Maar ook daarin stemde ik niet toe. De man bleef mij maar bedreigen, en telkens als ik bij mijzelf dacht: ’O Jehovah, wat moet ik toch doen?’ schoot mij de toepasselijke schriftplaats en handelwijze te binnen.

Na zo’n twintig tot dertig minuten zag de man in dat hij geen kans zou zien mij te verkrachten. Daarom zei hij: ’Hoe oud zijn je kinderen?’ Ik antwoordde: ’Veertien, twaalf, acht, vijf en vier.’

’Die dochter van veertien ga ik verkrachten als jij je niet door mij laat verkrachten’, zei hij.

Ik vroeg mij af hoe hij wist dat die van veertien een meisje was. ’Ook zij is een christen’, antwoordde ik, ’en zij laat zich evenmin door u verkrachten.’ Toen zei hij dat hij ons allemaal zou vermoorden en liep naar de slaapkamers van de kinderen. Weer vroeg ik mij af hoe hij zo precies wist waar de slaapkamers lagen. Voor ik de moed kon opbrengen om hem achterna te lopen, kwam hij terug naar de zitkamer met een vreemde uitdrukking op zijn gezicht. Hij liep langs mij heen en beval: ’Maak de voordeur open.’

’Als u de knop omdraait, gaat hij open’, zei ik. Hij ging naar buiten en ik duwde de deur dicht en deed de ketting erop.

Onmiddellijk liep ik naar de slaapkamers van de kinderen en begreep waarom de man naar de voordeur was gegaan. Zij waren verdwenen. De week daarvoor had ik op de televisie een programma gezien waarin werd aangeraden je kinderen ontsnappingswegen uit het huis te leren in geval van nood. Ik had met mijn kinderen gepraat en hun verteld dat de veiligste en beste manier om het huis te verlaten via de ramen van de slaapkamer aan de noordkant was; dan konden ze namelijk hulp gaan halen bij de buren. Omdat mijn kinderen hadden gehoorzaamd, waren zij veilig bij de buren.

Weldra kwamen er twee politieauto’s, de ene in antwoord op mijn telefoontje, de andere op dat van mijn buren. De politie zei dat zij niet verbaasd waren op dit uur van de ochtend een melding te krijgen over een verkrachting. Al maanden, vertelden zij, waren er ongeveer op deze tijd hier in de buurt verkrachtingen gepleegd. Zij hadden het zelfs over de verkrachter als ’onze knaap’.

De politie toonde zich verbaasd toen ik hun vertelde dat ik niet verkracht en niet beroofd was. Zij zeiden dat iemand contact met mij zou opnemen. Later die dag werd mij gevraagd naar het bureau te komen voor een identificatie. Dat werd een grote teleurstelling, want de juiste man was er niet bij.

De volgende dag werd ik op mijn werk opgebeld om nogmaals te komen voor een identificatie. Deze keer zag ik hem zodra ik het vertrek binnenkwam en ik sloeg bijna tegen de grond . . . Ik hoorde dat hij sedert hij acht maanden geleden uit de gevangenis vrijgelaten was, minstens dertien vrouwen bij mij in de buurt had verkracht, onder wie een gewapende politieagente. De politie zei dat mijn geloof, wat het ook mocht zijn, mij geholpen had niet nummer veertien te worden.”

Verzet buitenshuis

Het is beslist een verschrikkelijke beproeving om geconfronteerd te worden met een man die op verkrachting uit is. De situatie is bijzonder angstaanjagend als de man een wapen heeft en er niemand anders in de buurt is. Toch is zelfs dan de schriftuurlijk juiste handelwijze weerstand te bieden, in plaats van zich te laten intimideren door bedreigingen en toe te geven. En keer op keer is gebleken dat dit de beste handelwijze is. Een van Jehovah’s Getuigen die min of meer buiten woont, vertelt:

„Toen ik mijn post had opgehaald, kwam op de terugweg een gemaskerde man mij met een mes achterna. Hij greep mij beet en probeerde mij het bos in te sleuren. Hij trok mij op de grond. Voordat hij mij op de grond had, gilde ik. Hij sloeg een hand voor mijn mond, maar ik bleef tot Jehovah roepen en hem om kracht bidden. De man liet mij het mes zien en zei dat hij mij zou verwonden als ik mijn mond niet hield. Ik greep het mes en duwde het weg. Hij legde het mes weg en begon mij overeind te trekken. Ik beet hem in zijn vinger en hij stompte mij tegen het hoofd.

Hij zei dat hij mij geen pijn zou doen als ik rustig meeging. ’Nee!’ schreeuwde ik. Ik was vastbesloten te ontsnappen of daar op de oprijlaan te sterven, maar niet in het bos. Dus stompte ik hem ook in zijn gezicht. Dat bracht hem van de wijs. Weer stompte hij mij op mijn wang. Ik werd tegen de grond geslagen maar schopte als een razende naar hem om hem uit mijn buurt te houden.

Ik zag kans overeind te komen en ik holde de weg op die naar andere huizen liep. Ik keek achterom en zag dat hij door het bos in de richting van mijn huis liep. Ik holde naar het dichtstbijzijnde huis. De politie werd opgebeld. Zij kwamen met een hele ploeg, omsingelden het huis en pakten de verkrachter. Hij bekende de hele geschiedenis, dus hoefde ik hem niet te identificeren.”

Erop voorbereid zijn weerstand te bieden

Er is voor een vrouw misschien niets angstaanjagenders of rampzaligers dan een verkrachting. Misschien wil zij er niet eens aan denken. Toch is verkrachting een realiteit in het leven. Zelfs de bijbel spreekt over verkrachtingen en pogingen tot verkrachting die duizenden jaren geleden hebben plaatsgevonden. — Genesis 19:4-11; 34:1-7; Rechters 19:22-27; 2 Samuël 13:1-14.

Maar in deze kritieke tijden zijn verkrachtingen in veel grote en kleine steden alledaagse gebeurtenissen geworden. In plaats van dus de mogelijkheid van een poging tot verkrachting te negeren, is het alleen maar zinnig dat een vrouw van tevoren overweegt wat zij zal doen als zij ooit door een verkrachter wordt bedreigd. Zij behoort er op realistische wijze op voorbereid te zijn weerstand te bieden. „De zienswijze dat een vrouw die zich verzet meer kans loopt gewond te raken of gedood te worden, is bakerpraat”, zei James Bannon, hoofdcommissaris van politie in Detroit. „Dat is nooit door enig bewijs gestaafd.”

In het oude Israël eiste Gods wet van een vrouw die met een verkrachter werd geconfronteerd dat zij schreeuwde, en dus actief verzet bood (Deuteronomium 22:23-27). Dit is een verstandige handelwijze. Volgens hoofdinspecteur Keith Kilbride van het Bureau voor Misdaadpreventie in het Engelse West Yorkshire ’bestaat het beste wapen van een vrouw die wordt aangevallen, nog altijd uit haar longen’.

Voor meer hulp met het oog op de toenemende dreiging van verkrachting zult u misschien de informatie willen lezen die verschenen is in Ontwaakt! van 8 november 1980 en De Wachttoren van 15 januari 1981. Die artikelen waren bedoeld om te helpen verkrachting te voorkomen. Ook kan een vrouw bij haar echtgenoot, haar vader of een vertrouwd vriend te rade gaan om advies te krijgen over verdedigingsmaatregelen. En een jongen kan met zijn ouders praten. Bovendien zullen de hier geboden ervaringen u misschien helpen u met succes tegen een verkrachter te verzetten als u ooit met zo’n dreiging zou worden geconfronteerd.

[Inzet op blz. 27]

„Het beste wapen van een vrouw die wordt aangevallen, bestaat nog altijd uit haar longen”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen