Zij wonen boven de poolcirkel — en vinden het prettig!
„KOM SNEL TERUG!”
Deze woorden op de voorpagina van de Noorse Finnmarken van 20 november 1980 waren tot de zon gericht.
De reden?
Wel, op die novemberdag verdween de zon onder de zuidelijke horizon van Vadsø — de plaats waarin de krant verschijnt — om zich gedurende de twee daaropvolgende maanden niet meer aan die hoog in het noorden gelegen Noorse stad te vertonen. En in nog noordelijker steden en dorpen, zoals Vardø, Baatsfjord, Berlevag en Hammerfest (de noordelijkst gelegen stad ter wereld), duurt de lange winternacht zelfs nog langer.
Wanneer de zon na haar lange afwezigheid hier weer terugkeert, wordt haar een warm welkom bereid! In het mijnstadje Kirkenes, dicht bij de Russische grens, gaan de schoolkinderen in optocht naar een berg om naar de zon te kunnen kijken. In Vadsø, waar de zon dan ongeveer vijf minuten door een opening tussen twee bergen heen schijnt, krijgen de schoolkinderen die dag vrij — de stad viert feest. Nog verder noordwaarts, in Vardø, dragen de kanonnen van de veertiende-eeuwse vesting Vardøhus met een donderend saluut tot de vreugde bij.
„We gaan weer de goede kant op, de zomer tegemoet”, zeggen de mensen — in januari.
Wanneer de zon niet ondergaat
De zaak heeft echter ook een zonniger kant. De reden voor de vreugde waarmee men in Vadsø in die donkere winterse januarimaand dat eerste glimpje van de zon opvangt, is de wetenschap dat dit glimpje zonlicht uitgroeit tot lange, heel lange dagen — van eind maart tot medio september — ja, zelfs tot een periode waarin de zon helemaal niet zal ondergaan — van half mei tot eind juli.
De meeste mensen wonen in de gematigde streken en de tropen, en hun levenstempo en het hele patroon van hun leven worden beheerst door het onveranderlijke ritme van de opkomende en de ondergaande zon. Maar boven de noordelijke poolcirkel — en ook in Antarctica bij de Zuidpool — wordt dit ritme in de loop van het jaar onderbroken.
Vanwege de scheve stand van de aardas is de Noordpool gedurende zes maanden naar de zon gekeerd, en koestert zich in immer durend daglicht, terwijl het aan de Zuidpool een half jaar lang nacht is. Dus als u het hele jaar op de Noordpool zou wonen, zou uw dag zes maanden duren, van 21 maart tot 23 september, gevolgd door een zes maanden durende nacht van ijzige koude en verblindende sneeuwstormen. Hoe verder zuidelijk van de Noordpool iemand woont, hoe korter de periode van de middernachtzon zal zijn. Bij de poolcirkel gekomen, gelegen op een afstand van 2600 km van de Noordpool, is er één dag per jaar waarop de zon de hele nacht niet ondergaat, en evenzo in de winter één dag waarop ze niet opkomt.
Wat de nacht draaglijk maakt
Nergens anders op aarde wonen zo veel mensen zo dicht bij de Noordpool als in Noorwegen. De poolcirkel deelt Noorwegen op een zodanige wijze in tweeën dat een derde deel van het land boven de poolcirkel ligt. Feitelijk ligt dit derde deel op dezelfde geografische breedte als de ijzige en bijzonder onaanlokkelijke gebieden van Groenland, Canada, Alaska en Siberië.
De warme Golfstroom, die noordwaarts langs de hele westkust van Noorwegen stroomt, schept in Noorwegen echter een gematigd klimaat dat nergens anders ter wereld zo ver naar het noorden wordt aangetroffen. De kustgebieden verheugen zich in zachte winters en koele zomers, en alle havens zijn ’s winters ijsvrij. Het land wordt doorsneden door talloze inhammen en fjorden, en langs de hele, ruim 19.000 km lange kustlijn liggen grote en kleine eilanden.
Van de Noorse bevolking van 4.000.000 personen woont ruwweg 10 procent ten noorden van de poolcirkel in de drie noordelijke provincies Nordland, Troms en Finnmark. Blijkbaar hebben mensen het al heel lang prettig gevonden in deze streken te wonen, want sporen van menselijke activiteiten wijzen erop dat op hetzelfde vroege moment in de geschiedenis dat de zuidelijke kustgebieden bewoond raakten, er ook al geharde vissers en jagers zich hier in het noorden vestigden. Thans zult u boven de poolcirkel stoere vissers en jagers aantreffen, alsook boeren, mijnwerkers, scheepsbouwers, zeelieden en heel wat fabrieksarbeiders.
Geboren optimisten?
Een Deense vrouw die jaren geleden naar het noorden verhuisde, zegt dat de bewoner van Noord-Noorwegen een geboren optimist is: „Tijdens een koude en natte zomer zal hij zeggen: ’We kunnen best nog een voortreffelijke herfst krijgen.’ En wanneer dat niet het geval blijkt, zegt hij: ’Ongetwijfeld hebben we straks een zachte, goede winter.’ Wanneer hij dan totaal ondergesneeuwd zit en er verblindende sneeuwstormen woeden, komt hij met de uitspraak: ’Het zal dit jaar vroeg lente zijn.’ En wanneer de lente aanbreekt met temperaturen onder nul, en het blijft sneeuwen tot de avond voor St.-Jan, dan staat het voor hem helemaal vast: ’Als de zomer pas zo laat komt, wordt het beslist een warme en mooie zomer.’”
Optimisten of niet, de mensen hier zijn over het algemeen opgeruimd van aard. Men hoort vaak een kwinkslag en op problemen wordt niet al te zeer de nadruk gelegd. Meestal zijn het openhartige, vriendelijke en edelmoedige mensen, en daarom antwoordde een bejaarde inwoner van Vadsø op de vraag waarom hij graag in het noorden woonde: „Vanwege de mensen. En de natuur. Het kijken naar de oceaan, het vissen in de rivieren, het beklimmen van de steile heuvelhellingen, het dwalen over het bergplateau —dat alles geeft je een ongekend gevoel van vrijheid.”
Een jongere arbeider van een visfabriek in Finnmark verklaarde: „Niets kan vergeleken worden met het vissen in een meer op het bergplateau. Het is er zo vrij en open. Ik zou het gevoel hebben dat ik stikte als er veel bomen om me heen zouden staan.”
„Licht is zoet”
Een schriftplaats die bijbelstudenten hier na aan het hart ligt, is Prediker 11:7: „Het licht is . . . zoet, en het is goed voor de ogen de zon te zien.” De schitterende pracht van de middernachtzon is echter niet alleen een lust voor de ogen — ze draagt bij tot een goede gezondheid.
„Als de donkere tijd nadert, komen de mensen om slaappillen”, vertelde Dr. Tore Ask uit Vadsø ons. „Velen lijden aan slapeloosheid; zij voelen geen natuurlijke vermoeidheid over zich komen, daar hun lichaam niet de natuurlijke prikkels van buitenaf krijgt die te kennen geven dat het tijd is om te gaan slapen. Het is de hele tijd donker — verschrikkelijk moeilijk om ’s morgens op te staan, en de hele dag zullen ze met het gevoel rondlopen dat ze moe zijn. Voor velen is het een zware belasting van hun zenuwen. Daar staat tegenover dat de lichte tijd de mensen op vele manieren opbouwt en hen helpt om de duisternis van de winter te verdragen.”
Dr. Ask, die uit het zuiden van Noorwegen afkomstig is, zegt dat hij zich onmiddellijk aangetrokken voelde tot het land en het licht: „Ik werd door de zon zo gestimuleerd dat ik in het geheel geen behoefte voelde om naar bed te gaan. En dat geldt voor iedereen. Er zijn zo veel dingen waaraan de mensen in die koortsachtig drukke zomerweken aandacht moeten besteden — in de tuin, in huis, aan een auto of een boot — dat ze tot lang na middernacht in het zonlicht doorwerken.”
Een licht dat nog zoeter is
Grethe (een Deense), haar man Karl-Erik (een Zweed) en het Noorse echtpaar Aashild en Öivind hebben bemerkt dat de openhartige, vriendelijke en gastvrije mensen ook gunstig reageren op een ander soort van licht — de zoete bijbelse boodschap dat de aarde spoedig in een paradijs zal veranderen. Als volle-tijdverkondigers van Jehovah’s Getuigen kwamen zij in januari ’75 naar het vissersplaatsje Baatsfjord. Er werd een gemeente opgericht, die slechts vijf jaar later al 25 ijverige verkondigers van de bijbelse waarheid telde.
„Behalve de 3000 inwoners van Baatsfjord omvat ons gebied ook vissersdorpen die hier 25, 50 en 70 km vandaan liggen”, zegt Aashild. „In de winter zijn de wegen afgesloten en maken wij gebruik van de stoomboot die een lijndienst tussen de verschillende kustplaatsjes onderhoudt. We vertrekken op zondagavond, gebruiken de hele maandag om in een dorp te prediken en bijbelstudies te leiden, en keren dan maandagavond met de boot terug.”
Over hun activiteit in de zomer merkt zij op: „Wij waren met een groep in een afgelegen gebied en gebruikten een kleine boot om de geïsoleerd liggende huizen te bereiken. De zon scheen en de mensen waren aan het werk, dus bleven wij hen bezoeken tot een half uur na middernacht.”
Ten noorden van de poolcirkel zijn in Noorwegen nu 29 gemeenten van Jehovah’s Getuigen met in totaal 570 verkondigers. Na de gemeente Hammerfest in het westen van Finnmark, is de gemeente Baatsfjord de noordelijkst gelegen gemeente van Jehovah’s Getuigen ter wereld. In heel Noorwegen zijn ongeveer 7000 Koninkrijksverkondigers.
Grethe en Karl-Erik, die uit Denemarken en Zweden afkomstig zijn, hebben het er wel eens over gehad de kale bergen van Finnmark te verlaten en een warmer plekje op te zoeken. „Er valt heel wat voor te zeggen om naar het zuiden te gaan”, verklaren zij, „maar wanneer we het er dan over gaan hebben naar welke plaats wij dan wel zouden moeten gaan, wordt het wat moeilijker. En het loopt steeds weer uit op een of ander plaatsje hier ten noorden van de poolcirkel. Hier voelen wij ons nuttig. Wij hebben de ruimte, wij hebben vrijheid en vrede in een prachtige omgeving, en er zijn hier een heleboel gastvrije mensen die geïnteresseerd zijn in de bijbelse waarheid.
Dus zullen wij hier wel blijven uitzien naar meer vroege lentes, warme zomers en zachte winters!”
[Illustratie op blz. 25]
Gedurende twee en een halve maand gaat de zon niet onder