De geest gedijt op liefde
Twee kleine meisjes, van 13 en 16 maanden oud, vertoonden zulke overduidelijke tekenen van achterstand in hun ontwikkeling, dat zij uit het weeshuis naar een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis werden overgebracht. Ongeveer zes maanden later bevond een psycholoog dat het heel kwieke, normale kinderen waren. Daar hij niet kon geloven dat het een blijvende verbetering was, onderzocht hij hen nog tweemaal, met tussenpozen van ongeveer 12 maanden, en beide keren was hun intelligentie normaal. Het enige verschil in het leven van de peuters was dat de vrouwelijke patiënten in het psychiatrische ziekenhuis hen knuffelden, met hen speelden en een persoonlijke band met hen kweekten.
Het boek „Quality of Life — The Early Years” van het Amerikaans Medisch Genootschap zegt: „Hadden zij niet deze liefde van de vrouwelijke patiënten ontvangen, dan hadden zij hun leven nodeloos in een inrichting gesleten. Het geval illustreert dat een kind, zelfs als het een uitstekende genetische erfenis heeft meegekregen, liefdevolle zorg en aanmoediging moet genieten, wil het zijn vermogens kunnen realiseren.”