Jonge mensen vragen . . .
Waarom word ik zo depressief?
● MELANIE had altijd beantwoord aan haar moeders ideaal van een volmaakt kind — totdat zij zeventien werd. Toen trok zij zich terug uit schoolactiviteiten, ging niet meer naar feestjes en scheen er zelfs niets om te geven dat haar cijfers kelderden. Haar ouders merkten haar wrokkige stemming op en vroegen haar aan tafel vriendelijk wat eraan schortte. Melanie beende de kamer uit met een „Laat me met rust! Er is niets”.
● Mark was op de leeftijd van veertien een impulsieve en vijandige knaap, opvliegend van aard. Op school was hij ongedurig, een bron van onrust in de klas. Als hij gefrustreerd of boos was, ging hij op een motorfiets door de woestijn racen of zocht hij met zijn skateboard de steile hellingen van heuvels. Zijn ouders en leraren weten zijn drukke, lawaaiige gedrag aan kinderlijkheid.
HET zal je misschien verbazen dat zowel Melanie als Mark aan depressiviteit leden. Dat depressiviteit onder volwassenen veel voorkomt is een welbekend feit, maar pas recentelijk erkennen deskundigen dat ook jonge mensen depressief worden. Het kan jou overkomen.
Een algemeen voorkomende gemoedstoestand
Volgens een onderzoek, uitgevoerd door het Amerikaanse Nationaal Instituut voor Geestelijke Volksgezondheid, zou ongeveer één op de vijf jongeren lijden aan de symptomen van depressiviteit. Zelfmoorden van jonge mensen in vele landen zijn een epidemie van deze tijd genoemd. Depressiviteit is de belangrijkste factor in zelfmoord van jongeren. Misschien weet je zelfs van vrienden dat ze het helemaal niet meer zagen zitten en hebben geprobeerd zich van het leven te beroven. Maar je hebt waarschijnlijk geen statistieken nodig om te weten dat depressiviteit jouw leven kan beïnvloeden. Praktisch iedereen heeft wel eens een sombere bui die enkele uren of dagen — of zelfs weken — blijft hangen. Zo is het leven nu eenmaal. In de tienerjaren zijn vele jongeren echter speciaal vatbaar voor neerslachtige buien.
Deze jaren behoren waarschijnlijk tot de moeilijkste waarmee je ooit te maken zult hebben. De innerlijke spanningen die worden gecreëerd door het bereiken van de puberteit, kunnen angstgevoelens en sterke wisselingen in stemming veroorzaken. Je bevindt je in een overgangsperiode — geen kind meer maar ook nog geen volwassene. De nieuwe en vaak tegenstrijdige verwachtingen van ouders, leraren of vrienden bezorgen je bij tijden het gevoel een mislukkeling te zijn omdat je niet altijd aan hun verwachtingen kunt voldoen. Wat alles nog verergert, is dat je door je onervarenheid nog niet vertrouwd bent met de wisselvalligheden van het leven. Geen wonder dat sommigen pijnlijk neerslachtig worden.
Is mijn neerslachtigheid normaal?
Er bestaan niettemin verschillende graden van gedeprimeerdheid en depressiviteit. Iemand die jong is, kan aangeslagen zijn door een of andere schokkende gebeurtenis: zakken voor een overgangs- of eindexamen, een sterfgeval, geen baan kunnen vinden of een baan kwijtraken, andere situaties die stress veroorzaken. Gewoonlijk echter verdwijnt de neerslachtigheid in betrekkelijk korte tijd omdat de situatie verandert.
Als de gedeprimeerde stemming echter blijft en de persoon zijn negatieve kijk behoudt en zich onwaardig voelt, of beangst of boos, dan kan zijn toestand overgaan in een lichte chronische depressie. De symptomen variëren sterk. Eén jongere heeft wellicht aanvallen van angst. Een ander kan voortdurend moe zijn, geen eetlust hebben, slecht slapen of gewicht verliezen. Soms is het een hele reeks van dingen die je een waarschuwing geven. Merk op wat in het kadertje op bladzijde 23 staat. Als je op de meeste vragen bevestigend antwoordt, bestaat de mogelijkheid dat je depressie chronisch geworden is. Het is bijzonder belangrijk dat je dit weet te onderkennen, want als er niets gedaan wordt, kan je toestand zich verder ontwikkelen tot een zware depressie, een ernstige aandoening waarvoor gewoonlijk professionele hulp nodig is.a
Sommige jonge mensen maskeren hun depressiviteit met een volslagen ander gedrag: een eindeloze rondedans van feestjes, veelvuldige seksuele contacten, vandalisme of zwaar drinken. „Ik weet eigenlijk niet waarom ik steeds moet uitgaan”, bekende een veertienjarige jongen. „Ik weet alleen dat als ik alleen ben, dan besef ik hoe beroerd ik me voel.” Het is precies zoals de bijbel zegt: „Zelfs onder het lachen kan het hart smart hebben; en in droefheid eindigt verheuging.” — Spr. 14:13.
Bestaat er een fysiek probleem?
Marie was net begonnen met een universitaire studie en bemerkte dat zij de eerste maanden al steeds dieper in de put raakte. Ze kon niet slapen. Ze had geen eetlust meer en interesseerde zich steeds minder voor haar studie en haar vrienden. Gelukkig verwees een oplettende studentendecaan haar naar een arts voor een algeheel medisch onderzoek. Wat was de oorzaak van haar probleem? Bloedarmoede door ijzergebrek. De juiste behandeling leidde ertoe dat zij haar opgewektheid en energie weer terugkreeg.
Ja, er bestaat soms een lichamelijke oorzaak voor depressiviteit. Infecties, klieraandoeningen, hormonale aandoeningen, kwaadaardige gezwellen, hypoglykemie en bloedsomloopstoornissen — het kan allemaal aanleiding geven tot depressiviteit. Ook tekorten aan voedingsstoffen, veroorzaakt door een onevenwichtig voedingspatroon, kunnen aanleiding geven tot depressiviteit. Hetzelfde is mogelijk bij bepaalde medicijnen of allergische reacties.
Gewoonlijk echter kan depressiviteit bij jongeren teruggevoerd worden op een andere oorzaak.
„Ik heb nog nooit iets goed gedaan”
Donald had het gevoel dat hij op school een uitblinker moest zijn of anders als minderwaardig beschouwd zou worden. Zijn beide ouders waren wetenschapsmensen en hij had het gevoel dat zij hoge verwachtingen van hem hadden. Zijn vriendin aanvaardde hem echter ondanks zijn matige studieresultaten. Maar toen kregen zij steeds vaker ruzie. Hij raakte depressief en kreeg zelfmoordneigingen. „Ik heb nog nooit iets goed gedaan. Ik heb altijd iedereen teleurgesteld”, luchtte Donald zijn hart tegenover een therapeut.
Dat het gevoel een mislukkeling te zijn depressiviteit kan oproepen, blijkt duidelijk uit het geval van een persoon die in de bijbel wordt genoemd, namelijk Epafrodítus. In de eerste eeuw werd deze getrouwe christen door zijn gemeente speciaal uitgezonden om de gevangengezette Paulus bij te staan. Toen hij Paulus had bereikt, werd hij echter al heel snel ziek, en het draaide erop uit dat Paulus voor hem moest zorgen. De bijbel zegt dat Epafrodítus na zijn herstel „terneergeslagen” was omdat de gemeente van zijn ziekte had gehoord. Je kunt je voorstellen hoe hij zich heeft gevoeld: ’Ik ben een mislukkeling. Iedereen rekende op me en ik liet het afweten.’ Kennelijk ging hij helemaal voorbij aan alle goede dingen die hij had gedaan voordat hij ziek werd. Een soortgelijk gevoel van mislukking kan jou depressief maken. — Fil. 2:25-30.
Bovendien kan ook de soort van amusement die je kiest, je beïnvloeden in je reactie op teleurstellingen, en gevoelens van mislukking versterken. Het tijdschrift Discover citeert psychotherapeute Margery Fridstein, die in een wegens de vele zelfmoorden berucht Chicago heel wat depressieve jongeren heeft geholpen. Volgens haar bewijst de televisie met haar prompte, oppervlakkige ’happy endings’ jongeren geen goede dienst. Zij verklaarde: „Jongeren houden niet van boeken lezen — ze kijken liever naar de tv en zien daar snel hoe het afloopt — en dus hebben zij er geen idee van wat zij met langdurige frustraties aan moeten. Zij hebben niet het ingebouwde geduld om te kunnen verdragen dat zich plotseling iets naars voordoet.” Door de verwachting dat problemen gemakkelijk opgelost zullen worden, of door jezelf te vergelijken met een of andere onbezorgde tv-figuur die „nooit in de put zit”, kun je bij jezelf gevoelens van ontoereikendheid oproepen. Ook zullen films, tv-programma’s en boeken met deprimerende thema’s vaak een zelfde stemming bij jou oproepen.
Er zijn dus heel wat dingen die een sombere bui kunnen veroorzaken. Je zult er waarschijnlijk nog wel meer kunnen noemen: het gemis van een intieme vriend, het gevoel dat niemand zich om je bekommert, een overmatig schuldgevoel over een of andere persoonlijke zwakheid, het uitraken van een vriendschap of verkering, zelfs geplaag van schoolgenoten. Kennis van de oorzaken kan je helpen wanneer je zo’n terneergeslagen bui hebt, omdat je dan kunt analyseren wat er mis is. Toch, hoe nuttig dit allemaal ook mag zijn, de werkelijk belangrijke vraag is: ’Welke positieve stappen kan ik ondernemen om een depressieve stemming tegen te gaan?’ Bepaalde suggesties die doeltreffend zijn gebleken, zullen in een toekomstige uitgave van Ontwaakt! besproken worden.
[Voetnoten]
a Zie het artikel „Bestrijding van ernstige depressiviteit — Professionele behandelingsmethoden” in de Ontwaakt! van 22 februari 1982.
[Kader op blz. 23]
Is het een lichte chronische depressie?
1. Ben je als jongere haast altijd moe, ook al heb je voldoende slaap gehad?
2. Ben je steeds rusteloos?
3. Heb je haast nergens meer belangstelling voor — je school, je familie, je vrienden?
4. Kun je geen beslissingen nemen, zelfs geen betrekkelijk onbelangrijke?
5. Ben je voortdurend boos of wrokkig?
6. Heb je vaak angstgevoelens, een gevoel dat er iets verschrikkelijks gaat gebeuren?
7. Ben je constant aan het klagen?
8. Heb je een neiging tot zelfvernietiging in je?
9. Ben je overmatig kritisch ten aanzien van jezelf, vind je vaak dat je erg te kort schiet?
10. Besteed je ongewoon veel tijd aan dagdromen?
11. Heb je steeds weken „waarin alles goed gaat” en weken „waarin alles misloopt”, met sterke wisselingen in stemming?
(Gedeeltelijk gebaseerd op The Book of Hope door Helen DeRosis en Victoria Pellegrino.)