Wij worden overstroomd door epidemieën!
IN 1975, het jaar waarin sommige geleerden dachten dat het einde van alle ziekten in zicht kwam, stierven er in de Verenigde Staten meer mensen aan kanker dan ooit tevoren. „Geslachtsziekten, de aloude gesel waarvan de moderne medische wetenschap dacht dat ze die had overwonnen, beginnen in heel Amerika epidemische vormen aan te nemen”, zei nieuwscommentator Louis Cassels. Soortgelijke berichten over de aanhoudende wrede tol die wordt geëist door malaria, hartkwalen, multiple sclerose, schistosomiasis — en zelfs griep — vertellen hetzelfde verhaal: De mensheid wordt nog steeds belaagd door epidemieën.
Toch zijn de grootste epidemieën nog verwoestender dan fysieke kwalen. Dat zijn de epidemieën van geweld, wetteloosheid, losse moraal, alcoholisme, echtscheiding, uiteenvallende gezinnen — geestelijke kwalen, die de mensheid hebben afgestompt, zodat ze „elk zedelijkheidsbegrip verloren” heeft (Efeziërs 4:19). Veel van de hedendaagse fysieke kwalen zijn louter het gevolg van ziekten van de geest.
Een epidemie van seksuele immoraliteit
Enige jaren geleden hield het tijdschrift Redbook een enquête onder 100.000 vrouwen, voor het merendeel jonge, blanke moeders uit de middenklasse. Dertig procent had overspel gepleegd en 81 procent had voorechtelijke seks bedreven.
Dat zou men nog schouderophalend hebben kunnen afdoen als sensatiezucht, als het tijdschrift Cosmopolitan niet vijf jaar later een enquête had gehouden onder 106.000 vrouwen en tot dezelfde bevindingen was gekomen.
Nog een paar symptomen van deze ziekte: In de Verenigde Staten werden in 1980 1.297.606 baby’s geaborteerd. Over de gehele wereld werden naar schatting 40 miljoen ongeboren baby’s opzettelijk geaborteerd — bijna tweemaal de bevolking van Canada. In het rooms-katholieke Polen had men in 1982 702.000 levendgeborenen en minstens 800.000 abortussen.
Een epidemie van tienerzwangerschappen
In 1969 beschouwde 77 procent van de Amerikanen voorechtelijke seks als verkeerd; tien jaar later dacht slechts 41 procent er zo over. In Zweden was tijdens de jaren ’50 en ’60 één op de drie bruiden zwanger. In 1978 werd één op de drie kinderen buitenechtelijk geboren en woonde één op de negen paren samen zonder getrouwd te zijn.
In 1976 had volgens een schatting van het Amerikaanse departement van volksgezondheid 41 procent van de ongehuwde Amerikaanse meisjes van zeventien jaar en jonger seksuele gemeenschap gehad. Dit betekende een toename van 54 procent in vijf jaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er tussen 1940 en 1980 een gigantische toename van 800 procent is geweest in het aantal meisjes tussen de vijftien en negentien jaar die een onwettig kind kregen.
Het is duidelijk dat de meeste jonge mensen geen waarde meer hechten aan seksuele moraliteit. Seksuele immoraliteit wordt als normaal beschouwd. „Ik wil niet dat mijn vriend erachter komt dat ik maagd ben”, schreef een in verlegenheid gebrachte zeventienjarige leerlinge van de middelbare school naar Ann Landers, schrijfster van een adviesrubriek. In haar antwoord op een andere brief zei deze schrijfster: „Het is nutteloos om tegen een achttienjarig meisje dat twee abortussen heeft gehad, te zeggen dat het woord ’nee’ de veiligste methode van geboortenbeperking is.”
Scholen voor immoraliteit
Waar ter wereld leren jonge mensen (en hun ouders) toch zulk gedrag? Natuurlijk leren zij het van elkaar. Ook staan zij open voor suggesties van buitenaf. In 1980 werd slechts 4,6 procent van de films die in de Verenigde Staten werden vertoond, als „G” aangeduid, dat wil zeggen als geschikt voor jonge mensen zonder begeleiding van een volwassene. Vanwege een uitgesproken immoreel of gewelddadig karakter werd meer dan 55 procent van de films aangeduid als „R” (personen onder de zeventien moeten vergezeld worden door een volwassene), of als „X” (volstrekt verboden voor personen van zeventien jaar of jonger).
Zou het dan beter zijn om de kinderen thuis naar de televisie te laten kijken? De gemiddelde tv-kijkende jongere heeft tegen de tijd dat hij vijftien is, 13.400 personen op het beeldscherm een gewelddadige dood zien sterven. En nu er meer kabel-tv is, kunnen de jongeren thuis naar pornografie kijken.
In sommige cocktailbars in steden als Los Angeles en San Francisco behoren niet alleen „topless” serveersters en „bottomless” danseressen tot het amusement, maar ook naakte artiesten die als hoogtepunt van hun nummer op het podium „live” seksuele gemeenschap bedrijven. Soms worden betalende klanten uitgenodigd om mee te doen.
Voor wie behoefte heeft aan nog meer ideeën, puilen de kiosken uit van de paperbacks waarin allerlei seksuele experimenten worden voorgesteld. Sommige boeken bevatten leugenachtige inlichtingen als de volgende: „U hebt het geluk uw seksuele leven te kunnen leiden in een tijd waarin de medische wetenschap korte metten weet te maken met geslachtsziekten. . . . Ga maar snel naar uw gynaecoloog en laat u helpen.”
Eist de epidemie van immoraliteit werkelijk zo’n lage tol? Werp eens een heel vluchtige blik op een hiermee verband houdende epidemie.