Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g81 22/9 blz. 8-10
  • Is er intelligent leven daarginds?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is er intelligent leven daarginds?
  • Ontwaakt! 1981
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Microscopische levensvormen
  • Sommigen concluderen . . .
  • Op zoek naar leven in het heelal
    Ontwaakt! 1981
  • Zijn er met verstand begaafde schepselen in de interplanetaire ruimte?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • Is er leven in de buitenaardse ruimte?
    Ontwaakt! 1973
  • De bewijzen zijn er!
    Ontwaakt! 1981
Meer weergeven
Ontwaakt! 1981
g81 22/9 blz. 8-10

Deel 2

Is er intelligent leven daarginds?

DE SPEURTOCHT van de mens naar intelligent leven in het heelal is in zekere zin gegroeid, volwassen geworden. Dit zoeken is nu op intensieve wijze zo’n 21 jaar aan de gang.

Zo richtte bijvoorbeeld in april 1960 het National Radio Astronomy Observatory in West Virginia voor het eerst zijn conusvormige oor naar de sterren Tau Ceti en Epsilon Eridani om te onderzoeken of er van deze sterren radiocommunicatie opgevangen kon worden. In 1968 speurden Russische astronomen 12 nabije sterren zoals onze zon af. Inmiddels zijn er nu reeds meer dan 1000 afzonderlijke sterren onderzocht. En de speurtocht gaat voort met de enorme radiotelescoop in Arecibo (Porto Rico) en vele andere elders.

Het zoeken naar leven in de ruimte is langs een andere benaderingsweg voortgezet met behulp van de talloze raketten die men heeft gelanceerd naar de maan en de planeten in ons zonnestelsel — Jupiter, Venus, Saturnus en Mars.

Wat zijn tot dusver de resultaten geweest en welke aanwijzingen zijn er voor de toekomst? Mag u verwachten op een morgen wakker te worden en over het nieuws te horen dat er definitief contact is gelegd met intelligente wezens op een andere planeet? Of heeft de speurtocht naar leven in het wereldruim redenen opgeleverd om te geloven dat wij op aarde uniek zijn, dat er daarginds geen ander intelligent leven is?

Bij tijden heeft er grote opwinding geheerst bij de geleerden die met radiotelescopen het heelal afspeurden.

Op een gegeven moment bijvoorbeeld vingen Russische geleerden een signaal op uit de ruimte dat geen toevallige straling of natuurlijke ruis kon zijn. Het had er alles van weg dat het afkomstig was van een bron die door intelligente wezens werd bestuurd. En zij hadden gelijk. Het bleek een signaal te zijn van een kort daarvoor gelanceerde Amerikaanse spionagesatelliet.

Britse astronomen raakten in 1968 in opwinding over een signaal dat zij opvingen. Het scheen te pulseren vanuit een ver verwijderd deel van het universum. Kon het een gecodeerd signaal zijn dat een intelligente boodschap bevatte? In werkelijkheid hadden zij een pulsar ontdekt, een enorme ster die snel roteert en daardoor de indruk wekt dat er radiosignalen aan en uit worden geschakeld, net zoals die indruk ontstaat bij een lichtbundel die afkomstig is van het draaiende licht van een vuurtoren. De ontdekking van pulsars was een heel belangrijke astronomische gebeurtenis, en er zijn er nu verscheidene honderden bekend. Maar het was geen intelligente boodschap van buitenaardse wezens geweest. In al die verscheidenheid van signalen en geluiden die door radiotelescopen zijn ontvangen, heeft men geen boodschap van intelligent leven in de ruimte ontdekt.

Een fundamentele veronderstelling van de exobiologen — degenen die naar leven in het heelal zoeken — is: Er moeten vele miljoenen planeten rond andere zonnen draaien en daarom moet er zich beslist op enkele daarvan intelligent leven ontwikkeld hebben.

Maar zijn er andere planeten? Misschien wel, misschien niet. Andere sterren of zonnen bevinden zich namelijk zo extreem ver weg dat geleerden niet in staat zijn geweest om te bewijzen dat zich eromheen kleine planeten bewegen.

David Black van het Ames Research Center van de NASA verklaarde dat er ’nog steeds geen ondubbelzinnige bewijzen zijn voor het bestaan van enige planeet buiten het zonnestelsel waartoe de aarde behoort’. En Dr. Iosif Shklovsky, een Russisch astronoom en corresponderend lid van de Academie van Wetenschappen van de USSR, kwam tot een soortgelijke conclusie, hoewel hij voordien vol enthousiasme was geweest over de mogelijkheid van buitenaards leven. Tegen 1978 legde hij uit: „Het lijkt erop alsof onze zon, die vreemde en solitaire ster omringd door een familie van planeten, naar alle waarschijnlijkheid een zeldzame uitzondering is in de sterrenwereld.”

Men kan dus zien dat het beslist niet gerechtvaardigd is om zo positief over hogere beschavingen op andere planeten te spreken. Er is nog niet eens bewezen dat dergelijke planeten bestaan, laat staan dat er dan zulke vergevorderde beschavingen op zouden voorkomen.

Microscopische levensvormen

Hoewel men dan geen hoogontwikkelde wezens heeft gevonden, zouden geleerden wat steun vinden als zij maar microscopische levensvormen zouden ontdekken op de planeten in ons zonnestelsel. Dit zou een basis verschaffen voor de gedachte dat als er in een of andere vorm leven op deze planeten bestaat, er dan althans de mogelijkheid is dat er buiten ons sterrenstelsel hoger ontwikkelde levensvormen zouden kunnen bestaan. Om deze reden was men erg benieuwd naar wat het instrumentarium voor het ontdekken van leven dat de Amerikaanse Viking sondes naar Mars meevoerden, zou opleveren.

De beide Marsverkenners, Viking I en Viking II, voerden 26 ingewikkelde tests uit op bodemmonsters. Eén experiment bijvoorbeeld stelde wat grond van Mars bloot aan een atmosfeer die radioactieve kooldioxide en koolmonoxide bevatte. Men was van mening dat als er levende organismen aanwezig waren, deze iets van de radioactieve koolstof zouden omzetten in organisch materiaal dat dan aangetoond zou kunnen worden. Een ander experiment doorweekte een monster met een voedingsvloeistof en controleerde of daarop een bepaalde uitwisseling plaatsvond — of ’iets’ als het ware van het voedsel ’at’.

In een bespreking van het totale resultaat zei het World Book Science Annual 1978: „Ondanks maanden studie en pogingen tot interpretatie waren de resultaten van het experiment niet beslissend.” Waarom kwam men tot deze woordkeus? Wel, sommige tests leverden onverwachte reacties op. De tests vonden geen werkelijk leven en zelfs geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van organisch materiaal. Maar sommige geleerden hebben zich vastgeklampt aan een sprankje hoop dat er een biologische betekenis zou kunnen zitten achter wat eenvoudig een blijk kan zijn van ongebruikelijke scheikundige reacties in levenloze Marsgrond.

Volgens het Britse blad New Scientist maakte één experiment gebruik van een gas-chromatograaf die zo gevoelig is dat er organische moleculen mee aangetoond kunnen worden al gaat het slechts om een paar moleculen te midden van een miljoen of zelfs een miljard andere moleculen. Toch lukte het niet met deze test „organische moleculen te ontdekken in de bodem van Mars”. Klaus Biemann, woordvoerder voor het team dat de resultaten analyseerde, zei dat ’de afwezigheid van organische samenstellingen . . . het onwaarschijnlijk maakt dat er levende systemen bestaan die zich gedragen op een manier die lijkt op die van aardse levensvormen’. Nog eenvoudiger gesteld berichtte Newsweek dat de test ’geen aanwijzingen kon vinden voor de aanwezigheid van organische moleculen, die essentieel zijn voor het levensproces op aarde en waarschijnlijk ook elders’.

Bijgevolg hebben de 26 gevarieerde en ingewikkelde tests geen bewijs kunnen opleveren dat er zelfs maar microscopisch leven op Mars is.

Sommigen concluderen . . .

In 1976, nog voordat de Viking sondes op Mars landden, merkte de astronoom Clay Sherrod op: „Als er geen leven is op Mars — welke planeet zo gelijksoortig is aan de onze — dan zouden wij wel eens alleen kunnen zijn. Wij zouden wel eens uniek kunnen zijn in het universum.”

Nu de Viking I en II inmiddels geschiedenis zijn, komen steeds meer geleerden tot die conclusie. Dr. Iosif Shklovsky schreef in het Russische blad Sputnik: „[Het bewijsmateriaal] suggereert dat de veronderstelling dat wij de enige beschaving zijn in ons sterrenstelsel of zelfs het plaatselijke systeem van sterrenstelsels, zo niet het hele universum, nu veel meer — niet minder — geldigheid bezit dan het traditionele idee dat er meer bewoonde werelden zijn.”

Ook heeft de astronoom Dr. Michael H. Hart een computeranalyse beschreven die hij heeft gemaakt van „hypothetische planeten met daarbij de eigenschappen die ze schenen te moeten bezitten om hoger ontwikkelde beschavingen zoals de onze te kunnen voortbrengen”. Hij concludeerde dat ’een hoog ontwikkelde beschaving, verre van algemeen te zijn, bijzonder zeldzaam moet zijn en dat de beschaving die wij op aarde bezitten, zelfs uniek zou kunnen zijn’.

Moeten wij dan concluderen dat het wetenschappelijke bewijsmateriaal duidelijk tegen de mogelijkheid van enig ander intelligent leven in het universum pleit?

[Inzet op blz. 9]

„Het lijkt erop alsof onze zon . . . naar alle waarschijnlijkheid een zeldzame uitzondering is in de sterrenwereld”

[Inzet op blz. 10]

Zesentwintig gevarieerde en ingewikkelde tests hebben geen bewijs kunnen opleveren dat er zelfs maar microscopisch leven op Mars is

[Inzet op blz. 10]

’Wij zouden wel eens alleen kunnen zijn in het universum’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen