Er is nooit genoeg geld!
KONING Salomo zei: „Geld heeft vleugels, het verdwijnt voor je ogen als een arend die de lucht inschiet” (Spr. 23:5, Groot Nieuws Bijbel). Velen verkwisten hun geld, zoals de hooggesalarieerde generaal die bankroet ging na de aanschaf van „twee Cadillacs en een tweede minkjas voor zijn vrouw”.
Op overeenkomstige wijze kan ook een regering boven haar stand leven. De VS bijvoorbeeld hebben een interne schuld van meer dan een biljoen dollar opgehoopt! Ook andere landen hebben astronomische schulden gemaakt, met inbegrip van grote buitenlandse schulden. Voorbeelden zijn de Sovjet-Unie (16 miljard dollar) en de Filippijnen (10 miljard dollar).
’Maar waarom zijn de natiën niet voorzichtiger geweest?’ vraagt u. Eén reden is dat er in onze tijd een niet eerder vertoonde vraag naar materiële goederen bestaat. De econoom Irving S. Friedman verklaart het als volgt: „Na de Tweede Wereldoorlog konden regeringen zich niet handhaven, en konden ook oppositiepartijen geen invloed verwerven, als ze niet snelle, algemene en belangrijke verbeteringen in materiële welvaart beloofden.” De regeringen hadden daarom behoefte aan geld — enorme bedragen — om de wegen aan te leggen en de scholen, ziekenhuizen en woningen te bouwen waar de mensen om riepen. De resultaten? Enorme leningen die over de hele wereld torenhoge schulden tot gevolg hadden. Na 1973 werd de situatie nog aanzienlijk slechter.
In dat jaar ging de OPEC (organisatie van olie-exporterende landen) ertoe over op drastische wijze de oliestroom naar de rest van de wereld te verminderen. De wereld wankelde onder deze ruïneuze maatregel. Olieprijzen vlogen omhoog. Het zwaarst werden de ontwikkelingslanden getroffen.
De opmars van de petrodollars
De tactiek van de OPEC had succes, en haar leden waren plotseling fabelachtig rijk (hoewel ze zich de laatste tijd in economische moeilijkheden bevinden vanwege het te grote aanbod van olie en de dalende prijzen). Maar destijds ging veel van hun pasverworven rijkdom naar de altijd in geldnood verkerende ontwikkelingslanden. Dit verlangen om winst te maken bleek echter „een wortel van allerlei schadelijke dingen”. — 1 Tim. 6:10.
Al dit geld gaf voedsel aan inflatie, een inflatie die sommige landen hebben willen beheersen door de rente te laten stijgen. De zwaar in de schulden stekende landen zaten echter in de val — ze hadden meer geld nodig maar konden zelfs niet de rente van hun oude schulden betalen. Zoals wij straks zullen zien, bedreigen deze schulden zelfs de solvabiliteit van de hele wereldeconomie!
De financiering van de Derde Wereld
Na de Tweede Wereldoorlog werden de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) opgericht om behoeftige landen geld te lenen. Rijkere lidstaten financieren deze organisaties. Onlangs verklaarde de president van de Wereldbank, A. W. Clausen, dat „een fundamentele en centrale doelstelling van de activiteiten van de Wereldbank is armoede te verlichten”. En deze instellingen hebben inderdaad geld dat daar hard nodig was, naar de ontwikkelingslanden gesluisd. Niettemin brengt de situatie ons een wijze uitspraak in Spreuken 22:7 te binnen: „De rijke is het die heerst over de onbemiddelden, en wie leent, is de knecht van de man die uitleent.” Sommige ontwikkelingslanden willen daarom geen hulp van deze organisaties aanvaarden. Waarom niet?
Ter bescherming van haar investeringen stelt het IMF gewoonlijk als voorwaarde dat het lenende land drastische veranderingen in zijn economische politiek aanbrengt door te proberen zijn balans in evenwicht te brengen, regeringsuitgaven te verminderen en de geldeenheid te devalueren. Dit kunnen heel verstandige economische ideeën zijn, maar ze kunnen een arm land ook in een chaos doen belanden. Een econoom concludeerde dan ook dat een ontwikkelingsland dwingen deze aanpak over te nemen, ’gelijkstaat met een verdrinkende man een anker toe te gooien’.
Eenvoudig meer geld drukken is een zinloze onderneming — het versterkt slechts de dodelijke greep van de wereldinflatie. Zwaar in de schulden stekende landen hebben dan ook wellicht geen andere keus dan te buigen voor de voorwaarden van de internationale geld uitlenende organisaties.