Hoe zeker is uw geld?
IN DE meeste landen denkt men bij geld aan papier dat als zodanig te herkennen is door de erop staande woorden, afbeeldingen en cijfers. Of het is muntgeld: munten die op een speciale manier zijn geslagen om hun waarde aan te duiden. Papiergeld is feitelijk iets opmerkelijks, want louter een verandering van een cijfer, een afbeelding of een paar woorden kan de waarde van dat stukje papier veranderen.
Geld heeft een enorme invloed op ieders leven. Veel mensen werken lang en hard om het te verkrijgen. Sommigen proberen door gokken aan geld te komen. Anderen zijn bereid er een moord voor te plegen. Vele huwelijken slagen of mislukken vanwege geld. En vaak spruiten er geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen uit voort.
Maar wanneer mensen geld in handen krijgen, lukt het slechts weinigen er veel van over te houden. Gewoonlijk geven zij het snel uit. Zo spaarde bijvoorbeeld het gemiddelde Amerikaanse gezin in een recent jaar slechts drie procent van hun inkomen. Velen spaarden helemaal niets. Anderen raakten diep in de schulden. Eén reden hiervoor is de inflatie.
Inflatie — een „dief”
Inflatie steelt even effectief geld van mensen als een dief die het uit hun zak haalt. En de gemiddelde persoon kan niets doen om daar een eind aan te maken. Als men toestaat dat de inflatie extreme vormen aanneemt, dan kan ze regeringen ruïneren en landen in de grootste ontreddering storten. Toch heeft de inflatie op het moment in veel landen epidemische vormen aangenomen, en ze is hoogst besmettelijk. Niemand schijnt een volmaakte geneeswijze voor deze financiële „ziekte” te hebben.
Dientengevolge moeten miljoenen overal ter wereld er voortdurend heel veel moeite voor doen om het geld te verdienen dat hun ook weer zo snel door de vingers glipt. Desondanks verliezen zij in maar al te veel gevallen terrein. De tabel rechts op deze bladzijde, die gepubliceerd stond in U.S. News & World Report, laat zien wat er in de periode van 1975 tot 1980 vanwege de inflatie met de prijzen is gebeurd. En het is slechts een gedeeltelijke lijst. Veel andere landen, bijvoorbeeld in Latijns-Amerika en Afrika, hebben onlangs een inflatiepercentage van meer dan 100 procent per jaar gehad.
Toegegeven, veel werknemers ontvangen in de loop van het jaar loonsverhogingen. Maar niet allen krijgen genoeg om de inflatie te compenseren. Als u bijvoorbeeld een loonsverhoging van 7,5 procent kreeg, maar de inflatie 13 procent bedroeg, wat zou er dan gebeuren? Laten wij eens aannemen dat u vóór uw loonsverhoging ƒ 36.000 per jaar verdiende. Na uw loonsverhoging werd dit ƒ 38.700. Maar als het inflatiepercentage wordt doorberekend, is de koopkracht nu nog slechts ƒ 33.669. Dat is een verlies van ƒ 5031. Hierdoor is dus niet alleen uw salarisverhoging van ƒ 2700 tenietgedaan, maar het kost u daarboven nog eens ƒ 2331 aan koopkracht. Ook zou u door uw loonsverhoging in een hogere belastinggroep kunnen vallen, waardoor uw verlies zelfs nog groter zou zijn.
Bovendien zijn veel mensen geneigd meer te gaan uitgeven wanneer zij meer gaan verdienen. Maar onder bovengenoemde omstandigheden zou het echt niet de aangewezen tijd zijn om een nieuwe auto te kopen, een dure vakantie te nemen of naar een duurdere woning te verhuizen. Deze werknemer met zijn loonsverhoging van ƒ 2700 zal juist al het mogelijke moeten doen om minder uit het geven. Anders zal hij zeker diep in de financiële moeilijkheden raken.
Ook zal het duidelijk zijn dat elk bedrag aan geld dat op de bank is gezet tegen een lager rentepercentage dan het inflatiepercentage, eveneens aan koopkracht zal inboeten. Maar hoe staat het ermee als u ƒ 1000 spaargeld tegen 6 procent enkelvoudige rente hebt uitgezet, terwijl het inflatiepercentage voor dat jaar ook 6 procent bedraagt? Staat u er dan na dat jaar nog hetzelfde voor? Neen, en de reden is de volgende. Zes procent enkelvoudige rente zal in één jaar ƒ 60 opleveren. Maar de inflatie van 6 procent over de ƒ 1060 die u dan hebt, is ƒ 63,60. Trek dit van de ƒ 1060 af en de resterende koopkracht is slechts ƒ 996,40. Bovendien moet u in sommige landen belasting betalen over de ƒ 60 rente die u hebt ontvangen, zodat u zelfs nog minder aan koopkracht overhoudt.
Het is dus eenvoudig te zien dat inflatie geld van zijn waarde berooft. Maar de zekerheid van geld wordt ook nog op andere manieren bedreigd.
Hoe veilig zijn banken?
Veel mensen zetten hun geld op de bank. Op zijn beurt kan de bank het geld aan andere mensen of zaken uitlenen. Wat overblijft, wordt in kas gehouden of in gebouwen, uitrusting en effecten (gewoonlijk regeringsobligaties) geïnvesteerd. Het gedeelte dat in kas wordt gehouden, is gewoonlijk een zeer klein percentage van de totale activa.
Wat zou er gebeuren als personen die hun geld op de bank hebben gezet, in groten getale naar hun bank gingen en om uitbetaling van hun geld vroegen? Als dat op grote schaal zou gebeuren, zou het bankwezen niet in staat zijn om zijn verplichtingen na te komen; zelfs door de staat beheerde bankinstellingen zouden dit niet kunnen.
Afgezien van een dergelijke mogelijke catastrofe, veronderstellen de meesten van ons dat wij ons geld te allen tijde kunnen krijgen door er eenvoudig om te vragen. Maar veel banken zijn wettelijk gemachtigd om geld gedurende dertig dagen vast te houden. Een typerende bepaling van deze aard kan luiden: „De bank kan te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving gelden van spaarrekeningen laten opvragen, maar behoudt zich het recht voor om ten aanzien van enige of alle rekeningen maximaal dertig dagen van tevoren een kennisgeving te eisen.” In moeilijke tijden zou uw geld dus wel eens dertig dagen niet beschikbaar kunnen zijn. Naar zoals de situatie momenteel is, zijn banken over het algemeen net zo veilig als welke plek maar ook waar u uw geld kunt bewaren.
Wat de belasting opeist
In de afgelopen jaren hebben de meeste regeringen hun uitgaven voor militaire, economische en sociale doeleinden en behoeften verhoogd. De gebruikelijke manier om deze zaken te financieren is door belastingen te heffen — voor u een uitgavenpost waarover u geen macht hebt.
Tot de belastingen kunnen ook gerekend worden de premies voor de sociale voorzieningen, zoals de sociale verzekering in Nederland en de sociale zekerheid in België. Miljoenen mensen verlaten zich op door regeringen uitbetaalde pensioenen. Toen deze personen werkten, werden de premies voor de sociale voorzieningen op hun loon ingehouden, waardoor zij nu recht hebben op pensioen. Programma’s van sociale voorzieningen kampen echter met problemen. Regeringen verhogen voortdurend de premies die de werkenden moeten betalen, om de uitkeringen aan het groeiende aantal gepensioneerden te dekken.
Als deze voorzieningen in hun huidige opzet blijven voortgaan, bestaat de mogelijkheid van een bankroet. Om iets aan dit probleem te doen, wordt er in de Verenigde Staten over gesproken de inflatiecorrectie die ieder jaar aan de uitkering werd toegevoegd, te verlagen. Bovendien werd er voorgesteld de leeftijd waarop iemand thans volledig pensioengerechtigd is (65 jaar) te verhogen tot 68 jaar.
Als er een economische crisis zou op treden en deze maandelijkse uitkeringen abrupt een eind zouden nemen, dan zouden miljoenen mensen weinig of geen inkomen hebben. Zij zouden zeker het geloof in hun regering verliezen, en de gevolgen zouden wel eens rampzalig kunnen zijn, niet alleen voor hen maar ook voor het land.
Misdaad draagt tot onzekerheid bij
In de meeste landen neemt de misdaad thans epidemische vormen aan. Er wordt ingebroken in huizen. Zaken worden geplunderd, soms zelfs op klaarlichte dag. Afzonderlijke personen kunnen op straat, in winkelcentra, bijna overal, overvallen en beroofd worden. Waarom?
De belangrijkste reden is dat de daders uw voorwerpen van waarde, het liefst uw geld, willen hebben. Geld is gemakkelijk uit te geven, staat niet op uw naam en is moeilijk, zo niet onmogelijk, te achterhalen. Hoewel er andere redenen kunnen zijn dat zij u bestelen, is de fundamentele reden dat zij meer geld willen hebben om ten behoeve van hun persoonlijke verlangens en behoeften te besteden.
Naarmate economische moeilijkheden toenemen, inflatie de waarde van het geld vermindert, en de werkloosheid toeneemt, wordt het moeilijker om rond te komen. Voeg hierbij de groeiende schulden die sommigen hebben, en eveneens de hoge uitgaven voor drugs, alcohol of gokken. Al deze mensen hebben iets gemeen: een steeds groter wordende behoefte aan geld. Sommigen zijn bereid langer te werken om het te verdienen. Maar een toenemend aantal mensen is dat niet; dus stelen zij. En het zijn niet alleen de geharde misdadigers en werklozen die dit doen; veel zaken ontdekken tegenwoordig dat het meeste gestolen wordt door hun eigen werknemers, waarvan velen een verantwoordelijke positie bekleden.
Minder zeker
Al deze dingen beduiden dat uw geld in deze tijd minder zeker is. Maar dit is niet verrassend, aangezien de bijbelse profetieën hebben voorzegd dat er in de „laatste dagen” van dit samenstel van dingen „kritieke tijden [zouden zijn] die moeilijk zijn door te komen” (2 Tim. 3:1). Reken er dus niet op dat deze ontwikkelingen slechts van tijdelijke aard zullen zijn. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat uw geld in de toekomst zekerder zal zijn. In plaats daarvan zal, naarmate dit samenstel ten einde spoedt, de economische onzekerheid eerder groter worden.
Ondertussen dient u realistisch te zijn wat betreft uw levenswijze en uw uitgaven. Zorg ervoor dat u de tering naar de nering hebt gezet. Doe het zonder bepaalde dingen als dat moet, in plaats dat u zich diep in de schulden steekt, met alle gevolgen van dien. Als u geld moet lenen, gebruik het dan verstandig. En leer uw kinderen, zowel door onderricht als door voorbeeld, de waarde van geld en de noodzaak te sparen.
Vermijd bovendien de valstrik om te proberen steeds langer te werken, of er zelfs twee banen op na te houden, ten einde een hogere levensstandaard te behouden. Hoewel dat enigermate kan compenseren wat de inflatie steelt, zal het u beroven van de tijd die u zo hard nodig hebt om u van uw verantwoordelijkheden jegens uw Schepper en uw gezin te kwijten. Alleen God kan in zijn nieuwe ordening de economische problemen van de mensheid oplossen. En dat zal hij doen. Binnen afzienbare tijd zullen de onzekerheden van het leven dus voor altijd tot het verleden behoren wanneer Gods „nieuwe aarde” werkelijkheid is geworden. — 2 Petr. 3:13; Openb. 21:1.
„Maak u niet moe om rijk te worden en houd ermee op, uw verstand daartoe te gebruiken. Gij richt uw ogen op de rijkdom en hij is verdwenen: hij maakt zich vleugels en als een adelaar vliegt hij hemelwaarts.” — Spr. 23:4, 5, „Willibrordvertaling”.
[Tabel op blz. 25]
STIJGING VAN DE CONSUMENTENPRIJZEN 1975-1980
Zwitserland ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 12,2%
West-Duitsland ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 22,3%
Oostenrijk ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 29,4%
Nederland ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 33,8%
België ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 36,0%
Japan ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 37,2%
Noorwegen ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 49,7%
Canada ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 52,0%
Verenigde Staten ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 53,1%
Denemarken ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 64,0%
Frankrijk ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 64,1%
Zweden ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 65,0%
Australië ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 65,4%
Finland ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 66,0%
Ierland ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 93,3%
Groot-Brittannië ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 95,6%
Griekenland ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 112,6%
Italië ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 115,7%
Spanje ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 134,3%
Portugal ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 151,1%
Turkije ‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐‐ 568,4%
[Illustratie op blz. 24]
INFLATIE