De zaak van de verdwenen sardienen — Een onopgelost raadsel
Door Ontwaakt!-correspondent in Zuid-Afrika
„SARDIENENKOORTS treft zuidkust”, was het opschrift boven een bericht in een Johannesburgse krant, The Star, van 26 juli 1978. Het verslag luidde: „Honderden mensen, gewapend met emmers, manden en zakken, waadden bij Marina Beach, even ten zuiden van Margate, de zee in om hun deel binnen te halen van de enorme school sardienen die daar vanmorgen vroeg gestrand is. Op het strand wemelt het van volk, iedereen is uitzinnig, mensen storten zich tot aan hun middel het water in.” De jaarlijkse „trek van de sardienen” was weer aan de gang.
Trouw verschijnen er ieder jaar tijdens de zuidelijke winter, zo omstreeks juli, scholen sardienen voor de oostkust van zuidelijk Afrika. Het eerst worden de scholen waargenomen bij de haven van Oos-Londen, aan het zuidelijke puntje van Afrika. De aanblik van duizenden zeevogels die boven een bepaalde plek rondcirkelen en in zee duiken, geeft waarnemers op de wal te kennen dat zich daar een school bevindt. Soms ziet men voordat de eigenlijke school verschijnt, kleine scholen als „loodsen” vooruitzwemmen. De school zelf heeft enorme afmetingen, vaak wel verscheidene vierkante kilometers in omvang — ontelbare miljoenen vissen!
Wat een prachtkans voor alle viseters! Behalve voor de werkelijk onverzadigbare zeevogels en de hongerige mensen vormen sardienen een prooi voor andere zeebewoners — dolfijnen, en haaien en andere grote vissen. Met honderden tegelijk scharen zij zich aan het overvloedige feestmaal. Hun aanvallen zijn echter beperkt tot de buitenzijde van de school. Juist de enorme dichtheid van de school verhindert deze visetende monsters verder door te dringen in de opeengepakte massa van miljoenen sardienen. Zouden die grotere vissen dat wel proberen dan zouden hun kieuwen verstopt raken.
Niettemin is soms, zo zeggen deskundigen, de vraatzucht en activiteit van hun vijanden er de oorzaak van dat de school op de kust wordt gedreven. De sardienen kunnen ook worden beïnvloed door de wind of de stroming van het water. Wat ook de redenen of oorzaken zijn, bij het fenomeen van de trek van de sardienen hoort bij tijden ook een spectaculaire stranding van een school sardienen op de kust. Naar men beweert is het geen zeldzaamheid dat de vissen wel een meter hoog op het strand liggen opgestapeld. Gewoonlijk wordt de school begeleid door „roofvissen”, de grotere vissen die in het ondiepe water opgewonden rondstuiven en in grote aantallen door plaatselijke vissers aan de haak geslagen worden.
Noordwaarts zwemmend passeren de geweldige scholen ten slotte Durban. Dan gebeurt er iets verbazingwekkends. Ze verdwijnen gewoon in het niets!
Laten wij, voordat wij de redenen van deze merkwaardige tocht van de sardienen en de raadselachtige afloop ervan onderzoeken, eerst eens wat meer te weten komen over deze kleine, maar overvloedig voorkomende vis.
„Sardinops ocellata”
Dit is de wetenschappelijke naam van de Zuidafrikaanse sardien die de beroemde „trek” onderneemt. Van alle vissen in de kustwateren van Zuid-Afrika komt deze vis het overvloedigst voor. Hij wordt 25 tot 30 centimeter lang, heeft een sierlijke vorm en is licht- en donkerblauw, of licht- en donkergroen van kleur. Het is een snelle zwemmer die buitengewoon gevoelig is voor veranderingen van de temperatuur en dichtheid van het water.
Voor de kust van Namibië (Zuidwest-Afrika), vooral in de buurt van de Walvisbaai, worden geweldige scholen aangetroffen. Het is een vis die dicht aan de oppervlakte zwemt en in het koude water leeft dat aan de westkust opwelt. Vanuit dit gebied trekken blijkbaar enkele scholen zuidwaarts, zwemmen om de Kaap heen en bewegen zich daarna naar het noorden waar ze dan voor de kust van Natal als de jaarlijkse „trek van de sardienen” waargenomen worden.
De Sardinops ocellata uit de Zuidafrikaanse wateren heeft vele verwanten in andere delen van de wereld. Van belang is de Sardina pilchardus in de Europese wateren — de belangrijkste bron voor de bekende ingeblikte sardientjes. Ook Noord-Amerika heeft zijn sardien, Sardinops caerulea, die bekendstaat als de „Pacifische sardien”. Allemaal behoren ze tot één familie, de haringen of Clupeidae.
Maar waarom maken deze myriaden vissen de lange, traag verlopende reis rond de zuidpunt van Afrika? Waarom verdwijnen ze op zo’n mysterieuze wijze, en hoe? Zijn ze op weg naar paaiplaatsen?
Een reis naar paaiplaatsen?
Tot op zekere hoogte kan gezegd worden dat de sardienen bijna het hele jaar paaien. Maar men gelooft dat de belangrijkste periode van september tot februari loopt. De hoeveelheden eieren die worden uitgestoten, zijn enorm. Naar schatting kan één enkel wijfje ongeveer 95.000 eieren leggen! Als deze enkele dagen in de bovenste laag van het water hebben gezweefd, komen de larven uit die ten slotte in minuscuul kleine visjes veranderen.
Het kuitschieten van de Zuidafrikaanse sardien vindt voornamelijk voor de westkust van Zuid-Afrika plaats bij een watertemperatuur tussen de 13,8 °C en de 16 °C. Een gemiddelde temperatuur van 15 °C levert de gunstigste omstandigheden voor het kuitschieten op. Aan de hand van kaarten van het zeeoppervlak, die door het Maritime Weather Office, Youngsfield (Kaapstad) in omloop zijn gebracht, heeft men vastgesteld dat de temperatuur van het water voor de kust van Natal (de oostkust) zelden lager komt dan ongeveer 19 °C. Deze waarde blijft dus boven het temperatuurgebied dat zich het beste voor kuitschieten leent. Wanneer wij deze factor in aanmerking nemen, alsmede de mate van geslachtsrijpheid van de sardienen die aan de tocht deelnemen, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat ze op weg zijn naar hun paaiplaatsen.
Trekken ze in verband met voedsel?
Trekken de talloze myriaden sardienen om betere voedselgronden te vinden?
Monsters van de maaginhoud hebben aangetoond dat 75 percent van de vissen uit de scholen een lege maag had, terwijl bij de overige 25 percent de maaginhoud voor 7,7 percent uit phytoplankton en voor 8,3 percent uit zoöplankton (minuscule, in zee zwevende plantaardige en dierlijke organismen) bestond. De hoeveelheid plankton aan de oostkust is betrekkelijk laag in vergelijking met de westkust.
In 1959 en 1960 heeft men in de juli-maanden de wateren voor de oostkust met een nauwmazig net op de aanwezigheid van jonge sardienen onderzocht en 69 maal trof men totaal geen jonge sardienen aan. Er bestaat dus geen enkele aanwijzing dat de kustwateren van Natal kweekplaatsen voor jonge vis zijn. Daarom is het onwaarschijnlijk dat de geweldige reis van de sardienen een voedseltrek is.
Maar waarom volgen ze dan die weg? Eén mogelijke reden zou wel eens kunnen zijn dat ze reageren op de stromingen in de zeeën. Velen houden er de zienswijze op na dat stromingen een grote invloed uitoefenen op de bewegingen van vissen. In zijn boek Fish Migration (Migratie bij vissen) toont Harden Jones aan dat vissen bij hun trek gebruik zouden kunnen maken van stelsels van stromen en tegenstromen. Hij zet echter ook uiteen dat vissen passief door stromingen over grote afstanden kunnen worden meegevoerd, of erop kunnen meedrijven, en „wat misschien louter een voortdrijven is, zou dan de schijn kunnen aannemen van een echte migratie”.
Hun raadselachtige verdwijning
Natuurlijk is hier onderzoek naar gedaan. Maar pogingen om voldoende sardienen tijdens hun reis van een merkteken te voorzien, zijn mislukt. In 1959 werden slechts 69 sardienen gemerkt met inwendig aangebrachte metalen plaatjes, maar daarvan is er nooit een teruggevonden. Een melding van een plaatselijke visser uit 1960 verschaft ons echter een mogelijke aanwijzing. In voorgaande jaren had hij enorme scholen sardienen waargenomen die gedurende de zuidelijke lente, omstreeks september, zuidwaarts zwommen. In 1958 ving hij enkele van deze sardienen en hij bericht dat ze „mager zijn, geen olie bevatten en snel tot ontbinding overgaan nadat ze gevangen zijn”.
Keren de sardienen door middel van de Agulhasstroom, die vanaf Natal in zuidwestelijke richting stroomt, naar de Atlantische Oceaan terug? Dit is mogelijk, maar feiten ontbreken tot dusver.
Voedingswaarde
Hoewel de reden voor de „trek van de sardienen” en ook de afloop ervan nog steeds in raadselen zijn gehuld, is het een onbetwistbaar feit dat sardienen voor mens en dier een geweldig goede bron van voedsel zijn. Deze kleine visjes wegen gemiddeld slechts ongeveer 85 gram, maar ze leveren 175 calorieën, 20 gram eiwitten en negen gram vet. Die verrukkelijke sardientjes, ingeblikt in olie of tomatensaus, zijn heel voedzaam!
De verscheidenheid van dierlijk leven in zee is werkelijk verbazingwekkend. Het vormt een weerspiegeling van een Schepper die niet alleen overvloed schenkt, maar ook van verscheidenheid houdt. Zo zijn er volgens een rapport uit 1953 alleen al in de kustwateren van zuidelijk Afrika 1325 vissoorten! Er is nog zoveel wat wij niet weten over al deze zeedieren. En dat is ook het geval met het antwoord op de vraag: „Waarom onderneemt de Zuidafrikaanse sardien zijn beroemde, opzienbarende tocht en verdwijnt hij daarna?”
Het is nog steeds een raadsel!
[Kaart/Illustratie op blz. 13]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Zuid-Afrika
Durban
Oos-Londen
Port Elizabeth
Kaapstad