Huishoudelijk werk — totaal verschillende opvattingen
„IK HEB een hekel aan huishoudelijk werk! En ik breng er ook bitter weinig van terecht.” „Een ondankbare, saaie taak die nooit meer al mijn tijd in beslag zal nemen.” Zo luidden twee antwoorden bij een recent internationaal opinieonderzoek, verricht onder vijftigduizend huisvrouwen. Van de deelneemsters stemde tien procent hiermee in.
Maar anderzijds beantwoorden velen aan de beschrijving van Julie, die iedere dag bij het ochtendgloren al haar bed uit is om haar dagelijks ritueel van het schoonmaken van haar huis te beginnen. Alles bij haar in huis blinkt. Haar vriendinnen benijden haar allemaal om de manier waarop alles eruitziet. Soms heeft Julie het gevoel dat zij wat meer belangstelling zou moeten hebben voor zaken buiten haar huishoudentje, maar zij zucht: „Ik ben toch in de eerste plaats huisvrouw, en we moeten een schoon huis hebben.” Zij streeft perfectie na.
Dit is een heel andere instelling dan bij degenen die ’een hekel hebben aan’ huishoudelijk werk. Wordt de gang van zaken bij u thuis door een van beide opvattingen bepaald? Kan een van beide juist genoemd worden?
Uw instelling tegenover het huishouden of die van uw partner, kan beslist een rechtstreekse invloed hebben op uw eigen comfort en geluk. Maar wat is nu een realistische kijk op datgene wat sommigen een „vloek” noemen en waarvan anderen zeggen dat het een van de „hoogste vrouwelijke deugden” is?
Een man was zojuist thuisgekomen van een zakenreis waarvoor hij een weekeind van huis was geweest, en hij kon zijn ogen haast niet geloven. De keuken zag eruit als een rampgebied — het fornuis stond vol met zwartgeblakerde potten en pannen, het aanrecht was beladen met stapels vuile borden, de vloer zat onder het vuil en vet.
Voorbij de keuken zag hij in de zitkamer overal kranten, flessen en speelgoed slingeren. Zijn twee kleine kinderen lagen te stoeien op een hoop vuil wasgoed. En te midden van die chaos zat zijn vrouw in een gemakkelijke stoel en met haar voeten op de tafel in alle rust te lezen. Zij zei: „Ik dacht zo, de beste manier om je eens te laten zien wat ik in vredesnaam de hele dag allemaal doe, is om het nu maar eens niet te doen.”
Ja, huishoudelijk werk is belangrijk! Wie van ons vindt het niet prettig om thuis te komen in een huis dat schoon, opgeruimd en netjes is? Vuil en viezigheid aan de andere kant zijn een bron van ergernis. Ze stoten af.
„Maar hoor nu eens, is het niet belangrijker dat een vrouw een kameraad voor haar man is en een beetje weet wat er in de wereld omgaat, dan dat zij haar hele leven een ’eenvoudige schoonmaakster’ blijft? Welbeschouwd is het toch gewoon niet eerlijk om te verwachten dat een persoon die met hersenen is begiftigd, al haar tijd besteedt aan huishoudelijk werk”, zeggen velen. Misschien vindt u dat ook wel.
Maar als u wilt dat het huishouden geen saaie taak wordt die al uw tijd opslokt, vraagt dat kundigheid en initiatief — geen geringe eis in deze tijd van mentale luiheid. Zoals een deskundige zegt: „De vrouw die beseft hoe belangrijk het is om het haar gezin geriefelijk te maken, met een prettig, schoon huis en goed voedsel, zal prompt aan de slag gaan en haar taken snel en efficiënt verrichten. En daardoor vindt zij meer tijd om een kameraad voor haar man en kinderen te zijn.”
Sommige huisvrouwen zijn in staat aan andere dingen te denken terwijl zij bezig zijn met bepaalde onderdelen van hun huishoudelijk werk waarbij weinig concentratie vereist is. Zo maken sommigen in hun geest al plannen voor wat zij de komende dagen zullen eten, organiseren hun werkschema voor die dag of denken na over geestelijke zaken.
Waarom beschouwen sommige vrouwen huishoudelijk werk als een belangrijke, waardige dienst? „Er zit iets persoonlijks in”, antwoordde een huisvrouw met 21 jaar ervaring. Zij legt uit: „Ik doe iets persoonlijks voor iemand anders. We leven in een wereld waarin zo veel onpersoonlijk is. Je ziet niet direct wat je werk aan goeds oplevert. Maar huishoudelijk werk beïnvloedt een ander rechtstreeks op een heel persoonlijke manier en je hebt er onmiddellijke voldoening van.” Vele ijverige huisvrouwen onderschrijven dit. Zij bezien hun werk in de huishouding als een „liefdewerk” voor hun gezin.
Dan is er ook het gevoel van tevredenheid over een taak die goed is behartigd. „Ik ken niemand die het huishouden iets vindt dat haar helemaal in beslag neemt, iets waarin ze zich kan waarmaken, iets dat een uitdaging vormt. Maar net als de dood en belastingen bestaat het nu eenmaal”, verklaart één moeder openhartig. Toch geeft zij toe: „Maar, weet je, wanneer het koper weer glimt en de tafels glanzen en het huis fris ruikt en het vuur in de haard zich weerspiegelt in de gewreven vloer, dan heb ik inderdaad een zelfvoldaan gevoel dat ik wat gepresteerd heb.”
Dat ’gevoel wat gepresteerd te hebben’ gaat gepaard met een gevoel van eigenwaarde en een goed geweten, omdat het niet nodig is altijd excuses aan te voeren voor de toestand waarin alles verkeert. Dit zijn allemaal voortreffelijke redenen waarom huishoudelijk werk niet als een „ondankbare, saaie taak” bezien moet worden.
Maar wat valt er te zeggen over personen als Julie die een perfect smetteloos huis moeten hebben?
Wie zegt dat je van de vloer moet kunnen eten?
„Jaar in jaar uit zijn de bedreigingen over ons uitgestort dat als wij niet een ’wittere’ was, knisterend schoon haar, een smetteloze vloer, een glinsterende auto hebben”, zo klagen twee Amerikaanse hoogleraren over sommige van de reclamespots, „dan beantwoorden wij niet aan de juiste (door Madison Avenue opgelegde) maatstaven.” Deze deskundigen beweren dat „properheid als een statussymbool” een enorme vraag heeft veroorzaakt naar produkten die ons milieu verontreinigen en vele vrouwen heeft aangedreven „tot haast fanatieke inspanningen om hun gezinnen, hun huis en zichzelf schoon te houden”.
Bovendien zijn sommige vrouwen grootgebracht met de gedachte dat het verzorgen van hun huishouden een van de grootste vrouwelijke deugden is. Deze vrouwen zijn bezeten van de idee dat hun huis smetteloos moet zijn — ongeacht hoeveel tijd hun dat kost.
„Er bestaat geen doeltreffender manier om uw gezin en uzelf ongelukkig te maken”, verklaart het boek How to Run Your House (Hoe uw huishouding te voeren), „dan ervoor te zorgen dat het huis zo vlekkeloos is dat iedereen bang is om op een stoel te gaan zitten of een tafel aan te raken of met schoenen aan de kamer door te lopen.” Natuurlijk moet deze opmerking niet worden opgevat als een excuus voor een huisvrouw om niet ijverig te zijn in het schoonhouden van haar huis, maar vergeet nooit waarom u het doet — om het uw gezin behaaglijk te maken. Beroof hen dus niet van hun vrede door overmatig pietluttig te zijn.
De invloedrijkste man die ooit op aarde heeft gewandeld, wiens uitspraken voor miljoenen gezag hebben, maakte duidelijk wat de evenwichtige kijk op huishoudelijk werk is. Terwijl hij de gast was van twee zusters, werd hij geconfronteerd met deze misnoegde klacht: „Heer, laat u het onverschillig dat mijn zuster mij alleen heeft gelaten om voor alles te zorgen? Zeg haar daarom dat zij mij komt helpen.” Maria was aan Jezus’ voeten gaan zitten en ’bleef luisteren naar zijn woord’ en haar zuster Martha moest het huishoudelijke werk behartigen — de maaltijd klaarmaken. Martha vond kennelijk dat dit haar belangrijkste taak was. Maar Jezus was het daarmee niet eens, zoals zijn woorden toonden: „Martha, Martha, gij zijt bezorgd en verontrust over veel dingen. Toch zijn maar weinig dingen nodig, of maar één. Wat Maria aangaat, zij heeft het goede deel gekozen, en het zal haar niet worden ontnomen.” — Luk. 10:38-42.
De geestelijke zaken die hij onderwees, waren belangrijker dan een maaltijd met „veel dingen”. Jezus toonde dat slechts „weinig dingen . . . of maar één”, misschien slechts één eenvoudig gerecht, alles was wat „nodig” was. Met andere woorden, doe wat „nodig” is, zodat u tijd hebt voor meer hooggestemde zaken. Hoe belangrijk is het dat huisvrouwen in onze tijd dat blijven bedenken! Maar hoe kan men dat evenwicht bereiken?
Een evenwichtige instelling ontwikkelen
Stel ten eerste vast wat prioriteit heeft. Wat moet eerst komen — het huis of degenen die er wonen? Zijn uw eigen maatstaven zo hoog dat anderen zich onbehaaglijk voelen? Eén huisvrouw concludeerde: „Verschaf je gezin eenvoudig, voedzaam eten, schone bedden, schone kleren, en een huis dat schoon genoeg is om je er prettig te voelen. Al het andere is niet verplicht.”
U zult nooit al het huishoudelijke werk klaarkrijgen. Er is altijd wel iets te doen. Beslis dus hoeveel tijd u eraan wilt besteden. Doe dan ijverig zoveel als u me uw tempo aankunt. Naar verluidt besteden sommige vrouwen gemiddeld per dag slechts één uur aan het op orde brengen van hun huis. Anderen kost het misschien meer tijd, afhankelijk van de leefgewoonten van hun gezin, hun eigen mogelijkheden kracht en omstandigheden.
Erken uw eigen beperkingen. Zoals één ervaren huisvrouw zei: „Zoals het met geld is, zo is het ook met onze tijd en energie, we kunnen niet overbesteden. Als we dat proberen, zullen we toch vroeg of laat de rekening gepresenteerd krijgen. We kunnen slechts tot zo ver en niet verder gaan.”
Sommige andere huisvrouwen hebben echter te kampen met een andere werkelijke zwakheid in de menselijke aard — luiheid. Iemands instelling tegenover huishoudelijk werk kan hier sterk door gekleurd worden. De uitvluchten van een lui persoon zijn welbekend. De bijbel vermeldt hoe de luie zegt dat er gewoon te veel problemen zijn die hem van zijn werk afhouden, het is als een „stekelhaag” voor hem. Of hij is gewoon te „moe” om zich nog verder te kunnen inspannen (Spr. 15:19; 26:15). Als u dit soort neigingen bij uzelf opmerkt, doe er dan iets aan. „Grote luiheid” kan een geruïneerd huis tot gevolg hebben — in vele verschillende opzichten! — Pred. 10:18.
„Maar hoe moet ik uitmaken of mijn huidige aanpak evenwichtig is of niet?” zouden sommigen kunnen denken. Laat ons als hulp een ideale huisvrouw beschouwen die staat beschreven in de bijbel, in Spreuken hoofdstuk 31.
Een ideale huisvrouw — een verrassende beschrijving
De moeder van een koning in de oudheid schilderde een levendig beeld van een ideale huisvrouw. Dit goddelijk geïnspireerde beeld ’corrigeerde’ zelfs het denken van de koning. Het is waar dat deze „bekwame vrouw” beschreven wordt als een vrouw die „waakt over de gang van zaken in haar huisgezin” en die veel doet van wat sommigen typisch „vrouwenwerk” vinden, zoals koken en het maken van kleren. Toch waren haar belangstelling en prestaties niet tot het huis beperkt. — Verzen 10, 15, 21, 22, 27.
Zij besteedde bijvoorbeeld veel zorg aan haar inkopen, en haalde haar voedsel „van verre”. Zij verkocht haar thuis gemaakte artikelen aan kooplui. Zij voerde zelfs transacties uit waarbij aankoop van grond betrokken was, en plantte een wijngaard — geen kleinigheden! Ja, van de elf specifieke taken waarin zij hier geportretteerd wordt, vallen er zeven buiten haar huis. Zij was inderdaad geen vrouw die zat „vastgeketend aan een emmer en een dweil”! — Verzen 13, 14, 16, 18, 24.
Haar leven werd niet totaal in beslag genomen door haar huishouden. „Haar handpalm heeft zij naar de ellendige uitgestrekt, en haar handen heeft zij naar de arme uitgestoken.” Zij hield zich ermee bezig anderen te helpen, zelfs degenen die niet tot haar gezin behoorden. — Vers 20.
Een dergelijke vrouw was moeilijk te vinden, maar eenmaal gevonden, was haar waarde niet in geld uit te drukken, ’haar waarde ging die van koralen ver te boven’. Ja, kostbaar rood koraal, dat lange tijd is begeerd voor juwelen en algemene decoratieve doeleinden, was als niets vergeleken met dit „juweel” van een vrouw! Een ijverige, evenwichtige huisvrouw, die niet „het brood der luiheid” eet en die ook nog belangstelling heeft voor zaken buiten het huis waarvan het gezin en andere behoeftigen in materieel of geestelijk opzicht voordeel trekken, is nu nog net zo kostbaar. — Verzen 10, 27.
Maar wat gebeurt er wanneer een huisvrouw een full-time baan buitenshuis moet aannemen?
Werkende vrouwen — een veranderd beeld
„We hebben het inkomen uit mijn baan nodig, maar ik zou wat graag thuisblijven bij mijn kind”, was de klacht van één huisvrouw. „Het valt lang niet mee om te proberen vrouw, moeder en huisvrouw te zijn als je al acht uur gewerkt hebt.” Zij brengt hiermee het probleem onder woorden van een toenemend aantal vrouwen.
Wanneer de vrouw echter een aantal uren buitenshuis werkt, net zoals haar man zijn werkdag heeft, dan bestaat er een werkelijke noodzaak voor begrip en hulp van de rest van haar gezin. „Ik ben erg fortuinlijk”, roemde een jonge huisvrouw met een volledige baan, „omdat ik een man heb die van mening is dat niet de ene volwassene moet opruimen wat de andere volwassene laat slingeren, en dat huishoudelijke taken gedeeld moeten worden.” Ook de kinderen kunnen en moeten helpen. Dit geldt vooral als zij worden grootgebracht door één ouder die full-time moet werken.
Als anderen in het gezin niet te veeleisend zijn, maar in plaats daarvan een handje meehelpen, gaan zij dat gezamenlijk verrichte werk nog leuk vinden ook. Eén huisvrouw schreef: „Iedere dag boent mijn man het bad nadat hij zijn douche heeft genomen. Na het eten maakt hij de vaat schoon terwijl ik het fornuis en het aanrecht schoonmaak en de restjes wegberg . . . Drie avonden terug heeft mijn man staan strijken, terwijl ik het eten stond klaar te maken. Wij konden daarbij praten over wat wij die dag hadden beleefd, terwijl wij ons werk deden. . . . Wij koken vaak samen en maken daar iets leuks van — drinken er een glas wijn bij en praten. Als ik het huishouden alleen zou moeten doen, weet ik zeker dat ik het saai zou vinden.”
Een dergelijke echtgenoot bewijst door zulke hulp niet alleen zijn liefde voor zijn vrouw, maar toont ook consideratie voor haar als een „zwakker vat, het vrouwelijke”, zoals de bijbel haar noemt. — 1 Petr. 3:7.
Een evenwichtige kijk brengt vreugde
„Het is een kwestie van evenwicht”, concludeerde een ervaren huisvrouw. „Je instelling kan niet te preciezig zijn, of het wordt onbehaaglijk. En als je te slordig bent, is dat ook voor beide partijen irritant. Zelf ben je geïrriteerd door een schuldgevoel vanwege nalatigheid en het gezin is geïrriteerd omdat het vuil nog een dag verduurd moet worden.”
Een juist evenwicht schept een huis dat zo schoon mogelijk is, maar waar een ontspannen sfeer heerst. Houd dus huishoudelijk werk waar het hoort — niet op de eerste plaats maar ook niet op de laatste. Evenwichtigheid is het sleutelwoord, of zoals de bijbel het beginsel onder woorden brengt: „Uw redelijkheid worde aan alle mensen bekend.” — Fil. 4:5.