De „kleine mensjes” van het Zuidpoolgebied
Door Ontwaakt!-correspondent in Uruguay
„AHOI, ik zie twee ’kleine mensjes’ op die ijsberg” schreeuwde een bemanningslid. Toen deze Zuidpoolonderzoekers dichterbij kwamen en opnieuw keken, zagen zij door hun verrekijker vijf „kleine mensjes”. Spoedig waren het er zeven. Maar deze vroege onderzoekers wachtte een verrassing toen zij ontdekten dat deze „kleine mensjes” in werkelijkheid pinguïns waren. En wat de pinguïns betreft, er sprongen er steeds meer uit het ijskoude water op de ijsschotsen om de vreemde wezens die hun ijzige domein binnendrongen, beter te kunnen bekijken.
Pinguïns zijn voor het Zuidpoolgebied wat ijsberen voor het Noordpoolgebied zijn. Niet alle pinguïns zijn echter gelijk, en elke soort heeft haar eigen bijzonderheden en gewoonten die haar van de andere doen verschillen.
De keizerspinguïn
De grootste en indrukwekkendste van alle pinguïns is de keizerspinguïn, die ongeveer 40 kilo weegt en staande bijna 120 centimeter lang is. Hun jongen worden onder de meest afschrikwekkende omstandigheden uitgebroed en grootgebracht, want geen enkel ander schepsel hoeft hierbij temperaturen beneden 55° onder het vriespunt, voortdurende stormen en snijdende, verblindende sneeuwjachten te trotseren.
Het vrouwtje legt slechts één ei. Daarna houden het mannetje en het vrouwtje het ei om beurten op hun voeten, waarbij het ingestopt zit onder een deken die bestaat uit van het lichaam afhangende huidplooien. Terwijl de één voor het ei zorgt, gaat de ander naar zee om zijn voedsel te zoeken. Wanneer het mannetje of vrouwtje terugkeert, en de één het ei aan de ander overdraagt, gaan ze heel voorzichtig te werk, zodat het ei niet in aanraking komt met het ijs waarop ze staan.
Om zich te beschermen tegen de krachtige wind in hun woongebied is samenwerking noodzakelijk. Derhalve kruipen grote aantallen keizerspinguïns bij elkaar. En regelmatig wisselen ze van positie zodat het niet steeds dezelfde vogels zijn die aan de buitenzijde van de cirkel het ergste geweld van de sneeuwstorm te verduren hebben.
De Adéliepinguïn
Ook de Adéliepinguïn leeft in Antarctica, maar hij is veel kleiner dan de keizerspinguïn, en de twee soorten hebben duidelijk gescheiden broedplaatsen. Dit is de clown van de pinguïnfamilie. Hij is erg nieuwsgierig en maakt een koddige indruk, vooral door de manier waarop hij waggelt — in een volmaakt Charlie Chaplin-stijltje.
Net als bij andere pinguïns heeft hun tong scherpe naar binnen gerichte weerhaakjes. Hoe praktisch blijkt dit wanneer er als middagmaal een vis wordt verschalkt! Wanneer de kop van de vis eenmaal naar binnen is gewerkt, kan de rest van de vis zijn weg nog maar in één richting vervolgen.
Verscheidene van deze pinguïns werden op een grote afstand van hun broedplaatsen gebracht om hun oriëntatievermogen te bestuderen. Zoals ook met andere vogels het geval is, heeft de Schepper ze met een ingebouwd navigatiesysteem uitgerust. Ze schijnen hoofdzakelijk op de zon af te gaan. Wanneer het bewolkt is, dwalen ze maar wat rond alsof ze er niet zeker van zijn welke richting ze zullen inslaan. Maar wanneer de zon zichtbaar is, oriënteren ze zich onmiddellijk en koersen ze in de goede richting om thuis te komen.
De ezelspinguïn
Op de Falkland Eilanden, of Islas Malvinas, leven verscheidene pinguïnsoorten. Vlak bij Port Stanley komen de grote ezelspinguïns aan land om hun jongen groot te brengen.
Vanaf het nabijgelegen strand van York Bay kunnen wij deze „kleine mensjes” op hun broedplaats zien aankomen. Ze hebben net maanden op zee doorgebracht, waarbij ze al zoekend naar voedsel en spelend duizenden kilometers in de koude wateren van de Zuidatlantische Oceaan hebben gereisd. Als wij de pinguïns scherp in het oog houden, kunnen wij zien hoe ze binnen in een golf meezwemmen tot vlak voordat deze breekt. Wanneer een golf breekt, springen ze snel overeind en komen op hun van zwemvliezen voorziene voeten terecht. Zo snel als op hun korte pootjes maar mogelijk is, reppen ze zich verder het strand op, opdat de volgende golf ze niet omkegelt en naar zee terugsleurt. Zo nu en dan gebeurt dit echter toch en zullen ze het opnieuw moeten proberen, waarbij ze ditmaal een beetje harder zullen moeten rennen.
Eenmaal buiten het bereik der golven sluit de ezelspinguïn zich aan bij honderden of duizenden soortgenoten die al waggelend op weg zijn naar de honderden meters landinwaarts gelegen broedplaats tussen de zandduinen en bosjes rode kraaiheide en boendergras. Als er één uitgeput is en besluit enkele minuten te stoppen of een dutje te doen, stoppen de anderen achter hem ook en wachten gelaten totdat hij wakker wordt en de tocht hervat.
Hofmakerij en huwelijksceremonies onder deze pinguïns leveren interessante taferelen op. Wanneer een mannetje een wijfje zoekt, zal hij zijn toekomstige bruid een kiezelsteentje brengen en dit aan haar voeten leggen. Als ze het steentje aanvaardt, worden ze man en vrouw. Maar het is erg moeilijk om het verschil te zien tussen een mannetje en een vrouwtje. Soms hebben zelfs de pinguïns hier moeite mee, zodat het wel eens gebeurt dat een mannetje per ongeluk een kiezelsteentje aan een ander mannetje aanbiedt. Dit is natuurlijk een belediging en leidt tot een verhit gevecht.
Nadat een geschikte huwelijkspartner is gevonden, maakt het paar van stenen en van wat gras en stokjes een primitief nest; daarna worden er twee eieren gelegd. Elk paar heeft zijn eigen plekje grond afgebakend en bewaakt dit territorium tijdens het broeden angstvallig. Maar het wil nog wel eens voorkomen dat de ene pinguïn steentjes en ander bouwmateriaal van het nest van een buurman „leent” als die even niet kijkt. Dit alles maakt de broedplaats bijzonder lawaaiig. Terwijl sommige vogels over hun territorium krakelen, proberen andere pinguïns gestolen eigendommen terug te krijgen. Het blijft hierbij vaak niet bij een ’woordenstrijd’, maar snavels, ’vleugels’ en poten worden gebruikt om hun argumenten kracht bij te zetten. Het is het soort van gedrag dat de bijbel als ’dierlijk’ beschrijft, en het is niet de bedoeling dat mensen dit navolgen. — Jak. 3:14-18.
De ouders zorgen beurtelings voor de kleintjes zodat een van beide zich kan gaan voeden met vis, pijlinktvissen, garnalen of andere schaaldieren. Wanneer het mannetje of vrouwtje terugkeert, gaan de kuikens aan tafel en krijgen opgebraakt voedsel te eten.
In het begin zijn de kuikens met dons overdekt en volkomen hulpeloos. Wanneer ze groter worden en op het punt staan meegenomen te worden naar het water, krijgen ze hun volwassen verenkleed — erg kleine veren, die een glad oppervlak vormen en waterdicht zijn.
Daar pinguïns op het land onhandig zijn, ploft een ezelspinguïn als hij haast heeft en zijn korte pootjes hem niet snel genoeg kunnen dragen, vaak op zijn buik neer en zich met vleugels en poten afzettend, glijdt hij als een „bobslee” over het zand.
De bevolking van de Falkland Eilanden was gewoon de pinguïneieren uit de broedplaatsen te halen, omdat deze door velen als een delicatesse werden beschouwd. De plaatselijke regering is deze praktijk onder de inwoners echter tegengegaan om te voorkomen dat de ezelspinguïn een „bedreigde soort” zou worden en zich later bij de vele andere nu uitgestorven pinguïnsoorten zou voegen.
De rotsspringer
Op de Falkland Eilanden wordt ook de rotsspringer of geelkuifpinguïn aangetroffen, die als hoofdtooisel kuifjes van veren draagt. Terwijl ezelspinguïns zanderige gebieden als hun broedplaatsen verkiezen, geven rotsspringers de voorkeur aan een rotsige kustlijn. In plaats van de gemakkelijke weg om een klif heen te zoeken, springen en klauteren ze graag van richel tot richel tegen het steilste gedeelte van een klif op.
Ze zijn op hun hoede voor vijanden, vooral de zeeluipaard, een soort zeehond. Wanneer ze op het punt staan om naar zee terug te keren, controleren ze zorgvuldig het water om te zien of „de kust veilig” is. Dozijnen rotsspringers verzamelen zich langs de rand van een klif of rots en speuren onderzoekend in het water om te zien of ze meneer Zeeluipaard kunnen ontdekken. Achteraan voegen zich steeds meer bij de groep en de menigte groeit. Plotseling wordt een nietsvermoedend slachtoffer over de rand naar beneden geduwd het water in. De dieren die nog boven staan, kijken nu oplettend toe wat er met hun „gevallen vriend” gebeurt. Als het water plotseling in heftige beroering komt en hij verdwijnt, weten ze dat het niet veilig is om in het water te springen. Dus keren ze naar de broedplaats terug om het wat later nog eens te proberen. Maar zien ze hem ongedeerd naar zee zwemmen, dan weten ze dat „de kust veilig” is en springt de rest het water in en zwemt weer zeewaarts.
Soms laat een wijze en ervaren oude zeeluipaard echter de eerste paar pinguïns ongedeerd langszwemmen. U kunt zich het dan volgende tafereel indenken! Hij en zijn vrienden hebben een waar feestmaal wanneer honderden rotsspringers in het volgens hen „veilige water” springen.
Pinguïns van vele variëteiten
Zoals wij reeds hebben gezegd, zijn er verscheidene pinguïnsoorten — voor zover thans bekend 17, elk met karakteristieke kenmerken. De zwartvoet- of brilpinguïn treffen wij aan op de kusten van zuidelijk Afrika en op vele eilanden in de Zuidatlantische Oceaan.
De koningspinguïn is de op een na grootste van alle pinguïns. Ook hij wordt op de Falkland Eilanden en andere nabijgelegen plaatsen aangetroffen.
De Humboldt-pinguïn is genoemd naar de Humboldtstroom in de Stille Oceaan. Door het koude water van deze golfstroom kunnen ze in Chili en Peru en nog verder noordwaarts, tot helemaal op de Galápagos Eilanden leven. Dit schijnt het noordelijkste gebied te zijn waar nog pinguïns worden aangetroffen. Aan de Atlantische zijde van Zuid-Amerika worden pinguïns een enkele keer op de hoogte van Uruguay en Zuid-Brazilië gezien.
De kleinste pinguïn, de dwergpinguïn, is in zijn volgroeide staat slechts ongeveer 15 centimeter lang en leeft alleen maar op enkele eilanden in het zuiden van de Stille Oceaan. Alle pinguïns hebben gemeen dat ze niet door de lucht kunnen vliegen zoals andere vogels. Ze gebruiken hun krachtige vleugels echter om onder water te „vliegen”. Als ze zich door het water verplaatsen, bewegen ze hun vinvormige vleugels beurtelings zoals een zwemmer zijn armen beweegt, en niet gelijktijdig, zoals vogels die in de lucht vliegen.
Mensen in vele delen van de wereld hebben pinguïns in dierentuinen gezien. Maar het is een buitengewone ervaring om ze met duizenden bijeen in hun natuurlijke omgeving te zien.