De zienswijze van de bijbel
Dienen christenen bij een dode te waken?
HET waken bij het lichaam van een dode is een oude gewoonte die overal in de wereld aangetroffen kon worden. Hoewel in deze tijd in sommige landen zo’n dodenwacht zelden wordt waargenomen, komen in andere landen ook nu nog vormen van dit oude gebruik algemeen voor.
Wat schuilt er achter dit gebruik? Hoe is het ontstaan? En dienen christenen bij een dode te waken?
Wat eraan ten grondslag ligt
Volgens één naslagwerk is dit gebruik „waarschijnlijk ontstaan doordat mensen geloofden dat kwade geesten een onbegraven lijk in bezit zouden nemen wanneer het alleen werd gelaten.” Er is echter ook gesuggereerd dat de gewoonte dat vrienden en buren gezamenlijk de gehele nacht bij een dode waken, zijn oorsprong vond in de bijgelovige vrees „om de hele nacht met een dood lichaam alleen te zijn.”
Een verder inzicht gevend in de kwestie van het waken bij een dode, zegt de Encyclopædia Britannica: „De gewoonte schijnt, voorzover het Engeland betreft, ouder te zijn dan het christendom, en in eerste instantie was het een typisch Keltische gewoonte. Ongetwijfeld stamt het gebruik uit bijgeloof, namelijk de vrees dat boze geesten het lichaam kwaad zouden doen of zelfs zouden weghalen. . . . Met de invoering van het christendom werd het opzenden van gebeden aan de dodenwacht toegevoegd. Gewoonlijk werd de dode, met een bord zout op de borst, onder de tafel gelegd, waarop zich drank voor de wakers bevond. Deze particuliere dodenwachten vertoonden al gauw de neiging drinkgelagen te worden. Toen de Reformatie kwam en men dus geen gebeden meer voor de doden opzond, raakte het ’waken’ in Engeland in onbruik, maar in Ierland bleef het bestaan.”
Enkele gebruiken in deze tijd
De gebruiken in verband met het waken bij een dode zijn in ieder deel van de wereld weer anders. In bepaalde landen in Latijns-Amerika wordt, wanneer de overledene een kind is, de jonge dode in een stoel gezet en als een engel aangekleed. Vrienden en verwanten geloven dat de „onsterfelijke ziel” van het kind regelrecht naar de hemel zal vliegen. Men houdt de hele nacht een dodenwacht, maar de stemming lijkt feestelijk, want er wordt wellicht vuurwerk afgestoken en er kunnen vrolijke liederen op het geluid van instrumentale muziek worden gezongen. Er is voedsel en ook alcoholische drank aanwezig.
Onder leden van sekten van de christenheid in West-Afrika is het niet voornamelijk de vrees voor geesten die tot het houden van dodenwachten aanzet. Over het algemeen willen vrienden en verwanten in het verdriet van hun naaste familie delen en de overledene de laatste eer bewijzen. Er heerst echter zelden een droevige stemming, en er is voedsel en drank. Soms wonen mensen die de overledene nauwelijks kennen, de dodenwacht bij, en eten en drinken op die manier op andermans kosten. Natuurlijk nemen velen ongetwijfeld met nobele beweegredenen aan een dodenwacht deel, ook al wordt de hele aangelegenheid wellicht gekenmerkt door luidruchtigheid en zelfs vechtpartijen.
Bij Afrikaanse stammen zijn tijdens sommige dodenwachten pogingen gedaan om met bovennatuurlijke machten in contact te treden, en heeft men waarzeggerij beoefend. Soms heeft men een bord met tovermiddelen onder de dode gelegd, en men denkt dat wanneer iemand deze tovermiddelen gebruikt, dit hem in staat stelt visioenen te zien. Sommigen hebben deze middelen gebruikt om zelfaangebrachte wonden op hun lippen en wangen te genezen. En bepaalde verschijnselen die zich hebben voorgedaan, schijnen door occulte machten te zijn veroorzaakt.
Het bewijsmateriaal naar waarde schatten
Het is dus duidelijk dat het waken bij een dode geen christelijke oorsprong heeft. Vaak is er bijgeloof bij te pas gekomen. Wanneer dus in een bepaald gebied bijgelovige zienswijzen verband houden met wat ’dodenwachten’ worden genoemd, zouden christenen die daar wonen moeilijk aan zo’n gebruik kunnen meedoen. Geestelijk licht en waarheid van God hebben hen vrijgemaakt van bijgeloof en valse aanbidding, en zij vatten die bevrijding niet licht op. — Ps. 43:3; Joh. 8:32.
Wanneer dodenwachten in een bepaalde plaats gepaard gaan met zwaar drinken en dronkemansruzies, is er voor godvruchtige personen een krachtige reden om niet aanwezig te zijn. De christelijke apostel Paulus schreef aan medeaanbidders van Jehovah God: „Laten wij betamelijk wandelen, zoals overdag, niet in brasserijen en drinkgelagen.” — Rom. 13:13.
Wanneer het waken bij een dode gepaard gaat met waarzeggerij en pogingen om met geesten in contact te treden, bestaat er voor christenen nog een reden om er niet bij aanwezig te zijn. „Beoefening van spiritisme” is een van de „werken van het vlees”, dat degenen die zich met occultisme blijven bezighouden, belet Gods Koninkrijk te beërven (Gal. 5:19-21). Tot Jehovah’s volk in de oudheid werd eveneens uitdrukkelijk gezegd: „Er dient onder u niemand te worden gevonden die . . . een geestenmedium of beroepsvoorzegger van gebeurtenissen raadpleegt, noch iemand die de doden ondervraagt.” — Deut. 18:10-12.
Maar wat valt erop te zeggen wanneer vrees voor de doden er wellicht toe aanzet een dodenwacht voor de overledene te houden? Deze vrees is ongegrond, want de Schrift toont aan dat de mens geen onsterfelijke ziel bezit. Er wordt ons veeleer gezegd dat ’de doden zich van helemaal niets bewust zijn . . . er is geen werk noch overleg noch kennis noch wijsheid in Sjeool [het gemeenschappelijke graf van de mensheid], de plaats waarheen gij gaat’ (Pred. 9:5, 10). Ergens anders zegt Gods Woord: „De ziel die zondigt, díe zal sterven” (Ezech. 18:20). Zelfs een schijnbaar onschuldig kind vormt geen uitzondering, want alle mensen hebben zonde en de dood van de eerste mens, Adam, geërfd (1 Kon. 8:46; Rom. 5:12). Daarom heeft een overleden kind geen „onsterfelijke ziel” die onmiddellijk naar de hemel vliegt om een engel te worden. Bovendien zijn de hemelse engelen geen overleden personen maar ze zijn rechtstreeks door God geschapen. — Kol. 1:15-17; Hebr. 1:7.
Christenen hebben daarom geen vrees voor de doden of voelen zich niet gedrongen om bij een overledene te waken. Ook ’treuren zij niet gelijk de overigen, die geen hoop hebben’ (1 Thess. 4:13). Het is waar dat zij bedroefd zijn over de dood van een geliefde, evenals de volmaakte man Jezus tranen vergoot om de dood van zijn vriend Lazarus. Maar bij diezelfde gelegenheid wekte Jezus Lazarus uit de dood op, en gaf daarmee alle gelovigen een krachtige reden voor hoop op de opstanding van degenen die in Gods herinnering zijn. — Joh. 11:30-44; Hand. 24:15.
De bedroefden bijstaan
In plaatsen waar een dodenwacht met onschriftuurlijke praktijken en zienswijzen verband houdt, zullen christenen beslist niet met de plaatselijke gewoonten meedoen. Maar hoe staat het ermee wanneer de term „dodenwacht” in ruimere zin ook wordt gebruikt voor het thuis opzoeken of in een rouwkamer bezoeken van de bedroefde familie?
De dood kan plaatsvinden op een tijd dat het niet mogelijk is het lichaam onmiddellijk weg te halen. In zulke gevallen kunnen christenen het zeer heilzaam vinden een nacht bij de verwanten door te brengen, zelfs wanneer de dode nog in buis is. Zolang er geen onschriftuurlijke praktijken bij betrokken zijn, is er volgens de bijbel geen bezwaar tegen rouwende personen te bezoeken, hulp aan te bieden, hen te condoleren en „vertroosting uit de Schriften” te geven. — Rom. 15:4; Job 29:25; Joh. 5:28, 29.