„Spooksteden” — leerzame monumenten
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN CANADA
DAAR stonden ze — houten graftekens uit een voorbije tijd. De grafschriften waren nog gemakkelijk te lezen:
„Ter herinnering aan William Hugill, afkomstig uit Fullerton, Canada West. Hij stierf 31 aug. 1863 op de leeftijd van 23 jaar.”
„Gewijd aan de gedachtenis van Peter Gibson uit Vankleek Hill, County of Prescott, Canada West. Hij stierf 24 juli 1863 op de leeftijd van 31 jaar.”
Zo waren er meer. Velen van de overledenen waren nog in de twintig en dertig, enkelen in de veertig. Zij waren jong gestorven en, zoals vaak uit hun grafschrift bleek, van vele delen der aarde naar deze plaats gekomen.
Maar het opmerkelijke is dat deze graftekens in de schaduw stonden van een veel groter monument, Barkerville, een stad die in 1862 geboren werd en in 1868 stierf — althans bijna. In 1868 brandde Barkerville tot de grond toe af. Maar ze „verrees uit haar as” toen de inwoners meteen de volgende dag met de wederopbouw begonnen. Daarna stierf ze bijna weer, ditmaal omdat de mensen haar verlieten. Het werd een „spookstad”.a
Maar aan het eind van de jaren ’50 begon het provinciale bestuur van Brits Columbia Barkerville te restaureren. Nu zijn duizenden bezoekers in staat opnieuw enkele herinneringen te beleven van deze stad die eens kon bogen op de grootste bevolking op het Noordamerikaanse continent ten westen van Chicago en ten noorden van San Francisco.
Maar hoe kwam het eigenlijk dat Barkerville ontstond, en nog wel praktisch van de ene dag op de andere? Waarom kwam de stad tot bloei en stierf ze vervolgens bijna? De antwoorden liggen in de grond waarop ze stond. Ze was gebouwd op goud. Ja, dit was een „goldrush”-stad, een van de vele die in de 19de eeuw ontstonden op de plaatsen waar goudzoekers samenstroomden.
Maar wat kunnen wij van Barkerville leren? Wat voor grafschrift zou u schrijven voor zulke steden, die uit een niet aflatend zoeken naar goud geboren werden? Beleef opnieuw in het kort de geboorte en het leven van Barkerville en zie wat voor inscriptie u zou aanbrengen op dit monument uit het verleden.
Barkerville wordt geboren
Barkerville is gelegen in een bergachtig, woest gebied in Brits Columbia, de meest westelijke provincie van Canada, ongeveer 800 kilometer van de plaats waar de rivier de Fraser in de buurt van de grens tussen Canada en de Verenigde Staten bij Vancouver in zee uitmondt. Nog iets westelijker ligt daar Vancouver Island. Op de zuidpunt van dit eiland ligt Victoria, een van de oudste gemeenschappen in Brits Columbia.
Voordat Billy Barker (naar wie Barkerville werd genoemd) zijn zeilschip verliet en in de greep kwam van de goudkoorts van de jaren ’60, telde Victoria ongeveer 400 inwoners. Denkt u zich hun verbazing eens in toen er op een zondag een schip in de haven verscheen met 450 mensen aan boord! Vanwaar ineens zo’n toevloed?
Wel, het bericht was uitgelekt dat er langs de Fraser goud te vinden was. Vanuit San Francisco was een klein groepje goudzoekers op onderzoek uitgegaan. Wat zij vonden was voldoende om hen aan te moedigen, en zij stuurden bericht terug naar San Francisco. Met het gevolg dat in april 1858 dat schip met 450 mensen in Victoria meerde. In de volgende drie maanden kwamen er nog ongeveer 23.000 over zee en 8000 over land! Maar er vertrokken er ook weer ongeveer 25.000. Vanwege de grote ontberingen die hun wachtten, bleven slechts zij die sterk en vastberaden waren.
Gedurende het volgende jaar trokken de overgebleven stoutmoedigen noordwaarts, de Fraser op, en drongen ten slotte via haar zijrivieren door in een gebied dat de naam Cariboo droeg. Hier werd het goud bij tonnen gevonden! Dit was de plaats waar Billy Barker en zijn gezelschap in 1862 een zeer rijke claim afbakenden. Barkerville kreeg in die tijd haar naam en groeide snel. Spoedig waren gouddelvers, en degenen die het durfden te worden, uit heel Noord-Amerika, ja, uit de hele wereld, op weg naar de Cariboo.
Barkerville was slechts een van de zeer snel opgetrokken steden die toen meer uit noodzaak dan uit planning werden geboren. Ze bestond uit een reeks blokhuizen, winkels en bars die op palen waren gebouwd om ze tegen plotselinge overstromingen te beschermen. Op haar hoogtepunt bereikte de stad naar schatting een inwonertal van 10.000. Maar hoewel de lokroep van het goud duizenden aantrok, zouden slechts enkelen worden beloond. Verreweg de meesten werden door de onvoorstelbare ontberingen gedwongen hun pogingen op te geven.
De gevaren onderweg
De Fraser was het meest geduchte obstakel waaraan de goudzoekers tijdens hun trek naar de goudvelden het hoofd moesten bieden. Eén verslag schatte dat in 1858 ongeveer een kwart van de kano’s die de tocht ondernamen, verloren ging. Eén man die de gevaren kende, was Simon Fraser naar wie de rivier is genoemd. In 1808 hadden hij en een handjevol reizigers zich door haar verraderlijke canyons en stroomversnellingen gewaagd.
Maar waarom namen zij niet de route over land? Fraser schreef: „Wat de weg over land betreft, wij konden ons nauwelijks een weg banen, zelfs met (alleen maar) onze geweren bij ons. Ik ben al een lange tijd in de Rocky Mountains, maar ik heb nooit eerder zo’n land gezien. Het is zo woest dat ik geen woorden kan vinden om de situatie te beschrijven waarin wij ons soms bevinden.”
Goudzoekers die zich een weg baanden door Fraser Canyon en verder, waren vaak volkomen ontmoedigd door de verraderlijke paden die zij moesten volgen. Dan waren er ook nog zulke gevaren als modder, sneeuw, zwermen muskieten en venijnige vliegen, extreme koude, eentonig voedsel, hoge prijzen en, gedurende de eerste jaren, aanvallen van Indianen.
Waren zij eenmaal in hun claim, dan waren er altijd factoren aanwezig die nog meer ontmoediging veroorzaakten. Lange uren van hard werken gingen samen met extreme weersomstandigheden. Ongelukken kwamen bij het delven naar goud veelvuldig voor. Het blootstaan aan weersinvloeden, alcoholisme en ondervoeding eisten eveneens hun tol.
De reisomstandigheden verbeterden toen ten slotte naar de goudvelden een weg voor paard en wagen werd aangelegd. Omhoog door Fraser Canyon was de weg in de bergwand uitgehakt, en „hing” boven de steile wanden van de canyon. Het was zo’n reusachtige prestatie dat sommigen de weg het achtste wereldwonder noemden. Een gedeelte van 480 kilometer werd in 1863 voltooid, en spoedig werd de weg doorgetrokken tot Barkerville.
Wat voor soort van mensen?
Door een „goldrush” worden mensen van allerlei slag op de been gebracht en aangetrokken — zowel hebzuchtigen, wettelozen, roekelozen, gokkers, vrouwen van twijfelachtige zeden en avonturiers, alsook eerlijke zakenmensen en gouddelvers die hun levenslot wensten te verbeteren.
Billy Barker was een van de „legenden” van de Cariboo. Met zijn gezelschap bakende hij een stuk land af dat hem tot een rijk man maakte. Hij gaf zijn geld echter even snel uit als hij het binnenkreeg, en hij stierf als een pauper in een bejaardentehuis.
„Cariboo” Cameron kwam uit Ontario. Samen met zijn vrouw en kindje reisde hij de 19.000 kilometer over zee rond de punt van Zuid-Amerika. Helaas werd de baby ziek en stierf. Ook zijn vrouw werd ziek en stierf. Zij had een hekel gehad aan de ontberingen van de goudvelden en had hem gevraagd om bij haar dood begraven te worden in het Ontario waar zij vandaan kwam. Dus begroef Cameron haar tijdelijk in een blikken doodkist die in een houten kist zat. Kort daarna stootte zijn groep op goud, de op één na rijkste claim in de Cariboo. Maar nu voelde hij zich des te bedroefder dat zijn vrouw en kind dood waren. Cameron nam zich plechtig voor de wens van zijn vrouw uit te voeren. Derhalve ging hij in het hartje van de winter, bij een temperatuur onder het vriespunt en een pak sneeuw van meer dan een meter, met het lichaam van zijn vrouw op weg naar Victoria.
Na een harde tocht door het woeste land bereikte Camerons groep na meer dan een maand Victoria waar hij zijn vrouw tijdelijk opnieuw begroef. Cameron keerde daarna naar de goudvelden terug en was die herfst enkele honderdduizenden dollars rijker weer terug in Victoria. Daarmee kon hij gemakkelijk zijn passage op een zeilschip naar de oostkust financieren. Hij ging verder naar Cornwall in Ontario waar hij zijn vrouw voor de derde maal begroef. Thans staat er in Barkerville een grafteken voor „Cariboo” Cameron die daar als een doodarm man stierf!
Niet allen die in de Cariboo rijk werden, eindigden ten slotte platzak. Sommigen besteedden hun vermogen goed. Zij maakten fortuin, verlieten de Cariboo en keerden naar huis terug of gingen ergens anders heen om van de materiële vruchten van hun krachtsinspanningen te genieten. Anderen bleven en hielpen eraan mee de toekomstige ontwikkeling van het gebied te stabiliseren.
Barkerville en wat wij er nu uit kunnen leren
Barkerville is nog steeds een monument. Om haar geschiedenis te behouden, hebben mensen zich haar lot aangetrokken en eraan gewerkt om Barkerville uit haar status van „spookstad” op te heffen.
Wat speelt er bij enkelen door hun gedachten als zij nu door de straten van Barkerville wandelen? Het verleden overpeinzend zouden zij zich misschien grafschriften kunnen voorstellen die een heilzame les voor het heden bevatten.
Eén zo’n grafschrift zou kunnen luiden: „De begeerte naar materiële rijkdommen kan uw gevoel voor waarden vervormen.” Het begeren van rijkdom kan een mens ertoe brengen dingen te doen die zijn eigen gezin verwoesten. Zal hij gelukkig zijn? Denk aan „Cariboo” Cameron die fortuin maakte, maar over wie wordt gezegd: ’Het goud deed weinig om Camerons geweten te sussen. Hij voelde het verlies van zijn vrouw en dochter dieper nu hij geld had maar het niet met hen kon delen. Hij herstelde nooit volledig van de tragedie die hem trof.’ — 1 Tim. 6:8-10.
En een andere grafspreuk zou kunnen zijn: „Niets dat werkelijk de moeite waard is, verwerft men zonder inspanning.” Wat is voor u het belangrijkste? Het verkrijgen van Gods goedkeuring? Zou het dat niet moeten zijn? Het houdt de belofte in van een prijs die veel kostbaarder is dan goud — eeuwig leven onder de regering van Gods koninkrijk. — Luk. 13:24.
Wanneer u erover nadenkt, zult u het ermee eens zijn dat inderdaad uit de monumenten van het verleden lessen te leren zijn, mits wij bereid zijn ernaar te speuren.
[Voetnoten]
a „Spookstad”: „Een eens bloeiende stad die totaal of bijna totaal verlaten is — gewoonlijk vanwege het uitgeput raken van bepaalde natuurlijke rijkdommen (zoals goud).” — Webster’s New Collegiate Dictionary.