’Zij brengen in praktijk wat zij prediken’
Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn Jehovah’s Getuigen in Italië uitgegroeid van een paar honderd personen tot meer dan 94.000 actieve predikers. Deze groei, alsook de manier waarop de Italiaanse Getuigen hun geloof beleven, is niet aan de aandacht van de pers in Italië ontsnapt.
Virginio Rotondi, een zeer bekende jezuïet, schreef in Il Tempo van 8 oktober 1978: „[Jehovah’s Getuigen] weten waarover zij spreken. . . . zij citeren een specifiek vers van een specifiek hoofdstuk uit de brieven van St. Paulus, St. Petrus of St. Johannes. . . . Bovendien beginnen de nieuwe ’bekeerlingen’ spoedig in praktijk te brengen en te ’prediken’ wat zij hebben geleerd, Dit doen zij ongeacht waar zij zijn. Hoe paradoxaal ook, ik moet toegeven dat die christenen een onmiskenbare groei ervaren.”
Op 12 augustus 1979 wees La Stampa op Jehovah’s Getuigen in Italië als „de enige religieuze gemeenschap die een dergelijke verrassende groei vertoont. Maar zij brengen dan ook in de praktijk wat zij prediken . . . Hun prediking bestaat niet alleen uit woorden maar is een levenswijze . . . zij zijn de meest loyale burgers die men zich wensen kan: zij ontduiken geen belasting en proberen niet ten eigen bate onder lastige wetten uit te komen. De zedelijke idealen van naastenliefde, het weigeren van macht, de afwijzing van geweld en persoonlijke eerlijkheid (die voor de meeste christenen ’zondagsregels’ zijn, alleen geschikt om van een kansel te horen preken) maken bij hen deel uit van hun dagelijkse leven”.