Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g82 8/4 blz. 10-13
  • Is materiële voorspoed voldoende?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is materiële voorspoed voldoende?
  • Ontwaakt! 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Technologie is niet genoeg
  • „Niet van brood alleen”
  • Een millennium van ware voorspoed
  • Kan een van deze stelsels het ware geluk brengen?
    Ontwaakt! 1982
  • Materiële voorspoed — een universeel doel
    Ontwaakt! 1982
  • Deel 7: Een politiek streven naar Utopia
    Ontwaakt! 1990
  • Technologie — Hoe ze ons beïnvloedt
    Ontwaakt! 1985
Meer weergeven
Ontwaakt! 1982
g82 8/4 blz. 10-13

Is materiële voorspoed voldoende?

HET verlangen naar materiële voorspoed is op zich niet verkeerd. Maar is die voorspoed voldoende om waar geluk te brengen? Hebben kapitalisme, communisme en socialisme het primaire ingrediënt voor waar geluk vergeten? En zou dit belangrijke gemis, althans ten dele, kunnen verklaren waarom deze stelsels er niet in zijn geslaagd mensen werkelijk gelukkig te maken?

De oprechtheid van mensen die hun hele leven eraan wijden om kapitalisme, communisme of socialisme te doen slagen, kan niet ontkend worden. En elk stelsel is erin geslaagd de levensstandaard in bepaalde landen voor bepaalde mensen te verhogen. Maar hebben ze echt geluk gebracht voor de meerderheid in die landen? Hebben ze een eind gemaakt aan misdaad, geweld en oorlog? Heeft een van deze stelsels zelfmoord, drugverslaving of alcoholisme doen verdwijnen? Zijn het gelukkige mensen die zelfmoord plegen, „vluchten” in drugs of „hun zorgen verdrinken” in alcohol?

Het doel dat deze verschillende menselijke systemen belijden na te streven, is het bevorderen van die levenswijze die de beste wordt geacht voor allen of ten minste „voor het grootste aantal”. Ze hechten een verschillende waarde aan vrijheid en gelijkheid als essentieel voor menselijk geluk. Kapitalisme is bereid gelijkheid op te offeren ten gunste van vrijheid. Communisme stelt gelijkheid boven vrijheid. Het democratisch socialisme probeert het beste van beide te combineren. Maar geen van deze stelsels is erin geslaagd de menselijke natuur te veranderen. Menselijke zelfzucht brengt het slechtste omhoog in kapitalisten en verandert velen van hen in onrechtvaardige uitbuiters; ze heeft communistische experimenten doen uitlopen op een staatskapitalisme waarbij het gewone volk door de staat wordt uitgebuit in plaats van door individuele kapitalisten of grote bedrijven; ze heeft socialistische utopieën verwoest.

Technologie is niet genoeg

Tot voor kort vestigden politieke en economische ideologen van alle richtingen hun hoop op de wetenschappelijke vooruitgang en de technologie. Wij lezen: „De nieuwe technologie scheen perfect aan de eisen [van het kapitalistische vrije ondernemerschap] aangepast en leek een snelle verwezenlijking te garanderen van het utilitaristische ideaal van ’het grootste geluk voor het grootste aantal’. Zelfs Marx en Engels, die de kwestie vanuit een radicaal andere politieke hoek benaderden, zagen in technologie niets dan goeds.” — Encyclopædia Britannica.

Ja, van de meest verstokte kapitalist tot de meest revolutionaire communist, hebben mensen technologie bejubeld als de sleutel tot het toekomstige geluk van de mensheid. Nieuwe en betere machines zouden een eind maken aan geestdodend werk. De werktijd zou verkort worden zodat mensen meer tijd zouden hebben voor reizen, cultuur of plezier. Dit kon toch alleen maar geluk tot gevolg hebben?

Tegenwoordig is dat optimisme wel bekoeld. Technologie heeft evenveel problemen gecreëerd als ze heeft opgelost, of zou u zeggen zelfs meer? Het zojuist aangehaalde naslagwerk maakt vervolgens melding van de „sociale gebreken van de technologische vooruitgang, zoals dodelijke auto-ongelukken, lucht- en waterverontreiniging, overvolle steden en buitensporig lawaai”. Ook spreekt het over het ernstige probleem van „technologische tirannie over ’s mensen individualiteit en traditionele levenspatronen”.

Wie kan tegenwoordig in volle ernst beweren dat de technologie het gezinsleven heeft verbeterd, mensen voldoeningschenkend werk heeft geschonken of de wereld veiliger heeft gemaakt? Ontegenzeglijk is er iets meer nodig dan technologie om mensen gelukkig te maken.

„Niet van brood alleen”

Terwijl de technologische revolutie op gang kwam, waren er enkelen met een vooruitziende blik die de gevaren ervan voorzagen. De Britse staatsman William Gladstone (1809-1898) liet een waarschuwing horen tegen de „toenemende overheersing van de dingen die men kan zien over de dingen die men niet kan zien”, en tegen de „macht van een stilzwijgend, niet openlijk beleden, onbewust materialisme”.

In zijn boek Religion and the Rise of Capitalism veroordeelde R. H. Tawney de „illusie van vooruitgang, ontleend aan de beheersing van de materiële omgeving door een ras dat te zelfzuchtig en oppervlakkig is om te kunnen bepalen voor welk doel haar triomfen aangewend zullen worden”. Hij oefende kritiek op de gedachte „dat het verwerven van materiële rijkdommen het supreme doel van het menselijk streven is en de uiteindelijke maatstaf voor menselijk succes”. Daarbij beklemtoonde hij de noodzaak van „een richtsnoer voor waarden . . . gebaseerd op een of ander beeld van de vereisten van de menselijke natuur als een totaliteit, waarvoor de bevrediging van economische behoeften duidelijk erg belangrijk is, maar de bevrediging van andere behoeften ook”.

Ja, voor waar geluk moet de mens een „richtsnoer voor waarden” hebben. Maar de huidige toestand van de wereld toont boven iedere twijfel dat menselijke filosofie, politieke economie, wetenschap en technologie er geen van alle in zijn geslaagd de mens deugdelijke waarden te verschaffen. Mensen zouden er daarom goed aan doen niet het enige boek te versmaden dat inderdaad een betrouwbaar richtsnoer voor waarden verschaft — de bijbel.

In zowel de Hebreeuwse als de Griekse Geschriften lezen wij deze fundamentele waarheid: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt” (Matth. 4:4; Deut. 8:3). De bijbel legt de nadruk waar ze behoort — bij geestelijke waarden. Wij vinden een fundamenteel vereiste voor geluk in de uitspraak: „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood.” — Matth. 5:3.

De mens is niet in staat gebleken een dergelijke geestelijke nood te lenigen. Door technologie en materialistische doeleinden de hoogste prioriteit te geven is hij tegenover een crisis komen te staan die als volgt wordt samengevat: „Met al zijn intelligentie gedraagt de mens zich in gemeenschappen met een gedachteloosheid tegenover het milieu die op potentiële zelfmoord neerkomt. Het is dan ook discutabel of technologie een zegen is of een vloek. De geschiedenis van de technologie heeft van de eerste technologische prestaties van de mens als maker van gereedschappen geleid tot de tweesprong waarop de menselijke soort nu, in dit laatste derde deel van de 20ste eeuw, staat — geconfronteerd met de keus tussen zelfvernietiging of een millennium van avontuurlijke groei en expansie.” — Encyclopædia Britannica.

Een millennium van ware voorspoed

De bijbel verschaft niet alleen hier en nu de geestelijke waarden die het belangrijkste ingrediënt vormen voor geluk, maar schenkt ook een wonderbaarlijke hoop op een millennium van vrede, rechtvaardigheid en materiële voorspoed hier op aarde. (Zie bladzijde 14.) Ruim twee miljoen Jehovah’s Getuigen in 205 landen, waarvan de regeringen de hele scala van economische en politieke stelsels weerspiegelen — van kapitalisme tot communisme — hebben nu reeds geluk gevonden in de praktische toepassing van de bijbelse morele waarden, terwijl zij hun hoop hebben gevestigd op Gods zekere belofte van een nieuwe ordening waar vrede en rechtvaardigheid zullen heersen. — 2 Petr. 3:13.

In het verleden hebben velen die nu Jehovah’s Getuigen zijn, geloof gesteld in de politieke en economische stelsels die door mensen zijn uitgedacht, of zijn zij van mening geweest dat er iets gedaan kon worden om ze te hervormen. Sommigen waren vurige voorstanders van het kapitalistische vrije ondernemerschap. Anderen dachten dat een socialistische verzorgingsstaat de problemen van de mensheid zou oplossen. Nog weer anderen waren militante communisten. Een van hen, die in Frankrijk woont, schrijft: „Ik geloofde dat allen die tot de werkende klasse behoorden, materieel geluk konden verwerven door het marxisme in praktijk te brengen. Ongeveer 12 jaar lang was ik een actief lid van de communistische partij. Ik stond met L’Humanité [een Franse communistische krant] op straat en ’s nachts ging ik er met aanplakbiljetten op uit. Ik was er stellig van overtuigd dat het communisme de enige weg was om een eind te maken aan de uitbuiting van de ene mens door de andere. Maar ten slotte werd ik het beu. Het was altijd hetzelfde kleine groepje dat het werk moest doen. De rest kocht alleen maar de partijkaart.”

Uitleggend waarom hij een getuige van Jehovah werd, voegt hij eraan toe: „De Getuigen konden al mijn vragen beantwoorden. Ik besefte dat Gods beloften realistischer waren dan die van de communistische partij. Ik was verrukt hier vriendelijke mensen te treffen die werkelijk liefde voor elkaar hadden. Ik kwam te weten dat het paradijs waarvoor ik mijn hoop op het communisme had gesteld door middel van Gods koninkrijk zou komen.”

Andere Getuigen hadden met schade en schande geleerd dat materiële voorspoed echt niet toereikend is om geluk te brengen. Zij hebben de waarheid ervaren van het bijbelse axioma: „De liefde voor geld is een wortel van allerlei schadelijke dingen” (1 Tim. 6:10). Dit is voor zowel rijk als arm waar gebleken. Wat ook hun maatschappelijke positie mag zijn, Jehovah’s Getuigen volgen de bijbelse raad die zegt: „Oefen uzelf in geestelijk opzicht. . . . het nut van een geestelijke instelling is grenzeloos, aangezien ze een beloning biedt ten aanzien van het leven hier en nu, alsook ten aanzien van het toekomstige leven.” — 1 Tim. 4:7, 8, The Jerusalem Bible.

Het „toekomstige leven” waarover de bijbel in samenhang met een aards paradijs spreekt, betekent een eeuwigheid van geestelijke en materiële voorspoed, een eeuwigheid van leven in geluk voor degenen die zich getrouw betonen jegens de „gelukkige God”, Jehovah (1 Tim. 1:11; Openb. 21:1-5). Dit is een hoop die kapitalisme, communisme en socialisme geen van alle kunnen bieden.

[Inzet op blz. 11]

„Zelfs Marx en Engels . . . zagen in technologie niets dan goeds”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen