Is Kerstmis werkelijk heidens?
In 1660 werd in de Massachusetts Bay Colony in het Noordamerikaanse New England een verordening uitgevaardigd waarin het vieren van Kerstmis werd verboden. Ook in het Engeland van de 17de eeuw waren kerstvieringen verboden als zijnde „heidens en paaps, Saturnalisch en Satanisch, afgodisch en tot ijdelheid leidend”.
Hoewel dit wetten uit een voorbijgegane tijd zijn, geven ze toch aanleiding tot de vraag: Is Kerstmis werkelijk heidens? Een nadere beschouwing van de oorsprong van enkele populaire kerstgebruiken verschaft wellicht het antwoord.
De datum
Alle gangbare encyclopedieën en verwijswerken zijn het erover eens dat de datum van Jezus’ geboorte onbekend is en dat de kerken de datum 25 december hebben overgenomen van de Romeinen, te zamen met hun gebruiken en festiviteiten. Hier volgen enkele kenmerkende commentaren: „De kerkelijke kalender bevat talloze overblijfselen van vóór-christelijke feesten — in het bijzonder Kerstmis, waarin elementen vermengd zijn van zowel het feest der Saturnalia als de geboortedag van Mithras” („Encyclopaedia Britannica”). „Op deze dag [25 december], waarop de zon naar de noordelijke hemel begon terug te keren, vierden de heidense aanbidders van Mithras de geboortedag van de onoverwinnelijke zon.” — „New Catholic Encyclopedia”.
De Saturnalia waren een zeven dagen durend Romeins feest dat van 17 tot 24 december ter ere van Saturnus, de god van de landbouw, werd gehouden. Het feest werd gekenmerkt door luidruchtig feestvieren, drinken, pretmakerij, dansen, het geven van geschenken en het versieren van de huizen met altijdgroene bomen. De 25ste december, de geboortedag van de zonnegod Mithras, oorspronkelijk de Babylonische god van het licht, werd het hoogtepunt van de zeven dagen durende viering.
In een poging de heidenen te bekeren en degenen die waren afgedwaald tot zulke wereldse praktijken, terug te winnen, heeft de roomse Kerk in het midden van de vierde eeuw de geboortedag van Mithras ’gekerstend’ en de datum en de gebruiken overgenomen; ze werden echter bestempeld tot een viering van de geboorte van Jezus Christus. Zo werd Kerstmis geboren.
De kerstboom
Sommige autoriteiten schrijven de oorsprong van de kerstboom aan Bonifatius toe, die de Germanen in de achtste eeuw ertoe overhaalde hun aanbidding van de heilige eiken vaarwel te zeggen. Volgens de legende hakte hij een van hun heilige eiken om, waarna er op die plaats een jonge spar begon te groeien. Bonifatius vertelde de pasbekeerden dat de spar hun heilige boom zou zijn — de boom van Christus.
Anderen geloven dat de kerstboom afkomstig is van de paradijsboom, die in het middeleeuwse Duitsland populair was. De boom vormde het middelpunt in het paradijsspel ter ere van de „heiligen” Adam en Eva, wier feest op 24 december werd gevierd. De boom was versierd met appels en wafeltjes.
Ja, de eerste verwijzing naar de kerstboom zoals wij die kennen, komt uit Straatsburg (Duitsland), in het jaar 1531. Duitse kolonisten hebben dit gebruik uiteindelijk naar Noord-Amerika gebracht, waar het werd verfraaid en algemeen verbreid raakte.
De kerstman (Santa Claus)
Volgens een legende heeft Nicolaas, een vierde-eeuwse bisschop van Myra (nu Zuidwest-Turkije), toen hij vernam dat een plaatselijke inwoner geen bruidsschat voor zijn drie dochters kon bekostigen, in het geheim goudstukken of gouden munten door een raam of een rookgat in het dak in hun huis geworpen. Het goud zou precies in een paar kousen zijn gevallen die bij het vuur te drogen waren gehangen. Men herkent hierin alle essentiële elementen van wat in West-Europa over Sinterklaas wordt verteld en wat in Noord-Amerika het verhaal van Santa Claus is geworden.
Dat korte, dikke, in een rood pak gestoken en met geschenken beladen kereltje blijkt echter het produkt te zijn van de rijke verbeelding van een reeks beroemde Newyorkers. Allereerst hebben Hollandse kolonisten hem zijn naam gegeven — het Nederlandse Sint Nicolaas werd het Engelse Santa Claus. Vervolgens hebben in de 19de eeuw schrijvers, onder wie Washington Irving en Clement Moore (beroemd om zijn gedicht „’Twas the Night Before Christmas”), voor de literaire beschrijvingen gezorgd. En ten slotte legde cartoontekenaar Thomas Nast, schepper van de ezel als het symbool van de Democraten en de olifant als het symbool van de Republikeinen, de laatste hand aan het vrolijke mannetje dat men rond Kerstmis ziet rondlopen.
Hulst en mistletoe
Volgens een bericht in de „New York Times” „werden in een groot deel van Europa lang vóór het christelijke tijdperk altijdgroene bomen in vele soorten gebruikt bij heidense midwinter-riten om de terugkeer van de lente zeker te stellen”.
De Teutonen en de Kelten in het middeleeuwse Duitsland en Engeland beschouwden de hulst als een symbool van eeuwig leven omdat hij groen bleef wanneer andere bomen ’s winters verdorden. De mistletoe (maretak) was heilig bij de druïden in het oude Brittannië, die er magische macht over demonen, toverkracht, giffen, ziekten en onvruchtbaarheid aan toeschreven. In Scandinavië was de mistletoe zo heilig dat wanneer vijanden elkaar onder een mistletoe ontmoetten, zij hun wapens neerlegden en elkaar een vredeskus gaven.
Er hebben zich de meest fantastische legenden ontwikkeld om deze planten met Jezus in verband te brengen. Volgens één legende had de hulst oorspronkelijk ’s winters geen bladeren. Maar toen Maria de baby Jezus tijdens de vlucht naar Egypte onder een hulststruik legde om hem voor Herodes’ soldaten te verbergen, kreeg de plant onmiddellijk dikke groene bladeren, compleet met stekelige punten om het kind te verbergen en te beschermen.
BEHOORT U KERSTMIS TE VIEREN? Heidense riten en bijgelovige legenden — dat zijn de oorsprongen van de traditionele kerstviering. Ze werden gemeden door de vroege christenen, die, volgens „the World Book Encyclopedia”, „Zijn geboorte niet vierden omdat zij het vieren van iemands geboorte als een heidense gewoonte beschouwden”.
Dit geheel van riten en bijgeloof dat Kerstmis wordt genoemd, is slechts een van de vele bijprodukten van de beroemde uitspraak van paus Gregorius I tot de missionaris Augustinus: „Haal hun afgoden omver, maar heilig hun tempels.” Alleen de etiketten zijn verwisseld. De inhoud is evenwel nog net zo heidens als altijd.