De Niger — een rivier die vele naties voedt
VOOR een luchtreiziger die op geringe hoogte over de Niger vliegt, ziet deze rivier eruit als een breed lint dat volgens een ingewikkeld patroon binnen de contouren van West-Afrika geweven is. Haar stroomversnellingen en watervallen lijken op fijne garneringen van witte kant die het lint versieren, en de zijarmen op lange smalle serpentines in groen, grijs en bruin.
Maar voor de vijf naties wier land door de Niger wordt gedraineerd en bevloeid, en de ruim twintig stammen voor wie de wateren voedsel en levensonderhoud betekenen, is de rivier veel meer dan een versiering. Ze is van essentieel belang voor hun bestaan.
Er bestaan plannen om de Niger nog beter te benutten. Nigeria heeft projecten om het vervoer via de rivier uit te bouwen tot ver boven het huidige niveau. Er zijn ook projecten voor de ontwikkeling van het rivierbekken om de bevloeiing ten behoeve van landbouw en veeteelt te vergroten. Op deze en andere manieren verwacht de bevolking van Nigeria, de republiek Niger, Mali en, in mindere mate, van Guinea, de republiek Benin en zelfs Kameroen, in de toekomst nog meer profijt van de Niger te kunnen trekken. Dit is het uitvloeisel van een ontwikkeling die zo’n tweehonderd jaar geleden is begonnen.
De rivier openstellen
Door de eeuwen heen hebben de plaatselijke bevolking, kooplieden en ontdekkingsreizigers de rivier op een aantal plekken gebruikt. Tot aan de 19de eeuw was echter niemand erin geslaagd de loop helemaal tot aan de bron te volgen.
Tegen het einde van de 18de eeuw was vastgesteld dat de rivier ontsprong in de hooglanden van Guinea, slechts 360 km van de Atlantische kust, en dat ze vandaar landinwaarts stroomde. Vroege ontdekkingsreizigers volgden haar noordoostwaarts door de weelderige tropische wouden van Guinea naar Tombouctou. Zij ontdekten dat de rivier vandaar met een grote boog in oostelijke en zuidelijke richting stroomde, door uitgestrekte savannen en dorre zandduinen van de zuidelijke Sahara. Daardoor kwam het dat geografen zich afvroegen of ze een zijarm van de Nijl of van de Kongo was. Sommigen dachten dat het de Kongo zelf was.
Na verscheidene expedities volgden ontdekkingsreizigers ten slotte de gehele loop van de rivier tot aan haar uitmonding in zee. Zij ontdekten dat de Niger na 4200 km afgelegd te hebben, in de Atlantische Oceaan uitmondt via een verbijsterend labyrint van kreken die met elkaar een delta vormen aan de Golf van Guinea, op een afstand van slechts 1700 km van de bron.
Na deze ontdekking in 1834 kon de gehele loop fatsoenlijk in kaart gebracht worden en werd de rivier opengesteld voor buitenlandse kooplieden. De Niger begon nu een belangrijkheid te krijgen die ver uitsteeg boven het beperkte gebruik dat de plaatselijke bevolking ervan had gemaakt. Tot dusver hadden zij de Niger slechts gebruikt voor vervoer met kleine boten, voor visserij en als waterleverancier voor landbouw en huishoudelijke doeleinden.
Belangrijke waterweg voor vervoer landinwaarts
Tegen het jaar 1878 waren vier Britse maatschappijen werkzaam op de rivier en voeren commerciële vaartuigen ver landinwaarts. Voor die tijd betrekkelijk grote stoomboten navigeerden zo’n 670 km stroomopwaarts naar Lokoja, waar de Niger en de Benue samenstromen. Tegenwoordig is het grootste deel van de 1400 km lange zijrivier de Benue tijdens het regenseizoen bevaarbaar, vanaf de samenvloeiing oostwaarts naar Garoua in de republiek Kameroen. De diepgang van de vaartuigen die zover kunnen komen, varieert echter per seizoen met de waterstand in de rivieren.
Het verkeer op de rivier heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van een houtindustrie en uitgestrekte oliepalm- en rubberplantages in Nigeria. Het werd nu ook betrekkelijk gemakkelijk en goedkoop om ten behoeve van de export andere landbouwprodukten uit het noordelijke achterland te halen en geïmporteerde grondstoffen aan te voeren.
Met het oog op de groeiende vraag naar goedkoop vervoer worden er plannen gemaakt voor een volledige benutting van het grote vervoerpotentieel van het Niger/Benue-rivierenstelsel. Men verwacht dat de jaarlijkse vraag naar vervoer zal toenemen van de huidige 1,5 miljoen ton tot meer dan 6 miljoen ton tegen 1985. Om aan deze vraag te voldoen, zijn er projecten om de bevaarbaarheid van het rivierenstelsel te verbeteren en te voorzien in toereikende rivierhavens en plaatsen waar de vracht efficiënt kan worden verwerkt.
De ondiepe wateren in de woestijnvlakten van Mali en de republiek Niger zijn alleen bevaarbaar voor vaartuigen van geringe diepgang. Toch is er ook op dit deel van de rivier heel wat verkeer in de vorm van kleine vissers- en handelsschepen en kano’s. Visserij en landbouw zijn hier belangrijke activiteiten, vooral in het ongewone binnenlandse deltagebied.
De binnenlandse delta
Tijdens het regenseizoen wordt de Niger gevoed door de zware regenval in de hooglanden van Guinea en zwelt ze langzamerhand aan totdat ze de laaglanden van Mali overstroomt. Het vloedwater verspreidt zich in talrijke kronkelende stromen en lagunen. Het land zuigt het water op en slaat het op in drassige moerassen, waardoor deze „binnenlandse delta” ontstaat. Dit zoetwatermoerasland bestrijkt een gebied van 34 km breed en 425 km lang, met de noordgrens bij Tombouctou. Gouddeeltjes die door de rivier uit de hooglanden werden meegevoerd, bezorgden die stad in de middeleeuwen welvaart en roem. Hoewel de belangrijkheid van het goudwassen nu te verwaarlozen is, zorgen de wateren nog steeds voor een goede bevloeiing en uitstekende visgronden.
Rijke velden rijst gedijen daar in de moeraslanden. Het water dat tijdens het overstromingsseizoen buiten de moeraslanden treedt, voorziet in een natuurlijke bevloeiing voor de velden met andere granen, zoals gierst en sorghum. Bevloeiingskanalen zoals men die in Nigeria gebruikt, worden hier echter niet toegepast. Het water wordt in van huiden vervaardigde vaten of in andere bakken naar velden gedragen die buiten de moeraslanden liggen. Pogingen om moderne irrigatiestelsels te introduceren, stuitten af op eeuwen oude overeenkomsten in verband met water- en landeigendom. Bovendien vergroot de waterdistributie via kanalen het risico op verbreiding van door water overgebrachte parasieten.
Visgronden
De visserij is een belangrijke broodwinning. Tijdens het overstromingsseizoen verlaten vissen zoals de grote capitaine of nijlkakap de hoofdstromen van de rivier en schieten kuit in de moerassen. Als de waterstand in de maanden december tot maart lager wordt, blijven de vet geworden vissen spartelend achter in de ondiepe wateren. Het is voor vissers dan een klein kunstje om ze op te pakken of ze in de uitgezette vallen in geweldige aantallen te vangen.
Natuurlijk houdt de rivier niet alleen in deze binnenlandse delta een bloeiende visserij in stand, evenmin als de rivier alleen hier van vitaal belang is voor de levenskansen van aanplantingen en vee. Langs de hele loop van de Niger is de visserij een belangrijke bezigheid van de bevolking. De Kainji-dam te New Bussa in Nigeria heeft echter wel een heel bijzondere bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van de visserij. De voornaamste reden waarom de dam werd gebouwd, was om voor een voortdurende wateraanvoer te zorgen voor de enorme hydro-elektrische centrale van Kainji, die Nigeria en de republiek Niger van elektriciteit voorziet. Zoals werd voorzien, is dit kunstmatige meer, dat bijna 1300 km2 beslaat, een belangrijke visgrond geworden. Er zijn nu plannen voor een soortgelijk project in de buurt van Lokoja, ten zuidoosten van Kainji. Hiervoor zou dan een tweede grote hydro-elektrische dam gemaakt moeten worden, waarachter een groot meer met potentieel rijke visgronden zal ontstaan.
De kustdelta
Waar de rivier opgaat in het ingewikkeldste deltastelsel van Afrika, ziet men eens afgelegen steden en dorpen nu aan belangrijkheid winnen. Dit is een olierijk gebied; de petroleum wordt er in dusdanige hoeveelheden gewonnen dat Nigeria tot de tien voornaamste olieproducenten ter wereld is gaan behoren. Het gevolg is dat de mensen in dit gebied de olie met een — weliswaar foutieve — benaming aanduiden als de tweede vloeibare gift van de rivier.
Tussen het netwerk van kreken leeft de Ijaw-sprekende bevolking feitelijk op het water. De kreken zijn hun wegen en de kano’s zijn hun wagens. Net als voor de bevolking van de binnenlandse delta is de visserij hun voornaamste broodwinning. Wanneer de mannen grote hoeveelheden vis binnenbrengen die zijn gevangen in mandachtige vallen, stappen de ervaren roeisters in hun kano’s. Zij worden de „visvrouwen”, zij brengen de vis naar markten aan de waterkant of naar mensen die in de huizen wonen die op lange palen uit het water oprijzen.
Dit is ook een gebied waar de raffiapalm overvloedig groeit en als zeer waardevol wordt beschouwd. Hij voorziet de bevolking van materiaal voor de bouw van huizen en voor de vervaardiging van bezems en matten. Als toegift wordt er een plaatselijke jenever gedistilleerd uit het sap dat uit het hart van de boom wordt gewonnen. Het is geen wonder dat als de oliemaatschappijen moerasland kopen, zij ook een hoge prijs voor de bomen betalen.
De Niger is dus inderdaad een rivier die in het levensonderhoud van velen voorziet. Ze lest de dorst van de verschroeide grond en garneert het dorre land met een lint van schoonheid. Ontwikkelingsprojecten hebben ten doel haar belang voor de economische groei van de naties door wier gebied ze stroomt nog zekerder te stellen.
[Kaarten op blz. 21]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
SAHARA
Tombouctou
MALI
Bamako
Niamey
NIGER
GUINEA
BENIN
Kainji-dam
NIGERIA
Garoua
KAMEROEN
Niger
Benue
Nigerdelta
Golf van Guinea
Evenaar
[Kaart]
Niger
Kongo
Nijl
AFRIKA