Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g79 22/5 blz. 13-16
  • Oost en West ontmoeten elkaar in Suriname

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Oost en West ontmoeten elkaar in Suriname
  • Ontwaakt! 1979
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Er ontstaat een gevarieerde bevolking
  • Er konden er nog meer bij
  • Voordeel trekken van de mengeling
  • Uitingen van religieuze opvattingen
  • Suriname — Het land van de kottomissies
    Ontwaakt! 1971
  • „Noach” in Suriname
    Ontwaakt! 1978
  • Van Nederlands West-Indië tot Bethel
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Theocratisch nieuws
    Koninkrijksdienst 1973
Meer weergeven
Ontwaakt! 1979
g79 22/5 blz. 13-16

Oost en West ontmoeten elkaar in Suriname

Door Ontwaakt!-correspondent in Suriname

HOE vinden personen uit vele delen van de wereld het om op één plaats bijeen te wonen? Inwoners van de meeste landen met een gemengde bevolking zullen het er vermoedelijk mee eens zijn dat er geen ernstige problemen behoeven te rijzen. Een in het oog lopend voorbeeld van zo’n bevolkings-„smeltkroes” is Suriname. Een bezoek aan dit land zal onthullen dat zeer verschillende rassen uit vele landen vreedzaam samenleven. Zou u graag een idee willen krijgen van ons kleurrijke land en volk?

Suriname ligt aan de noordoostkust van Zuid-Amerika, genesteld tussen Guyana (voormalig Brits Guyana) in het westen en Frans Guyana in het oosten. Dit land omvat een gebied van zo’n 163.000 vierkante kilometer. Een schatting van de Verenigde Naties voor 1975 kwam voor Suriname op een bevolking van zo’n 420.000 mensen. De meesten wonen in de smalle kuststrook. Het grootste gedeelte van Suriname is overdekt met dicht oerwoud en is bijna onbewoond.

The New Encyclopædia Britannica (uitgave van 1976) verklaart omtrent de vroege geschiedenis van dit gebied: „Tot aan de 15de eeuw waren Indianen de enige inwoners van Suriname, namelijk de Cariben, de Arowakken en de Warau’s. Men neemt aan dat de naam Suriname zijn oorsprong vindt bij nog een andere Indianenstam, de Shurinama, die het land in vroeger tijden bewoonde maar door de Cariben werd verdreven.”

De Spanjaarden ontdekten Suriname rond het jaar 1500, doch waren niet van plan zich hier te vestigen of hun voordeel te doen met de ontdekking. In 1651 stichtte een Engelsman, Francis Lord Willoughby, de kolonie Suriname. Hij besloot een goed gebruik van de vruchtbare grond te maken door suikerriet te verbouwen. Al spoedig was er een aantal suikerplantages in bedrijf. Dit droeg bij tot een gemengde bevolking.

Er ontstaat een gevarieerde bevolking

Het werk op de plantages vroeg om goedkope arbeidskrachten, hetgeen leidde tot het importeren van Afrikaanse slaven. De slavenhouders behandelden hun onderhorigen vaak wreed, met het gevolg dat duizenden slaven ontsnapten door de tropische wildernis in te vluchten, waar zij zich in verschillende stammen organiseerden en de Afrikaanse levenswijze hervatten. Zo werd een stukje Afrika overgeplant in Suriname.

Afstammelingen van de Afrikaanse slaven staan bekend als „creolen”. Degenen die in het binnenland wonen zijn de „boslandcreolen” en degenen die verkozen hebben om stadsbewoners te worden, worden „stadcreolen” genoemd. Duizenden leden van Suriname’s multiraciale gemeenschap rekenen zich tot de afstammelingen van deze bevolkingsoverplanting vanuit Afrika.

De Hollanders arriveerden in 1667. Maar dit bracht geen verandering in de plantage-gemeenschap die hier bloeide. In 1863 kwam echter de afschaffing van de slavernij. Dit veroorzaakte een groot tekort aan arbeidskrachten. Er ontstond een acute behoefte aan helpende handen voor de bewerking van de plantages. Maar waar zou de hulp vandaan komen?

Een eerste maatregel om het tekort aan arbeidskrachten te bestrijden, was de aanmoediging, gericht tot Hollandse keuterboeren, om zich in Suriname te vestigen. Op deze wijze verwierf de plaatselijke bevolking een stukje Nederland. Het probleem van arbeidskrachten bleef echter dringend en het werd noodzakelijk om werkers uit andere gebieden te zoeken.

Tegen het midden van de 19de eeuw had Suriname ook al honderden Chinese contractarbeiders binnen haar grenzen verwelkomd. Hoewel velen na het aflopen van hun contract naar huis terugkeerden, bleef een groot aantal achter, dat zich met succes in de handel begaf. Jarenlang was het een kenmerk van de hoofdstad, Paramaribo, dat er op bijna elke hoek een door Chinezen gedreven kruidenierswinkel was. Op deze wijze kreeg de bevolking een Oosters aspect.

Er bestond nog meer behoefte aan bereidwillige werkers. Dus werd het aantal landbouwarbeiders van Suriname uitgebreid met vele schepen vol Hindoestaanse immigranten uit India. Net als de Chinezen wilden ook veel Hindoestanen blijven, zelfs nadat hun arbeidscontracten waren afgelopen. Om dit mogelijk te maken voorzag de regering hen van kleine stukjes land zodat zij zich als kleine boeren konden vestigen.

Er konden er nog meer bij

’Hebben we nu iedereen ontmoet?’ zou u kunnen vragen. Beslist niet. Sta mij alstublieft toe u nog een van de bouwstenen van de bevolking, eveneens uit het Oosten, voor te stellen. Het is mijnheer Indonesiër die sinds 1890 zijn weg heeft gevonden naar dit land waar Oost en West elkaar ontmoeten. Voornamelijk van het eiland Java accepteerden duizenden de uitnodiging om westwaarts te komen, alwaar zij een goed gebruik konden maken van hun landbouwtalenten.

En daarmee is de bevolkingsmengeling van Suriname nog niet ten einde. Personen die Paramaribo bezoeken zullen Libanezen, allerlei Europeanen en een grote groep mulatten zien. Deze laatsten zijn voortgekomen uit huwelijken tussen personen uit de bovengenoemde Oosterse en Westerse delen van de bevolking.

Wat trekt zo’n verscheidenheid van mensen naar Suriname? Velen vinden de grote variatie in landbouwprodukten die hier groeien, nog steeds uitnodigend, produkten zoals rijst, suikerriet, citrusvruchten en bananen. Anderen worden aangetrokken door de vele houtsoorten van Suriname. Nog een belangrijke factor was in het verleden het ontdekken van goud.

In meer recente tijd vindt de aantrekkingskracht echter haar oorsprong in de voornaamste minerale rijkdom van dit land, bauxiet. Dit is een op klei lijkend aardachtig mengsel dat de voornaamste grondstof is voor aluminium en samenstellingen ervan. De aluminiumindustrie heeft honderdduizenden tonnen bauxiet uit Suriname opgeslokt; en er liggen nog uitgestrekte ertslagen voor toekomstig gebruik.

Voordeel trekken van de mengeling

De Oost-West bevolkingsmengeling van Suriname heeft veel voordelen. De boslandcreool heeft zich een goede helper betoond bij het reizen op de rivieren of het binnenland in. Deze bekwame bootslui loodsen hun boomkano’s door gevaarlijke stroomversnellingen en zelfs kleine watervallen heen. De boslandcreool onderscheidt zich ook door kunstig houtsnijwerk.

Een goed voorbeeld van aanpassingsvermogen is de Chinese bevolking. Hoewel zij hun eigen taal behouden hebben, hebben de Chinezen in verschillende opzichten Westerse maatstaven overgenomen. Dit blijkt op maatschappelijk, opvoedkundig en religieus gebied. Wat de beroepen betreft die de Chinezen hier hebben gekozen: behalve winkelier, zijn sommigen arts, onderwijzer of aannemer geworden. Zij vormen een aanwinst voor Suriname.

Onder de Hindoestanen heeft de jongere generatie zich heel vooruitstrevend getoond. Hun voorvaders vormden een bijna uitsluitend agrarische gemeenschap. Heden ten dage wekt het echter geen verbazing om Hindoestanen op andere terreinen aan te treffen, zoals in de geneeskunde, het onderwijs, de rechten en de handel. Zij zijn geprezen om hun ijver en spaarzaamheid.

Hetzelfde geldt voor de Indonesiërs. Velen zeiden de agrarische levenswijze vaarwel en kozen een loopbaan in dezelfde lijn als hun Chinese en Hindoestaanse landgenoten. Ook mijnheer Indonesiër heeft zich lof verworven als een vlijtige en intelligente werker.

Met het oog op de vele talen die de mensen spreken, zou iemand zich kunnen afvragen hoe zij contact met elkaar hebben. Hoewel velen van de jongere generatie Hollands hebben geleerd, kan een groot percentage personen alleen maar bereikt worden met een taal die als „Sranantongo” bekend is komen te staan. Velen verwijzen naar deze taal als Negerengels, en plaatselijk staat het nog steeds bekend als „takkitakki”. Met het Engels als grondslag, bezit het Sranantongo elementen uit het Hollands, Frans, Portugees en verschillende Afrikaanse en Indiase talen. Hoewel het voor personen die deze andere talen spreken aanvankelijk grappig kan klinken, heeft het Sranantongo bewezen in dit gebied een geschikt communicatiemiddel tussen Oost en West te zijn.

Uitingen van religieuze opvattingen

Religieuze gewoonten en gebruiken verschillen hier in Suriname net zoveel van elkaar als de bevolking. Een interessant voorbeeld is wat er gebeurt wanneer een van de boslandcreolen, ook bekend als „marrons”, sterft.

De enige dood die deze mensen als natuurlijk beschouwen, is die ten gevolge van ouderdom. Met betrekking tot een voortijdige dood echter, maakt de Hollandse auteur Willem van de Poll melding van „het ronddragen van het lijk, dagenlang na de dood. Indien mogelijk, moet de kwade geest die verantwoordelijk is voor dit sterfgeval, worden gevonden, voordat de dode aan de aarde toevertrouwd kan worden. De dode wordt geacht de dragers van zijn lijk te kunnen aanwijzen waar de [kwade geest] huist, die voor de smartelijke gebeurtenis verantwoordelijk is”.

Dit is in scherpe tegenstelling met de religie van de bijbel. De Schrift verklaart dat de doden zich van helemaal niets bewust zijn (Pred. 9:5; Ps. 146:4). Een voortijdige dood is vaak het gevolg, niet van kwade geesten, maar van „tijd en onvoorziene gebeurtenissen”. — Pred. 9:11.

De Hindoestanen ontlenen eveneens gewoonten aan een niet-bijbelse religie. Op hun erf kan men kleine rode vlaggetjes aan bamboestengels zien wapperen. De vlaggetjes moeten als een afweermiddel tegen kwaad dienen. Een ander ongewoon Hindoestaans gebruik houdt verband met bruiloften. Aan de buitenkant van een huis ziet men soms witte handafdrukken. De bruid heeft dan haar hand in een papje van gemalen witte rijst gedoopt en tegen de buitenkant van het huis gedrukt. Vermoedelijk toont dit aan dat haar hand ten huwelijk geschonken is.

Heel lonend zijn de activiteiten van Jehovah’s Getuigen in Suriname geweest. In 1946 waren er slechts 20 Getuigen in dit gebied. Tegen het einde van 1971 was dit aantal tot meer dan 600 toegenomen en in 1978 werd een hoogtepunt van 879 bereikt. De meerderheid van hen bestaat uit stadcreolen en mulatten die zichzelf als Westerlingen beschouwen. Zij verwelkomen echter regelmatig Oosterlingen (voornamelijk uit de Indonesische bevolkingsgroep), inheemse Indianen en boslandcreolen in hun gelederen.

Deze beschouwing van Suriname en haar bevolking zou niet volledig zijn zonder melding te maken van de geboorte van de nieuwe onafhankelijke Republiek Suriname op 25 november 1975. De mensen keken met enthousiasme naar deze overdracht uit; en deze vond op een vredige en ordelijke manier plaats. Onder de door de grondwet van de nieuwe Republiek gegarandeerde vrijheden zijn vrijheid van aanbidding, gesproken woord en drukpers.

De geschiedenis en ontwikkeling van Suriname en haar bevolking zijn inderdaad interessant. Ze vormen een opmerkelijk voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer Oost en West elkaar ontmoeten.

[Kaart/Illustratie op blz. 13]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

ZUID-AMERIKA

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen