Van onze lezers
Televisie als inbraakpreventie
In uw artikel „Er zijn manieren om diefstal te voorkomen” [Nederlandse uitgave van 22 mei 1983] schreef u: „Een televisie in huis- of slaapkamer aan hebben staan kan eveneens preventief werken.” Als bevoegd installateur mag ik er misschien op wijzen dat niets meer brandgevaar met zich meebrengt dan juist deze handelwijze. In feite zou geen enkel elektrisch apparaat mogen aanstaan zonder dat er iemand is die erop let.
E. S., Engeland
Door elektrische apparatuur aan te laten terwijl er niemand thuis is, wordt het brandgevaar iets verhoogd, en de gewoonte tv-toestellen voortdurend, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, te laten aanstaan heeft ertoe bijgedragen dat er meer branden in woonhuizen en appartementen zijn ontstaan. In de VS is het bij instanties op het gebied van brandpreventie geen landelijke gedragslijn dat zij ontraden om ter voorkoming van misdaad een tv twee of drie uur aan te laten terwijl er niemand bij is — klaarblijkelijk omdat men het inbraakgevaar veel groter acht dan het brandgevaar. Men dient te bedenken dat het gebruik van videorecorders, die in de VS en Engeland en ook in veel andere delen van de wereld zeer goed verkocht worden, er nu juist van uitgaat dat de tv en de opneemapparatuur enige tijd aanstaan gedurende de afwezigheid van de huisbewoner. Hoewel dit aanlaten van een tv wellicht niet het ernstigste brandgevaar oplevert, is er wel enig risico aan verbonden, en daarom leek het ons verstandig deze waarschuwing aan onze lezers door te geven. — Red.
De middelbare leeftijd
Ik heb werkelijk waardering voor de artikelen die u in de tijdschriften plaatst, speciaal voor die over „de middelbare leeftijd” [22 juni 1983]. Ze hebben mij geholpen meer begrip te hebben voor mijn moeder.
N. C., Alabama (VS)
De regering van de Messias
Ik ben een joods meisje van 15 jaar en ik kan u alleen maar prijzen voor uw artikelen over de Messias [22 juli 1983]. Ze waren precies wat ik nodig had om ervan overtuigd te raken dat Jezus werkelijk de Messias is. Nu al zo’n twee jaar lees ik min of meer geregeld uw artikelen, en dit artikel en dat met de titel „Er ontbrak iets aan mijn joodse erfenis” [22 september 1981] hebben mij werkelijk geholpen Jehovah en Jezus te leren kennen, en het verlangen in mij wakker geroepen om een sterkere binding met hen beiden te verkrijgen. De wetenschap dat ik niet de enige ben die probeert de waarheid te vinden, is een grote bron van aanmoediging. Ga alstublieft door met deze schitterende artikelen die mij meer hoop voor de toekomst geven dan ik ooit tevoren heb gehad.
H. S., Texas (VS)
Sport en geweld
Onlangs las ik uw tijdschrift over „Sport — Waarom steeds meer geweld?” [22 augustus 1982], en ik moet u ervoor complimenteren. Ik ben al vijf jaar scheidsrechter. Het spijt me het te moeten zeggen, maar ik kan het alleen maar met u eens zijn als u zegt dat de sport verruwt. Vaak heb ik het gevoel dat heel wat spelers het veld opgaan met slechts één ding in gedachten: hun tegenstanders uitschakelen. In hun pogingen om dit doel te bereiken negeren ze elk beginsel van sportiviteit. Heel wat keren worden spelers er door het publiek toe aangemoedigd om zelfs nog ruwer te gaan spelen. Het hangt dan ook vaak van de zogenaamde fans af of een wedstrijd volgens de beginselen van sportiviteit wordt gespeeld of dat die beginselen worden genegeerd.
H. F., Duitsland
Evolutie en fossielen
Uw laatste aanval op de evolutie, deze keer ten aanzien van het fossielenverslag [22 juni 1983], was opnieuw een droevige poging tot rationalisatie. Als evolutie geloofwaardig genoeg is voor bijna 100 procent van de wetenschappelijke gemeenschap, dan is het ook geloofwaardig genoeg voor een onbevooroordeeld christen als ik.
W. B., New York (VS)
Het is waar dat een groot deel van de wetenschappelijke gemeenschap de evolutietheorie aanvaardt, maar op zichzelf genomen bewijst dat nog niet dat het een feit is. De grote hoeveelheid bewijsmateriaal ten gunste van schepping heeft vele vooraanstaande wetenschapsmensen ertoe bewogen in het openbaar over schepping en een Schepper te spreken. Onder hen bevonden zich William T. Kelvin, Dmitri Mendelejev, Robert A. Millikan, Arthur H. Compton, Paul Dirac, George Gamov en Wernher von Braun, om er enkelen te noemen. Bovendien bestaan er bij al degenen die de theorie als waar aanvaarden, sterk uiteenlopende en vaak met elkaar in strijd zijnde theorieën over de wijze waarop die evolutie tot stand is gekomen. Het is daarom goed het bewijsmateriaal met een onbevooroordeelde geest te onderzoeken. Wij moedigen u aan onze uitgave van [8 februari 1982] over het onderwerp evolutie en schepping te lezen, alsook het artikel „Evolutie, schepping of creationisme — Waarin gelooft u?” [verschenen in de Nederlandse uitgave van 22 juli 1983]. Het boek „Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping?” is eveneens verkrijgbaar bij de uitgevers van dit tijdschrift. — Red.
Liefde of verliefdheid?
Ik ben heel erg blij met uw serie „Jonge mensen vragen . . .”. Ik bewonder de interesse die u toont voor jonge mensen in deze tijd. Wat ik uit de artikelen leer, probeer ik toe te passen en dit heeft mij enorm geholpen. Onlangs leerde ik een jongen kennen, en het artikel „Hoe weet ik nu of het liefde is of een voorbijgaande verliefdheid?” [8 oktober 1982] heeft mij geholpen om ernstige gevolgen te vermijden.
J. S., Brazilië