Deel 3
De bewijzen zijn er!
BIJ het luisteren naar natuurlijke radiostraling uit het heelal hebben geleerden iets ontdekt wat hun hele denken heeft veranderd.
Wij kunnen deze ontwikkeling terugvoeren tot het jaar 1965 toen Arno Penzias en Robert Wilson met de 6 meter grote hoornantenne van de Bell Laboratories in New Jersey werkten. Terwijl zij straling bestudeerden die de communicatie via satellieten zou kunnen beïnvloeden, ontdekten zij zwakke microgolfsignalen die uit iedere hemelrichting afkomstig waren. Mettertijd kwam het inzicht dat zij kennelijk naar overgebleven straling luisterden. Overgebleven waarvan? De heersende theorie is dat het universum zijn ontstaan heeft gevonden in een enorme explosie — een „big bang” — en dat de straling overal om ons heen een zwakke gloed is van de explosie van die oorspronkelijke vuurbol.
’Maar wat heeft dit te maken met de vraag of er in het heelal intelligent leven is?’ zou u zich kunnen afvragen.
Deze ontdekking, waarvoor Penzias en Wilson de Nobelprijs ontvingen, overtuigde vele geleerden ervan dat er een moment van schepping is geweest. De beroemde astronoom Dr. Robert Jastrow legt uit: „Sta er eens bij stil hoe enorm groot het probleem is. De wetenschap heeft bewezen dat het universum op zeker moment met een explosie tot bestaan kwam. Ze vraagt nu welke oorzaak dit effect teweegbracht. Wie of wat stopte de materie en energie in het universum?”
Velen geven nu toe dat de wetenschap nooit in staat zal zijn het volledige antwoord te verschaffen. Maar Jastrow en vele andere geleerden begrijpen wat dit impliceert: „Nu zien wij hoe het astronomische bewijsmateriaal leidt tot een bijbelse kijk op de oorsprong van de wereld. De details verschillen, maar de essentiële elementen in het astronomische en het bijbelse verhaal van de oorsprong, de genesis, zijn hetzelfde: de keten van gebeurtenissen die tot de mens leidde, begon plotseling, op een scherp begrensd moment in de tijd, in een flits van licht en energie.”
Maar de bijbel gaat verder dan alleen maar te vragen wie de materie en energie in het universum stopte. Dat boek wijst op het redelijke antwoord — de Schepper, God. En in overeenstemming met Einsteins ontdekking dat energie en materie in elkaar zijn om te zetten, getuigt de bijbel dat de Schepper een bron van enorme „dynamische energie” is. — Gen. 1:1; Ps. 90:2; Jes. 40:26-29.
Jastrow besluit: „Voor de wetenschapsman die zich altijd heeft vastgehouden aan zijn geloof in de kracht van de rede, eindigt het hele verhaal in een nachtmerrie. Hij heeft de bergen van onwetendheid beklommen en hij staat nu op het punt de hoogste top te overwinnen. Als hij zich over het laatste rotsblok hijst, wordt hij begroet door een stel theologen die daar al eeuwen zitten.” — God en de astronomen.
Maar in werkelijkheid is er niets verkeerds aan om het bestaan van een Schepper te gaan aanvaarden. Iemand die onbevooroordeeld genoeg is om de mogelijkheid van buitenaardse intelligentie toe te geven, zou er geen grote problemen mee moeten hebben om te accepteren wat de bijbel over de levende Schepper zegt. Zo vertelt de bijbel ons dat deze Eerste Oorzaak geen materieel lichaam van vlees en bloed heeft zoals wij, maar een geest is (Joh. 4:24). Hoewel wij hem dus niet kunnen zien, kunnen wij wel waarnemen wat hij tot stand brengt, net zo goed als geleerden niet de natuurlijke radiostraling uit het heelal met hun ogen kunnen zien maar deze wel degelijk kunnen opvangen en meten.
Bovendien strookt het bestaan van een intelligente Schepper heel goed met de wijsheid en het ontwerp die in het universum waarneembaar zijn — van de ontzaginboezemende sterren en sterrenstelsels tot de onbegrijpelijk kleine details van het atoom.
Leven op aarde — afkomstig van een intelligentie
Als er een buitenaardse intelligentie zou bestaan in de vorm van een levende wijze Schepper, dan zou dat bepaalde aspecten van ons leven hier op aarde helpen verklaren.
Hoe meer geleerden te weten komen over andere planeten in ons zonnestelsel en over het universum als geheel, hoe meer zij gaan beseffen hoe secuur onze aarde is ontworpen voor haar taak als draagster van leven. In een lang artikel „Leven bestaat wellicht alleen op aarde, aldus onderzoek”, schreef de New York Times: „Op een afstand van 93 miljoen mijl van de zon hebben aardse temperaturen leven mogelijk gemaakt. Maar als onze aarde in een baan zou zijn gebracht die 5 procent dichter bij de zon had gelegen, zou een op hol geslagen broeikaseffect de planeet in zo iets als Venus hebben veranderd — een door wolken omwikkelde planeet met temperaturen dicht bij de 900 °F.
Als wij anderzijds maar één procent verder van de zon af waren geweest toen de aarde tot bestaan kwam, zou een onstuitbaar proces van ijsvorming de hele aarde hebben bedekt, en 1,7 miljard jaar geleden zou onze planeet een levenloze woestenij zoals Mars zijn geworden.” — 24 april 1979.
Het is niet alleen eenvoudig een kwestie van de juiste temperatuur. Er zijn vele andere noodzakelijke voorwaarden voor leven, waaronder de aanwezigheid van water en de juiste atmosfeer. Een groep van 30 geleerden op een bijeenkomst aan de Universiteit van Maryland, die gewijd was aan hogere beschavingen, schonk aandacht aan wat ervoor nodig is om leven mogelijk te maken. Nadat zij hadden toegegeven dat ’er nog geen planeet buiten ons zonnestelsel is ontdekt’, merkten zij op: „Zelfs als er een ander planetenstelsel wordt gevormd, bestaat er nog geen zekerheid dat er dan een vaste planeet wordt voortgebracht zoals de aarde, die bijna 100 elementen bevat, waaronder de elementen die essentieel zijn voor leven.”
Maar zelfs als de goede omstandigheden bestaan, hetgeen alleen op aarde en op geen enkele andere bekende plaats het geval is, dan nog bestaat er niet automatisch ook leven. In feite kunnen geleerden niet werkelijk uitleggen hoe er leven op aarde is verschenen, geen andere uitleg althans dan de conclusie dat leven werd voortgebracht door een intelligente Schepper.
De Technology Review van augustus/september 1979 vestigde hierop de aandacht. Het tijdschrift gaf toe dat er „een enorme kloof” gaapt tussen de chemische stoffen die voor het leven noodzakelijk zijn en zelfs de eenvoudigste „levende systemen die protocellen genoemd zouden kunnen worden”. Sommige geleerden hebben met gebruikmaking van hun intelligentie, vaardigheden en geavanceerde laboratoria een mogelijkheid kunnen schetsen hoe „prebiotische organische stoffen” (de chemische verbindingen die voor leven nodig zijn) op een primitieve aarde aanwezig zouden kunnen zijn. „Maar”, zo vervolgt het artikel, „hoe men van die fase vervolgens op een levend systeem komt dat in staat is informatie te vertalen en door te geven en op basis ervan te handelen . . . is wat Alexander Rich van M.I.T. ’het grote intellectuele struikelblok in de synthese van leven’ heeft genoemd.”
Waar is leven vandaan gekomen?
Naarmate het onderzoek over het leven zich voortzet, wordt het een steeds grotere vraag hoe leven oorspronkelijk op aarde kon ontstaan.
Sommige geleerden houden zich met het oog op deze vraag opnieuw bezig met een theorie die in 1908 door de Zweedse scheikundige Svante Arrhenius werd opgesteld. Men spreekt van de „theorie van de panspermie”. Deze theorie komt erop neer dat er wellicht bij toeval leven op aarde is ontstaan dank zij levende cellen die door het heelal zwerven en het proces hebben gestart. Terwijl zij de gedachte iets moderniseerden, hebben Leslie Orgel van het Salk Instituut en de Nobelprijswinnaar Francis H. C. Crick een „gedirigeerde panspermie” voorgesteld. Hun idee is dat een hogere beschaving elders in het universum bij wijze van experiment de aarde opzettelijk met leven kan hebben geïnfecteerd. Wat denkt u van die mogelijkheid?
Het wordt duidelijk, nietwaar, dat zulke theorieën de vraag van de oorsprong van het leven niet werkelijk oplossen. Ze omzeilen de kwestie door het probleem te verhuizen naar een verre uithoek van het universum, ondanks het feit dat geleerden niet hebben kunnen bewijzen (1) dat er elders planeten zijn, laat staan dat ze in staat zijn leven in stand te houden, (2) dat er beschavingen buiten ons zonnestelsel zijn en (3) dat er op andere planeten binnen ons zonnestelsel microscopisch leven is.
Verder laat de moderne vorm van deze theorie zien dat, bewust of onbewust, vele geleerden beseffen dat het bestaan van leven het gevolg moet zijn van de daad van een Intelligentie, die de bijbel identificeert als God.
In dit opzicht vertelt Albert Rosenfeld, die redacteur is van een wetenschappelijke rubriek: „Ik sprak over dit alles met een vriend, geen wetenschapsman, die ten slotte opmerkte: ’Als een vroege lezer van het boek Genesis ben ik niet zo verbaasd over de gedachte dat er Iemand is die ons hier op aarde heeft geplaatst. En als er zo’n magische, mysterieuze en krachtige intelligentie bestaat die zo totaal ieder menselijk begrip te boven gaat, kun je me dan één goede reden geven waarom ik niet God zou zeggen?’ Ik kon hem geen goede reden geven waarom niet.” — Saturday Review/World.
Hulp ontvangen van die Intelligentie daarginds
Eerder hebben wij opgemerkt wat een belangrijk motief is achter de speurtocht naar intelligent leven in het heelal: Velen die bij dit onderzoek betrokken zijn, hebben het idee dat als zij een dergelijk contact zouden kunnen leggen, wij op aarde erdoor geholpen zouden zijn. Herinnert u zich nog dat de astronoom Carl Sagan zei dat buitenaardse intelligenties ons zouden kunnen helpen een eind te maken aan voedseltekorten, oorlog en vervuiling? Men heeft gesuggereerd dat zelfs de dood zo overwonnen zou kunnen worden. Dit is bijzonder interessant, want de Intelligentie, de Schepper, naar wie alle bewijsmateriaal wijst, heeft bekendgemaakt dat het zijn voornemen is aan deze dingen nu juist een einde te maken.
Astronauten op de maan hebben boodschappen, zelfs beelden, teruggezonden naar de aarde. Het is dus niet verrassend dat de Schepper informatie kan overdragen op mensen en dat hij dit in het verleden heeft gedaan. Deze boodschappen zijn opgeschreven om bewaard te blijven en een wijde verbreiding te kunnen krijgen; ze worden in de bijbel aangetroffen.
Wij zagen reeds dat Dr. Robert Jastrow concludeerde dat wat er in de bijbel staat, overeenkomt met recente ontdekkingen van astronomen. En een dergelijke harmonie tussen de bijbel en de wetenschap beperkt zich niet tot de schepping van het universum. (Vergelijk Job 26:7; Jesaja 40:22.) Er bestaat daarom voor ons een goede reden om te onderzoeken wat de bijbel heeft te zeggen over de vraag wanneer en hoe de Schepper een einde zal maken aan vervuiling, oorlog en zelfs de dood. Wij dringen er bij u op aan om uw onderzoek naar datgene wat de bijbel over de Schepper te zeggen heeft, net zo ernstig op te vatten als geleerden hun speurtocht naar leven in het heelal.
[Inzet op blz. 12]
„Nu zien wij hoe het astronomische bewijsmateriaal leidt tot een bijbelse kijk op de oorsprong van de wereld”
[Inzet op blz. 12]
’Er is nog geen planeet buiten ons zonnestelsel ontdekt’
[Inzet op blz. 14]
Er bestaat een goede reden om te onderzoeken wat de bijbel heeft te zeggen