Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 22/5 blz. 21-24
  • De trek van de laatste grote kudden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De trek van de laatste grote kudden
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het reservaat
  • De reis
  • De trek
  • Wat zal de toekomst brengen?
  • De grote trek
    Ontwaakt! 2003
  • Beestentaal — De geheimen van communicatie tussen dieren
    Ontwaakt! 2002
  • Dieren vangen in Oost-Afrika
    Ontwaakt! 1975
  • Mijn safari in Afrika — Ik heb het wild te zien gekregen — Zal het er nog zijn voor mijn kinderen?
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 22/5 blz. 21-24

De trek van de laatste grote kudden

Door Ontwaakt!-correspondent in Kenia

SENSATIONEEL! Grandioos! Een van de machtigste taferelen op aarde! Tienduizenden dieren in beweging over de enorme uitgestrekte vlakten van Afrika! De jaarlijkse trek van grote kudden gnoes, zebra’s, gazellen en andere dieren is een schouwspel om niet te missen!

Een korte safari naar het Masai Mara Wildreservaat in Kenia, vlak tegen het beroemde Serengetigebied aan, bood ons de gelegenheid om getuige te zijn van wat misschien een verdwijnend natuurtafereel is.

Het reservaat

Het Masai Mara Wildreservaat, gelegen in de zuidwesthoek van Kenia, is een weids, onbedorven landschap met glooiende heuvels, acaciabomen en groene grassavannen. Binnen de ruwweg 1800 vierkante kilometer van het reservaat moeten zich zo’n 95 verschillende soorten zoogdieren en meer dan 450 vogelsoorten bevinden. Wij zullen niet alleen een menigte kleinere dieren zien, maar ook de grote vijf van het Afrikaanse wild — olifanten, leeuwen, neushoorns, luipaarden en kafferbuffels. Bij de rivier de Mara bevindt zich een vrij grote groep nijlpaarden, evenals een aantal krokodillen. Het opmerkelijke is dat de Masai, ondanks het grote aantal leeuwen in het Mara reservaat, hun vee vlak naast het wild van de steppen weiden, en het er maar op wagen.

De reis

Daar onze safari maar kort zal zijn, willen wij ieder uur dat het licht is, benutten. Wij verlaten Nairobi, de hoofdstad van Kenia, om 4 uur ’s morgens en beginnen onze 275 kilometer lange reis naar het reservaat. Tegen de tijd dat wij Narok bereiken en daarmee het einde van de geplaveide weg, bevinden wij ons diep in het land der Masai. Terwijl het daglicht de duisternis langzaam begint terug te dringen en een prachtige zonsopgang zich ontvouwt, bemerken wij dat de uitgestrekte steppen wemelen van wilde dieren.

Wij zijn nog zowat 50 kilometer van de ingang van het reservaat verwijderd, maar de herkauwers van de grasvlakten zijn reeds in grote kudden te zien. Rechts zien wij een vrij grote kudde Thomson-Grant-gazellen. Deze vrolijke, in kudden levende schepseltjes stelen gemakkelijk het hart van menige toerist — en ook dat van ons. Licht roodachtig bruin van kleur, met een brede zwarte streep die de afscheiding vormt met de witte buikstreek, kwispelt een „Tommie”, zoals hij uit genegenheid genoemd wordt, voortdurend met zijn staart. Neen, zijn staart kwispelt niet heen en weer, zoals die van een hond, maar in het rond, in een volledige cirkel. Iemand zei eens dat hij dacht dat een „Tommie” onophoudelijk met zijn staart kwispelt omdat hij zo blij is. Of dit nu waar is of niet, een „Tommie” is beslist een grappig schepseltje.

Recht voor ons bevindt zich het waarschijnlijk meest gracieuze dier van alle steppebewoners, de impala. Het is een zacht glanzend, roodachtig bruin dier met grote, helder bruine ogen. Het mannetje bezit grote liervormige horens. Dit dier is werkelijk een toonbeeld van sierlijkheid, of het nu roerloos op de top van een mierenheuvel staat, of met een paar geweldige, soepele sprongen op de vlucht slaat. De sprongen schijnen zijn verdedigingsvermogen in het dun beboste land, dat de natuurlijke woonplaats van de impala is, te vergroten. Wij kunnen goed begrijpen waarom de grote katachtigen of andere roofdieren er moeite mee hebben een prooi te pakken te krijgen die in zijn vlucht praktisch het luchtruim kiest, wegspringend uit de klauwen van de tegenstander. Hoewel de snelle impala’s niet speciaal voor ons optreden, zijn wij opgewonden over hun sprongen. Sommige sprongen schijnen hoger te zijn dan onze auto! Andere beslaan een afstand zo breed als de weg, misschien 6 meter of meer.

De steppen wemelen van de wilde dieren! Er zijn hartebeesten, met hun vreemd gevormde horens. Er zijn eveneens topi’s, Grant-gazellen, giraffen, waterbokken, buffels, knobbelzwijnen en een paar kleine kudden gnoes en zebra’s. Met al deze dieren in het zicht, moet de koning der dieren beslist in de buurt zijn. Onze reis is reeds alleszins de moeite waard geweest, maar wij haasten ons verder. Waarom? Omdat wij het schouwspel van de feitelijke trek verwachten te zien — duizenden gnoes en zebra’s in beweging over de uitgestrekte steppen.

De trek

Wij zien de eerste glimp van het verschijnsel vanaf de veranda van het gastenverblijf. De glooiende heuvels aan de achterkant van het gebouw behoren overdadig groen of goudbruin te zijn, maar vandaag zijn ze donker, bijna zwart. Ze moeten overdekt zijn met een enorme kudde gnoes! Een snelle blik door de verrekijker bevestigt die conclusie. Het moeten er duizenden zijn! Snel brengen wij onze reisbagage naar onze kamer, treffen regelingen dat er een parkopzichter meegaat, en we zijn op safari.

Overal zijn gnoes en zebra’s! Het is alsof we door een zee van dieren rijden. En ze trekken — vooral de gnoes — langzaam, bijna in rijen achter elkaar, schijnbaar een leider volgend. Ze gaan voort. Niets schijnt hen tegen te houden. Over steppen, door valleien, dwars door greppels en stromen blijven ze voorttrekken. In dit soort periodes kunnen de dieren volkomen blind zijn voor wat er om hen heen gebeurt. De tragedie dat er een door een roofdier gegrepen wordt, schijnt onopgemerkt voorbij te gaan. Duwend, stotend, vertrappend — ja, sommigen worden onderweg verpletterd terwijl de grote kudde steeds maar voortgaat. Wanneer ze bij een rivier drinken, kan het voorkomen dat er wel drie dieren boven op elkaar staan. Het gevolg? Vele doden.

Wanneer wij wat dichterbij komen, kunnen wij het kenmerkende diepe blatende geknor horen. Wat een vreemd geluid! Gnoes zijn zeer luidruchtige dieren, en hun onophoudende geloei — met zoveel stemmen tegelijk — veroorzaakt een machtig disharmonisch gebulk over de steppen.

De gnoe, of wildebeest, het meest talrijke van de grotere dieren in Oost-Afrika, is een schepsel dat er vreemd uitziet. Onmiskenbaar tot de antilopen behorend, is hij nauw verwant aan het hartebeest. De op een rund gelijkende voorkant van de gnoe, met de massieve schoft en de zwarte manen en staart als van een paard, en een baard onder aan de hals, zetten hem wat apart van de andere, gracieuzere, antilopen. Er zijn twee soorten gnoes en de variëteit die de steppen van Kenia en Tanzania bewoont is de gestreepte of blauwe gnoe. Hij is donkergrijs, terwijl over zijn voorkant donkerdere banen lopen, die voor het „gestreepte” uiterlijk zorgen. Met een schofthoogte van ergens tussen de 1,20 en 1,40 meter, kunnen de grote mannetjes een gewicht van 270 kilo bereiken. Het mannetje is een krachtig, robuust, moedig dier en het kan in zijn verdediging zelfs de aanval van een leeuw afslaan.

Gnoes leven graag in gezelschap en worden meestal in grote kudden gezien, hoewel het niet ongewoon is een eenzaam mannetje te zien, dat een vrijgezellenleven leidt. Deze dieren zijn nogal nieuwsgierig naar wat er om hen heen gebeurt. Wanneer ze gestoord worden, rennen ze een eindje weg en draaien zich dan om om te zien wat hen aan het schrikken heeft gemaakt. Wanneer ze op de vlucht zijn, slingeren ze hun kop van de ene naar de andere kant, steigerend en op een wilde, grillige manier hun achterpoten in de lucht gooiend. Voor de menselijke toeschouwer is deze vertoning soms een beetje lachwekkend.

Vanwege het feit dat de mens steeds meer natuurgebied in cultuur brengt, vindt de jaarlijkse trek van de gnoes niet meer op dezelfde schaal plaats als in vroeger jaren. Toch biedt deze nog steeds een ongeëvenaarde aanblik. Naar verluidt vond bij één gelegenheid drie dagen lang een concentratie tot een steeds grotere kudde plaats, totdat de dieren een gebied van 6 bij 13 kilometer vulden! Volgens één toeschouwer werd gras dat een meter hoog was, toen in slechts twee dagen afgegraasd tot 10 centimeter!

De jaarlijkse trek van de gnoes kan verscheidene honderden kilometers beslaan in één richting van de zuidelijke Serengetisteppen in Tanzania noordwaarts naar Kenia’s Masai Mara reservaat. Over het algemeen kan men deze dieren van juli tot september op de steppen van het Mara reservaat zien lopen en rennen, dikwijls één voor één achter elkaar. Normale alledaagse gebeurtenissen, zoals kalven, gaan tijdens de gehele trek gewoon door.

Waarom trekken deze dieren? Klaarblijkelijk op zoek naar voedsel, hoewel bekend is dat gnoes wel eens gebieden met goed gras hebben verlaten en naar een gebied met een mindere kwaliteit gras zijn gegaan. De auteurs van het boek Serengeti mag niet sterven verrichtten een uitgebreid onderzoek naar de belangrijkste grassoorten die op de Serengetisteppe worden aangetroffen. Hun bevindingen, te zamen met die van anderen, schijnen aan te tonen dat gnoes voorkeur hebben voor een soort gras met een proteïnegehalte dat ongeveer overeenkomt met hooi. Wanneer deze grassoorten opkomen, trekken de dieren steeds wat verder, terwijl ze al grazend ongeveer een cirkel beschrijven. En wanneer het afgevreten gras weer een paar centimeter is gegroeid, keren ze terug en grazen het nog een keer af. Sommige onderzoekers zijn van mening dat er bovendien nog een soort innerlijke instinctieve drang is die deze dieren in beweging houdt. Anderen zeggen dat gnoes zich in het hoge gras niet veilig voelen vanwege jagende leeuwen en dus in beweging blijven op zoek naar korter gras. Wat ook de oorzaak mag zijn van hun trek, het is een schouwspel dat het waard is gezien te worden.

Wat zal de toekomst brengen?

Van dag tot dag vormen de eisen van een opdringende beschaving en de verwoestende handelwijze van sommige zelfzuchtige mensen een gevaar dat niet alleen de gnoes, maar alle dieren van de Afrikaanse steppen bedreigt. Het feit dat de Amerikaanse bison haast is uitgestorven, brengt ons ertoe ons af te vragen wat er nu met de gnoe zal gebeuren. De zich steeds uitbreidende menselijke bevolking die meer leefruimte en bouwland vraagt maakt het voor gewetensvolle regeringen steeds moeilijker om het milieu dat nodig is voor de prachtige schepselen van de Afrikaanse steppen, in stand te houden. Ondanks toenemende problemen doen sommigen echter enorme krachtsinspanningen om dit levende erfdeel, afkomstig van de Schepper, te beschermen. Door beschermende maatregelen in de vorm van wildparken en reservaten kan misschien de gnoes en andere Afrikaanse dieren het lot van reeds veel te veel uitgestorven diersoorten bespaard blijven.

Onze tweedaagse safari is ten einde gekomen, maar wat een ervaring is dat geweest! De trek van tienduizenden dieren te zien is iets om niet licht te vergeten. Nog vele komende jaren zullen wij ons dit adembenemende schouwspel herinneren — de jaarlijkse trek van de gnoes, de laatste grote kudden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen