Maak kennis met de Negrito’s
Door Ontwaakt!-correspondent op de Filippijnen
DIE kans werd een groepje van ons onlangs geboden. Wij konden kennismaken met de Negrito’s in de bergen achter de reusachtige Amerikaanse Militaire basis in Angeles, ten noorden van Manila.
Wie zijn de Negrito’s? Een vriendelijk volk dat voornamelijk op het Filippijnse eiland Luzon wordt aangetroffen. Het is een pygmeeënras, hun gemiddelde lengte is nog geen 1,50 meter, en zijn hebben een donkere huid. Zij vertonen negroïde kenmerken; vandaag de naam „Negrito” („negertje”).
Niemand weet waar de Negrito’s vandaan zijn gekomen of wanneer zijn zich op de Filippijnen vestigden. Er zijn tegenwoordig nog zo’n 25.000 Negrito’s. Sommigen leiden in de bossen en bergen een zeer eenvoudig bestaan, terwijl anderen geleidelijk opgaan in het leefpatroon van hun buren in de lager gelegen gebieden.
Hun levenswijze
De groep die wij bezochten, is een min of meer geregeld leven gaan leiden. Zij wonen in kleine hutten die gemaakt zijn van gras en bamboe en alles wat hun buren niet meer konden gebruiken. Wij vonden het interessant hutten te bekijken waarvan het vloeroppervlak niet meer dan 0,9 bij 1,2 meter bedroeg! Zij gaan westers gekleed.
In andere delen van het land leiden de Negrito’s een minder gecompliceerd bestaan. Zij worden als „uiterst mobiel” beschreven en leven in familiegroepen van zo’n 10 tot 50 personen bij elkaar, terwijl zij constant door de bossen en over de bergen rondzwerven op zoek naar wild en in het wild groeiende vruchten en groenten. ’s Nachts bouwen zij een afdak om onder te slapen, maar zij zullen nooit langer dan een paar dagen of weken op één plaats blijven. Hun kleding is eenvoudig: een lendendoek voor de mannen en een korte wikkelrok voor de vrouwen, beide vaak uit bast vervaardigd.
Door hun leven in de bossen is het waarnemingsvermogen van de Negrito’s zeer sterk ontwikkeld. John Garvan, een Ierse geleerde die verscheidene jaren onder hen heeft vertoefd, berichtte dat zij op grote afstand de geur van vruchten konden bespeuren. Zij beweerden zelfs aan de veranderde lichaamsgeur te kunnen merken of iemand ziek werd, en zeiden te kunnen ruiken welk soort vlees iemand gegeten had! Ook hun gehoor is heel scherp. De Negrito’s bezitten eveneens een goed richtingsgevoel en schijnen instinctief te weten wanneer er wild in de buurt is.
Kenmerkend voor de Negrito’s is hun grote bedrevenheid in het hanteren van pijl en boog. Een deskundige die de museumcollecties kent, heeft gezegd dat hun arsenaal aan pijlen het hoogst ontwikkeld ter wereld moet zijn. De Aëta van Zambales gebruiken zo’n 50 verschillende soorten pijlen — één voor wilden zwijnen en herten, één voor vleermuizen, één voor vissen, enzovoort.
Negrito’s die nog steeds in de bossen wonen, houden er met betrekking tot hun persoonlijke verschijningen en opsmuk ongewone ideeën op na. Sommigen maken littekens over hun hele lichaam om „mooi te lijken”. Anderen dragen ringen om armen en enkels, terwijl weer anderen hun tanden zwart verven en er hoeken afslaan om er met gepunte tanden „knapper uit te zien”.
Toen wij een nederzetting van Negrito’s in de buurt van het Filippijnse dorp Sapangbato binnenkwamen, werden wij zeer vriendelijk ontvangen. Op weg naar het dorpshoofd lachten ons kleine zwarte gezichten vanuit de hutten toe. Hij en de methodistische predikant — zelf een Negrito — wilden er heel graag tijd aan besteden om met ons te praten over de belangrijke bijbelse boodschap die wij brachten.
Een vriendelijk volk
Evenals anderen waren ook wij onder de indruk van de vriendelijkheid van deze kleine mensen. Het is waar dat de oude kronieken hen een oorlogszuchtig ras noemen. Er bestaan verhalen dat verschillende stammen elkaar hebben bestreden om gebied en dat de overwinnaars uit de schedels van hun verslagen dronken. Anderen vertellen hoe de Negrito’s van Laguna zich vroeger aan afpersing schuldig maakten. Naar verluidt maakten deze Negrito’s op gezette tijden hun opwachting bij de Tagalogs in de lager gelegen gebieden en eisten een „bijdrage” voor de „bescherming” die zij hun hadden geboden. Wanneer zij die niet kregen, namen zij een aantal hoofden mee.
Hedendaagse onderzoekers beweren echter met stelligheid dan de Negrito heel vriendelijk van aard is. Men zegt dat deze mensen nooit tegen elkaar liegen. Ook koesteren huwelijkspartners echte genegenheid voor elkaar. Zij houden van hun kinderen en tonen respect voor de bejaarden. In het bos is hun enige bestuurvorm — of wat daar dan ook nog het meest op lijkt — de raad en leiding van de oudste binnen de groep.
De religie van de Negrito’s
Wij hadden de belangstelling voor de religieuze achtergrond van onze nieuwe kennissen. Zij vertelden ons dat zij methodist waren. Vroeger waren zij echter katholiek geweest. Sommigen konden zich nog de tijd herinneren dat zij tot geen enkele sekte van de christenheid behoorden. Zij hadden slechts vage herinneringen aan de destijds bij de Negrito’s bestaande aanbidding, maar zij wisten zich te herinneren dat zij een rituele dans uitvoerden als er iemand ziek werd. Wanneer de oogst uitzonderlijk goed was, slachten zij een varken, hakten zijn kop af, dansten eromheen en riepen: „Knor, varken! Knor, varken!” Vervolgens zo beweerden zij, knorde de kop van het dode varken! Welnu aanbaden zij dan de kop van het dode varken? Neen, dat dachten zij niet, want daarna aten zij de kop op!
De Negrito’s die nog in het bos wonen, hebben vage religieuze opvattingen die van nederzetting tot nederzetting verschillen. Enkele van deze Negrito’s schijnen in een Opperwezen te geloven en zij kennen mythen als verklaring voor de natuurverschijnselen die zij zij niet begrijpen. Sommigen van hen zeiden bijvoorbeeld tegen John Garvan dat de zon een man en de maan zijn vrouw is, terwijl de sterren hun kinderen zijn. De maan is echter bevreesd dat de zonnewarmte haar kleine kinderen zal schaden; daarom is zij met haar kinderen steeds op de loop voor de toenaderingspogingen van haar stralende echtgenoot. Garvan probeerde uit te leggen dat de zon en maan geen mensen zijn. „Wat zijn het dan?” werd hem gevraagd. „Bollen, hemellichamen”, was het antwoord. Bij dit absurde idee barstte de hele groep in lachen uit.
Wij waren erg blij met deze mensen te bespreken wat de bijbel over de „Allerhoogste” zegt en wat hij voor de mensheid in petto heeft. Eén gedachte die indruk op hen maakte, was dat God een naam heeft, namelijk Jehovah (Ps 83:18). Voor hen die onlangs geliefden in de dood verloren hadden, was het een troostrijke wetenschap dat Jehovah God de doden weer tot leven zal brengen (Joh. 5:28, 29). Wij waren blij hun te kunnen vertellen over Gods beloofde nieuwe ordening, waarin ziekte en dood niet meer zullen zijn en waar iedere dag altijd voldoende voedsel zal zijn. — Jes. 25:6, 8; 2 Petr. 3:13; Openb. 21:4.
Zoals veel andere etnische minderheden zijn de Negrito’s en hun levenswijze onder de druk van de moderne beschaving aan het verdwijnen. Voor de Negrito’s die nog altijd in de bossen rondzwerven, wordt het gebied steeds kleiner. Maar wij hebben erg genoten van ons contact met deze vriendelijke en ontspannen kleine mensen. Nu wij met de Negrito’s hebben kennisgemaakt, verheugen wij ons al bij voorbaat op ons volgende bezoek.