„Wij woonden boven op een tijdbom”
Een gezin vertelt over de gevaren van het wonen aan het beruchte Love Canal
HONDERDEN mensen stonden nerveus in de rij en verduurden de drukkende hitte. Haast geen zuchtje frisse lucht drong door in het benauwde schoolgebouw dat nu als nood-onderzoekcentrum dienst deed. Men vreesde het ergste.
Vrouwen huilden. Kinderen gilden wanneer er een naald in hun huid werd gestoken om een bloedmonster te nemen. Allen zagen op tegen de uitslag. Zouden er in hun bloed chemische verontreinigingen worden aangetroffen?
Onder hen bevonden zich Jean Guagliano en haar vier kinderen. Haar man lag in het ziekenhuis na een zware operatie te hebben ondergaan. Zijn toestand was kritiek. Twee van haar kinderen huilden. Smekend om gerustgesteld te worden riep de vijfjarige Frankie steeds weer: „Ik ben bang, mammie, ik ben bang!” De vorige dag was verklaard dat de lekkende dumpplaats — Love Canal — naast hun huis „een ernstige bedreiging voor [hun] gezondheid” was.
„Het was alsof alles een droom was — een of andere afschuwelijke nachtmerrie”, zei Jean.
Maar die vijf uur dat zij in de hitte en de verwarring moest wachten, dacht zij onwillekeurig terug aan de vreemde dingen die in de acht jaar dat zij aan Love Canal hadden gewoond, waren gebeurd.
Vreemde voorvallen
De kinderen speelden graag op de dumpplaats. „Herinner je je die ’vuurkeien’ nog?” vraagt de moeder. „Nou en of”, antwoordt Michael. „We gooiden ze tegen beton en dan gaven ze een heldere flits. Het was wat leuk. Maar het raarste op de dumpplaats was toch wel de manier waarop hier en daar de grond steeds van kleur veranderde. Eerst was hij roze, dan rood, paars, oranje, groen — zelfs blauw!”
Maar er waren eigenaardigheden die ernstiger van aard waren — de verstikkende stank die haar deed kokhalzen als zij de kinderen over het Canal naar school bracht; de onstuitbare zwarte schimmel die door de muren heen kwam; de zielige hond uit de buurt wiens zwarte neus was weggebrand tot een ziekelijk roze stompje; het feit dat de voeten van de kinderen regelmatig onder de blaren zaten en vervelden als zij weer barrevoets over de dumpplaats hadden gelopen; en haar voortdurende aanvallen van hoofdpijn.
Haar achtjarige dochter moest telkens weer in het ziekenhuis worden opgenomen — vaak op de intensive care afdeling. Uiteindelijk moest zij geopereerd worden vanwege een ernstige nier- en blaasaandoening. En toen Frankie op een keer lag te slapen bij een luchtrooster waardoorheen dampen uit het souterrain omhoogkwamen, stokte zijn ademhaling plotseling, waarna hartstilstand intrad. Alleen snel ingrijpen door een team van doktoren redde zijn leven.
Ook haar buren leden aan allerlei kwalen. Miskramen, misvormd geboren baby’s, astma, chronische huiduitslag, kanker en gezwellen waren alledaagse onderwerpen van gesprek. Ten slotte bereikten de gebeurtenissen een crisis.
De noodtoestand afgekondigd
Op 2 augustus 1978 werd door de Commissaris voor de Volksgezondheid de noodtoestand afgekondigd voor Love Canal. Dit besluit leidde tot de bloedonderzoeken. Terwijl Jean en de kinderen na deze beproeving weer naar huis liepen, dachten zij na over hun toekomst. De gezondheidsdienst adviseerde alle zwangere vrouwen en allen die kinderen onder de twee jaar hadden, „hun huis zo spoedig mogelijk te verlaten”. Maar Frank, haar man, lag nog steeds in het ziekenhuis.
Analyses van de lucht die het gezin inademde, bevestigden het gevaar. In hun huis werd de aanwezigheid aangetoond van negen gassen waarvan wordt vermoed dat ze kankerverwekkend zijn! „Maar hoeveel is er van elk van die dampen aanwezig?” drong Jean aan. De beambte antwoordde zakelijk: „Onze instrumenten geven meer dan 300 aan.”
„Maar wat betekent dat dan?” antwoordde Jean, nu zo bevreesd dat ze haar tranen nauwelijks kon bedwingen. „Wel, nul is veilig”, bekende de beambte, „maar sommigen van uw buren hebben meer dan 1000!”
Het onvermijdelijke drong tot het gezin door. Maar net als zovelen, konden zij nergens heen. Bovendien waren de meesten vanwege de hypotheek op hun huis niet in staat ook nog eens ergens anders huur te betalen. Verkoop van hun huis scheen hopeloos — wie zou het willen kopen? En nog altijd woonden zij boven op een chemische beerput waarvan de werking reeds tot in hun huizen reikte en misschien zelfs in hun lichaam.
Om paniek te voorkomen belegden regeringsfunctionarissen bijeenkomsten met de bewoners. Tegen die tijd was Frank uit het ziekenhuis ontslagen, en hij vergezelde Jean naar deze bijeenkomsten.
„Jullie laten ons sterven!”
De spanning was duidelijk merkbaar toen de regeringsfunctionarissen aankwamen. Vele wachtenden waren helemaal in de war en verdoofd door vrees. Velen zaten daar met roodbehuilde ogen. Moeders, met hun kinderen tegen zich aangedrukt, lieten hun tranen de vrije loop.
„Sommige mensen schreeuwden en balden hun vuisten”, zei Frank, „terwijl anderen smeekten.” De functionarissen probeerden hen gerust te stellen door te beweren dat er geen direct levensgevaar was. Eén vrouw wees naar het Canal en gilde: „Alles wat daar zit, zit nu in ons!” Een andere vrouw ging een functionaris te lijf. Zij had al haar vierde kind door een miskraam verloren.
„Jullie laten ons sterven!” schreeuwde een man. „Jullie kijken gewoon toe hoe wij allemaal doodgaan!” Er kwam echter wel financiële steun van de regering en bij benadering 240 huizen zouden worden aangekocht en geëvacueerd.
Spoedig begonnen de mensen te vertrekken, eerst druppelsgewijs en toen massaal. De Guagliano’s behoorden tot de laatsten die gingen. Tot hun vertrek woonden zij nu achter een bijna twee en een halve meter hoge afrastering die de regering had opgetrokken om een gebied van zes blokken van de buitenwereld af te sluiten. „Twee maanden lang leefden wij achter dat groene rasterwerk”, voegde Jean eraan toe. „Het was een griezelig idee te weten dat de gevaren er nog steeds waren, maar dat je er niet aan kon ontkomen.”
Een voor een werden de huizen van hun buren dichtgespijkerd. „Voordien waren er heel wat geluiden in de buurt”, zei Frank. „Spelende kinderen, elektrische grasmaaimachines, auto’s — maar plotseling werd het stil, te stil. Het was net een dodenstad.” Toch zou de meest huiveringwekkende ontdekking nog komen.
Wat ligt er nu werkelijk in het Canal?
Er werden proefgaten gegraven, niet alleen om te analyseren welke chemicaliën er in de grond zaten, maar ook om een deel daarvan in greppels te laten lopen. Al direct werden meer dan 80 verschillende chemicaliën ontdekt. De plaatselijke verslaggever Michael Brown beschrijft in zijn boek Laying Waste: The Poisoning of America by Toxic Chemicals (1980) het gevaar van die bestanddelen:
„Wij weten nu dat de in het kanaal gedumpte vaten een waar chemisch heksenbrouwsel bevatten, verbindingen met een werkelijk opmerkelijke giftigheid. Er waren oplosmiddelen die het hart en de lever aantasten, en overschotten van bestrijdingsmiddelen die zo gevaarlijk zijn dat de verkoop ervan nadien door de regering aan beperkingen is onderworpen of helemaal is verboden; van sommige bestaat het sterke vermoeden dat ze kanker veroorzaken.”
Naar verluidt heeft Hooker Chemical toegegeven een 180 ton trichloorfenol (TCP) te hebben gedumpt: een chemisch afvalprodukt dat bij de synthese van bepaalde plantenverdelgingsmiddelen over blijft. ’En wat dan nog. Dat is toch gewoon weer een chemische stof’, denkt u wellicht. „Maar wij werden al spoedig ’chemische experts’”, onthulde Jean. „Wij kwamen erachter dat wanneer er TCP wordt gevormd, er ook vaak dioxine ontstaat.”
„Dioxine is zo giftig”, onderbreekt Frank haar, „dat één ons van dat spul in de drinkwatervoorziening van New York de hele stad zou uitroeien! „Wanneer het onzichtbare, reukloze gas in contact komt met de huid, treedt er letsel op, en zelfs in microscopische hoeveelheden kan het kanker en gebreken bij nog ongeboren kinderen veroorzaken. Er is geen geneesmiddel of tegengif bekend. De spanning liep hoog op toen arbeiders drainagegreppels begonnen te graven en deze dichter bij het Canal zelf kwamen. Zouden zij een oud vat lekstoten en aldus een explosieve wolk van giftige chemicaliën opjagen?
„We hebben het gevonden”, waren de schrikwekkende woorden van Dr. David Axelrod, een van de gezondheidsdeskundigen. „Dioxine, in een drainagegreppel achter de 97ste straat” — de straat waarin de Guagliano’s woonden! Vooral het feit dat een deel van de naar schatting 59 kilo dioxine zich vanuit de dumpplaats verspreid had, was bijzonder vreesaanjagend. Want als de armen van een reusachtige octopus hadden ondergrondse rivieren of bronnen de chemicaliën, inclusief het dioxine, over aanzienlijke afstanden van het Canal meegevoerd, in enkele gevallen in hoge concentraties. „En wij woonden precies op een van die ’natte’ gedeelten”, zei Jean.
Paniek!
Opnieuw barstte er in de straten massahysterie los, omdat nieuw bewijsmateriaal een toename aantoonde in het aantal misvormd geboren baby’s, miskramen en tal van andere ziekten bij hen die in de ’natte’ gebieden buiten de afrastering woonden, de gebieden die volgens de regeringsfunctionarissen „veilige” gebieden waren. Gezondheidsfunctionarissen waarschuwden vrouwen in het gebied nu om gedurende ten minste zes maanden nadat zij het gebied verlaten hadden, niet in verwachting te raken.
Tieners, met hun hele leven nog voor zich, werden gekweld door de vraag wat voor kinderen zij in de toekomst zouden voortbrengen. Zouden hun kinderen net zo hulpeloos misvormd zijn als dat ene kindje dat in Love Canal was geboren met een opening in het tussenschot van haar zwakke hartje, beenuitwassen die haar neus afsloten, misvormde oorschelpen en een gespleten verhemelte en dat verder nog gedeeltelijk doof en zwakzinnig was?
De weken kropen voorbij. Het werd duidelijk dat nog honderden andere huizen in gevaarlijk gebied stonden, en er werd bitter weinig economische hulp geboden. Overal heerste een gevoel van hopeloosheid.
„Na zo vaak voorgelogen en misleid te zijn, geloven sommige bewoners dat je geen vertrouwen meer kunt stellen in de regering of in wat dan ook”, vertelde één bewoner. „Wat dan ook” omvatte vaak zelfs religie, zoals bleek uit de volgende woorden van deze bewoner. „Ik keer mij af van de kerk, en het kan me niets schelen welke religie het is.” Niet dat zij atheïst werden, maar, zoals Jean uitlegde: „Sommigen zeiden dat zij zich door God in de steek gelaten voelden. Zij hadden gebeden en toch kwam er geen hulp opdagen. Velen gingen derhalve niet meer naar de kerk. Anderen waren zo afgemat en bezorgd om weg te komen, dat zij religie eenvoudig naar de achtergrond drongen.” De enige werkelijke „hoop” voor velen was geld, zoals één bewoner openlijk toegaf: „Geld is leven. Geld schept de mogelijkheid om hier weg te komen!”
Het gezinsleven leed onder de gang van zaken. „Mijn gezin valt uiteen”, bekende één bewoonster, „en overal hoor je van echtscheidingen. Mijn man is zo wanhopig: Hij kan niets doen om ons hieruit te krijgen, niets doen om zijn gezin te beschermen, en dat vreet aan hem. Dat vreet aan iedereen.”
Zelfmoorden en zenuwinstortingen kwamen naar verluidt in het gebied 27 maal zo vaak voor als normaal. „Een van degenen die voor ’de gemakkelijke uitweg’ kozen, woonde acht deuren verder. Ze was gebroken toen haar werd verteld dat zij haar huis zou verliezen”, zei Jean. „Ze verloor alle hoop”, voegde Frank eraan toe, „en verscheidene maanden later maakte zij een eind aan haar leven door in het ravijn bij de Niagara watervallen te springen.”
Vervolgens ging Jean, nadenkend over de gebeurtenissen, ernstig verder: „Dat niet-weten-wat-je-te-wachten-staat was een enorme emotionele belasting voor iedereen, maar velen hadden net als zij geen werkelijke hoop voor de toekomst. Het was zuiver onze op de bijbel gebaseerde hoop als Jehovah’s Getuigen, de wetenschap dat Jehovah spoedig ’degenen zal verderven die de aarde verderven’ en onze aardbol tot een prachtig paradijs zal maken, die ons erdoorheen bracht. Die hoop hield onze geest gezond.” — Openb. 11:18; Luk. 23:43.
’Hoe kunt u anderen aanmoedigen?’
„Eén buurvrouw kwam dagelijks ’uithuilen’”, vertelde Jean. „Als ik haar probeerde op te beuren, zei ze gewoonlijk: ’Jean, jij gaat door dezelfde hel. Ik begrijp niet hoe jij anderen kunt aanmoedigen.’” Jean onthulde toen wat haar hele gezin op de been hield. „Ik vertelde haar dat het kwam door mijn geloof in Jehovah God. Wij bleven ons als gezin verlaten op ons geloof en op de verzekering die God in de bijbel geeft dat hij degenen zal schragen die hem aanbidden en hun last — ongeacht hoe zwaar die is — op hem werpen.” — Ps. 55:22.
„Het was inderdaad ons geloof dat ons als gezin verenigd hield”, beklemtoonde Frank. „De gezinsband is bij ons hechter geworden, terwijl in veel andere gezinnen iedereen hysterisch was en de band werd verbroken. Ja, volgens de plaatselijke Homeowners Association vielen vier van elke tien gezinnen die uit het gebied wegtrokken, uiteen. Toch was het beslist niet gemakkelijk om het hoofd te bieden aan de druk.”
„Toch een potje zitten huilen”
„Er waren heel wat keren dat het huilen me nader stond dan het lachen”, bekende Jean, „maar hoe meer ik anderen, en zelfs onze kinderen, aanmoedigde om op God te vertrouwen en hem om kracht te bidden des te meer kracht ontving ik. Dan stond ik daarbij stil en bedacht: ’Ja, ik verlaat me werkelijk op Hem.’”
„Maar toen het aanbod van de regering kwam om ons huis te kopen”, voegde Frank eraan toe, „en wij zagen hoe weinig wij zouden krijgen, en het tot ons doordrong dat nu alles voorbij was, toen hebben wij allemaal echt toch een potje zitten huilen. O, hoe had de regering verwachtingen opgebouwd! Maar de schikking betekende dat wij financieel diep in de put kwamen te zitten.”
De toekomst met vertrouwen tegemoet gezien
Veel bewoners waren emotioneel gebroken door deze ervaring. Voor hen was hun toekomst geruïneerd. Er werden maatschappelijk werkers naar het gebied gezonden om aan het stijgende aantal zelfmoorden een halt toe te roepen.
Een maatschappelijk werkster die van de moeilijkheden van de Guagliano’s had gehoord, sprak Jean aan en was verbaasd over haar optimisme. „Maar uw problemen zijn heel ernstig!” gaf de vrouw te kennen. „Dat weet ik”, antwoordde Jean, die uitlegde waarom zij de kwestie zo kon bezien. Na een kort gesprek barstte de maatschappelijk werkster in tranen uit en zei: „Ik zou u moeten aanmoedigen, maar u inspireert mij! U hebt uzelf werkelijk goed in de hand en u bezit een innerlijke kracht.”
Ja, deze innerlijke kracht vervulde zelfs hun kinderen die toch veel moesten verduren. Toen Lisa besefte wat misschien de oorzaak van haar nierkwalen was, vroeg zij haar moeder nerveus: „Als die chemicaliën in me zitten, hoe raak ik ze dan weer kwijt?” Toch putte dit jonge meisje werkelijke kracht uit haar eigen persoonlijke bijbelstudie en gebeden, en moedigde ze een klasgenootje aan die aan dezelfde kwalen leed: „Maak je maar geen zorgen over Love Canal, want Jehovah zal alles in de nieuwe ordening weer goedmaken!”
Het was deze kostbare hoop die dit gezin het vertrouwen gaf de nachtmerrie die zij doormaakten, te verduren. Het drama van Love Canal is zelfs nu nog lang niet achter de rug. In mei 1980 werd beslist dat nog eens meer dan 700 gezinnen moesten verhuizen. Er is aangetoond dat bij sommigen van de ongelukkige slachtoffers de chromosomen beschadigd zijn.
Is Love Canal de enige dumpplaats van chemisch afval waar vergiften in alle stilte de huizen en het leven van onwetende slachtoffers binnensijpelen?
[Grafiek op blz. 7]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
MAAKTE LOVE CANAL ENIG VERSCHIL?
AANGEBOREN MISKRAMEN
AFWIJKINGEN (per 100
(per 100 geboorten) zwangerschappen)
21,1
Medische geschiedenis
van 97 gezinnen
aan het Canal
8,9
8,1
Resultaten van een
regeringsonderzoek
in 1978
2,0
Voordien In de Voordien In de
periode aan periode aan
het Canal het Canal
[Illustratie op blz. 8]
„GEVAAR — NIET BETREDEN”
[Illustratie op blz. 11]
De Guagliano’s met hun twee aan het Canal geboren kinderen. ’Onze op de bijbel gebaseerde hoop hield onze geest gezond’