Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 8/7 blz. 16-20
  • „Alleen wij tweetjes, Mam”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Alleen wij tweetjes, Mam”
  • Ontwaakt! 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat kan de zaak nog erger maken?
  • Echte zonen en dochters
  • Gekend door je eigen handelingen
  • Kinderen grootbrengen in één-oudergezinnen — de vreugden en de moeilijkheden
    Ontwaakt! 1981
  • Hoe kan ik mijn alleenstaande ouder helpen?
    Ontwaakt! 1991
  • Uw rol als ouders
    Een gelukkig gezinsleven opbouwen
  • Eenoudergezinnen kunnen succesvol zijn!
    Het geheim van gezinsgeluk
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 8/7 blz. 16-20

„Alleen wij tweetjes, Mam”

Kinderen van alleenstaande ouders: Kunnen zij dat gemis te boven komen? Hoe kunnen zij helpen het huiselijk leven gelukkiger te maken?

„MIJN vader heeft ons in de steek gelaten en mijn moeder is erg ziek geweest. Zij is nu beter, maar wij zijn er heel naar aan toe. Wij hebben een vader nodig, want wij kunnen het hoofd nauwelijks boven water houden. Soms hebben wij weinig of niets te eten omdat het grootste gedeelte van het geld opgaat aan rekeningen en reparaties in huis. Ik vind het vreselijk Mam zo eenzaam te zien. Wat moet er toch van ons worden? Wij zijn bang.”

Deze schrijnende brief met zijn dringende smeekbede was afkomstig van een 14-jarige jongen. Ook hij werd een van de miljoenen jongeren die door één ouder opgevoed worden.

Tenzij u deze situatie aan den lijve ondervonden hebt, kunt u zich geen volledige voorstelling maken van het trauma dat een jonge geest toegebracht wordt wanneer plotseling een van de ouders verdwenen is — misschien voorgoed. Hoewel vele gezinnen een van de ouders door de dood verliezen, wordt de overgrote meerderheid toch tot halve wezen gemaakt door verlating, echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Naar schatting zal 40 procent van alle thans in de Verenigde Staten levende kinderen een deel van hun leven in een één-oudergezin doorbrengen. Over de hele wereld ziet men een verslechtering van de situatie.

Het is een hele uitdaging voor een jongere om de problemen te boven te komen in een situatie die zo’n jeugdig persoon beschrijft als „een muur van frustratie, pijn en angst”. Wat kan hij of zij doen om deze nieuwe omstandigheden de baas te worden? Als het kind de verkeerde weg opgaat, is het dan altijd de schuld van de ouder? In hoeverre kan een jongere vat hebben op zijn eigen levenslot? De volgende aan de werkelijkheid ontleende ervaringen kunnen u helpen de antwoorden op deze vragen te vinden.

Wat kan de zaak nog erger maken?

„Als ik het niet mag, ga ik gewoon bij Pappie wonen — die vindt het wel goed,” dreigde een tiener toen zijn moeder hem de les las. Dergelijke dreigementen zijn niet ongewoon. Een 14-jarig meisje gaf openlijk toe: „Ik heb ook meer vrijheid. Van Pappie mag ik meer dan ik van Mammie mocht. . . . Moeders proberen je soms alleen maar zo op te voeden als zij vinden dat het het beste is, maar vaders zullen je meer je eigen zin laten doen.” Natuurlijk is dit niet altijd het geval.

Maar schenkt „je eigen zin doen” werkelijke bevrediging? Vele jongeren zullen zonder zich te bedenken „Ja!” roepen. Dat deed ook een 16-jarige, die pas later tot een andere conclusie kwam.

De ouders van deze jongen waren gescheiden en hij en zijn broer waren aan de moeder toegewezen. De christelijke moeder was een voorstandster van een consequente opvoeding en stelde „huisregels” vast, met inbegrip van een avondklok, en eiste dat de jongens zich daaraan hielden. Maar de 16-jarige vond zijn moeder te streng. Hij wilde vrij zijn en dus ging hij weg. Hij ging bij zijn vader wonen, die hem onmiddellijk bedolf onder materiële geschenken — een nieuwe auto, een nieuw horloge en andere dingen. Hij had zijn vrijheid. Maar weldra leverde deze nieuwgevonden vrijheid problemen op.

De morele beginselen die hij vroeger hoog had gehouden, was hij kwijt. Zijn seksuele losbandigheid leidde tot een hevige vechtpartij met een jaloerse medeminnaar. Hij liep een aantal keren weg vanwege de gespannen sfeer in het huis van zijn vader, die inmiddels hertrouwd was. Omdat hij die spanning zo snel mogelijk wilde ontvluchten, trouwde hij hals over kop en stortte zich met zijn jonge vrouw in een aaneenschakeling van feestjes. Vrijwel iedere avond bezochten zij de ene kroeg na de andere. Hij was beslist bezig ’zijn eigen zin te doen’.

Toen hij op een avond weer eens zo in een kroeg zat, begon hij ernstig na te denken over zichzelf en wat er van hem geworden was. „Wat doe ik met mijn leven, wat gebeurt er met mij, waarheen ben ik nu eigenlijk op weg?” overdacht hij. Kort daarna liet zijn vrouw hem in de steek. Zijn leven viel in duigen. Omdat hij besefte waar hij zekerheid kon vinden, ging hij terug naar zijn moeders huis, nu wel bereid zich te houden aan diezelfde regels waar hij eerst zo tegen in verzet gekomen was. Nu besefte hij dat ze voor zijn eigen bestwil waren. Gelukkig zag hij de waarheid in van de bijbelse spreuk (29:15): „Een aan zichzelf overgelaten jongen zal zijn moeder beschaamd maken.”

Echte zonen en dochters

Een 16-jarig meisje in Bogotá (Colombia) bleek een echte dochter te zijn. Haar vader liet het gezin in de steek toen zij drie was en haar moeder probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, zonder enige materiële steun van de man, te voorzien in de fysieke en emotionele behoeften van de kleine Yvonne, terwijl zij ook haar best deed haar dochtertje christelijke beginselen in te prenten. Op haar dertiende jaar werd het meisje getroffen door een verlammende ziekte. Maar dank zij haar moeders verzorging herstelde zij. Toen zij zestien was, verscheen plotseling haar vader, die nu een geslaagd zakenman was, weer op het toneel.

Onmiddellijk ondernam hij gerechtelijke stappen om het meisje toegewezen te krijgen. Yvonne en haar moeder moesten voor de rechtbank verschijnen, waar de vader de beschuldiging uitsprak: „Zij heeft het welzijn en de opvoeding van mijn dochter veronachtzaamd.”

„Waar was mijn vader toen ik ziek was en behandeling nodig had?” was Yvonnes zachtmoedige weerwoord. Terwijl zij bedacht welke morele beginselen haar moeder haar had bijgebracht, vervolgde zij: „Mijn moeder heeft mij de beste opvoeding gegeven die ik ooit had kunnen krijgen.”

„Maar ik wil mijn dochter alles meegeven wat zij voor een gelukkig leven nodig heeft”, pleitte de vader. „Zij kan een volledige universitaire opleiding voor de carrière van haar keuze krijgen, mooie kleren, feesten, sociale contacten — alles wat zij nodig heeft om haar leven tot een succes te maken. En ik heb de middelen om haar dat te verschaffen.”

Geen kleinigheid, een dergelijk aanbod! Daar kon de moeder financieel nooit tegenop. „Kijk eens wat u uw dochter onthoudt”, snauwde de rechter, terwijl hij de hulpeloze moeder woedend aankeek.

„Yvonne is geen klein kind meer. Zij kan zelf haar keuze bepalen”, antwoordde de moeder. „Als zij met haar vader mee wil gaan, zal ik haar niet in de weg staan.”

Zonder aarzelen sprak Yvonne: „Ik waardeer wat u voor mij wilt doen, vader, maar mijn leven bij moeder is al heel gelukkig en bevredigend. Ik bezit alles wat ik in materieel opzicht echt nodig heb.” En terwijl zij haar gedachten liet gaan over het werk dat haar leven vulde, haar volle-tijddienst, waarin zij anderen in geestelijk opzicht kon helpen, zei ze: „Maar wat veel belangrijker is dan de materiële dingen die ik bezit, ik heb nu een werkelijk doel in het leven. Dat is iets wat met geld nu eenmaal niet te koop is.” In tranen omhelsde de moeder haar dochter, terwijl de vader zijn eis liet vallen en de rechtszaal uitstormde.

In Detroit, in de Amerikaanse staat Michigan, bleef na een dodelijk ongeluk een christelijke weduwe alleen achter met de zorg voor drie dochters in de tienerleeftijd. Een van hen is volslagen verlamd en hulpeloos.

Hoe zou u zich voelen als u een 18-jarige met de hand moest voeren, haar moest verschonen, wassen en aankleden en haar ook nog eens naar religieuze bijeenkomsten en weer terug moest dragen? Dat is geen eenvoudige opgaaf, en voordien was de vader een grote hulp voor de moeder geweest. Zou de moeder de zorg voor het meisje nu aan een of andere inrichting moeten overlaten?

„Wij zorgen wel voor haar, Mam”, reageerden de andere dochters. En dat deden zij ook. „Ik heb het meisje alleen dank zij de hulp van mijn andere twee kinderen thuis kunnen houden”, zei de moeder.

Er zijn vele andere voorbeelden van kinderen van alleenstaande ouders die huishoudelijke taken op zich hebben genomen en hun ouders grote steun hebben gegeven. Niet alleen de ouder plukt daar de vruchten van, maar volgens een vooraanstaand kinderpsycholoog, Dr. Lee Salk, vaart ook het kind er wel bij: „Sommige alleenstaande ouders hebben het er heel goed afgebracht. . . . Die zeggen bijvoorbeeld: ’Ik heb zo veel te doen vandaag, je zou me reusachtig kunnen helpen door de tafel te dekken als je thuiskomt. En misschien kun je ook even in de winkel een paar tomaten en eieren en een brood halen — dat zou mij beslist een heel stuk schelen als ik thuiskom.’ Kinderen vinden dat prachtig. Het geeft hun een gevoel van belangrijkheid. Het geeft hun een flinke dosis zelfrespect wanneer zij iets doen dat het leven van hun ouder iets gemakkelijker maakt en hij daarvoor waardering oogsten.” Zo wordt zowel het leven van het kind als van het gezin er beter door.

Geen jongere wil graag als een baby beschouwd worden. Hoewel misschien nog jong in jaren, hebben de meeste kinderen graag het gevoel dat zij volwassener worden in hun denken.

Kinderen van alleenstaande ouders worden emotioneel dikwijls sneller volwassen dan die met twee ouders. Waarom is dit vaak zo? In het tijdschriftartikel „Echtscheiding: de positieve kant” verklaart de schrijfster Jane Adams: „De kinderen van een gescheiden echtpaar worden gedwongen onafhankelijk te zijn — één ouder kan eenvoudig niet evenveel aandacht schenken en niet in dezelfde mate beschikbaar en behulpzaam zijn als twee. . . . Ik weet dat mijn kinderen — ze zijn beiden in het begin van hun tienerjaren — een redelijk voedzame maaltijd kunnen klaarmaken. Beiden kunnen meehelpen om ons gezamenlijke huishouden op rolletjes te laten verlopen en ze verrichten taken van stof afnemen tot het wassen en strijken van hun eigen kleren en het inzetten van een nieuwe ruit toe. Ze ruimen hun eigen rommel op omdat ze wel moeten — er is niemand anders om het te doen.”

Naarmate zij rijper worden in hun denken, gaan zij een hele hulp vormen voor hun alleenstaande ouder. Zo zag een gescheiden christelijke vrouw zich geplaatst voor de taak vijf jongens en een meisje groot te brengen. Hoewel er financieel voor haar gezorgd werd, begonnen er problemen te rijzen. „Ik was toegeeflijker voor de kleintjes omdat ik het gevoel had dat ik moest opboksen tegen hun vader, die bezoekrecht had. Ik wilde hen niet verliezen”, gaf zij toe.

Maar een van haar zoons deed haar versteld staan door te zeggen: „Maar Mam, je verwent de kleintjes! Mam, kijk nou toch hoe ze zich gedragen — ze hebben de ’roede’ nodig. Je moet streng zijn. Laat je ’Ja, Ja zijn’ en je ’Nee, Nee’.” Die volwassen raad werd snel opgevolgd en met wat een verschil in dat huis! — Spr. 22:15; Jak. 5:12.

Die jongeren die ’de trekken van een klein kind weggedaan hebben’ door volwassen te worden in hun denken en handelen, kijken in latere jaren altijd dankbaar terug. Op de leeftijd van vier jaar verloor een van dezen zijn vader door de dood. Dat was in een economisch moeilijke tijd en velen vroegen zich af hoe de moeder het zou klaarspelen in haar eentje elf kinderen groot te brengen! — 1 Kor. 13:11.

Er kwamen familieleden opdagen die zich er geheel op ingesteld hadden de kinderen onder elkaar te verdelen om voor hen te zorgen. „Nee”, zei de ietwat trotse moeder, „wij blijven allemaal bij elkaar, al moeten wij samen van honger omkomen!”

„Ik zie terug op deze ervaring in mijn leven”, schreef de nu volwassen vierjarige, „en ik besef dat het een van de schitterendste dingen was die me ooit zijn overkomen. Als gezin zetten wij er samen de schouders onder om te kunnen overleven.”

In het begin maakten zij sandwiches en snacks en verkochten die, nadat zij toestemming hadden gekregen, op stations. Ten slotte opende de moeder een eethuisje. De eerder genoemde zoon zei: „Ik kan mij nog heel goed al de keren herinneren dat er iemand het eethuisje binnenkwam en een broodje ei bestelde, en dat ik dan door de achterdeur naar de kruidenier werd gestuurd om één ei te kopen.”

Deze christelijke man heeft nu niet alleen met succes zijn eigen gezin grootgebracht, maar is tevens de grondlegger van een reeks bedrijven met een omzet van vele miljoenen. Terugblikkend schreef hij: „Ik dank God voor zo’n geweldige moeder.”

Gekend door je eigen handelingen

De voorgaande voorbeelden laten beslist zien dat kinderen van alleenstaande ouders niet alleen maar hulpeloze slachtoffers van hun moeilijke omstandigheden hoeven te zijn. Hoewel zonder enige twijfel het verlies van een ouder een dramatische uitwerking op het leven van een kind kan hebben en ook daadwerkelijk heeft, stemmen vele jongeren in met de spreuk (20:11): „Zelfs door zijn handelingen [niet door de status van zijn ouders] laat een jongen zich kennen, of zijn activiteit zuiver en oprecht is.”

Een zogenoemd uiteengevallen gezin hoeft het leven van een kind niet te verminken. Jongeren die hun best doen om hun ouders te helpen en gunstig reageren op passende morele leiding en streng onderricht, kunnen hun leven tot een succes maken. Niet alleen zullen zij zelfrespect hebben, maar ook zullen zij de innerlijke vrede des geestes ontwikkelen die bij vele jonge mensen van vandaag zo schromelijk ontbreekt. Zulke jongeren kunnen bijdragen tot een warme gezinsband. Door hun daden kunnen zij naar waarheid zeggen: „Alleen wij tweetjes, Mam — maar samen kunnen wij een rijk en zinvol leven opbouwen.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen