Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g84 22/6 blz. 21-23
  • Wat doe ik tegen dat getreiter?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Wat doe ik tegen dat getreiter?
  • Ontwaakt! 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom zij het doen
  • Het getreiter laten ophouden
  • „Tegenspraak” verduren
  • Waarom word ik toch altijd getreiterd?
    Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden
  • Is plagen goed of verkeerd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Waarom word ik toch altijd getreiterd?
    Ontwaakt! 1984
  • Wat is erop tegen om iemand iets betaald te zetten?
    Ontwaakt! 2001
Meer weergeven
Ontwaakt! 1984
g84 22/6 blz. 21-23

Jonge mensen vragen . . .

Wat doe ik tegen dat getreiter?

Aan de manier waarop de jongen loopt, kun je al zien hoe hij zich voelt: gespannen, onzeker, duidelijk niet op zijn gemak in zijn nieuwe omgeving. Zo krijgen de oudere scholieren in de gaten dat er een nieuweling op school is. Al snel wordt hij omringd door een groep meisjes die zijn „ontgroening” ter hand nemen door hem met obsceniteiten in verlegenheid te brengen! Met een vuurrood hoofd vlucht hij naar de dichtstbijzijnde schuilplaats — de toiletruimte. Het gelach schalt door de gang.

HET bovenstaande is een klassiek tafereel op veel scholen. Sarren, treiteren en beledigen vormen het wrede tijdverdrijf van veel jongeren. Een jongere zei: „Als ze je zien, beginnen ze al te lachen, en dan zou ik het liefst zelfmoord plegen.”

Salomo heeft eens gezegd: „Er bestaat er een die onbezonnen spreekt als met de steken van een zwaard” (Spreuken 12:18). Beschimping door leeftijdgenoten kan als een scherp zwaard door iemands zelfvertrouwen heen snijden. En de gevolgen kunnen van lange duur zijn. Een man herinnert zich: ’Op school lachten velen mij uit omdat ik niet goed uit mijn woorden kon komen. Ik werd schuw en durfde mijn mond haast niet meer open te doen.’ Van de spot die hij toen te verduren heeft gekregen, heeft hij nu nog last.

’Hoe kom ik van ze af?’ Wel, misschien moet je eerst eens bedenken waarom er geplaagd wordt.

Waarom zij het doen

„Zelfs onder het lachen kan het hart smart hebben”, zegt de bijbel in Spreuken 14:13. Er barst gelach los als een groep jongeren iemand treitert. Maar dat is geen ’vreugdegeroep wegens de goede hartetoestand’ (Jesaja 65:14). Dikwijls dient het gelach alleen maar om innerlijke verwarring te maskeren. Het kan heel goed zijn dat de kwelgeesten met al hun stoerdoenerij in werkelijkheid zeggen: ’Wij mogen onszelf niet, maar als we een ander de grond in trappen, voelen we ons prettiger.’

Een leraar, Edward C. Martin, herinnert zich een situatie waar „een groepje meisjes twee weken lang een ander meisje zowel tijdens als buiten de les bleef sarren”. Het slachtoffer „was letterlijk doodsbang”. Martin kwam tot de conclusie: „Voor dat vijandige groepje was deze agressiviteit een bron van eenheid en kameraadschap. Zij genoten telkens van de confrontatie en het subtiele geplaag. De afzonderlijke leden van de groep waren er trots op en werden door de groep geprezen als zij nog meer opwindende manieren verzonnen om hun vijandin het leven zuur te maken.” Shelley, een jongere die aan dit soort plagerijen heeft meegedaan, kwam tot een soortgelijke conclusie: „Wij vonden dat het ’in’ was . . . Het gaf je een soort gevoel van saamhorigheid.”

Ook door jaloezie kunnen deze aanvallen uitgelokt worden. De bijbel vertelt ons over een tiener, Jozef, wiens eigen broers zich tegen hem keerden, alleen omdat hij de lieveling van zijn vader was. Hun intense jaloezie leidde niet alleen tot schimpen, maar bracht hen er zelfs toe met de gedachte aan moord te spelen! (Genesis 37:4, 11, 20) Zo kan ook in deze tijd het feit dat een leerling uitzonderlijk intelligent is of dat de leraren hem graag mogen, de jaloezie van de anderen opwekken. De beledigingen ’halen hem van zijn voetstuk af’.

Zo zijn onzekerheid, jaloezie en een gebrek aan zelfrespect dikwijls de oorzaak van spotternij. Waarom zou jij dan je zelfrespect verliezen omdat een ander innerlijk onzeker is?

Het getreiter laten ophouden

„Gelukkig is de man die . . . op de zetel der spotters niet heeft gezeten”, zegt de psalmist (Psalm 1:1). Meedoen met het gespot om de aandacht van jezelf af te leiden, maakt de cyclus van beledigingen alleen maar groter.

Maar Salomo geeft enige nuttige suggesties: „Haast u niet in uw geest om aanstoot te nemen, want het nemen van aanstoot rust in de boezem der verstandelozen.” — Prediker 7:9.

Ja, waarom moet je dat geplaag eigenlijk zo serieus nemen? Per slot wordt er dikwijls niet werkelijk iets gemeens mee bedoeld. Als iemand jou onschuldig — of misschien niet zo onschuldig — een beetje plaagt en een tere plek raakt, hoef je je toch niet helemaal in de grond geboord te voelen? Als het niet obsceen is wat er gezegd wordt, probeer er dan de humor van in te zien. Er is „een tijd om te lachen”, en aanstoot nemen aan een speelse plagerij zou wel eens een veel te zware reactie kunnen zijn. — Prediker 3:4.

Maar als het nu geen speelse plagerij is? Misschien maakt iemand onder de gymnastiekles of in de kleedkamer sarcastische grappen over je uiterlijk. Of misschien heb je als meisje te kampen met jeugdpuistjes en vindt iemand het grappig dat jij die vervelende dingen hebt. Een gevoel voor humor aan de dag leggen is misschien gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de natuurlijke reactie is je te verdedigen tegen kritiek. Dr. Manuel J. Smith zegt daarom: „De gedragslijn die ik aanbeveel, is kritiek niet te ontkennen (dat is alleen maar reageren in dezelfde stijl), zich niet te verdedigen en niet tot de tegenaanval over te gaan.” Ja, de spotter wil genieten van je reactie, zich verlustigen in jouw ellende. Door een fel antwoord, door je te verdedigen of in tranen uit te barsten, zul je hem of haar vermoedelijk aansporen met het getreiter door te gaan.

De schrijfster Kathleen McCoy vertelt over Carol, een tienermeisje dat voortdurend werd geplaagd omdat zij te groot en te zwaar was. Carols moeder redeneerde met haar: „Het gedrag van een ander kun je toch niet onmiddellijk veranderen, maar kun je niet iets bedenken waardoor jij geen last meer van hen hebt?” Haar antwoord: „Hun niet de voldoening geven dat ze mij van streek zien raken?” Ook andere jongeren hebben zich tegen beledigingen weten te verweren door ze achteloos te negeren.

Verder zegt koning Salomo: „Geef ook uw hart niet aan alle woorden die de mensen zoal spreken [„Let . . . niet op alles wat er gezegd wordt” — Groot Nieuws Bijbel], opdat gij uw knecht geen kwaad over u hoort afsmeken. Want uw eigen hart weet maar al te goed de vele malen zelfs dat gij, ja gij, kwaad over anderen hebt afgesmeekt” (Prediker 7:21, 22). ’Je hart geven’ aan de hatelijke opmerkingen van de spotters zou betekenen dat je het je te veel aantrekt hoe zij over je denken. Is hun oordeel gegrond? De apostel Paulus werd op een oneerlijke manier aangevallen door jaloerse medegelovigen, maar hij antwoordde: „Nu is het voor mij een zeer onbeduidende zaak of ik door u of door een menselijke instantie word onderzocht . . . hij die mij onderzoekt, is Jehovah” (1 Korinthiërs 4:3, 4). Paulus’ verhouding met God was zo sterk, dat hij het zelfvertrouwen en het zelfrespect bezat om oneerlijke aanvallen te weerstaan.

„Tegenspraak” verduren

Soms word je misschien bespot vanwege je christelijke levenswijze. Jezus Christus zelf heeft zulke „tegenspraak” moeten verduren (Hebreeën 12:3). Maar hoewel er venijnige en vernederende beledigingen bij waren, heeft Jezus nooit zelf met beledigingen gereageerd (1 Petrus 2:22, 23). Hij paste de raad toe die hij zelf in de Bergrede had gepredikt, namelijk ’de andere wang toe te keren’. — Matthéüs 5:38-42.

Ook jij zult misschien spot moeten verduren en negeren. Maar zorg dat je geen vijandschap oproept door voortdurend kritiek op anderen te hebben of anderen de indruk te geven dat jij vindt dat je beter bent dan zij. Als zich een gelegenheid voordoet om je geloof te uiten, doe het dan, maar doe het „met zachtaardigheid en diepe achting” (1 Petrus 3:15). Het kan zijn dat de reputatie die je wegens voortreffelijk gedrag hebt, je grootste bescherming op school zal blijken te zijn. Ook al zijn anderen misschien niet blij met je moedige standpunt, zij zullen je dikwijls tegen wil en dank toch respecteren.

Vanessa, een christelijk meisje, werd getreiterd door een groep meisjes die haar sloegen, duwden, boeken uit de handen sloegen — allemaal om een vechtpartij uit te lokken. Zij goten zelfs een flesje chocolademelk over haar hoofd en schone witte jurk uit. Toch ging zij nooit op de uitdaging in. Maar maanden later kwam Vanessa de aanvoerster van de groep tegen op een congres van Jehovah’s Getuigen! „Ik kon je niet uitstaan”, zei de gewezen raddraaister. „Ik wou je absoluut één keer je kalmte zien verliezen.” Maar zij was zo nieuwsgierig hoe Vanessa toch kans zag haar zelfbeheersing te bewaren, dat het ten slotte uitliep op een bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen. „Ik ging houden van wat ik leerde,” vervolgde zij, „en morgen word ik gedoopt.”

Laat dus je geest niet breken door „tegenspraak”. Leg als het gepast is, gevoel voor humor aan de dag. Beantwoord kwaadaardigheid met vriendelijkheid. Weiger het vuurtje van tweedracht aan te wakkeren, en na verloop van tijd zullen je kwelgeesten er weinig aardigheid meer in hebben je tot het mikpunt van hun spot te maken. Want „waar geen hout is, gaat het vuur uit”. — Spreuken 26:20.

[Illustratie op blz. 22]

De spotter wil zich verlustigen in jouw ellende. Tegenaanvallen of tranen kunnen nog meer getreiter uitlokken

[Illustratie op blz. 23]

Vaak is negeren je beste verweer

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen