Zeilschepen — vroeger en nu
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
HEBT u ooit het genoegen gesmaakt een tochtje in een zeilboot te maken, zacht over de golven glijdend, terwijl zilte druppels opspatten? Voor velen bestaat er niets mooiers.
Maar zeilen is niet beperkt gebleven tot de pleziervaart. Eeuwenlang hebben zeilboten gediend voor de visvangst, het vrachtvervoer en andere handelsdoeleinden, en eveneens als oorlogsschepen. Het type boten en zeilen heeft aanzienlijk gevarieerd, al naar gelang het beschikbare materiaal, de wateren die moesten worden overgestoken, het doel van het schip en de bekwaamheid van de scheepsbouwers.
Zeilschepen van vroeger
Het eerste vaartuig waarvan de geschiedenis enige beschrijving geeft, is de ark van Noach. Hedendaagse kunstenaars beelden de ark af met een ronde bodem en een scherpe boeg. Het doel van een dergelijk ontwerp is de wrijving te verminderen en de snelheid te vergroten. Volgens de bijbelse beschrijving leek de ark qua ontwerp echter op een kist. Ze had geen zeilen, masten of roer. De reden hiervoor was dat ze niet was ontworpen om zich door het water te verplaatsen, maar meer om op het water te drijven en een zo groot mogelijke lading te bergen, zoals ze ook gedurende vijf maanmaanden deed — Gen. 7:17, 24.
God gaf Noach nauwkeurig de afmetingen van de ark op door hem te zeggen:
„Maak voor u een ark van hout van een harsachtige boom. Gij zult afdelingen in de ark maken, en gij moet ze van binnen en van buiten met teer bestrijken. En zo zult gij ze maken: driehonderd el [ongeveer 137 meter] de lengte van de ark, vijftig el [ongeveer 23 meter] haar breedte, en dertig el [ongeveer 14 meter] haar hoogte. Gij zult een tso’har [dak; of, venster] maken voor de ark, en gij zult ze voltooien tot op een el [ongeveer 46 centimeter] van boven, en de ingang van de ark zult gij in haar zijkant aanbrengen; gij zult haar maken met een benedenverdieping, een tweede verdieping en een derde verdieping.” — Gen. 6:14-16.
De Egyptenaren gebruikten papyrusriet dat werd gevlochten en aan elkaar werd gesnoerd om een boot te vormen. Sommige zeilen waren ook van papyrus gemaakt. Papyrus is een spits toelopend, driekantig riet dat in ondiep water opgroeit tot een hoogte van 2,5 tot 5 meter. In 1970 reisde Thor Heyerdahl in een papyrusboot duizenden kilometers over de Atlantische Oceaan om de zeewaardigheid van een dergelijke boot te bewijzen. Ook de Babyloniërs en Ethiopiërs gebruikten rieten boten. Sommige van deze boten waren rond.
De Chinese jonk is een van de oudste zeilboten. Maar ondanks dat hij er in de ogen van westerlingen plomp uitziet, is hij heel praktisch. Men heeft wel eens gezegd dat hij het toppunt van aërodynamische doelmatigheid vertegenwoordigt. Deze zeilschepen beheersten eens de Indische Oceaan en zeilden tijdens de Middeleeuwen geregeld naar India, Ceylon (Sri Lanka), de oostkust van Afrika en naar Aden (Zuid-Jemen). In 1848 maakte een jonk zelfs een reis van China naar Boston, New York en Londen. Het is onbekend wanneer de Chinese jonk voor het eerst werd gebruikt.
De Feniciërs waren zeer bekwame zeevaarders, die uitgebreid handel dreven in de Middellandse Zee en mogelijk door de Straat van Gibraltar naar Engeland en rond de kusten van Afrika zeilden. Hun belangrijkste zeehavens waren Tyrus en Sidon. De bijbel geeft ons een idee van de materialen die voor de bouw van Fenicische schepen werden gebruikt. De stad Tyrus wordt afgebeeld als een prachtig zeilschip, met planken van duurzame jeneverstammen, een enkele mast gemaakt van een ceder van de Libanon, en roeiriemen van zware bomen uit Basan, waarschijnlijk eiken. De boeg was van cipressehout gemaakt, ingelegd met ivoor. Het zeil was van gekleurd Egyptisch linnen, en de dekbedekking van geverfde wol. De naden van de boot waren gebreeuwd. — Ezech. 27:3-9.
In de eerste eeuw van de gewone tijdrekening zeilden er talloze schepen over de wateren van de Middellandse Zee. Sommige waren behoorlijk groot. De joodse geschiedschrijver Josephus meldt dat hij eens op een schip voer dat 600 personen aan boord had. De apostel Paulus leed te zamen met een bemanning en passagiers — in totaal ongeveer 276 personen — schipbreuk op het eiland Malta. — Hand. 27:37; 28:1.
Vanaf de eerste eeuw werd hout het belangrijkste bouwmateriaal. Echter reeds in 1829 begon men in Groot-Brittannië ook schepen van ijzer te bouwen. Een gebeurtenis die mogelijk bijdroeg tot de overschakeling van hout op ijzer was de ontwikkeling van de explosieve granaat in 1819.
Maar tegen het midden van de 19de eeuw bouwden de meeste landen oorlogsschepen van staal. Ook begonnen er stalen passagiersschepen en vrachtboten of koopvaardijschoeners met vier, vijf, zes en soms zeven masten te verschijnen. Het verschepen van thee, koffie, gedroogde vruchten en andere aan bederf onderhevige goederen nam toe. Snelle „klippers” konden deze goederen in korte tijd naar hun bestemming brengen. De klippers konden een gemiddelde halen van 300 zeemijlen (556 kilometer) per dag, terwijl de grootste in 24 uur afgelegde afstand die is opgetekend, 436 zeemijlen (807 kilometer) bedroeg. Ze waren de voorlopers van de gestroomlijnde vrachtboten die nu in zeven tot tien dagen de reis van Japan naar de westkust van de Verenigde Staten maken.
Het hanteren van de grote zeilschepen is geen gemakkelijke taak. De Nippon Maru bijvoorbeeld is ongeveer 98 meter lang. Hij heeft vier masten met als maximum zes ra’s aan iedere mast om de enorme vierkante zeilen op te houden die een totaal oppervlak hebben van ongeveer 2400 vierkante meter. Leden van de 150 koppen tellende bemanning (waaronder 120 kadetten) moeten 27 meter of meer in het want omhoogklauteren of ’openteren’ om bij een ra te komen en zich dan over een kabel die onder de ra is opgehangen, verplaatsen. Tien bemanningsleden op één ra nemen het zeil in (bergen het zeil) of zetten meer zeilen bij. Samenwerking en coördinatie zijn een absolute noodzaak daar een misstap of een misrekening fataal zou kunnen zijn.
Zeilschepen van nu
Dat de klippers bijna verdwenen zijn, betekent niet dat zeilen uit de tijd is geraakt. In plaats daarvan is het grotendeels van een beroep een sport geworden, en vele mensen uit alle rangen en standen kunnen genieten van de gewaarwording zonder lawaai over de golven van de zee te worden bewogen.
Tijdens de eerste helft van deze eeuw zijn de bouwmaterialen aanzienlijk veranderd. Voor het bouwen van zeilboten is niet alleen staal gebruikt, maar ook aluminium, beton en ander materiaal. Sinds de Tweede Wereldoorlog is echter een nieuw materiaal in gebruik gekomen dat in vele opzichten voordelen boven de andere heeft. Dit materiaal is glasvezelversterkt polyester. Staal en aluminium geven problemen in verband met roest en corrosie, maar polyester roest, corrodeert, of rot niet, hoewel het wel enig onderhoud vereist en gemakkelijker door drijvende voorwerpen wordt beschadigd. Thans zijn de meeste moderne zeilboten en motorboten van polyester gemaakt.
Glasweefsel lijkt veel op dicht geweven stof. Bij het bouwen van een boot wordt eerst een vorm voor het polyester gemaakt. Deze mal wordt gepolijst en met was bestreken. Vervolgens wordt de ’gelcoat’, een harde deklaag met de voor de romp gewenste kleur, over de met was bestreken vorm opgebracht. Dan worden er lagen glasweefsel op de vorm gelegd en over deze lagen wordt telkens polyesterhars over de vorige lagen gerold of gespoten. Met dit proces wordt voortgegaan totdat de gewenste dikte is bereikt. Wanneer de hars uitgehard is, wordt de romp uit de met was bestreken vorm gehaald, waarna het dek wordt gefabriceerd en aangebracht, het inwendige wordt voltooid en de ballast wordt geplaatst. Ten slotte wordt de mast vastgezet (in een mastgat, mastkoker of platform ter ondersteuning van het onderste gedeelte ervan) en worden de zeilen gehesen. U bent klaar om uit zeilen te gaan! Voor het merendeel hebben aluminium masten de houten masten vervangen; dacronzeilen hebben katoenen en linnen zeilen vervangen; en roestvrij stalen onderdelen hebben die van ijzer of staal vervangen. Dit alles heeft geleid tot een lichter, sterker en duurzamer jacht met een grotere snelheid en schoonheid.
Het gebruik van polyester betekende een ommekeer in de scheepsbouw voor pleziervaartuigen. De produktietijd is aanmerkelijk verkort. De tijd die nodig is om een voorsteven, een kiel, de spanten en een achtersteven te vormen, aan elkaar te bouwen en te beplanken, en de naden te breeuwen kon voor een middelgrote houten kruiser meer dan een maand bedragen. Bij een polyester schip kan de hele romp in minder dan een week worden gemaakt. Bovendien zijn er ervaren timmerlieden nodig om een houten boot te maken, maar kan men tot in zekere mate van onervaren werkers gebruik maken om de polyesterlagen aan te brengen, waarbij de arbeidskosten worden verminderd.
Dacron en nylon zijn de belangrijkste materialen voor touwen. Onlangs is er een nieuw materiaal ontwikkeld, „kevlar” genaamd. Het lijkt veel op glasvezel en wordt in verschillende dikten geweven. Afzonderlijke op haren lijkende draden van dit materiaal vormen, ineengeweven, een koord dat zo sterk is als staal. Een 13 millimeter dikke lijn van kevlar breekt bijvoorbeeld pas bij een belasting van 11.340 kilo, terwijl een even dikke gegalvaniseerde stalen kabel bij slechts 10.342 kilo breekt. Een staalkabel van 30 meter lengte weegt 20,5 kilo. Een even lange kabel van kevlar weegt 3,5 kilo. Bijgevolg is er vraag naar kevlar, vooral om staalkabel te vervangen en het gewicht van de zeilboot te verminderen.
Grondbeginselen van het zeilen
Hedendaagse jachten zijn gewoonlijk veel kleiner en eenvoudiger te hanteren dan de zeilschepen van vroeger. Het is niet nodig in de mast te klimmen, daar alle zeilen vanaf het dek gehesen en gestreken kunnen worden. Ja, veel zeiljachten hebben een zodanige tuigage dat alle zeilen direct vanuit de kajuit gehesen, gestreken en bijgesteld kunnen worden. Dit maakt het mogelijk dat één man een zeiljacht vaart.
Voor hen die van plan zijn de zeilkunst te leren, zijn er drie grondbeginselen die zij zouden moeten kennen: hoe (1) aan de wind, (2) met halve wind en (3) voor de wind te zeilen.
Aan de wind zeilen wordt ook bij de wind zeilen, laveren, en in de wind opwerken of opkruisen genoemd. Om dit te bereiken vaart uw schip een zigzagkoers, waarbij steeds een hoek van 45 graden met de windrichting wordt gehandhaafd. Dit vraagt grote bedrevenheid daar de wind in snelheid en richting varieert en er voortdurend correcties nodig zijn.
Bij zeilen met halve wind komt de wind dwars in (onder een rechte hoek met de kiel). Dit is de snelste manier van zeilen.
Voor de wind zeilend staat het zeil bijna loodrecht op de wind, terwijl de boot met de wind mee vaart.
Door de wind gaan betekent dat u uw boot zo wendt dat de wind van de tegengestelde zijde invalt. Overstag gaan is tamelijk eenvoudig, omdat de wind van voren, over de voorsteven, komt en u de boeg naar de wind draait, zoals bij het tegen de wind opkruisen. Maar gijpen kan gevaarlijk zijn. Dit is het wenden van de steven om van de wind af te zeilen. Bij deze manoeuvre draait de wind over de achtersteven, zodat het zeil met een ruk van het ene naar het andere boord overkomt, wat het omslaan van de boot zou kunnen veroorzaken. Het is altijd verstandig een reddingsvest te dragen en, als uw boot omslaat, te proberen erbij te blijven.
In ieder geval zou iemand die het aandurft met een schip eropuit te trekken, eerst moeten bekijken of dat schip voldoet aan alle wettelijke vereisten inzake de veiligheidsvoorzieningen. Hij behoort zich ook op de hoogte te stellen van de plaatselijke vaarverordeningen en hij zou de waterwegen waarin hij zeilt, moeten kennen. Ook zou het beter zijn als iemand nooit een zeiltocht gaat ondernemen als er geen ervaren zeiler aan boord is.
[Diagram op blz. 23]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
GRONDBEGINSELEN VAN HET ZEILEN
Door de wind gaan: overstag gaan
gijpen
WIND
AAN DE WIND ZEILEN
ZEILEN MET HALVE WIND
VOOR DE WIND ZEILEN