Jonge mensen vragen . . .
Doet het er werkelijk toe wat ik aan heb?
„HIJ is niet te kort”, schreeuwde Peggy haar ouders toe. „Jullie zijn gewoon ouderwets!” En weg holde ze, naar haar kamer — het sluitstuk van een ruzie om een rok die zij wilde dragen.
Misschien ben je ook wel eens het middelpunt van zo’n meningsverschil geweest. Een van je ouders, een leraar of je werkgever had misschien kritiek op een kledingstuk dat jij juist graag droeg. Jij vond het lekker zitten, zij vonden het slordig. Jij noemde het chic, zij noemden het opzichtig en suggestief.
„Dat is niet eerlijk”, zeg je dan. „Ik heb recht op een eigen mening.” En dat is ook zo. Overal ter wereld lopen de meningen over kleding zeer uiteen. Zelfs je leeftijdgenoten kunnen een totaal verschillende smaak hebben als het op kleding aankomt. Misschien is de hippiestijl van de jaren ’60 in jouw omgeving al lang niet meer typerend voor jongeren. In een Amerikaanse krant stond dat „na tientallen jaren geijverd te hebben voor soepeler maatstaven op het gebied van kleding en persoonlijke verschijning, studenten nu minder opvallend gekleed gaan en . . . conservatiever worden”.
Een groep jongeren bevestigde dat hoewel sommigen nog „op school komen met gescheurde kleren”, velen netjes gekleed verschijnen. In sommige streken is het in zwang helemaal opgedoft te komen. „Als je op school komt, kun je eruitzien zoals je zelf wilt,” zei een jongere, „en het wordt geaccepteerd.”
Doet het er dan werkelijk toe hoe je je kleedt? Zijn ouders onredelijk als zij bezwaar hebben tegen een bepaalde kledingstijl? Dit zijn logische vragen. Maar laten wij dan eerst eens nagaan hoe jongeren zelf tegenover kleding staan.
Een middel tot zelfexpressie
„Je kleding”, zegt de twaalfjarige Pam, „toont echt wie je bent en hoe je over jezelf denkt.” Ja, kleding brengt een boodschap over, een mededeling aan anderen over jou. Kleding kan plichtsbesef, evenwichtigheid, hoge morele maatstaven uitstralen, maar ook opstandigheid en ontevredenheid uitschreeuwen. Ze kan je als betrouwbaar stempelen maar je ook, zonder dat je het beseft, als waardeloos brandmerken.
In bijbelse tijden werden verschillende typen mensen door hun kleding geïdentificeerd. Salomo bijvoorbeeld keek op een dag uit het raam en herkende onmiddellijk een vrouw als prostituée! Hij herkende haar kleding als „het kleed van een prostituée” (Spr. 7:6-10). Geen vrouw met zelfrespect kleedde zich zo.
Evenzo laat de bijbel zien dat als mensen verdrietig waren, zij terecht „rouwkleren” droegen (2 Sam. 14:2). Naar aanzien strevende religieuze leiders waren gemakkelijk te herkennen aan hun kenmerkende lange gewaden. En Jezus veroordeelde hen omdat zij op die manier de aandacht trokken. — Luk. 20:46.
Zo zal ook jij in deze tijd vaak beoordeeld worden (al dan niet eerlijk, al dan niet terecht) naar de manier waarop je je kleedt en je verzorgt. Je ouders kunnen er daarom met recht bezwaar tegen maken dat je een bepaalde kledingstijl draagt; voor hen is het meer dan een kwestie van persoonlijke smaak. Zij willen dat jij de juiste „boodschap” overbrengt — een die werkelijk je persoonlijkheid weerspiegelt. En zo kan je kledingstijl dus iets zijn waarover je het niet met je ouders eens bent. Je kleding kan echter voor jou een heel belangrijke zaak zijn. Heb je je ooit afgevraagd hoe dat komt?
Waarschijnlijk komt het doordat de tienerjaren een tijd van grote emotionele beroering kunnen zijn. In heel korte tijd verandert je uiterlijk van dat van een kind in dat van een volwassene in de dop. Hoewel mensen je misschien al wat anders gaan behandelen, heb je wellicht toch nog iets van de „trekken van een klein kind” te overwinnen (1 Kor. 13:11). Soms barst je bijna van de nieuwe gevoelens, goede bedoelingen en wensen. Met vallen en opstaan probeer je erachter te komen wie je nu precies bent. Rusteloos, ongeduldig, weetgierig, doe je je best om deze nieuwe emoties de baas te worden. „Kalm aan maar”, zeggen je ouders dan, „dat zijn de normale groeistuipen.”
Dat neemt niet weg dat je je als halfvolwassene vaak niet op je gemak voelt. Hoewel sommige jongeren hun nieuwe volwassen uiterlijk wel aanstaat, voelen anderen zich lomp en onaantrekkelijk. In beide gevallen word je gemakkelijk verlegen, geobsedeerd door je persoonlijke verschijning.
Dit is ten dele de reden waarom kleding voor veel jongeren zo belangrijk is. Kleding is hun symbool van onafhankelijkheid en individualiteit. Het probleem is echter dat als jongere je persoonlijkheid nog niet definitief gevormd is, zich nog ontwikkelt, nog verandert. Je wilt als het ware een verklaring afleggen over je individualiteit, maar je weet zelf nog niet zo zeker hoe die verklaring moet luiden of hoe je het moet zeggen.
„Ik doe alles wat mijn vrienden willen doen”
Geen wonder dat sommige jongeren zich voor steun aan hun leeftijdgenoten vastklampen. Zich net als hun vrienden te kleden en net als zij te praten, schijnt sommigen van hen een gevoel van identiteit te geven. Natuurlijk hoeft het niet verkeerd te zijn zich bij mensen te willen aanpassen. De apostel Paulus zei: „Ik ben alle dingen voor alle soorten van mensen geworden” (1 Kor. 9:22). Hij was plooibaar. Maar is het verstandig om er ten koste van alles naar te streven door leeftijdgenoten geaccepteerd te worden?
Een jong meisje bekende: „Ik doe alles wat mijn vrienden willen doen, opdat ze toch maar niets zeggen.” Hoe noem jij iemand die altijd op de wenken van een ander klaarstaat, die aan alle grillen er kuren van een ander toegeeft? De bijbel antwoordt: „Weet gij niet dat wanneer gij u . . . aan iemand blijft aanbieden om hem te gehoorzamen, gij slaven van hem zijt omdat gij hem gehoorzaamt?” — Rom. 6:16.
De auteurs van Adolescence: Transition From Childhood to Maturity (Adolescentie: Overgang van kinderjaren naar rijpheid) bestudeerden de resultaten van een onderzoek onder jonge mensen. Zij kwamen tot de conclusie dat onder jonge mensen „de nadruk op meegaandheid zo sterk kan worden dat leden van de groep bijna gevangenen schijnen te zijn van groepsnormen en zich door hen [hun leeftijdgenoten] laten voorschrijven hoe zich te kleden, hoe te praten, wat te doen en zelfs wat te denken en te geloven”. Hoewel dit misschien niet voor jou opgaat, ken je waarschijnlijk wel jongeren die werkelijk „slaven” van hun leeftijdgenoten zijn geworden.
Maar hebben je vrienden, alles welbeschouwd, niet met dezelfde emotionele groeistuipen te kampen als jij? Zijn zij werkelijk de aangewezen personen om je te ’leiden’? (Zie Matthéüs 15:14.) Is het verstandig je gedwee aan door anderen gestelde maatstaven te houden, zelfs als ze tegen je eigen gezonde verstand, je eigen waardebepaling en de wensen van je ouders indruisen?
De beste soort van „kleding”
Het kan echter zijn dat je je beledigd voelt door de conclusie dat je je alleen kleedt om je vrienden te behagen. Sharon, een tiener, beweert met grote stelligheid: „In deze tijd kleden jonge mensen zich voor zichzelf. Zij willen een persoonlijkheid zijn.” Dat kan ook voor jou gelden.
Niettemin voelen sommigen zich in hun zoeken naar een eigen persoonlijkheid gedwongen een „image” te scheppen met behulp van hun kleding. Zij beroemen zich er soms op nieuwe manieren van zelfexpressie te scheppen, ook al brengen zij hun ouders daarmee in verlegenheid.
De bijbel moedigt echter aan tot zelfexpressie met behulp van een ander soort „kleding”. „Bekleedt u . . . met de tedere genegenheden van mededogen, goedheid, ootmoedigheid van geest, zachtaardigheid en lankmoedigheid” (Kol. 3:12). Modieuze kleding kan je vrienden verblinden, hen er zelfs toe brengen je persoonlijkheid te bewonderen. Maar met kleren win je geen harten — of goede vrienden. Waarmee wel?
Jezus, die veel loyale vrienden had, zei uitnodigend: „Komt allen tot mij die zwoegt en zwaar beladen zijt, . . . want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart” (Matth. 11:28, 29). Christus droeg de beste soort „kleding”, eigenschappen als mededogen en goedheid, die hem voor velen onweerstaanbaar aantrekkelijk maakten. Dat kun jij ook! Door in de eerste plaats te werken aan de persoon die je innerlijk bent, geef je niet alleen uiting aan je persoonlijkheid maar maak je ook loyale vrienden.
Je kunt beginnen met een grondige studie en toepassing van de beginselen in de bijbel. Op die manier bouw je de ’innerlijke mens’ op; je wint aan diepgang en zelfvertrouwen (2 Kor. 4:16, Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap). Je zult dan in die overgangsperiode van je jeugd op heel wat minder klippen stuiten. Door je aan de bijbelse richtlijnen te houden, zul je ook veel beter toegerust zijn om te beslissen hoe je het beste de persoon die je uiterlijk bent, kunt kleden. Jehovah’s Getuigen zullen je graag helpen met zo’n onderzoek van Gods Woord te beginnen.
Toch vraag je je misschien af wat de bijbelse maatstaven voor kleding en uiterlijke verzorging zijn. Is het veilig de hedendaagse stijlen op dat gebied na te volgen? En hoe kan kleding een afspiegeling vormen van deze geestelijk gezinde ’innerlijke mens’ die je wilt ontwikkelen? Dit zijn vragen die wij in een komende uitgave zullen beschouwen.
[Illustratie op blz. 13]
Kleding vertelt iets over jou!
[Illustratie op blz. 15]
Concentreer je krachtsinspanningen op het ontwikkelen van de persoon die je innerlijk bent